3. Het middel klaagt over de motivering van de onder feit 1, 2 en 5 primair bewezenverklaarde diefstallen met braak.
4. Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat:
“1.
hij in de periode van 12 november 2013 tot en met 13 november 2013 te Chaam, gemeente Alphen-Chaam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ( [a-straat 1] ) heeft weggenomen
- twee iPads en
- twee laptops (merk Macbook en HP) en
- drie fotocamera’s (met bijbehorende telelenzen) (merk Canon Eos 350d en Canon 430 Ex en Sony Cybershot) en
- een filmcamera (merk Sony) en
- een geldbedrag (ongeveer 650 euro) en
- een zilveren ring en
- twee zonnebrillen (merk Oakley en Guess) en
- een stuk gehoorbescherming en
- een navigatiesysteem (merk TomTom) en
- een spaarpot (met inhoud ongeveer 100 euro) en
- een damestas, kleur groen en
- een rugtas, kleur grijs (merk Trunk&Co) en
- een stemapparaat (merk Korg Korg Tm40) en
- een macbooktas en
- drie Apple laadsnoeren en
- een (extra) accu voor een fototoestel en
- een zonnekap voor een fototoestel en
- een flitser (merk Canon 430 Ex) en
- negen batterijen en
- een filmtas (met inhoud, Vanguard) en
- een acculader en
- een mp3-speler,
toebehorende aan [betrokkene 1] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;
2.
hij in de periode van 12 november 2013 tot en met 13 november 2013 te Chaam, gemeente Alphen-Chaam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ( [b-straat 1] ) heeft weggenomen
- sleutels en
- twee laptops (merk HP en Levono) en
- twee verrekijkers (merk Leica en Swarovski) en
- een telescoop (merk Swarovski) en
- een portemonnee (met inhoud ongeveer 300 euro en pasjes en rijbewijs) en
- twee gsm’s (merk Samsung, type Gio en Samsung N300) en
- een bodywarmer, kleur bruin en
- twee fotocamera’s (merk Panasonic en Canon) en
- een filmcamera (merk Sony) en
- een batterij (merk Sony) en
- een filmtas, kleur zwart en
- een E-reader (merk Sony),
toebehorende aan [betrokkene 2] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak;
5.
hij op 12 november 2013 te Bavel, gemeente Breda, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ( [c-straat 1] ) heeft weggenomen
- twee gsm’s, (merk iPhone en een Samsung Galaxy S) en
- een babyfoon (merk Alecto) met bijbehorend laadstation en
- een iPad met bijbehorende cover, kleur rood en
- MP3-speler (merk iPod Touch) en
- een damestas, kleur paars en
- een portemonnee, kleur rood en
- een geldbedrag (ongeveer 8 euro aan waarde op chipknip en 30 euro in contanten en 7 euro aan waarde op chipknip) en
- een cheque en
- vier waarde/cadeaubonnen en
- twee rijbewijzen en
- een lipverzorgingsproduct en
- een pincet (merk tweezerman) en
- een laadsnoer voor iPhone,
toebehorende aan [betrokkene 3] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft middel van braak.”
5. De bewezenverklaringen steunen op de volgende bewijsmiddelen:
“Met betrekking tot feit 1
1.
Het proces-verbaal van aangifte (met bijlage) d.d. 13 november 2013, doorgenummerde dossierpagina’s 783 en 784, opgemaakt door [verbalisant 1] (agent), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven:
Ik woon aan de [a-straat 1] te Chaam. De poort van deze woning is gelegen aan de rechter achterzijde van de woning. Deze poort was afgesloten. Op 12 november 2013 omstreeks 22.30 uur heb ik mijn woning rondom afgesloten en ben ik gaan slapen. Op 13 november 2013 omstreeks 07.15 uur kwam ik beneden in mijn woning. Ik zag dat in de deur aan de achterzijde van de woning een gaatje geboord was. Op dit moment mis ik onder meer een tweetal iPads. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.
De bij de aangifte gevoegde bijlage weggenomen goederen houdt in (dossierpagina’s 785 tot en met 789), zakelijk weergegeven:
1 tablet merk Apple iPad 3
1 notebook merk Apple Macbook Pro
1 videocamera merk Sony
1 notebook merk HP Probook
1 fotocamera merk Canon Eos 350d, inclusief 3 lenzen
1 fotocamera merk Canon 430 Ex
1 fotocamera merk Sony Cybershot
1 zilveren ring
650 euro contant geld
1 zonnebril merk Oakley
1 stuks gehoorbescherming (oordopjes)
1 navigatiesysteem merk TomTom
1 spaarpot, inhoud EUR 100,—
1 damestas, kleur groen
1 rugzak, kleur grijs
1 stemapparaat merk Korg Tm40
1 macbooktas
1 zonnebril merk Guess
2.
Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 28 januari 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 795 tot en met 798, opgemaakt door [verbalisant 2] (brigadier), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [betrokkene 1] , zakelijk weergegeven:
Noot verbalisant: Voor de teruggave van goederen aan aangever werd deze geconfronteerd met deze goederen. In dezelfde ruimte waar deze goederen uitgestald waren, bevonden zich ook andere goederen die gelijktijdig op dezelfde locatie in beslag genomen waren.
V: Heeft u wellicht tussen de uitgestalde goederen enig goed gezien dat bij nader inzicht ook vanuit uw woning was weggenomen?
A: Ik herkende een groene tas, die is van mijn vrouw. In deze tas had haar trouwring opgeborgen gezeten en die tref ik nu niet aan. Verder een drietal Appel laadsnoeren/voedingen, een extra accu voor mijn fototoestel en een zonnekap voor mijn fototoestel.
3.
Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 16 november 2013, doorgenummerde dossierpagina’s 799 en 800, opgemaakt door [verbalisant 3] (buitengewoon opsporingsambtenaar), voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op 13 november 2013 werd door mij als forensisch onderzoeker een forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met een inbraak woning.
Onderzoekslocatie :
Het onderzoek is verricht in de woning aan de [a-straat 1] te Chaam. Aan de rechterzijde van de woning was een inrit gelegen welke leidde naar een garage. Tussen de woning en de garage was een slotvast (cilinderslot) afgesloten houten poort gelegen. Aan de achterzijde van de woning was een omheinde plaats/tuin gelegen. Aan de linkerzijde van de woning was de woonkamer gelegen welke aan de achterzijde was voorzien van dubbele houten slotvast (cilinderslot met veiligheidsbeslag) afgesloten tuindeuren. Aan de binnenzijde van het cilinderslot stak een sleutel in het sleutelgat.
Onderzoek plaats delict:
Vermoedelijk werd met een werktuig in de sluitnaad van het schild van het slot van de poort gewrikt waardoor het schild werd omgebogen waardoor de cilinder vrijkwam. Vermoedelijk werd met een tang de cilinder afgebroken en daarna verwijderd. Door mij werd de afgebroken cilinder aan de buitenzijde van de poort op de grond aangetroffen. Met vermoedelijk een boor van circa 9 millimeter werd in de tuindeur naast het veiligheidsschild een gat geboord. Met een voor mij onbekend voorwerp werd via het gat de sleutel bediend en daarna de tuindeur geopend.
De volgende sporen werden in het belang van nader onderzoek veiliggesteld:
SIN: AAGE5917NL
Plaats veiligstellen: afgebroken cilinder buitenzijde poort
Met betrekking tot feit 2
4.
Het proces-verbaal van aangifte (met bijlage) d.d. 13 november 2013, doorgenummerde dossierpagina’s 818 en 819, opgemaakt door [verbalisant 4] (agent), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [betrokkene 2] , zakelijk weergegeven:
Op 12 november 2013 omstreeks 20.30 uur heb ik mijn woning aan de [b-straat 1] te Chaam volledig intact afgesloten. Op 13 november 2013 omstreeks 07.45 uur kwam ik beneden in de woonkamer. Ik zag dat mijn laptop die onder de eettafel op een stoel lag weg was. Ik ben naar de keuken gelopen en ik zag dat de achterdeur op een kier stond. Ik zag dat de poort die via de oprit aan de linkerzijde van de woning te bereiken is open stond. Ik zag dat het slot geforceerd was. Deze was slotvast afgesloten. Ik zag dat er bij de achterdeur van buitenaf rechts naar de slotplaat een gat zat.
Onder meer de volgende goederen zijn ontvreemd:
- een bos sleutels met hieraan: huissleutels, autosleutels en de huissleutels van de woning van mijn moeder;
- telescoop (Swarovski).
Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.
De bij de aangifte gevoegde bijlage weggenomen goederen houdt in (dossierpagina’s 820 tot en met 823), zakelijk weergegeven:
1 notebook merk HP Pavillon
1 notebook merk Lenovo
1 verrekijker merk Leica
1 verrekijker merk Swarovski
1 fotocamera merk Panasonic
1 filmcamera merk Sony
1 batterij merk Sony
1 fotocamera Canon
1 telefoon Samsung N300
1 filmtas, kleur zwart
1 telefoon merk Samsung type Gio
1 E-reader merk Sony
1 portemonnee, inhoud EUR 250-300,-, bankpas, rijbewijs, verzekeringspas VGZ
1 bodywarmer, kleur bruin
5.
Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 16 november 2013, doorgenummerde dossierpagina’s 828 en 829, opgemaakt door [verbalisant 3] (buitengewoon opsporingsambtenaar), voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op 13 november 2013 werd door mij als forensisch onderzoeker een forensisch onderzoek naar sporen verricht in verband met een inbraak woning.
Onderzoekslocatie:
Het onderzoek is verricht in een woning aan de [b-straat 1] te Chaam. Aan de linkerzijde van de woning was een inrit gelegen welke leidde naar een garage. Tussen de woning en garage was een slotvast (cilinderslot met aluminium beslag) afgesloten houten poort gelegen. Aan de linker achterzijde van de woning was de keuken gelegen welke was voorzien van een slotvast (cilinderslot met veiligheidsbeslag) afgesloten houten/glas buitendeur. Aan de binnenzijde van de buitendeur van de keuken stak een sleutel in het sleutelgat van het slot.
Onderzoek plaats delict:
Vermoedelijk werd met een werktuig in de sluitnaad van de aluminium schild aan de buitenzijde van de poort gewrikt waardoor het schild werd omgebogen en de cilinder aan de buitenzijde vrij kwam. Met vermoedelijk een tang werd de buitenste deel van de cilinderslot afgebroken en verwijderd. Het afgebroken buitenste deel van de cilinder werd door de aangever teruggevonden. Met vermoedelijk een boor van circa 9 millimeter werd rechts naast het veiligheidsbeslag van de houten buitendeur van de keuken een gat doorboord. Met een voor mij onbekend voorwerp werd vermoedelijk via het gat de sleutel bediend waardoor het slot werd ontsloten en daarna de buitendeur van de keuken werd geopend.
De volgende sporen werden in het belang van nader onderzoek veiliggesteld: SIN: AAGE5915NL
Plaats veiligstellen: op grond bij poort/inrit
Met betrekking tot feit 5
6.
Het proces-verbaal van aangifte (met bijlage) d.d. 13 november 2013, doorgenummerde dossierpagina’s 874 en 875, opgemaakt door [verbalisant 5] (hoofdagent), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [betrokkene 3] , zakelijk weergegeven:
Ik ben de bewoner van de woning gelegen op het adres [c-straat 1] Bavel. Op 11 november 2013 omstreeks 23.00 uur ben ik naar bed gegaan. Wij hebben toen de woning geheel intact afgesloten en het alarmsysteem ingeschakeld. Op 12 november 2013 omstreeks 04.45 uur werd ik wakker van het alarm dat afging. Ik ben direct naar beneden gegaan. Ik zag op het scherm van het alarm dat de ruimte speelkamer aangegeven stond. Ik ben hier vervolgens naartoe gegaan en zag dat de deur van deze ruimte open stond. Ik zag dat het cilinderslot totaal geforceerd was. De speelkamer bevindt zich aan de achterzijde van de woning en is grenzend aan de tuin achter de woning. Ik zag dat er vanaf het keukenblad welke zich recht tegenover de geforceerde deur bevindt meerdere goederen waren weggenomen. Dit betreffen de goederen genoemd in de goederenbijlage. Aan niemand werd het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van het feit.
De bij de aangifte gevoegde bijlage weggenomen goederen houdt in (dossierpagina’s 876 tot en met 879), zakelijk weergegeven:
1 telefoon merk Apple iPhone 4s
1 telefoon merkjSamsung Galaxy S
1 babyfoon merk Alecto
1 tablet merk Apple iPad 2 met grote barst in het scherm
1 MP3-speler merk Apple iPod Touch
1 damestas, kleur paars
1 portemonnee, kleur rood
geldbedrag (EUR 8,- op Chipknip)
geldbedrag (EUR 30,- in contanten)
1 VVV cheque ter waarde van EUR 105,-
1 Lief! waardebon ter waarde van EUR 30,-
1 Boekenbon ter waarde van EUR 65,-
1 rijbewijs uit 2012
1 Dinnerbon ter waarde van EUR 50,-
1 stuks make-up (lipverzorging)
1 pincet merk Tweezerman
Geldbedrag (EUR 7,- op chipknip)
1 rijbewijs uit 2008
1 Cadeaubon
7.
Het proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 12 februari 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 880 tot en met 882, opgemaakt door [verbalisant 2] (brigadier), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [betrokkene 3] , zakelijk weergegeven:
Noot verbalisant:
Voor de teruggave van goederen aan aangever werd deze geconfronteerd met deze goederen. In dezelfde ruimte waar deze goederen uitgestald waren, bevonden zich ook andere goederen die gelijktijdig op dezelfde locatie in beslag genomen waren.
V. Heeft u wellicht tussen de uitgestalde goederen enig goed gezien dat bij nader inzicht ook vanuit uw woning was weggenomen?
A. Ja, ik herkende nog een rode cover voor mijn iPad, een laadstation voor de babyfone en een laadsnoer voor mijn iPhone.
8.
Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 12 november 2013, doorgenummerde dossierpagina s 883 en 884, opgemaakt door [verbalisant 6] (buitengewoon opsporingsambtenaar), voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op 12 november 2013 werd door mij als forensisch onderzoeker een onderzoek naar sporen verricht in verband met een gekwalificeerde diefstal in/uit een woning.
Onderzoekslocatie:
Het onderzoek is verricht in een woning gelegen de [c-straat 1] te Bavel. In de woning bevond zich aan de rechterachterzijde een speelkamer voor de kinderen. Deze kamer was in de achtergevel voorzien van een houten toegangsdeur met cilindersluiting.
Onderzoek plaats delict:
Op onbekende wijze werd de rozet van de cilindersluiting verwijderd waardoor de cilinder vrij kwam. Met een tang werd vervolgens de cilinder afgebroken. Met een voor mij onbekend voorwerp werd het slot bediend en de deur geopend. Via de ontstane opening werd de woning binnengedrongen. Het afgebroken deel van de cilinder werd door mij veiliggesteld voor sporenonderzoek.
De volgende sporen werden in het belang van nader onderzoek veiliggesteld:
SIN: AAGE4525NL
Plaats veiligstellen: op afgebroken cilinder achterdeur
Met betrekking tot de feiten 1, 2 en 5
9.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 december 2013, doorgenummerde dossierpagina’s 406 en 407, opgemaakt door [verbalisant 1] (agent), voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op 13 november 2013 heb ik op het adres [a-straat 1] te Chaam een aangifte opgenomen in verband met een woninginbraak. Ik hoorde de aangever, [betrokkene 1] , zeggen dat hij op zijn iPad de software ‘FindmyiPhone’ geïnstalleerd had. Hierdoor zag hij omstreeks 09.15 uur dat zijn iPad kort ingeschakeld was op het adres [d-straat 1] te Tilburg. Het RTIC heeft vervolgens de iPad in de gaten gehouden. Ik heb tussen 10.00 en 14.00 uur verschillende malen contact gehad met het RTIC. Ik hoorde [verbalisant 7] van het RTIC zeggen dat de iPad verschillende malen in en uitgeschakeld werd, maar dat deze steeds op hetzelfde adres bleef uitstralen: [d-straat 1] te Tilburg.
10.
Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 november 2013, doorgenummerde dossierpagina’s 418 en 419, opgemaakt door [verbalisant 8] (hoofdagent), voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op 13 november 2013 omstreeks 17.00 uur was ik belast met werkzaamheden bij de politie Midden en West Brabant. Onze komst werd verzocht in verband met het feit dat er in Chaam een woninginbraak had plaatsgevonden waarbij onder andere een iPad was meegenomen. Deze iPad was voorzien van een volg-app. De iPad werd uitgepeild op het adres [d-straat 1] te Tilburg. Met verschillende collega’s ter plaatse gegaan. Wij hadden afgesproken dat als de iPad werd geactiveerd we het pand zouden betreden. Hierop zou dan via de gemeenschappelijke meldkamer het alarm op de iPad in werking worden gezet zodat wij konden vaststellen waar deze zich op dat moment bevond in het pand.
Ik hoorde dat over de portofoon werd doorgegeven dat de iPad actief was. De achterdeur was geopend waardoor we vrije toegang in het pand verkregen. Ik opende een deur en achter deze deur zat een vaste trap welke toegang gaf tot een bovenverdieping. Ik opende een deur gelegen aan de linkerzijde en op deze kamer zag ik vier personen zitten. Dit betreft de later aangehouden verdachten [medeverdachte 1] , geboren [geboortedatum] -1976, [medeverdachte 2] , geboren [geboortedatum] -1975, [medeverdachte 3] , geboren [geboortedatum] - 1976, en [verdachte] , geboren [geboortedatum] -1980. Alle mannen waren gekleed in hun onderbroek en T-shirt.
Er werd doorgegeven dat de iPad weer actief was en ik heb opdracht gegeven om het alarm af te laten gaan. Wij hoorden een piep signaal. Dit signaal kwam vanachter een houten schot vandaan in de zolderkamer waar wij ons op dat moment bevonden. Het betreft een soort opbergplek onder de schuine kant van het dak. Ik zag achter dit schot verschillende rugtassen staan. Ik hoorde dat uit een van deze rugtassen het geluid kwam. Ik zag dat de ritssluiting geopend was en zag in de rugzak een laptop en een iPad zitten. Ik zag dat de rugzak helemaal gevuld was.
11.
Elf kennisgevingen van inbeslagneming d.d. 13 of 14 november 2013, opgenomen in het (niet doorgenummerde) deel 4 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
(…)
12.
Een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 13 november 2013 met registratienummer PL204F- 2013226421-29, opgenomen in het (niet doorgenummerde) deel 4 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Inbeslagneming:
Plaats: [d-straat 1] te Tilburg
Datum: 13 november 2013
Omstandigheden: Tas werd inbeslaggenomen in verband met een onderzoek naar ontvreemde goederen. Aan het bureau bleek dat er zich enkele gereedschappen in bevonden welke vermoedelijk zijn gebruikt bij diverse woninginbraken.
Volgnummer 5:
Goednummer: PL204F-2013226421 -1049533
Object: bahco
13.
Het proces-verbaal betreffende vergelijkend werktuigsporenonderzoek d.d. 18 februari 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 603 tot en met 608, opgemaakt door C. Kuup (onderzoeker werktuigsporen (i.o.)), voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Ontvangen materialen:
Op 12 december 2013 ontving ik:
- een afgebroken deel van profielcilinder, met daarin werktuigsporen, veiliggesteld en inbeslaggenomen tijdens een forensisch onderzoek naar aanleiding van een woninginbraak, [a-straat 1] te Chaam, SIN AAGE5917NL, nader te noemen [1];
- een afgebroken deel van een profielcilinder, met daarin werktuigsporen, veiliggesteld en inbeslaggenomen tijdens een forensisch onderzoek naar aanleiding van een woninginbraak, [b-straat 1] te Chaam, SIN AAGE5915NL, nader te noemen [2];
- een afgebroken deel van een profielcilinder, met daarin werktuigsporen, veiliggesteld en inbeslaggenomen tijdens een forensisch onderzoek naar aanleiding van een woninginbraak, [c-straat 1] te Bavel, SIN AAGE4525NL, nader te noemen [3];
- een verstelbare schroefsleutel (bahco), goednummer 1049533, nader te noemen [A].
Vraagstelling:
Zijn de werktuigsporen in de afvormingen [1], [2] en [3] veroorzaakt door de verstelbare schroefsleutel (bahco) [A]?
Onderzoek:
(…)
Conclusie:
Op grond van het vergelijkend werktuigsporenonderzoek concludeer ik dat de werktuigsporen in de afgebroken profielcilinders [1], [2] en [3] zijn veroorzaakt met de verstelbare schroefsleutel [A].
14.
De processen-verbaal van verhoren verdachte d.d. 14 november 2013, 22 november 2013, 7 februari 2014 (twee maal) en 3 april 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 102 e.v., 107 e.v., 111 e.v., 118 e.v. en 125 e.v., opgemaakt door respectievelijk [verbalisant 9] (hoofdagent) en [verbalisant 10] (hoofdagent), [verbalisant 11] (brigadier) en [verbalisant 12] (hoofdagent), [verbalisant 13] (hoofdagent) en [verbalisant 14] (brigadier) en [verbalisant 13] (hoofdagent) en [verbalisant 15] (ambtenaar), voor zover inhoudende dat de verdachte bij die verhoren telkens een adres in Roemenië en geen verblijfadres in Nederland heeft opgegeven.
15.
Een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 13 november 2013 met registratienummer PL204F- 2013226421-28, opgenomen in het (niet doorgenummerde) deel 4 van het dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Inbeslagneming:
Plaats: [d-straat 1] te Tilburg
Datum: 13 november 2013
Omstandigheden: Aangetroffen in een zolderruimte gelegen aan [d-straat 1] te Tilburg. Aangetroffen in de kamer voor het schot.
Volgnummer 1 :
Goednummer: PL204F-2013226421-1049519
Object: weekendtas
Kleur: blauw
Bijzonderheden: met inhoud
16.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 7 februari 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 118 tot en met 124, opgemaakt door [verbalisant 13] (hoofdagent) en [verbalisant 14] (brigadier), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte, zakelijk weergegeven (V = vraag verbalisanten, O = opmerking verbalisanten, A = antwoord verdachte):
V: Wij hebben een tas in de woning [het hof begrijpt: [d-straat 1] te Tilburg] gevonden. Weet u van wie deze tas is?
O: Wij tonen hem foto 1049519 met daarop een blauwe weekendtas.
A: Ja, die is van mij en alles wat er in zit is ook van mij.
17.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 3 april 2014, doorgenummerde dossierpagina’s 125 tot en met 131, opgemaakt door [verbalisant 13] (hoofdagent) en [verbalisant 15] (ambtenaar), voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte, zakelijk weergegeven (V = vraag verbalisanten, A = antwoord verdachte):
V: Kwam u vaak in de kamer op de [d-straat 1] te Tilburg waar u werd aangehouden?
A: Misschien inderdaad elke dag.
V: [...]
A: Ik had daar ook mijn tas staan met mijn scheerspullen, handdoek en kleding.
V: Welke goederen in de kamer waren van u?
A. De scheerspullen, de kleding, die in de tas zaten, mijn scheerspullen, mijn portemonnee en mijn jas.”
6. Het bestreden arrest bevat voorts nog de volgende bewijsoverwegingen:
“De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
De verdediging heeft betoogd dat verdachte van de onder 1, 2 en 5 primair ten laste gelegde woninginbraken moet worden vrijgesproken.
Daartoe is aangevoerd dat verdachte niet verbleef in de kamer aan de [d-straat 1] , dat hij een geloofwaardige verklaring heeft gegeven voor zijn aanwezigheid daar op het moment van zijn aanhouding, dat uit de camerabeelden blijkt dat verschillende personen het pand aan de [d-straat 1] in en uit liepen zodat de dadergroep breder kan worden getrokken dan de aangehouden personen (waaronder verdachte) en dat op de weggenomen goederen geen sporen van verdachte zijn aangetroffen. Als laatste bevat het dossier geen enkel bewijsmiddel voor de directe betrokkenheid bij de ten laste gelegde inbraken.
Het hof overweegt als volgt.
Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen blijkt:
dat in gedurende de dagen 11, 12 en 13 november 2013 is ingebroken in de woningen aan de [a-straat 1] te Chaam (feit 1), aan de [b-straat 1] te Chaam (feit 2) en aan de [c-straat 1] te Bavel (feit 5) en dat uit deze woningen een groot aantal goederen is weggenomen;
dat een deel van die weggenomen goederen op 13 november 2013 door de politie is aangetroffen in het pand aan de [d-straat 1] te Tilburg, alzo betrekkelijk korte tijd nadat deze goederen waren weggenomen uit de hiervoor genoemde woningen;
dat verdachte eveneens op 13 november 2013 door de politie is aangetroffen in dat pand in de nabijheid van verschillende goederen die afkomstig bleken te zijn uit de hiervoor genoemde woningen.
Voorts is tijdens het sporenonderzoek in de woning aan de [d-straat 1] , de woning waar verdachte verbleef, een verstelbare schroefsleutel (bahco) aangetroffen en veiliggesteld. Bij de verschillende sporenonderzoeken in de bij de onderhavige feiten betrokken woningen zijn werktuigsporen veiliggesteld en in beslaggenomen. Deze veiliggestelde bahco en werktuigsporen zijn vervolgens onderworpen aan een vergelijkend werktuigsporenonderzoek. Op grond van dat onderzoek is geconcludeerd dat de werktuigsporen door de bahco zijn veroorzaakt.
Namens de verdachte is betoogd dat verdachte niet verbleef in de woning aan de [d-straat 1] , maar in een woning niet ver daar vandaan. Hij had in die woning echter geen douche, zodat hij douchte in de woning aan de [d-straat 1] . Verdachte verbleef en at dan ook wel bij de andere personen die in die woning aanwezig waren, maar hij sliep altijd in zijn eigen woning. Hierin kan de verklaring worden gevonden voor het op 13 november 2013 door de politie aantreffen van douche- en scheerspullen van verdachte in de woning aan de [d-straat 1] , aangezien hij daar op bezoek was.
Het hof overweegt hiertoe het volgende.
Verdachte heeft bij zijn verhoren bij de politie geen verblijfadres in Nederland opgegeven. Voorts heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij elke dag in de woning aan de [d-straat 1] kwam.
Uit het dossier volgt dat in de woning aan de [d-straat 1] op 13 november 2013 door de politie vier personen, allen gekleed in slechts een onderbroek en een T-shirt werden aangetroffen en dat de politie op 13 november 2013 een weekendtas met verschillende goederen, waaronder kleding en toiletartikelen, van verdachte aantroffen. Het hof is van oordeel dat verdachte, hoewel hij wellicht niet stond ingeschreven aan het adres [d-straat 1] , daar feitelijk wel verbleef. Gelet hierop verwerpt het hof het verweer.
Namens de verdachte is voorts betoogd dat de verklaringen van de verdachte niet voor het bewijs mogen worden gebruikt, omdat verdachte de vraagstelling van de verhorende verbalisanten met begreep. Verdachte is niet deugdelijk gewezen op zijn rechten en plichten, in ieder geval niet bij de toestemmingsverklaring voor afname van DNA-materiaal en bij de afstandsverklaring van in beslaggenomen goederen.
Het hof overweegt hiertoe dat het heeft vastgesteld dat de verhoren van de verdachte telkens met bijstand van een tolk hebben plaatsgevonden, met inbegrip van het verhoor waarbij verdachte afstand heeft gedaan van in beslaggenomen goederen, en verdachte eveneens bijstand van een tolk heeft gehad bij de uitleg met betrekking tot het verzoek vrijwillig mee te werken aan het afstaan van zijn DNA.
Het hof heeft geen objectieve aanknopingspunten gevonden waaruit blijkt dat verdachte aan zijn rechten tekort is gedaan.
Op grond van al het voorgaande, in onderlinge samenhang beschouwd, komt het hof tot de slotsom dat het niet anders kan zijn dan dat het verdachte is geweest die de woninginbraken, ten laste gelegd onder 1, 2 en 5 heeft gepleegd. Hetgeen de raadsman voor het overige nog heeft aangevoerd kan daaraan niet afdoen.
Het hof verwerpt het verweer.”
7. In de toelichting op het middel wordt gemotiveerd uiteengezet dat uit de bewijsconstructie - zonder nadere motivering, die ontbreekt - niet zonder meer volgt dat en op welke wijze het hof met verwerping van het vrijspraakverweer tot de conclusie is gekomen dat uitgerekend verdachte, en nog wel als pleger (en niet als medepleger), te linken is aan (alleen) de bewezenverklaarde feiten 1, 2 en 5. De steller van het middel uit het vermoeden dat de aangetroffen bahco een essentiële rol vervult in de bewijsvoering, maar stelt vervolgens vast dat uit de bewijsconstructie niet duidelijk wordt hoe deze baco specifiek aan verdachte kan worden gelinkt. Wellicht heeft het hof hier bedoeld te bewijzen dat de baco in de tas van verdachte is aangetroffen, maar ook dat volgt niet direct uit de bewijsmiddelen, terwijl het hof heeft nagelaten om de relatie tussen de tassen uit de verschillende bewijsmiddelen (12 en 15) te duiden. Het middel concludeert dat zonder een concrete link tussen verdachte en de aangetroffen bahco geen begrijpelijke motivering bij de bewezenverklaring van de feiten 1,2 en 5 resteert en de concrete betrokkenheid van verdachte bij de onder 1, 2 en 5 bewezenverklaarde inbraken niet afdoende is onderbouwd.
8. In eerste aanleg wordt medeplegen/plegen van tien inbraken tenlastegelegd, met als subsidiaire varianten opzet- en schuldheling van de aangetroffen goederen afkomstig van die inbraken. De rechtbank spreekt verdachte vrij van alle feiten, behoudens de schuldheling van twee blouses/overhemden afkomstig van een woninginbraak tenlastegelegd als feit 6, nu die blouses/overhemden zich in zijn blauwe weekendtas bevonden. Zowel de verdachte als het openbaar ministerie gaan in hoger beroep. Dit maal worden negen van de tien inbraken op eenzelfde wijze en in dezelfde volgorde tenlastegelegd. Alleen het tiende feit maakt geen deel meer uit van het hoger beroep. Het hof komt tot een bewezenverklaring van de inbraken als tenlastegelegd onder feit 1, 2 en 5. Van de rest spreekt het hof verdachte vrij en overweegt daartoe het volgende (cursivering van mijn hand):
“Vrijspraak van het onder 3, 4, 6, 7, 8 en 9 telkens primair en subsidiair ten laste gelegde
Uit het dossier blijkt dat in het pand aan de [d-straat 1] te Tilburg door de politie een groot aantal goederen is aangetroffen die van misdrijf afkomstig bleken te zijn. Verdachte is op 13 november 2013 eveneens in dit pand door de politie aangetroffen en aangehouden.
De aangetroffen goederen zijn weliswaar te herleiden naar de woningen waar deze blijkens aangiften uit zijn weggenomen, maar met betrekking tot het eventueel door de verdachte voorhanden krijgen van deze goederen is niets vastgesteld kunnen worden.
Bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij de onder 3, 4, 6, 7, 8 en 9 primair ten laste gelegde woninginbraken dan wel bij de daarbij telkens subsidiair ten laste gelegde opzet- of schuldheling ontbreekt derhalve. Het hof zal hem dan ook van die feiten vrijspreken.
Partiële vrijspraak van het onder 1, 2 en 5 telkens primair ten laste gelegde
Aan de verdachte is telkens ten laste gelegd dat hij de onder 1, 2 en 5 primair ten laste gelegde woninginbraken tezamen en in vereniging met (een) ander(en) heeft gepleegd. Het hof is echter van oordeel het bewijs daarvoor tekortschiet, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.”
9. De gehanteerde bewijsconstructie maakt de lezer van het arrest op het eerste gezicht niet veel wijzer met betrekking tot de vraag waarom er voor de feiten 1, 2 en 5 is veroordeeld en van de overige feiten is vrijgesproken en evenmin met betrekking tot vraag waarom het hof kiest voor plegen en niet voor medeplegen. Gaat het hof ervan uit dat bij de feiten 1, 2 en 5 wel is bewezen dat verdachte die goederen voorhanden had? Vaststaat dat goederen afkomstig van de onder 1, 2 en 5 bewezenverklaarde inbraken (zeer) kort na die inbraken aanwezig waren in een woning waar verdachte ten tijde van het aantreffen van die goederen samen met nog drie anderen verbleef, dat tevens aldaar een bij de bewezenverklaarde feiten gebruikt inbrekerswerktuig (bahcosleutel) is aangetroffen en dat die woning kan worden aangemerkt als de verblijfplaats van verdachte, alsmede dat er ten tijde van het aantreffen van die goederen nog drie andere personen in de woning aanwezig waren. Het is gelet op het ontbreken van enige aannemelijke verklaring van de aanwezige personen niet gewaagd om te concluderen dat een of meer van die aanwezige personen bij de bewezenverklaarde inbraken betrokken zijn geweest. De vraag is of dat voldoende is voor een veroordeling van verdachte als pleger of dat daarvoor nog diens nadere betrokkenheid moet blijken.
10. De toelichting op het middel beklemtoont met name het ontbreken van een aanwijzing voor die nadere betrokkenheid van verdachte. Een blik over de papieren muur wijst uit dat de tas uit bewijsmiddel 12 waarin de bahco is aangetroffen, een meerkleurige, camouflage bruin/kaki, rugzak van het merk Eastpak betreft. Uit de bewijsconstructie blijkt verder niet aan wie deze rugzak toebehoort. Verdachte heeft immers alleen erkend dat de blauwe weekendtas met inhoud uit bewijsmiddel 15 van hem is (bewijsmiddel 16). Nalezing van de kennisgeving inbeslagname (bewijsmiddel 15) van de blauwe weekendtas wijst uit dat er in die tas wel een aantal goederen zaten, maar niet goederen die afkomstig zouden zijn van de inbraken zoals die onder feit 1, 2 en 5 zijn bewezenverklaard.
11. Van het hof behoeft geen motivering te worden verlangd van de omstandigheid dat het de drie andere aanwezige personen die verbleven in de woning niet heeft aangemerkt als medeplegers. Het hof heeft dat kennelijk niet aangedurfd. Enige accentuering van juist de positie van verdachte als pleger is er wel. Immers de procesopstelling van verdachte is dat hij zijn aanwezigheid in de woning tracht te minimaliseren. Het hof heeft daar in de bewijsoverweging terecht korte metten mee gemaakt. Deze accentuering vult de aanwezigheid van de ‘vers’ gestolen goederen, het bij de feiten gebruikte inbrekersgereedschap en het ontbreken van enige opheldering van de kant van verdachte aan.
12. Hoe dan ook is de bewijsvoering in deze zaak bepaald niet overvloedig, maar ik houd het er voor dat de bewijsconstructie net niet ontoereikend of onbegrijpelijk is. Ik zal niet verhelen dat voor mij daarbij een rol speelt dat in de woning een zeer grote hoeveelheid deels ‘vers’ gestolen goederen zijn aangetroffen (gesproken wordt in de stukken van een rovershol), terwijl daarvoor geen enkele verklaring wordt gegeven.
13. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid RO ontleende overweging.
14. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
15. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG