ECLI:NL:PHR:2015:2654

ECLI:NL:PHR:2015:2654, Parket bij de Hoge Raad, 22-12-2015, 14/05671

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 22-12-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/05671
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2016:224
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0001941

Samenvatting

Afwijzing getuigenverzoek. Het Hof heeft het verzoek twee getuigen te horen afgewezen omdat het dit verzoek onvoldoende gemotiveerd achtte en omdat ook overigens de noodzaak daartoe niet was gebleken. Mede in aanmerking genomen hetgeen door de verdediging aan dat verzoek ten grondslag is gelegd is dat oordeel niet onbegrijpelijk. Conclusie AG: anders.

Uitspraak

PL1710-2013363240-4494648

3 stuks (brutogewicht 0,7 gram)

dat het hem toebehoort en afstand ervan te doen, zodat met deze voorwerpen kan worden gehandeld als ware het verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer.

16) een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 4, van het Wetboek van Strafvordering, d.d. 9 december 2013, welk geschrift - zakelijk weergegeven - voor zover van belang inhoudt als een NFI rapport identificatie van drugs en precursoren. opgemaakt en ondertekend door NFI-deskundige forensische drugsanalyse Ing. A.B.M. van Esch-de Bruin:

Politie registratienummer PL17P0-2013363240-11

Verdachte: [betrokkene 3]

Het onderzoeksmateriaal met het kenmerk AAGN7725NL betreffende 0,1 gram, beige brokje in een gripzakje bevat heroïne.

Het onderzoeksmateriaal met het kenmerk AAGN7726NL betreffende 0,3 gram, crèmekleurige brokjes in een gripzakje bevat cocaïne.

17) Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, nummer PL1710- 2013361935-12, opgemaakt en op 4 januari 2014 ondertekend door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1] voor zover inhoudende bevindingen van de verbalisant [verbalisant 1]:

Na de aanhouding van [betrokkene 3] en onderzoek in zijn telefoon bleek dat [betrokkene 3] gebeld had naar het nummer 06-[001]. Dit betrof hetzelfde telefoonnummer als welke [getuige 1] een dag eerder had gebeld om zijn drugsbestelling te doen bij Snor.

18) Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, nummer PL1710- 2013362848-32, opgemaakt en op 4 januari 2014 ondertekend door de opsporingsambtenaren S. Van Roone, G.E. Sahulata, [verbalisant 8], [verbalisant 1] en R [verbalisant 2] voor zover inhoudende de bevindingen van genoemde verbalisanten:

Op 3 januari 2014 werd de woning van verdachte [betrokkene 2], [a-straat 1], [woonplaats] binnengetreden. In de woning werden de navolgende goederen aangetroffen:

Op een stoel lag een doorzichtig plastic zakje met daarin meerdere en verschillende gripzakjes (HAA, goednummer 4526541). In het plastic zakje bevonden zich tevens kleine gripzakjes met daarop afgebeeld groene dollartekens.

Op een stoel lag een grammenweegschaal en op een andere stoel is een onbekende witte substantie aangetroffen (HBA, goednummer 4526543), en op de grond in een gangkast is een Wibra tas aangetroffen met daarin een onbekende substantie (JB, goednummer 4526545)

19) Het ambtsedig proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, nummer PL17P0- 20133628848-41, opgemaakt en op 4 januari 2014 ondertekend door de opsporingsambtenaren [verbalisant 11] en [verbalisant 12] voor zover inhoudende bevindingen van deze verbalisanten:

Op 4 januari 2014 ontvingen wij van het Bureau Logistiek Intake en Service van de Forensische Opsporing de volgende stukken van overtuiging (SVO) met het verzoek deze te onderzoeken op de aanwezigheid van verdovende middelen.

Het indicatief resultaat van waarneming SVO 4526541, netto gewicht 1.6 gram, is cocaïne.

Het indicatief resultaat van waarneming SVO 4526541, netto gewicht 1,6 gram is heroïne.

Het indicatief resultaat van waarneming SVO 4526541, netto gewicht 0,2 gram is heroïne.

Het indicatief resultaat van waarneming SVO 4526543, netto gewicht 10,2 gram is cocaïne.

Het indicatief resultaat van waarneming SVO 5426545, netto gewicht 39,0 gram is amfetamine.

7. In het bevestigde vonnis is nog de volgende bewijsoverweging opgenomen:

“Nadere bewijsmotivering

“Op 22, 23 en 26 november 2013 is de verdachte geobserveerd, toen is gezien dat hij vanuit een auto samen met zijn stiefvader [betrokkene 2] drugs (heroïne en cocaïne) verkocht aan - naar later bleek - respectievelijk [getuige 1], [betrokkene 3] en [getuige 2].

Genoemden [getuige 1] en [getuige 2] hebben de verdachte van een politiefoto ook herkend als hun dealer. Als zij drugs wilden hebben namen zij telefonisch contact met hem op. Dat er sprake was van medeplegen kan worden afgeleid uit het feit dat de verdachte telkens samen met deze [betrokkene 2] optrok in dezelfde auto en na een transactie/ transacties ook weer samen terugkeerden naar het adres van de woning van [betrokkene 2] aan de [a-straat 1] te [woonplaats].

In deze woning zijn tijdens de doorzoeking allerlei drugsgerelateerde voorwerpen gevonden als gripzakjes (met daarop afgebeeld groene dollartekens) en een weegschaal en substanties die bij een indicatieve test scoorden als cocaïne, heroïne en amfetamine. De verklaring van de verdachte dat hij geen wetenschap had van de handel in drugs wordt daarom als onaannemelijk terzijde geschoven.”

8. Bij gefaxte brief van 8 oktober 2014 heeft de verdediging de advocaat-generaal verzocht om twee getuigen op te roepen voor de zitting van het hof van 20 oktober 2014. De verdediging heeft dit verzoek als volgt toegelicht:

“Cliënt heeft eerder bij de politie gesteld de ten laste gelegde feiten niet te hebben gepleegd. Hij stelt dat de getuigen niet de waarheid hebben gesproken bij de politie en dat nader verhoor zal uitwijzen dat hij de ten laste gelegde feiten niet heeft gepleegd.

Er zijn door de politie 3 “gebruikers/kopers” gehoord. Twee daarvan belasten cliënt.

Getuige [getuige 1] verklaart dat hij zijn drugsdealer genaamd “Snor” had gebeld om cocaïne te kopen pagina 104. De Snor is een Marokkaanse man van ongeveer 40 jaar oud en draagt een snor. Later verklaart hij dat hij ook van [betrokkene 1] koopt. Het telefoonnummer wat [betrokkene 1] zou gebruiken komt niet overeen met het nummer van [verdachte]. Volgens de observanten pagina 111 heeft getuige [getuige 1] de uiterlijke kenmerken van een harddrugsverslaafde. Volgens [getuige 1] zelf gebruikt hij slechts een half jaar en koopt het dat gehele half jaar bij de Snor & [betrokkene 1]. Blijkens de uiteindelijke dagvaarding is de periode door het OM teruggeschroefd naar 4 dagen. Tevens stelt [getuige 1] dat hij 2 gram zou hebben gekocht voor € 80,-- pagina 104. Volgens verbalisant [verbalisant 9] was het slechts 1.3 gram pagina 118. Een ervaren gebruiker zou het verschil wel merken.

De verdediging wenst de getuige [getuige 1] vragen te stellen omtrent de enkelvoudige fotoconfrontatie. Het feit dat hij eerst de Snor aanduidt als zijn drugsdealer en later [betrokkene 1] erbij betrekt Ook over de gestelde periode van een half jaar wenst de verdediging nader vragen te stellen.

Getuige [getuige 2] stelt bij de politie dat hij drugs gekocht heeft van [betrokkene 1] en hij hem gebeld zou hebben op [002]. Vervolgens stelt hij dat zijn dealer een nieuw nummer heeft, [003] genaamd [betrokkene 4]. Beide nummers kunnen niet aan [verdachte] gelinkt worden.

De verdediging heeft vragen aan getuige [getuige 2] omtrent de enkelvoudige fotoconfrontatie en het signalement van zijn dealer. Ook wenst de verdediging hem te vragen te stellen over zijn gebruik, hij stelt immers dat hij de drugs voor zijn vriendin [betrokkene 5] zou hebben gekocht. Kent deze [betrokkene 5] de dealer? Daarnaast stelt hij dat hij voordat hij ging pinnen al de bestelling zou hebben gedaan, zonder te weten of er geld op zijn rekening zou staan.

Om die reden verzoek ik voornoemde getuigen nader op te roepen als getuigen.

[getuige 1]

[adres]

[getuige 2]

[adres]”

9. Bij brief van 9 oktober 2014 heef de advocaat-generaal de verdediging laten weten dat hem de noodzaak tot het horen van die getuigen niet is gebleken en dat de verzoeken onvoldoende zijn onderbouwd. De advocaat-generaal heeft geweigerd de getuigen op te roepen.

10. Ter terechtzitting van 20 oktober 2014 heeft de verdediging het verzoek om het horen van de twee getuigen herhaald. Het proces-verbaal van de terechtzitting houdt, voor zover relevant voor de bespreking van het middel, in:

“Voorts herhaalt de raadsman zijn bij appelschriftuur d.d. 8 oktober 2014 gedane verzoek tot het horen van twee getuigen.

De advocaat-generaal ziet geen aanleiding zijn bij brief d.d. 9 oktober 2014 medegedeelde standpunt te herzien, inhoudende dat het noodzakelijkheidscriterium van toepassing is en dat de noodzaak tot het horen van de getuigen niet is gebleken en onvoldoende onderbouwd is.

Na beraad deelt de voorzitter als overwegingen en beslissing van het hof het volgende mede.

Het verzoek is niet gedaan bij tijdig ingediende appelschriftuur. Dientengevolge geldt het zogenoemde noodzakelijkheidscriterium. De hof wijst af het verzoek tot het (doen) horen van de twee getuigen, nu het verzoek onvoldoende gemotiveerd is en ook overigens de noodzaak daartoe niet is gebleken.”

11. De raadsman heeft de getuigen niet bij tijdig ingediende schriftuur opgegeven, maar later bij afzonderlijke brief van 8 oktober 2014 (door het hof weliswaar aangeduid als “appelschriftuur d.d. 8 oktober 2014”). De getuige is niet opgeroepen door de advocaat-generaal en niet verschenen ter terechtzitting van het hof. De raadsman heeft zijn “bij appelschriftuur d.d. 8 oktober 2014 gedane” verzoek tot het horen van de twee getuigen herhaald ter terechtzitting van hof. Herhaling van een schriftelijk gemotiveerd verzoek, moet mijns inziens worden beschouwd als een gemotiveerd verzoek ter terechtzitting. Gelet op de procesgang tot zover, diende het hof dit verzoek te beoordelen aan de hand van het noodzakelijkheidscriterium. Het hof heeft derhalve de juiste maatstaf gebruikt.

12. Toepassing van het noodzakelijkheidscriterium brengt met zich mee dat een verzoek kan worden afgewezen “op de grond dat de rechter zich door het verhandelde ter terechtzitting voldoende ingelicht acht en hem dus de noodzakelijkheid van het gevraagde verhoor niet is gebleken. Van een aldus gemotiveerde afwijzing kan niet worden gezegd dat die ervan blijk geeft dat de rechter op ontoelaatbare wijze is vooruitgelopen op hetgeen de getuigen zouden kunnen verklaren.” In cassatie wordt het oordeel van het hof dat het horen van de verzochte getuigen niet noodzakelijk is op begrijpelijkheid getoetst. Daarbij gaat het om de verhouding tussen enerzijds hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd en anderzijds de gronden waarop dat verzoek is afgewezen.

13. In de onderhavige zaak heeft de verdediging een duidelijk verband gelegd tussen het ten laste gelegde en het verzoek tot het horen van de getuigen. De verdachte heeft het hem ten laste gelegde betwist en een nader verhoor van de getuigen zou volgens de verdediging uitwijzen dat de verdachte het ten laste gelegde niet had gepleegd. De belastende getuigen hebben niet alleen zelf een verklaring afgelegd bij de politie, ze spelen ook een rol in de bevindingen van de verbalisanten. De verdediging heeft op geen enkel moment de gelegenheid gehad om deze getuigen te ondervragen. De relevantie van het verzoek tot het horen van de getuigen spreekt niet uit alle onderdelen van de motivering van dat verzoek, maar is ook zeker niet te ontkennen. De verdediging wilde getuige Knegt vragen waarom hij verdachte heeft genoemd als zijn drugsdealer, terwijl Knegt primair een andere persoon noemde als zijn drugsdealer. De verdediging wilde getuige [getuige 2] kennelijk bevragen over zijn telefonische contacten met zijn drugsdealer, aangezien de telefoonnummers die [getuige 2] daarvoor gebruikte niet in verband konden worden gebracht met verdachte. Voorts wilde de verdediging beide getuigen bevragen over de herkenning van verdachte bij de enkelvoudige fotoconfrontatie. Ten opzichte van deze onderbouwing is de afwijzing van het verzoek – hoewel aan de juiste maatstaf getoetst – uiterst summier en daardoor niet zonder meer begrijpelijk gemotiveerd.

14. Het middel slaagt. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

15. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?