ECLI:NL:PHR:2015:786

ECLI:NL:PHR:2015:786, Parket bij de Hoge Raad, 31-03-2015, 14/02035

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 31-03-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/02035
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2015:1443
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Opgave bewijsmiddelen. Art. 359.3 Sv. Het Hof kon t.a.v. het onder 1 bewezenverklaarde niet volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, nu de raadsman bij de behandeling van de zaak in h.b. vrijspraak heeft bepleit t.a.v. het onder 1 tlgd.

Uitspraak

“op 18 juli 2010 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kluis heeft weggenomen geldbedragen met een totaalbedrag van ongeveer 78.350,79 euro, toebehorende aan winkelbedrijf Media Markt, filiaal Buikslotermeerplein, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een vals kostuum

en

op 18 juli 2010 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, één of meer medewerkers/beveiligers van/bij Media Markt heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen met een totaalbedrag van ongeveer 78.350,79 euro, hebbende verdachte en zijn mededader met, voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- in een telefoongesprek zich voorgedaan als een medewerker van de Financiële Recherche, van het KLPD en medegedeeld dat zij bezig waren met een witwas- cq fraudeonderzoek bij voornoemde Media Markt en vervolgens aangekondigd dat er een politieman genaamd [betrokkene 1] naar voornoemde Media Markt zou komen en vervolgens

- naar voornoemde Media Markt is gegaan in een politie-uniform, voorzien van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en zich aan [betrokkene 2], beveiliger bij voornoemde Media Markt, voorgesteld als brigadier [betrokkene 1] en zich gelegitimeerd met een goedgelijkende politiepas en een lijst met namen van vestigingsdirecteur/leidinggevenden van voornoemde Media Markt getoond, welke personen verdacht werden van betrokkenheid bij witwassen/fraude en vervolgens een beveiligingscode getoond en gezegd: ‘Nu je de code ziet, kun je wel begrijpen hoe hoog dit gaat’, en

- zich naar de kluisruimte heeft begeven en gezegd dat hij geld in beslag wilde nemen en voornoemde [betrokkene 2] en [betrokkene 3] desgevraagd hun kluiscodes hebben ingevoerd en

- geldlades en kokers, gevuld met contant geld, in plastic kisten met politiekenmerk gestopt en voornoemde kisten verzegeld met politiestickers en bewijs van ontvangst ingevuld en aan voornoemde [betrokkene 2] overhandigd, waardoor voornoemde medewerkers/beveiligers van/bij Media Markt werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;”

5. Deze bewezenverklaring steunt op een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in de tweede volzin van het derde lid van art. 359 Sv, waaronder de bekennende verklaring van de verdachte.

6. Het bestreden arrest houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

“Bespreking van een bewijsverweer

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aan de hand van zijn pleitnota aangevoerd -zakelijk weergegeven- dat de verdachte van het onder 1 primair en subsidiair (het hof begrijpt telkens het onder 1) ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu de verdachte niet het opzet heeft gehad, ook niet in voorwaardelijke vorm, om het onder 1 ten laste gelegde te plegen. De combinatie van medicijngebruik door de verdachte, zijn persoonlijkheidskenmerken en de meer dan bizarre situatie waarin de verdachte zich vanaf oktober 2009 bevond, maken dat de verdachte de gevolgen van zijn handelen niet meer overzag.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Voor zover de raadsman in het kader van het opzetverweer heeft willen betogen dat bij de verdachte geen sprake is geweest van opzet omdat de verdachte niet-strafbaar is, wordt het verweer verworpen onder verwijzing naar hetgeen het hof hieronder overweegt onder ‘Strafbaarheid van de verdachte’. Overigens volgt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte (en zijn mededader) het feit gedurende langere tijd zeer geraffineerd heeft/hebben voorbereid en dat sprake is van een uitgebreid en goed doordacht plan, zodat niet aannemelijk is geworden dat de verdachte zijn handelen niet heeft gewild.”

7. Uit de bewoordingen van art. 359, derde lid, Sv en de bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad hieromtrent volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens de verdachte ter terechtzitting, op welke grond dan ook, vrijspraak is bepleit. Het oordeel van het hof dat in de onderhavige zaak met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in het derde lid van art. 359 Sv kon worden volstaan is dan ook onjuist. De bewezenverklaring is daarmee ontoereikend gemotiveerd.

8. Het middel is terecht voorgesteld.

9. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.

10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend voor wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 1 tenlastegelegde, de vordering van de benadeelde partij en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het hof teneinde deze in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te berechten en af te doen en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Bijv. HR 18 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1146, NJ 2006/645, m.nt. T.M. Schalken, HR 7 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY8901, NJ 2007/108, m.nt. Y. Buruma, HR 26 mei 2009, ECLI:NL:HR:BH3686, HR 9 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6503 en HR 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2773. Het voortbouwend appel noch art. 80a RO hebben de Hoge Raad er tot op heden toe gebracht te oordelen dat ondanks de schending van art, 359, derde lid, Sv de verdachte bij die klacht in cassatie onvoldoende in rechten te respecteren belang heeft, bijvoorbeeld in het geval dat uit de door het hof gegeven opgave van bewijsmiddelen de bewijsconstructie zonder meer kan worden afgeleid. Zie hieromtrent uitgebreider de conclusie van ambtgenoot Vellinga voor HR 26 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3686 (ECLI:NL:PHR:2009:BH3686) en de conclusie van mijn ambtgenoot Vegter voor HR 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2773 (ECLI:NL:PHR:2014:1553).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?