ECLI:NL:PHR:2015:53

ECLI:NL:PHR:2015:53, Parket bij de Hoge Raad, 06-02-2015, 14/04890

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 06-02-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/04890
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2015:1409
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 5 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0002656

Samenvatting

Personen- en familierecht. Zelfstandig verzoek minderjarige tot benoeming bijzonder curator; art. 1:250 BW (HR 4 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR4850, NJ 2005/422). Informeel verzoek minderjarige tot toekennen eenhoofdig gezag, omgang of informatie, verdeling zorg- en opvoedingstaken (art. 1:251a lid 4 BW, art. 1:377g BW, art. 1:253a lid 4 BW). Zelfstandige bevoegdheid minderjarige tot instellen hoger beroep? HR 1 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ0245; HR 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3535, NJ 2015/57.

Uitspraak

2. Bespreking van de cassatiemiddelen

Het cassatieberoep is gericht tegen de rechtsoverwegingen 3 en 4, waarin het hof als volgt heeft geoordeeld:

“3. Het bij het hof ingediende beroepschrift begint met de volgende zin: ‘[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2001 en [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2005 voor wie als gezaghebbende ouder optreedt. [de moeder]..., voor wie als advocaat optreedt mr. P.J. de Bruin...’

Verder valt te lezen:

'[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn het niet eens met deze beschikking en komen hiertegen in beroep op grond van het volgende. '

Het hof leidt hieruit af dat de minderjarigen het hoger beroep indienen en niet, zoals ter zitting door de advocaat van de minderjarigen gesteld, de moeder. Het hof betrekt daarbij de gang van zaken in eerste aanleg. Ook daar is het inleidend verzoek (enkel) ingediend door de minderjarigen, hetgeen mede daaruit blijkt dat ook verzocht is om een bijzonder curator, en dat het is gericht tegen de moeder en de vader. Ter zitting heeft de advocaat ook gesteld: "De kinderen zijn bij mij op kantoor gekomen". Ter zitting in eerste aanleg is door de rechter ook geconstateerd dat door de moeder geen verzoek is ingediend. Dit is noch door de advocaat, noch door moeder weersproken.

4. Het hof stelt tegen die achtergrond voorop dat de minderjarigen formeel geen partij (kunnen) zijn in een procedure die – mede – zijn belang kan betreffen, behoudens voor zover de wet daarin voorziet, hetgeen zich in dit geval niet voordoet. De belangen van de minderjarigen worden in rechte vertegenwoordigd door de ouders dan wel degenen die over hen het gezag heeft. Het is aan de moeder dan wel de vader maar niet aan de minderjarigen (zelf dan wel via een bijzonder curator) verzoeken te doen als thans gedaan. Het hof is derhalve van oordeel dat de minderjarigen niet-ontvankelijk zijn in hun beroep, nu zij onbekwaam zijn procesrechtelijke handelingen te verrichten en gesteld noch gebleken is van gronden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden.”

Geklaagd wordt onder meer dat het hof een onbegrijpelijke interpretatie van de processtukken heeft gehanteerd, de minderjarigen ten onrechte geen gelegenheid heeft geboden het gemeende verzuim te herstellen of te doen herstellen, ten onrechte niet alsnog een bijzonder curator heeft benoemd en de minderjarigen ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Deze klachten treffen doel.

In de eerste plaats staat in de aanhef van het beroepschrift met zoveel woorden vermeld dat de moeder optreedt als gezaghebbend ouder voor de minderjarigen. Voor zover al uit de verdere tekst van het beroepschrift en de door het hof in rechtsoverweging 3 genoemde omstandigheden zou moeten worden afgeleid dat het beroepschrift desalniettemin door de minderjarigen – die op de voet van art. 1:245 lid 4 BW niet procesbekwaam zijn – zelf is ingediend, heeft, zoals het hof in rechtsoverweging 2 overweegt, de procesadvocaat van de minderjarigen ter zitting desgevraagd gesteld dat het hoger beroep is ingesteld door de moeder namens de minderjarigen. Het hof heeft in zoverre daarnaast miskend dat het eventueel door de minderjarigen zelf ingestelde hoger beroep op grond van deze uitdrukkelijke mededeling kon worden gerepareerd.

Zoals hiervoor onder 1.3 vermeld, hebben de minderjarigen in eerste aanleg benoeming van een bijzonder curator verzocht. Dit verzoek hebben zij in hoger beroep herhaald (zie onder 1.6). Het hof heeft op geen enkele wijze gemotiveerd waarom dit verzoek niet toewijsbaar is.

Voor zover het hof heeft geoordeeld dat de minderjarigen geen van de door hen gevraagde verzoeken kunnen doen, ook niet als een bijzonder curator als formele procespartij optreedt, is zijn oordeel onjuist dan wel onvoldoende gemotiveerd.

3. Conclusie

De conclusie strekt tot vernietiging van de beschikking van het gerechtshof Den Haag van 2 juli 2014 en tot verwijzing.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl JPF 2015/87 met annotatie van mr. dr. J.H. de Graaf
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?