Na bestudering van de zaak ben ik van mening dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
ECLI:NL:PHR:2015:586
ECLI:NL:PHR:2015:586, Parket bij de Hoge Raad, 31-03-2015, 14/02990
Gerelateerde zaken
Formele relatie:
ECLI:NL:HR:2015:1238
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen
Verwijst naar
Aangehaald door
Wettelijke verwijzingen
BWBR0001830
BWBR0001854
Samenvatting
HR: art. 80a RO. HR verwijst naar ECLI:NL:HR:2011:BQ6702. In aanmerking genomen dat het p-v van de tz. in h.b. van 24 april 2013 en dat van 9 mei 2014 enerzijds telkens inhoudt dat verdachte aldaar is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouwe, en anderzijds telkens niet inhoudt dat het verweer is gevoerd dat niet is gebleken dat door betrokkene een klacht is ingediend, kan daarover niet met vrucht voor het eerst in cassatie worden geklaagd. De HR verklaart daarom - gezien art. 80a RO - het beroep in cassatie n-o.
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl