ECLI:NL:PHR:2015:2693

ECLI:NL:PHR:2015:2693, Parket bij de Hoge Raad, 01-12-2015, 15/00192

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 01-12-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/00192
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2016:302
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 5 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854

Samenvatting

1. Bijzondere voorwaarde. Art. 14c.2 onder 5° (oud) Sr (thans art. 14c.2 onder 14° Sr). 2. Vordering b.p., wettelijke rente. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1968:AB6079 m.b.t. het feit dat een bijz. voorwaarde a.b.i. art. 14c.2 onder 5° (oud) Sr (thans art. 14c.2 onder 14° Sr) het gedrag van veroordeelde dient te betreffen en dat als zodanig kunnen worden aangemerkt voorwaarden die strekken ter bevordering van een goed levensgedrag van veroordeelde of die een gedraging betreffen waartoe hij uit een oogpunt van maatschappelijke betamelijkheid gehouden moet worden geacht. De bijz. voorwaarde dat "de verdachte gedurende de proeftijd zal meewerken aan politiële controles van zijn computer(s) en andere apparatuur waarop afbeeldingen (kunnen) zijn opgeslagen", is i.s.m. genoemde bepaling omdat deze voorwaarde niet voldoet aan voornoemde maatstaven. Daarbij heeft de Hoge Raad mede in aanmerking genomen dat het Hof weliswaar kennelijk het oog had op gedrag dat met - kort gezegd - kinderporno verband houdt, maar daartoe niet een voldoende precies gedragsvoorschrift heeft geformuleerd, alsmede dat het toezicht op de naleving van voorwaarden, is geregeld en een bijz. voorwaarde in de zin van art. 14c.2 onder 14º, Sr, niet geacht kan worden gedrag te omvatten dat in feite overeen komt met het meewerken aan door de politie uit te oefenen dwangmiddelen op de veelomvattende en ingrijpende wijze zoals in de onderhavige voorwaarde is geformuleerd. Ad 2. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie AG onder 23 t/m 25 moet worden aangenomen dat als gevolg van een kennelijke vergissing in de bestreden uitspraak is vermeld dat het aan de b.p. X toegewezen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2010, de dag dat het onder 2 bewezenverklaarde feit is gepleegd, in plaats van vanaf 13 november 2010, de dag waarop het onder 1 bewezenverklaarde feit jegens de b.p. is gepleegd. De Hoge Raad herstelt deze misslag.

Uitspraak

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft de toewijzing van de vorderingen benadeelde partij gevorderd en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht voor de toe te wijzen bedragen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de vorderingen benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard dienen te worden gelet op de bepleite vrijspraak van het ten laste gelegde.

Het oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [benadeelde partij 1] als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft geleden. De vordering is met de door de benadeelde partij overgelegde stukken onderbouwd en niet, althans onvoldoende, weersproken. De hoogte van de schade is genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 300,00, vermeerderd met de wettelijk rente over dit bedrag vanaf de dag dat het onder 1 bewezen verklaarde feit is gepleegd tot de dag van algehele voldoening. De vordering zal dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

Als extra waarborg voor betaling van de benadeelde partij zal de rechtbank overeenkomstig artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom ten behoeve van de benadeelde partij.

(…)

BESLISSING

(…)

Schadevergoeding

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1], namens deze gemachtigde [betrokkene 1] , wonende te [plaats], van een bedrag van € 300,00 (zegge: driehonderd) vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 oktober 2009 (de dag waarop het onder 2 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd), tot de dag van de voldoening.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 300,00, ten behoeve van [betrokkene 1] namens het slachtoffer [benadeelde partij 1], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.”

25. Blijkens zijn overwegingen heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] toegewezen nu naar het oordeel van het Hof genoegzaam is komen vast te staan dat deze € 300,- bedraagt, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag dat het onder 1 bewezenverklaarde feit is gepleegd tot de dag van algehele voldoening. Gelet daarop moet worden aangenomen dat het Hof als gevolg van een kennelijke vergissing in zijn beslissing heeft vermeld dat de vordering van € 300,- wordt toegewezen vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 oktober 2009, de dag waarop het onder 2 bewezenverklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd. De Hoge Raad kan de beslissing van het Hof in zoverre verbeterd lezen waardoor het belang aan het middel komt te ontvallen.

26. Het eerste, het tweede en het derde middel falen; in ieder geval de eerste twee middelen kunnen worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende overweging. Aan het vierde middel komt het belang te ontvallen door verbeterde lezing van het dictum. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

27. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JIN 2016/68 met annotatie van C.J.A. de Bruijn
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?