ECLI:NL:PHR:2015:495

ECLI:NL:PHR:2015:495, Parket bij de Hoge Raad, 10-03-2015, 14/00342

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 10-03-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/00342
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2015:1096
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0007657

Samenvatting

1. Zonder vergunning aanbieden of verrichten van diensten als effectenbemiddelaar, art. 7 (oud).1 Wte 1995. Blijkens zijn overwegingen heeft het Hof vastgesteld dat X “haar cliënten termijncontracten - ‘shares’ genoemd - aan[bood] die (op termijn) recht gaven op een deel van het rendement dat werd behaald op door de investeringsmaatschappij Y aangekochte objecten” en dat X “vermogen (de inleg) van de cliënten [ontving] ten behoeve van de investeringen door Y”, alsmede dat “cliënten (…) een ‘share’ [ontvingen] dat door Y uitgegeven zou zijn, ter grootte van de inleg” en dat “de inleg (…) na de looptijd van drie jaar gegarandeerd [zou] zijn”. Gelet hierop geeft het oordeel van het Hof dat de gedragingen van de bij die activiteiten betrokken verdachte kunnen worden aangemerkt als het als effectenbemiddelaar aanbieden of verrichten van diensten i.d.z.v. art. 7 (oud).1 Wte 1995, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk. De omstandigheid dat deze ‘shares’ betrekking hadden op een investeringsfonds Z en een investeringsmaatschappij Y waarvan niet gebleken is dat zij daadwerkelijk hebben bestaan, leidt niet tot een ander oordeel. 2. Art. 81.1 RO.

Uitspraak

12. Het eerste middelfaalt.

13. Het tweede middel houdt in dat het Hof ten onrechte niet heeft gerespondeerd op een strafmaatverweer.

14. De overgelegde en aan het proces-verbaal van de zitting van het Hof van 4 december 2013 gehechte pleitnota houdt onder ‘4. Strafmaatverweer’ in:

“ Indien het hof van oordeel is dat aan verdachte toch een strafrechtelijk verwijt valt te maken dan

- Is het strafrechtelijk verwijt gering,

- Is redelijke termijn inmiddels ruim verstreken

- Heeft ook deze verdachte nadeel ondervonden als gevolg van zijn bemiddeling

Dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke straf opgelegd dient te worden.”

15. Het middel spitst zich mede gelet op de toelichting louter toe op de overschrijding van de redelijke termijn. De overschrijding van de redelijke termijn is in de pleitnota echter in het geheel niet nader onderbouwd zodat het Hof niet gehouden was daarop te responderen.

16. Ook het tweede middelfaalt.

17. De middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende overweging. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

18. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?