ECLI:NL:PHR:2016:1154

ECLI:NL:PHR:2016:1154, Parket bij de Hoge Raad, 04-10-2016, 15/03920

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 04-10-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/03920
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2016:2653
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Machtiging raadsman, naar eigen zeggen beperkt? Art. 279 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2003:AF4323 inhoudende dat een machtiging niet kan worden beperkt tot bepaalde onderdelen van het voeren van de verdediging. De rechter mag geen onderzoek instellen omtrent de vraag of de advocaat die stelt bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd, dit naar waarheid verklaart of naar de reikwijdte van zijn verklaring dat hij gemachtigd is. Gegronde klacht dat het hof, mede gelet op het belang van art. 279 Sv, voorbij had moeten gaan aan de t.t.z. gedane verklaring van raadsman dat verdachte hem “beperkt” had gemachtigd en dat het hof de zaak vervolgens ten onrechte bij verstek heeft afgedaan. CAG: anders.

Uitspraak

6. Het centrale punt van de tweede klacht is dat het oordeel van het hof dat de raadsman van de verdachte niet op grond van art. 279 Sv uitdrukkelijk was gemachtigd tot het voeren van de verdediging onbegrijpelijk is. Daartoe wordt aangevoerd dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 31 juli 2015 inhoudt dat de raadsman heeft gesteld dat hij wel over een dergelijke machtiging beschikte. Dat proces-verbaal houdt evenwel ook in dat de raadsman nadien heeft verklaard dat hij slechts was gemachtigd tot het doen van een aanhoudingsverzoek en niet (ook) “voor de inhoudelijke behandeling van de zaak.” Het hof heeft dat kennelijk en niet onbegrijpelijk opgevat als een mededeling dat de raadsman niet gemachtigd was tot het voeren van de verdediging. De mededeling van de raadsman is onnavolgbaar. Als hij bedoelt te zeggen dat hij is gemachtigd om een aanhoudingsverzoek te doen ter effectuering van het aanwezigheidsrecht dan is dat niet te volgen omdat daarvoor geen machtiging nodig is, terwijl hij bovendien een dergelijk verzoek niet doet. Als hij bedoelt te zeggen dat hij is gemachtigd in het kader van een getuigenverzoek om aanhouding te vragen is dat een niet toegelaten beperking van een machtiging. Deze klacht mist eveneens feitelijke grondslag.

7. Tot slot wordt nog geklaagd over het oordeel van het hof dat de raadsman van de verdachte niet bevoegd was tot het doen van een wrakingsverzoek. Voor zover de opmerking dat het hier gaat om een “een onjuist en onhoudbaar standpunt/oordeel” van het hof al als een cassatieklacht moet worden gelezen, kan deze om de hiervoor besproken redenen niet tot cassatie leiden.

8. Het middel faalt evident en kan worden afgedaan op de voet van art. 80a RO.

9. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in cassatie.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Het proces-verbaal houdt wel in dat aanhoudingsverzoeken zijn gedaan met het oog op het horen van getuigen. Op die verzoeken wordt in de toelichting op het middel wel gewezen, een klacht over de afwijzing daarvan lees ik in die toelichting echter niet.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?