ECLI:NL:PHR:2015:802

ECLI:NL:PHR:2015:802, Parket bij de Hoge Raad, 31-03-2015, 14/01885

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 31-03-2015
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 14/01885
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2015:1457
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0015703

Samenvatting

Slagende bewijsklacht opzettelijk voordeel trekken uit steunfraude (art. 416.2 Sr). De verdachte en X woonden feitelijk samen en maakten gebruik van geld van X dat werd besteed aan dit huishouden. De bewijsmiddelen houden niets in waaruit kan volgen dat verdachte wist dat X niet had voldaan aan de inlichtingenverplichtingen uit hoofde van de Wet werk en bijstand, dat zij aldus onjuiste gegevens had verstrekt en op grond van die gegevens een uitkering had genoten en dat derhalve sprake was van geld dat door misdrijf was verkregen.

Uitspraak

Pag. 1711

Gespreksgegevens: 700043-12 T008 280526270

Tijdstip: 22-01-2012 19:08 uur

Beller: [verdachte]

Gebelde: NNman5909

[verdachte]: Mijn neef...komt die kant op.

NN: Laat maar komen..ik ben wel thuis.

[verdachte]: Is dat akkoord?

NN: Ja., akkoord

[verdachte]: Maak wat moois zodat ze het kunnen eten..

NN: Abi...laat maar komen..ik..eh..die andere jongen is gisteren geweest wist jij hiervan.

[verdachte]: Ik wist ervan..maar ik heb hem/het net gezien, ik was een paar dagen weg.. .even wat rust genomen, weetje.

Pag. 1711

Gespreksgegevens: 700043-12 T008 280526271

Tijdstip: 22-01-2012 20:04 uur

Beller: [medeverdachte 1]

Gebelde: NNman5909

[medeverdachte 1] is er.

Pag. 1775

Gespreksgegevens: 700043-12 T008 280537046

Tijdstip: 25-01-2012 17:45 uur

Beller: NNman7703

Gebelde: [medeverdachte 1]

NNman7703 vraagt of die kleren toen wel goed waren.

[medeverdachte 1] zegt dat het niet goed was.

NNman zegt dat het raar is, want wat hij van de rest hoor, was allemaal goed.

[medeverdachte 1] zegt 'was geen goede'.

[medeverdachte 1]: 'maar hey trouwens nog wat he, jouw vriend zat een keer bij jou in de auto, is hij hier in Almelo, jouw kameraad rijdt hij in Almelo, een van jouw vrienden, was hij bij jou in de auto.

NNman zegt dat hij uit Enschede weg ging. Hij gaat hem wel spreken en dan laat hij [medeverdachte 1] wel weten.

[medeverdachte 1] zegt dat die ding volgende keer beter wel beter moet. [medeverdachte 1] zegt dat hij er wel een beetje last mee heeft gehad. [medeverdachte 1] zegt dat hij hem vanavond maar even van die ene ding moet laten weten.”

7. Hieruit heeft het hof klaarblijkelijk opgemaakt dat de man die op 25 januari vraagt “of die kleren […] wel goed waren” de man is die “het eten” heeft geleverd, of daarvoor mede verantwoordelijk was, over welke levering op 22 januari 2012 werd gesproken tussen de verdachte en NNman5909. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, mede gelet op het feit dat “[medeverdachte 1]” betrokken is geweest bij de bespreking vooraf en de “evaluatie” op 25 januari 2012. Bovendien heeft het hof niet vastgesteld dat beide NNmannen dezelfde waren, zoals in het middel wordt gesteld. Met betrekking tot NNman5909 wordt in de overweging van het hof gewezen op “de NNman” terwijl in verband met de andere NNman wordt gewezen op “NNman in Hengelo”.

8. Dan de tweede klacht dat “uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de betreffende huissleutel daadwerkelijk is opgehaald bij het adres van verdachte”. Het hof heeft in zijn arrest overwogen dat [betrokkene 7] heeft verklaard “dat [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] regelmatig bij hem thuis langs kwamen. Hij was dan zelf vaak niet thuis. De huissleutel haalden ze dan op aan de [b-straat] […] de vaste verblijfplaats van verdachte.” Dit is de huissleutel van [betrokkene 7] waar diverse hierboven genoemde goederen in beslag zijn genomen. Het hof heeft onder 24 de verklaring van [betrokkene 7] voor het bewijs gebruikt dat hij vaak niet thuis is en dat [medeverdachte 3], [betrokkene 8] en [medeverdachte 4] dan zijn huissleutel ophalen: “Wij spreken dan vaak af bij de [b-straat]. Dat is er vlak achter. Daar geef ik ze dan de sleutel.” Het hof heeft deze verklaring kennelijk zo opgevat dat de sleutel daadwerkelijk is opgehaald in het huis van de verdachte dat is gelegen aan de [b-straat]. Die uitleg van de verklaring van [betrokkene 7] is aan het hof voorbehouden en niet onbegrijpelijk.

9. De derde klacht richt zich tegen de beoordeling door het hof van de geloofwaardigheid van een verklaring die de verdachte ter terechtzitting van het hof van 18 maart 2014 heeft afgelegd. De klacht houdt in dat het oordeel van het hof inzake de ongeloofwaardigheid van die verklaring onbegrijpelijk is dan wel onvoldoende is gemotiveerd. In zijn arrest heeft het hof met betrekking tot de geloofwaardigheid het volgende overwogen:

“Verdachte heeft altijd ontkend iets te maken te hebben gehad met de handel in harddrugs. Hij heeft bij de politie verklaard dat hij geen telefonisch contact had met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en dat [medeverdachte 3] maar heel soms langs komt. Dit wordt echter weersproken door de vele getapte telefoongesprekken. Met name een gesprek van 19 december 2011 is daarbij van belang. Verdachte zegt in dat gesprek tegen [medeverdachte 3] dat hij zich zorgen maakt omdat hij hem de hele dag nog niet heeft gezien (pag. 1160). Ter zitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij zich niet meer kan herinneren dat hij de telefoongesprekken met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] heeft gevoerd. Daarin heeft verdachte volhard, ook nadat de hoeveelheid ervan hem is voorgehouden en de tekst van enkele ervan hem is voorgelezen en hem het belang van het in deze telefoongesprekken besprokene voor de bewijsvoering is verklaard. Gezien de frequentie en de emotionele intensiteit van de gesprekken acht het hof die verklaring ongeloofwaardig. Het voeren van deze telefoongesprekken en het daarin besprokene beschouwt het hof in samenhang met de overige bewijsmiddelen redengevend voor het bewijs van het hem tenlastegelegde feit nu verdachte niet in staat is gebleken om aan deze gesprekken een andere duiding te geven dan de interpretatie van het hof als hierboven gemotiveerd is weergegeven.”

10. Bij de beoordeling van deze klacht moet voorop worden gesteld dat in cassatie niet kan worden onderzocht of de conclusies van feitelijke aard, die het hof heeft getrokken op basis van de door hem in zijn bewijsmotivering vastgestelde feiten en omstandigheden, juist zijn. Dergelijke gevolgtrekkingen kunnen in cassatie slechts op hun begrijpelijkheid worden getoetst. Alleen al om deze reden zou de klacht kunnen falen, omdat in cassatie niets tegen de door het hof vastgestelde frequentie en emotionele intensiteit is ingebracht.

11. Uit de voor het bewijs gebruikte tapverslagen blijkt dat de verdachte af en toe heeft gevloekt en gescholden. Verder blijkt uit de voor het bewijs gebruikte tapverslagen dat de verdachte op 9 december 2011 vijf maal met zijn vriendin heeft gebeld; op 15 december 2011 vier maal over drugs; op 22 december 2011 vier maal met [medeverdachte 3], om maar drie dagen als voorbeeld te gebruiken. Dat kunnen frequente telefoongesprekken worden genoemd. Het oordeel van het hof inzake de frequentie en intensiteit van de gesprekken vind ik dan ook niet onbegrijpelijk.

12. et Het mHet middel faalt.

12. Het tweede middel klaag over de bewijsconstructie van het onder 3 subsidiair door het hof ten laste van de verdachte bewezen verklaarde feit dat

“hij in of omstreeks de periode van 1 ma[art 2011] tot en met 31 januari 2012 in de gemeente Almelo, opzettelijk voordeel heeft getrokken uit hetgeen werd aangeschaft met door misdrijf verkregen geld, te weten geld van een door [betrokkene 1] met wie hij, verdachte duurzaam een gezamenlijke huishouding voerde als bedoeld in de Wet werk en bijstand, door middel van het door die [betrokkene 1] opzettelijk niet voldoen aan de inlichtingenverplichting uit hoofde van de Wet werk en bijstand verkregen uitkering, welk geld geheel of gedeeltelijk werd besteed aan het huishouden waarvan hij, verdachte deel uitmaakte.”

14. Uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte staat ingeschreven op het adres [a-straat] te [plaats] maar zo’n vier à vijf nachten per week slaapt bij [betrokkene 1] aan het adres [b-straat] te [plaats]. [betrokkene 1] had volgens haar eigen verklaring – kennelijk in de door het hof bewezen verklaarde periode – een uitkering van de Sociale Dienst. [betrokkene 1] deed de boodschappen en de verdachte at in de woning van [betrokkene 1]. Gedurende de door het hof bewezen verklaarde periode heeft de verdachte zijn woning verhuurd aan [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en toen al zijn spullen daaruit meegenomen. De huur à 500,- per maand is betaald aan de verdachte of aan [betrokkene 5].

14. In het middel wordt aangevoerd dat uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet of niet zonder meer kan volgen dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit “hetgeen” werd aangeschaft met door misdrijf verkregen geld, te weten de uitkering van [betrokkene 1], nu uit de bewijsmiddelen niet zonder meer kan volgen dat er iets is aangeschaft met behulp van deze uitkering, laat staan dat verdachte daaruit voordeel heeft getrokken en/of opzettelijk zou hebben gehandeld.

14. In dit verband zijn de volgende door het hof gebruikte bewijsmiddelen van belang:

32. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (als bijlage 16 van het procesverbaal dossiernummer 2012006096) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 1]:

Ik heb sinds 2005 een bijstandsuitkering. Sinds ik op dit adres, [b-straat] te [plaats] woon, heb ik een uitkering. [verdachte] slaapt zo'n vier à vijf nachten per week bij mij. Soms is het wel vijf nachten in de week. Ik heb nooit gemeld bij de Sociale Dienst dat [verdachte] bij mij is een aantal keren in de week.

[verdachte] heeft mij zijn bankpas gegeven. De pincode heb ik ook. [verdachte] heeft een SNSrekening

[…]

34. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank van 19 oktober 2012 voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verdachte:

[betrokkene 1] had een uitkering van de Sociale Dienst. Meestal ging ik na het werk naar de [b-straat] en dan gingen we eten en een film kijken. Soms bleef ik ook slapen. [betrokkene 1] deed de boodschappen. Ik betaalde daar niet voor. Het kan zijn dat ik aan [betrokkene 1] mijn bankpasje en een machtiging voor geldopname heb gegeven.

17. Uit deze door het hof gebruikte bewijsmiddelen volgt dat [betrokkene 1] een uitkering verkreeg uit hoofde van de Wet werk en bijstand en dat [betrokkene 1] opzettelijk niet heeft voldaan aan de inlichtingenverplichting uit hoofde van die wet. Ook kan hieruit worden opgemaakt dat verdachte wist dat [betrokkene 1] een uitkering had van de sociale dienst. Maar de bewijsmiddelen houden niets in waaruit blijkt dat verdachte wist dat [betrokkene 1] niet had opgegeven dat hij bij haar verbleef en derhalve steunfraude pleegde. Daarnaast duidt de door het hof vastgestelde omstandigheid dat verdachte zijn bankpasje en een machtiging voor geldopname van zijn bankrekening aan [betrokkene 1] heeft gegeven er eerder op dat verdachte ook bijdroeg aan de kosten van de huishouding van hemzelf en [betrokkene 1]. Het oordeel van het hof dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit hetgeen door [betrokkene 1] werd aangeschaft door uit misdrijf verkregen geld is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk.

18. Het middel is terecht voorgesteld.

19. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.

20. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft het onder 3 subsidiair bewezen verklaarde feit en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ten einde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot werping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?