Na bestudering van de zaak ben ik van mening dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
ECLI:NL:PHR:2015:432
ECLI:NL:PHR:2015:432, Parket bij de Hoge Raad, 17-03-2015, 13/01760
Gerelateerde zaken
Formele relatie:
ECLI:NL:HR:2015:950
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 6 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen
Verwijst naar
Aangehaald door
Wettelijke verwijzingen
BWBR0001830
BWBR0001854
Samenvatting
Kwalificatie witwassen, art. 420bis Sr. HR herhaalt recente rechtspraak over de kwalificatie van witwassen. Uit ’s Hofs overwegingen kan worden afgeleid dat verdachte d.m.v. oplichting en/of valsheid in geschrifte hypothecaire leningen heeft afgesloten waarna zij de uit deze hypothecaire leningen verkregen gelden heeft aangewend voor de aankoop van de in de bewezenverklaring genoemde woningen en/of loodsen. Deze voorwerpen zijn dus anders dan de voor de aankoop gebruikte gelden niet “onmiddellijk” afkomstig van de door verdachte gepleegde oplichting en valsheid in geschrifte. Voorts geldt dat de in de recente rechtspraak ontwikkelde nadere motiveringseis uitsluitend ziet op gevallen waarin slechts het verwerven en/of voorhanden hebben van onmiddellijk door eigen misdrijf verkregen voorwerpen is bewezenverklaard. Zij geldt in beginsel niet in gevallen als het onderhavige waarin eveneens is bewezenverklaard het “gebruik maken” - een en ander in de betekenis die ex art. 420bis.1 sub b, Sr aan dit begrip toekomt - van zulke voorwerpen. Het Hof heeft de gedragingen van verdachte m.b.t. tot de woningen en/of loodsen terecht en zonder nadere motivering gehouden te zijn gekwalificeerd als witwassen.
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl