ECLI:NL:PHR:2015:639

ECLI:NL:PHR:2015:639, Parket bij de Hoge Raad, 03-04-2015, 15/00789

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 03-04-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/00789
Rechtsgebied Civiel recht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2015:1293
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001860

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Ontnemen schone lei, art. 358a Fw. Rechter-commissaris ‘belanghebbende’; moment bekendwording schuld bij bewindvoerder.

Uitspraak

2. Bespreking van het cassatieberoep

Het cassatieverzoekschrift omvat drie middelen.

Middel 1 poneert de rechtsklacht dat een gewezen rechter-commissaris niet als ‘belanghebbende’ in de zin van art. 358a lid 1 Fw kan worden aangemerkt en het hof op die grond de rechter-commissaris ambtshalve niet-ontvankelijk had moeten verklaren in zijn voordracht tot ontneming van de schone lei. Het middel voert daartoe kort gezegd aan dat de rechter-commissaris gelet op het sterk vermogensrechtelijke karakter van art. 358a Fw geen of onvoldoende belang in de zin van art. 3:303 BW heeft, de leden van de zittende magistratuur onafhankelijk en onpartijdig behoren te zijn en daarom geen partij zouden moeten zijn bij een door hen gestarte gerechtelijke procedure, een verzoek tot ontneming van de schone lei ingevolge art. 358a lid 1 Fw door een advocaat ondertekend dient te zijn en de rechter-commissaris op grond van art. 314 Fw enkel op de taakvervulling door de bewindvoerder toezicht houdt waaronder niet kan worden geschaard het behartigen van de belangen van de crediteuren, terwijl de rechter-commissaris niet zo nauw betrokken is geweest bij de toekenning van de schone lei dat daarin een belang is gelegen om in een art. 358a Fw procedure te verschijnen.

De rechtsvraag die het middel aan de orde stelt heb ik reeds besproken in mijn conclusie van 6 maart 2015 in het een thans nog aanhangige cassatieberoep met nummer 15/00188. Daarin heb ik uiteengezet waarom ik vind dat de rechter-commissaris als belanghebbende in de zin van art. 358a Fw ontvankelijk is in zijn verzoek tot ontneming van de schone lei. Ik meen dat dit ook moet gelden voor het onderhavige geval. Ik verwijs naar de inhoud van de voornoemde conclusie. Het middel stuit hierop af.

Middel 2 klaagt dat de schuld van [verzoekster] aan de belastingdienst reeds vóór de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bekend was, zodat er geen sprake is van een feit of omstandigheid die zich gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft voorgedaan en na de beëindiging daarvan bekend is geworden als bedoeld in art. 358a lid 1 Fw indiceert. Het middel miskent dat de toepassing van art. 358a Fw in deze zaak gebaseerd is op het definitief worden van de schuld van [verzoekster] aan de belastingdienst, hetgeen pas na beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bekend is geworden. Ik wijs op de hiervoor aangehaalde brief van 16 april 2013 van de gewezen bewindvoerder en het proces-verbaal van de zitting van 3 december 2014. Daaruit blijkt dat [verzoekster] gedurende de schuldsaneringsregeling weliswaar is gewezen op het uitblijven van een verantwoording van de ontvangen kinderopvangtoeslag over de jaren 2009 en 2010, maar het definitief worden van de aanslagen pas in 2013 (althans in de eraan voorafgaande maanden) bekend is geworden. In het licht van deze gedingstukken dient in de overweging van het hof in rov. 2.7, dat de schuld aan de belastingdienst betreffende ten onrechte ontvangen kinderopvangtoeslag over de jaren 2009 en 2010 ten tijde van de schuldsaneringsregeling is ontstaan en pas na ommekomst van de looptijd bekend is geworden bij de bewindvoerder te worden begrepen als een verwijzing naar het moment waarop het definitieve karakter van de schuld werkelijk bekend werd. Hiervan uitgaande faalt het middel bij gebrek aan feitelijke grondslag.

Middel 3 is gericht tegen de ten overvloede gegeven rechtsoverweging 2.8 en behoeft om die reden geen bespreking.

3. Conclusie

Ik concludeer tot verwerping.

De Procureur-Generaal bij de

Hoge Raad der Nederlanden

A-G

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?