De beoordeling
(…)
Ten aanzien van de in beslag genomen Volkswagen Polo stelt de rechtbank het volgende vast. Bij brief van 23 april 2014 heeft de raadsman van klager de officier van justitie verzocht om teruggave van dit voertuig. Toen de raadsman hierop geen reactie ontving, heeft hij op 29 april 2014 een klaagschrift bij de rechtbank ingediend en daarbij wederom verzocht om teruggave van - onder meer - de Volkswagen Polo. Bij brief van 14 mei 2014 heeft het parket de raadsman bericht dat de auto niet werd teruggegeven, omdat de auto zou zijn omgekat. Deze mededeling werd verder niet onderbouwd. In het schriftelijk standpunt van de officier van justitie van 18 juni 2014 wordt verder niet gerept over de Volkswagen Polo en wordt meegedeeld dat de inbeslagneming betrekking heeft op “helingsonderzoek naar navigatiesystemen”. Enkele dagen vóór de zitting van de raadkamer zijn door de officier van justitie nog wel stukken overgelegd, maar deze betreffen niet de Volkswagen Polo. Gelet op deze gang van zaken concludeert de rechtbank dat blijkbaar het strafvorderlijk belang teruggave van de auto aan klager niet in de weg staat. De rechtbank zal het beklag ten aanzien van de auto dan ook gegrond verklaren.
(…)
DE BESLISSING
De rechtbank verklaart het bezwaarschrift gegrond en gelast de teruggave van
• een personenauto van het merk Volkswagen, type Polo, voorzien van buitenlands kenteken [0001];
(…)
aan [klager], beslagene.
(…)”
Hoewel de Rechtbank niet expliciet heeft vastgesteld op welke grond het beslag is gelegd, kan in cassatie echter ervan worden uitgegaan dat het hier een op de voet van art. 94 Sv onder de klager in beslag genomen auto betreft. Een en ander blijkt duidelijk uit de stukken van het geding (zie o.m. de lijst van inbeslaggenomen goederen in het dossier), alsmede uit de door de Rechtbank aangelegde maatstaf.
In geval van een beklag van de beslagene tegen een op de voet van art. 94 Sv gelegd beslag dient de rechter a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor art. 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer het inbeslaggenomene kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door art. 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in art. 36b, eerste lid onder 4°, Sr in verbinding met art 552f Sv.
Het belang van de strafvordering omvat dus ingevolge het bepaalde in art. 94, eerste en tweede lid, Sv kort gezegd de waarheidsvinding en de mogelijkheid van verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer. De Rechtbank heeft geoordeeld dat het belang van strafvordering blijkbaar het voortduren van het beslag op de auto niet vordert, maar daarbij heeft zij er geen blijk van gegeven het belang van de waarheidsvinding in aanmerking te hebben genomen alsmede zich over de vraag te hebben gebogen of het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het inbeslaggenomene verbeurd zal verklaren dan wel zal onttrekken aan het verkeer. De Rechtbank heeft aan dat oordeel ten grondslag gelegd de feiten en omstandigheden van het geval waaruit zij kennelijk heeft afgeleid - kort gezegd en in mijn woorden - dat de officier van justitie enkel de stelling heeft betrokken dat de auto niet kan worden teruggegeven omdat de auto zou zijn omgekat, maar dat hij keer op keer daarvoor geen onderbouwing met stukken e.d. heeft gegeven en zelfs daarop bij gelegenheid niet meer is teruggekomen. Derhalve heeft de Rechtbank een te beperkte - en daarmee een onjuiste - maatstaf aangelegd.
Indien de overwegingen van de Rechtbank aldus moeten worden verstaan dat zij daarmee tot uitdrukking heeft willen brengen dat het strafvorderlijke belang zich blijkbaar niet verzet tegen opheffing van de inbeslaggenomen auto met het oog op de waarheidsvinding dan wel op een eventuele mogelijkheid van verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer, dan is haar oordeel tegen de achtergrond van hetgeen door de officier van justitie in raadkamer naar voren is gebracht zonder nadere motivering, die ontbreekt, evenwel niet begrijpelijk. De officier van justitie heeft in raadkamer immers aangegeven dat hij momenteel niet beschikt over stukken met betrekking tot het omkatten en dat hij bij een schorsing van het onderzoek het dossier kan aanvullen met de noodzakelijke stukken. Het lag derhalve op de weg van de Rechtbank in haar oordeel te betrekken dat en waarom niet kan worden ingegaan op het vorenstaande verzoek van de officier van justitie. Het enkele feit dat een beoordeling van het beklag op grond van de voorhanden zijnde stukken niet goed mogelijk is levert geen reden op om het beklag gegrond te verklaren.
Het oordeel van de Rechtbank is ontoereikend gemotiveerd.
Het middel slaagt.
5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden beschikking ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot de terug- of verwijzing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG