12. Het eerste middelfaalt.
13. Het tweede middel houdt in dat het Hof ten onrechte niet heeft gerespondeerd op een strafmaatverweer.
14. De overgelegde en aan het proces-verbaal van de zitting van het Hof van 4 december 2013 gehechte pleitnota houdt onder ‘4. Strafmaatverweer’ in:
“ Indien het hof van oordeel is dat aan verdachte toch een strafrechtelijk verwijt valt te maken dan
- Is het strafrechtelijk verwijt gering,
- Is redelijke termijn inmiddels ruim verstreken
- Heeft ook deze verdachte nadeel ondervonden als gevolg van zijn bemiddeling
Dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke straf opgelegd dient te worden.”
15. Het middel spitst zich mede gelet op de toelichting louter toe op de overschrijding van de redelijke termijn. De overschrijding van de redelijke termijn is in de pleitnota echter in het geheel niet nader onderbouwd zodat het Hof niet gehouden was daarop te responderen.
16. Ook het tweede middelfaalt.
17. De middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende overweging. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
18. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG