Bewijsmiddel 10:
“Proces-verbaal van bevindingen, [betrokkene 3] , d.d. 6 februari 2008 (bijlage Z-5), zakelijk weergegeven onder mee inhoudende:
(…)
Aangetroffen emailcorrespondentie in I-pod:
In de I-pod van verdachte [verdachte] bevond zich onder meer een map met de naam [betrokkene 3] . In deze map bevonden zich diverse zogenaamde 419 documenten, vele emailberichten afkomstig van cq verzonden naar [betrokkene 3] en een kopie van zijn paspoort en rijbewijs.
Deze documenten waren opgeslagen in de I-pod : ‘ [verdachte] (F:)
Hoofdbestandsmap : ‘mo’
submap : ‘2007’
submap : ‘alph’
Submap : ‘ [betrokkene 3] ’
Dit betreffen onder meer de volgende documenten:
• Het eerste aangetroffen emailbericht tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 6] van [A] BV is van 13 februari 2007. [betrokkene 3] zou $ 17.000.000,00 USD ontvangen, (blz 1)
• Kopie paspoort [betrokkene 3] en een energienota van [betrokkene 3] (blz 4 tm 6)
• een email afkomstig van [betrokkene 3] waaruit blijkt dat [betrokkene 3] op 19 februari 2007 naar Nederland komt (blz 7)
• een bevestiging van de afspraak door [betrokkene 6] , met de telefoonnummers + [001] en + [002] waarin tevens wordt medegedeeld dat [betrokkene 3] €12.850,- moet betalen en een “Relaese Order” moet ondertekenen (blz 9 en 10)
• een email met verzoek “the fee” over te maken naar de BBAC BANK te Cypres aan rekeninghouder [betrokkene 7] op rekeningnummer [003] (blz 12)
• een email van [betrokkene 3] aan [betrokkene 6] van [A] -bv, met als bijlage een “wire transfer” betreffende hiervoor genoemde betaling van €12.850,-. Tevens bevestigd [betrokkene 3] een afspraak op 13 maart 2007 in Amsterdam (blz 14, 15 en 16)
• email correspondentie tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 8] van 26 februari 2007 t/m 07 maart 2007. Hierin wordt gemaild over het “project”, hoe de betalingen geregeld moeten worden en er worden afspraken gemaakt [betrokkene 8] adviseert voornamelijk, (blz 17 tm 29)
• een email van [betrokkene 9] . In deze mail legt [betrokkene 9] uit dat hij erg ziek is, dat hij een fonds van US $17.000.000,00 bij een financieel (p.9) en veiligheidsbedrijf in Europa. Dit geld wil hij besteden aan een goed doel. Degene die hem helpt ontvangt 30% uit van dit bedrag. (blz 30)
• 7 pagina’s met betrekking tot deze oplichting zijnde een emailwisseling, inclusief een afspraak in Amsterdam op 20 maart 2007 (blz 31 t/m 37)
• een “wire transfer” formulier betreffende een betaling van [betrokkene 3] aan [betrokkene 7] van $30,977,07, omgerekend €22.700- (blz 38 en 39)
• een email met als bijlage een “wire transfer”formulier betreffende een betaling van [betrokkene 3] aan [betrokkene 7] van $138.954,09, omgerekend €102.300,- (blz 41 en 42)
• 4 pagina’s met betrekking tot deze oplichting zijnde een emailwisseling om te komen tot een betaling van USD 349,350,- op een bank op Cypres (blz. 43 tm 46)
• een “wire transfer”formulier betreffende een) betaling van [betrokkene 3] aan [betrokkene 7] van $349.550,- omgerekend €258.169,65' (blz. 47 en 48)
• 12 pagina’s met betrekking tot deze oplichting zijnde een emailwisseling om te komen tot een betaling van USD 255.000,- op een bank op Cypres, (blz. 51 t/m 62)
• een contract welke ondertekend is door [betrokkene 6] en nog ondertekend moet worden door [betrokkene 8] en [betrokkene 3] (blz 63)
• 4 pagina’s met betrekking tot deze oplichting zijnde een emailwisseling om te komen tot een betaling van USD 130.000,- op een bank op Cypres in de stad Limassol (blz 64 tm 67)
• een “wire transfer”formulier betreffende een betaling van [betrokkene 3] aan [B] van $130.000,- (blz 68 en 69)
• 6 pagina’s met betrekking tot deze oplichting zijnde een emailwisseling om te komen tot een betaling van USD 75.000,- op een bank op Cypres in de stad Limassol. Op blz 73 een mail van [betrokkene 6] aan [betrokkene 3] de rekeninggegevens. Dit betreffen de Byblos Bank Sal, St Andrew, Limassol. Cyprus. De swiftcode is [004] ,De rekeninghouder is [C] Co. Het rekeningnummer is [005] Filenummer [006] (blz 70 tm 75)
(p.9)
• 16 pagina’s met betrekking tot deze oplichting zijnde een emailwisseling waarin wordt medegedeeld dat [betrokkene 3] een ‘Drug Free Clearance Certificate’, een Euroclear Central Securities Depository Clearance Certificate en een Clear Source of Funds nodig heeft om zijn koffers te krijgen. De totale kosten voor deze formulieren bedragen US$ 64.775,33 (blz. 76 tm 91)
• 6 pagina’s met betrekking tot deze oplichting zijnde een emailwisseling over een ontmoeting bij de Nederlandse bank op 25 oktober 2007. Tevens wordt medegedeeld dat er iets mis is gegaan met de betaling. (94 t/m 99)
• 14 pagina’s met betrekking tot deze oplichting zijnde email gericht aan [betrokkene 3] en afkomstig van [betrokkene 6] . Dit betreffen een mededeling dat [betrokkene 3] €12.850,- opslagkosten moet betalen. [betrokkene 3] wordt verzocht een kopie paspoort, een kopie “deposit agreement” en een kopie van zijn energienota te sturen. Bankgegevens van de bank in Cypres worden doorgegeven. Er wordt medegedeeld dat de chemicaliën niet meer werken en dat er nieuw gekocht moet worden, 1 van de keuzes is een bedrag van €22.700,-. (blz 106) Er wordt een afspraak bevestigd voor 25 september 2007 om de koffers te leveren. Er moet US$ 64.77533 voor eerder genoemde formulieren (blz. 100 t/m 113) betaald worden.”
De steller van het middel klaagt ten aanzien van bovenstaande passage dat hierin telkens is opgenomen: “[aantal] pagina’s met betrekking tot deze oplichting” en dat dit een gevolgtrekking inhoudt die aan de rechter is voorbehouden. Voor zover in dit bewijsmiddel wordt gerelateerd over “deze oplichting” houdt dit relaas telkens een ontoelaatbare conclusie in, nu dit een aan de rechter voorbehouden oordeel bevat. Dit behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden, nu het hof kennelijk heeft geoordeeld, hetgeen op grond van de overige bewijsmiddelen niet onbegrijpelijk is, dat deze conclusie telkens terecht is getrokken, zodat die conclusie telkens kan worden vereenzelvigd met een door het hof gemaakte gevolgtrekking. Voor zover in dit verband nog wordt geklaagd dat voor wat betreft voornoemde conclusies niet zonder meer duidelijk is dat deze betrekking hebben op het onder 2 bewezen verklaarde, heeft het hof kennelijk geoordeeld dat dit wel het geval is nu het door het hof is opgenomen in de bewijsvoering. Ik acht dit ook niet onbegrijpelijk gelet op de context waarin deze documenten zijn aangetroffen volgens het op ambtseed opgemaakte relaas van de verbalisant.
Bewijsmiddel 12:
“Proces-verbaal van bevindingen, [betrokkene 5], d.d. 7 februari 2008 (bijlage Z-7), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
(…)
Bevindingen aangetroffen I-pod:
In de I-pod van verdachte [verdachte] bevonden zich onder meer een map met de naam [betrokkene 5] (betreft [betrokkene 5] ) en diverse zogenaamde 419 documenten en e-mailberichten.
p.7
Hieronder volgt een overzicht van de aangetroffen documenten in de iPod van de verdachte [verdachte] die betrekking hebben op de oplichting van [betrokkene 5] .
(…)
• e-mailbericht (09.05.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij vraagt waarom nooit verteld is dat er een geldbedrag betaald moet worden ter verkrijging van zijn nalatenschap. In de mail staat overigens vermeld dat er 3,775.00 betaald dient te worden via Western Union op naam van [betrokkene 11] . De betaling kan niet in mindering gebracht worden op de nalatenschap en een deadline wordt aangegeven. [betrokkene 5] vraagt uitstel en verzoekt óm een eventuele lening (Z-7-7-9),
• e-mailbericht (10.05.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] als reactie op een van [betrokkene 10] ontvangen mail. Deze geeft aan geen lening te kunnen verstrekken maar biedt aan dat [betrokkene 5] dan maar de helft betaalt. [betrokkene 5] geeft dat hij dit geld gaat lenen (Z-7-7-10)
• e-mailbericht (29.05.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij aangeeft de dinsdag of woensdag daar het geld te zullen gaan sturen. De mail was een reactie op een eerdere mail van [betrokkene 10] aan [betrokkene 5] waarin hij aangeeft dat deze moet betalen via Western Union op naam van [betrokkene 12] , Adress, Amsterdam, the Netherlands (Z-7-7-1 5). j
• emailbericht (1.06.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij aangeeft betaald te hebben en voegt een kopie bij van het Western Union Money transfer formulier bij waaruit blijkt dat hij $ 3200 - AUD heeft betaald (Z-7-7-17). Dit betreft hetzelfde formulier als wat [betrokkene 5] eerder had toegezonden! (Z- 7-5)
p.8
• e-mailberichten (30.06.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij aangeeft wederom betaald te hebben en voegt een kopie bij van het Western Union Money transfer formulier bij waaruit blijkt dat hij $1604,- AUD heeft betaald (Z-7-7- 25126/27) Dit betreft hetzelfde formulier als wat [betrokkene 5] eerder had toegezonden! (Z-7-6)
• e-mailbericht (3.07.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij zich afvraagt waarom [betrokkene 10] niet meer reageert. Hij vraagt om een bevestiging van zijn erfenis van $7.550.000 (Z-7-7-30)
• meerdere e-mailberichten waaruit blijkt dat het geld van de erfenis pas uitbetaald kan worden nadat [betrokkene 5] in het bezit is gekomen van een anti terroristen certificate wat is ingesteld na 11 september. Voor de verkrijging van dit certificaat wordt [betrokkene 5] verwezen naar [betrokkene 13] van de International Corporate Bank.
• Anti Terrorist Certificate op naam van [betrokkene 5] afgegeven door het ‘Ministery of defence’ van de Republiek of Ghana (Z-7-7-40).
• Clearance Certificate op naam van [betrokkene 5] afgegeven door het ‘United Nations Monetary Clearance’ (Z-7-7-42).
• e-mailbericht (15.08.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij vraagt of [betrokkene 10] ‘the funds al heeft want ‘the L.C. bank’, met wie hij kennelijk in verbinding staat, vraagt wederom $ 1000,- dollar. Hij vraagt zich af waarom want hij heeft immers al het ‘transfer’geld betaald en hem de certificaten toegezonden (Z-7-7-46)
• diverse e-mails waarin [betrokkene 5] verzoekt om teruggave van de bedragen die hij reeds heeft betaald namelijk $ 4800,- AUD.
(…)
2. [betrokkene 10] :
Deze persoon deed zich voor als medewerker van de niet bestaande Citi Trust banking Corporation. Hij was, zo blijkt uit e-mail correspondentie, werkzaam op de afdeling ‘International Remittance Department’. [betrokkene 10] was de contactpersoon van [betrokkene 5] . Hij ‘begeleidde’ [betrokkene 5] in het verkrijgen van diens erfenis. Hij heeft hiertoe diverse e-mails verzonden met daarin richtlijnen ter verkrijging van deze erfenis. De betreffende richtlijnen hadden slechts één doel en dat was het slachtoffer [betrokkene 5] bewegen tot het doen van allerlei betalingen voor zogenaamde belasting, certificaten en dergelijke.
(…)
6. Anti terrorist certificate
Dit betreft een certificaat wat door de fraudeurs gebruikt is ter verkrijging van een geldbetaling door het slachtoffer (Z-7-7-40). De indruk wordt gewekt dat certificaat noodzakelijk is ter verkrijging van de erfenis. Uiteraard dient er betaald te worden voor dit certificaat. Het in deze zaak aangehaalde certificaat is zogenaamd afgegeven door het ministerie van defensie van de republiek Ghana.
7. Clearance Certificate:
Dit betreft een certificaat wat door de fraudeurs gebruikt is ter verkrijging van een geldbetaling door het slachtoffer (Z-7-7-42). De indruk wordt gewekt dat dit certificaat noodzakelijk is ter verkrijging van de erfenis. Uiteraard dient er betaald te worden voor dit certificaat. Het in deze zaak aangehaalde certificaat is zogenaamd afgegeven door een bij de Verenigdé Naties aangesloten rechtspersoon.
(…)”
De in bovenstaand bewijsmiddel onderstreepte passage houdt een ontoelaatbare conclusie in van de opsteller van het relaas, nu deze een aan de rechter voorbehouden gevolgtrekking bevat. Ook dit behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden. Kennelijk heeft het hof geoordeeld dat de e-mailwisseling tussen [betrokkene 5] en [betrokkene 10] tot doel had om eerstgenoemde betalingen te laten verrichten ter verkrijging van diens erfenis, hetgeen op grond van het overige in dit bewijsmiddel gerelateerde niet onbegrijpelijk is. Aldus verstaan stemt de conclusie van de verbalisant overeen met de door het hof gemaakte gevolgtrekking.
Bewijsmiddel 14:
“Proces-verbaal, Zaak 9: [betrokkene 4] , d.d. 11 maart 2010 zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
(…)
Na het openen van de map ‘[D]’ zag ik dat zich daarin allerlei documenten bevonden die betrekking hebben op het slachtoffer [betrokkene 4] en haar bedrijf [D] .
(…)
• Last will and testament of [betrokkene 14] . Dit betreft een zogenaamd testament van [betrokkene 14] . In dit testament wordt vermeld dat het vermogen van [betrokkene 14] onder andere wordt nagelaten aan [D] Malaysia. Het testament is op de laatste bladzijde voorzien van de nodige stempels, zegels en handtekeningen en is gedateerd op 25 oktober 1999 .
(…)
• Anti-Terrorist Clearance Certificate, Dit zogenaamde certificaat is afgegeven door de United Nations. Security Counsel/Counter-Terrorism Committee. Certificaat is op naam gesteld van [D] .
• Anti-Terrorist Clearance (Woridwide identification Card) Dit zogenaamde identificatiebewijs van de United Nations op haam gesteld van [betrokkene 4] van [D] en tevens voorzien van een foto van mogelijk [betrokkene 4] .
• Authenticated Approval Certificate. Dit certificaat is zogenaamd afgegeven door de bank van Engeland. Hierin wordt toestemming gegeven tot de betaling van US$ 9.839.112562 aan [D] via de Hong Leong Bank. In het certificaat wordt de datum oktober 2006 genoemd .
• Nederlandse bank. In deze brief, zogenaamd van de Nederlandse bank, wordt opgemerkt dat er wederom, als voorschot, een bedrag betaald moet worden van 9850-. de brief is gedateerd op 16 november 2006.
• Nederlandse bank. Deze brief, zogenaamd van de Nederlandse bank, wordt opgemerkt dat er wederom, als voorschot, een bedrag betaald moet worden. Dit maal van € 9840,-. Deze kosten dienen ter betaling van de international Fund Transfer Routing Clearance Fee. De brief is gedateerd op 27 februari 2007.
• Swift formulier. Betreft een formulier waarop gegevens staan vermeld van de Nederlandse bank en de ontvangende bank evenals [D] . Formulier zou geprint zijn pp 6 maart 2007.
• Funds Transfer Request. In dit formulier verzoekt Citi Trust Exchange Equalisation op een formulier voorzien van het logo van de Nederlandse bank om een overschrijving van US$ 9839112 562. Hét formulier is gedateerd op 6 maart 2007.
In de eerder weergegeven schermafdruk op blz. 2 van bijlage X-33 is de map te zien waarin zich een bestand bevindt met de haam [D] . In dezelfde map bevindt zich ook een bestandje met de naam Hawa. Een schermafdruk van de inhoud van dit bestand is hieronder weergegeven. In deze map bevindt zich een overlijdensakte van [betrokkene 14] . Dit is de fictieve persoon die zijn vermogen heeft nagelaten aan het slachtoffer [betrokkene 4] .
(…)
Aanvullende vragen [betrokkene 4] :
(…)
• zich de naam van de ‘onbekende man’ met wie zij, door [betrokkene 15] in contact was gebracht, niet meer kon herinneren.
• dat rond oktober/november 2007 deze ‘onbekende man’ is verdwenen en volgens [betrokkene 15] zou die man voor lange tijd afwezig zijn. Deze ‘onbekende man’ zei tegen haar dat hij haar kon helpen om het geërfde geld eenvoudig op haar rekening gestort te krijgen. Hij was de man die haar vroeg om het geld te betalen voor hun diensten zodat het geërfde geld overgeboekt kon worden naar haar drie Maleisische bankrekeningen CIMB Bank, Hong Leong Bank en Alliance Bank.
Per rekening moest zij ca drie duizend euro betalen inclusief zijn honorarium.
• dat zij voor het eerst met deze ‘onbekende man’ contact had gekregen in 2007
Begin 2007 was [betrokkene 15] bezig met de overboeking van het bedrag op haar rekening. Medio 2007 vertelde [betrokkene 15] haar dat de ‘onbekende man’ de persoon was die de telexoverboeking kon doen van het geërfde geld naar haar rekening
• de onbekende man nam twee of drie keer contact met haar op na het Chinese Nieuwjaar (februari 2007) en vóór augustus 2007 voor de betaling van de kosten voor het overboeken van het geld naar de bovengenoemde drie rekeningen in Maleisië
• dat de onbekende man, volgens [betrokkene 15] , belast was met het overboeken van het geld van de erfenis naar haar rekeningen.
• dat, nadat zij de kosten had betaald, zij deze man niet meer kon bereiken en dat [betrokkene 15] zei dat de ‘onbekende man’ met lang studieverlof was. [betrokkene 15] wist niet wanneer hij weer terug zou komen.
• contact met de ‘onbekende man’ te hebben gehad via de telefoon en zij niet meer wist via welk nummer en dit via de Maleisische provider ook niet meer kon achterhalen
• aan [betrokkene 15] geld heeft verstuurd via Western Union
• dat ze geloofde dat de ‘onbekende man’ de leiding had in allerlei zaken
(…)
[betrokkene 16]
In het geval van [betrokkene 4] bleek dat de in de Nokia 7360 (06- [007] ) aangetroffen SMS berichten (X-16, v.a. blz. 37) waren verzonden naar 06- [008] . Op blz 32 is te zien dat [verdachte] een SMS bericht ontvangt van de gebruiker van 06- [008] . In dit SMS bericht staan de personalia en Postbank rekening gegevens vermeld van [betrokkene 16] . Deze [betrokkene 16] ontvangt, op zijn Postbank rekening, stortingen uit het buitenland waarvan in één geval vastgesteld is dat het een slachtoffer betreft die bevestigt opgelicht te zijn. Van de twee andere personen kan met grote waarschijnlijkheid wordt gesteld dat dit eveneens ‘419-fraude’ slachtoffers betreffen doch konden niet worden bereikt
Deze [betrokkene 16] moet dan ook gezien worden als een zogenaamde begunstigde die mogelijk zijn rekening ter beschikking heeft gesteld ten behoeve van fraude (z g ‘katvanger’)
(…)
Op p. 23 wordt verder gerelateerd over Citi Trust Finance Corporation en Citibank. Er heeft eveneens een doorzoeking plaatsgevonden in perceel [b-straat 1] te Amsterdam. Dit betreft de eigenlijke woning van de verdachte. In deze woning werd een laptop aangetroffen waarin zich enkele documenten bevonden.
Eén van deze documenten is gericht aan [betrokkene 17] . Dit betreft een slachtoffer van ‘419-fraude’ waarvan een zaaksdossier is opgemaakt. Opvallend het aangetroffen document is dat er een frauduleus e-mail adres is gemaakt met de naam cititrust_netherlands@mail.com.
Voor de volledigheid, voor de bespreking van het onderdeel van het middel dat ziet op het hiervoor vermelde bewijsmiddel 14, vermeld ik dat onder 3 ten laste van de verdachte bewezen is verklaard dat:
“hij op tijdstippen in de periode van 12 november 2004 tot en met 9 november 2007 te Amsterdam en/of elders in Nederland en in Maleisië, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, telkens [betrokkene 4] en/of [D] (hierna: [D] ) (zijnde het bedrijf van [betrokkene 4] ) heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid onder meer [betrokkene 4] en/of [D] benaderd en zich (daarbij) voorgedaan als zijnde [betrokkene 15] (advocaat van de executeur van de erfenis van [betrokkene 14] ) en (onder meer) [betrokkene 18] en [betrokkene 10] en [betrokkene 12] en [betrokkene 19] , en in die valse hoedanigheden en gebruik makend van die valse namen en de bedrijfsnaam 'Citi Trust Finance Corporation' en 'Nederlandse Bank':
* [betrokkene 4] en/of [D] (meermalen per brief en per email en per fax en telefonisch) medegedeeld dat:
- [betrokkene 4] en/of [D] de begunstigden/erfgenamen waren van een erfenis van een persoon genaamd [betrokkene 14] en
- die erfenis 9.839.112,52 US dollar bedroeg en werd bewaard bij de Citi Trust Finance Corporation te Londen en (vervolgens) de Nederlandse Bank en
- hij, verdachte, namens [betrokkene 4] optrad en zou helpen met de uitbetaling van de erfenis aan [betrokkene 4] en
* [betrokkene 4] ten bewijze daarvan onder meer
- (per email) een testament en een overlijdensakte van die [betrokkene 14] gestuurd en
- brieven van de Board of Directors van de Citi Trust Finance Corporation gestuurd waarin de claim van [betrokkene 4] en [D] op voornoemde erfenis werd goedgekeurd en werd aangegeven dat de overschrijving van 9.839,112,52 US dollar ten gunste van [D] 'in de wacht staat' en
* [betrokkene 4] en/of [D] opdrachten gestuurd van Citi Trust Finance Corporation aan de Nederlandse Bank tot overschrijving van 9.839,112,52 US dollar aan [betrokkene 4] en/of [D] [zgn outgoing wires] en
* [betrokkene 4] en/of [D] (per fax) formulieren [zgn fund release orders] gestuurd, waarop gevraagd werd (onder meer) bankrekeningnummers van [betrokkene 4] en/of [D] in te vullen zodat het geldbedrag overgeboekt kon worden naar bankrekeningnummers in Maleisië en
* [betrokkene 4] en [D] gevraagd geldbedragen, te betalen aan ambtenaren/personen die belast waren en [betrokkene 4] en [D] zouden helpen met het vrijgeven van het geldbedrag ten behoeve van (onder meer)
- de legalisatie van voornoemd geldbedrag en
- kosten voor de Currency Fluctuation Marginal Difference (CFME)) en
- kosten voor Exchange Equalizaton Difference (EED) en
- benodigde documenten en certificaten (onder meer een zgn anti-terrorist clearance) en
- te betalen belasting in het land waar het geldbedrag bewaard werd en
- kosten voor het in delen overboeken haar drie, althans een of meer bankrekeningen van [betrokkene 4] en/of [D] en
- een of meer voorschot(ten) aan 'de Nederlandse Bank'
waardoor [betrokkene 4] en/of [D] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgiften.”
Het woord 'zogenaamd' zal hier op te vatten zijn als synoniem van 'zogeheten' of 'zogenoemd' en het bezigen ervan levert geen ontoelaatbare conclusie op. Het door de verbalisant gerelateerde in bewijsmiddel 14 “Dit [[betrokkene 14]] is de fictieve persoon die zijn vermogen heeft nagelaten aan het slachtoffer [betrokkene 4] ” houdt een ontoelaatbare conclusie in, nu dit een aan de rechter voorbehouden conclusie bevat met betrekking tot onder 3 ten laste gelegde . Maar het hof is tot het oordeel gekomen dat er geen [betrokkene 14] is die zijn vermogen aan dit slachtoffer heeft nagelaten en daarin ligt besloten dat deze erflater dus een fictief persoon is. De conclusie die spreekt uit de woorden van de verbalisant is dus door het hof overgenomen.
Anders dan de steller van het middel lees ik in de in bewijsmiddel 14 weergeven samenvatting van de verklaring van [betrokkene 4] geen mening, gissing of gevolgtrekking. De opmerking van [betrokkene 4] dat “ze geloofde dat de ‘onbekende man’ de leiding had in allerlei zaken” is door het hof kennelijk verstaan - en kon ook aldus worden verstaan - als behelzende een mededeling van [betrokkene 4] nopens gedachten die bij haar zijn opgekomen naar aanleiding van haar eerder in het bewijsmiddel onder de kop ‘Aanvullende vragen [betrokkene 4] ’ gerelateerde waarnemingen. Aldus verstaan behelst deze passage niets wat niet kan worden aangemerkt als een mededeling van feiten en omstandigheden door [betrokkene 4] zelf waargenomen of ondervonden. Dit geldt evenzo voor het door de verbalisant gerelateerde “Deze [betrokkene 16] moet dan ook gezien worden als een zogenaamde begunstigde die mogelijk zijn rekening ter beschikking heeft gesteld ten behoeve van fraude (z g ‘katvanger’)”. Deze passage is door het hof kennelijk verstaan – en kon ook worden verstaan – als behelzende een mededeling van de verbalisant nopens gedachten die bij hem zijn opgekomen naar aanleiding van de onmiddellijk hiervoor gerelateerde waarnemingen van de verbalisant. Ook het door de verbalisant gerelateerde “Dit [[betrokkene 17]] betreft een slachtoffer van ‘419-fraude’ waarvan een zaaksdossier is opgemaakt.” is geen mening, gissing of gevolgtrekking. Deze opmerking is door het hof kennelijk verstaan - en kon ook worden verstaan – als een waarneming van de verbalisant naar aanleiding van kennisneming van het zaaksdossier 6 [betrokkene 17] . Een blik over de papieren muur leert dat blijkens dit zaaksdossier genoemde [betrokkene 17] telefonisch tegenover verbalisant [verbalisant] heeft verklaard te zijn opgelicht en geldbedragen te hebben overgemaakt.
Het middel kan, in al zijn onderdelen, niet tot cassatie leiden.
Het zesde middel bevat de klacht dat de afgifte van € 15.850,00 in het onder 1 bewezen verklaarde niet uit de bewijsmiddelen kan volgen.
Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezen verklaard dat:
hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2006 tot en met 9 december 2006 te Amsterdam en/of elders in Nederland en in Hong Kong (China) telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
telkens [betrokkene 2] heeft bewogen tot de afgifte van € 15.850,00 en € 30.000,00 euro, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid (onder meer)
- [betrokkene 2] per email benaderd en zich naar [betrokkene 2] voorgedaan als zijnde [verdachte] en [verdachte] van [A] BV en [E] Inc en in die valse hoedanigheden en gebruik makend van die valse bedrijfsnamen:
- [betrokkene 2] medegedeeld dat [A] BV een groot geldbedrag (te weten 25,5 miljoen US dollar) in deposit had en dat dit geldbedrag zich in een kist bevond en was voorzien van veiligheidsstempels en
- [betrokkene 2] een provisie van 25% van dat geldbedrag in het vooruitzicht gesteld en
- [betrokkene 2] daartoe gevraagd in Amsterdam een bankrekening te openen waarop dat geldbedrag gestort kon worden en meermalen naar Nederland (Amsterdam) te komen [met medebrenging van diverse documenten en/of geldbedrag(en)] en
- [betrokkene 2] medegedeeld dat de benodigde documenten, zoals Anti-Terror Certificate en Anti-Money Laundery Certificate, Anti drug Certificate ervoor zouden zorgen dat [betrokkene 2] (een gedeelte van) dat geldbedrag (vervolgens) zonder problemen kon overmaken naar zijn eigen bankrekening in Hong Kong
- [betrokkene 2] (meermalen) gevraagd een of meer betalingen te doen ten behoeve van zgn ’handling charges' en het schoonmaken van de veiligheidsstempels op de (naar Nederland te transporteren) bankbiljetten en de aanschaf van (nieuwe) chemische vloeistof en reactivatiepoeder voor die vloeistof, waardoor [betrokkene 2] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgiften.”
De bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde steunt, onder meer, op de (passages van de) volgende (ongenummerde) bewijsmiddelen:
- Algemeen proces-verbaal van relaas, d.d. 23 januari 2007, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
(…)
Zaakdossier [betrokkene 2]
Op 27 oktober 2006 heeft [betrokkene 2] , geboren [geboortedatum] 1965 en afkomstig uit Hong Kong bij het DNRI melding gedaan dat hij was opgelicht. Voorts vermeldt hij in het emailbericht dat hij twee keer in Amsterdam is geweest en € 15.850,- heeft betaald aan ‘handling charges’ aan een zogenaamd beveiligingsbedrijf ‘ [A] BV’, die in het bezit waren van kisten met gestempeld vals geld. Hij had hiertoe contact met een persoon genaamd [verdachte] die gebruik maakte van de telefoonnummers;
+ [009]
+ [010]
+ [011]
(P- 7)
[betrokkene 2] stelde de navolgende contactgegevens ter beschikking:
[A] BV
tel. + [009] /667
fax.+ [011]
Email [A] .bv@europe.com
- Proces-verbaal van bevindingen, [betrokkene 2] , d.d. 20 december 2007 (bijlage Z- 1), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
(p.3)
Uit onderzoek bleek, dat benadeelde [betrokkene 2] door [verdachte] benaderd was en voor nadere details (vermoedelijk omtrent het claimen van een fictief geldbedrag) verzocht werd contact op te nemen met [verdachte] van het bedrijf [A] BV.
Uit een faxbericht van 29 september 2006 blijkt, dat [betrokkene 2] verzocht werd een bedrag van € 15.850, - over te maken.
(p.4)
(bijlageZl-2, p. 004)Uit een e-mailbericht van [verdachte] aan [betrokkene 2] blijkt dat [betrokkene 2] teneinde een bankrekening te openen verzocht wordt een kopie van zijn paspoort, twee pasfoto’s, alsmede een document van zijn bank ter beschikking te stellen. Tevens blijkt dat [betrokkene 2] naar Amsterdam komt en hier kennelijk eerder is geweest, aangezien [verdachte] refereert aan de vorige keer dat zij [betrokkene 2] hebben opgehaald.
(p.6)
(bijlage Zl-2, p.006) In dit document wordt verwezen naar diverse door [A] BV te regelen certificaten, zoals een ‘Anti-Terror Certificate’, een ‘Anti-Money Laundery Certificate’ en een ‘Anti-Drug Certificate’.
(Dergelijke certificaten betreffen fictieve documenten die door 419-fraudeurs gebruikt worden als documenten waarvoor door de benadeelde vooraf geld moet worden betaald, alvorens tot uitbetaling van het in het vooruitzicht gestelde geldbedrag kan worden overgegaan. Dergelijke certificaten zijn zowel binnen de financiële wereld, alsmede bij de Nederlandse autoriteiten niet bekend.)
(bijlage Zl-2, p.008) In dit document deelt [verdachte] aan [betrokkene 2] mede, dat hij ‘het chemicaliën bedrijf gebeld’ heeft en dat de afspraak naar donderdag verzet is. Zodra de chemicaliën geleverd zijn zal het ‘schoonmaakproces’ drie uren in beslag nemen en kan [betrokkene 2] de volgende dag vertrekken. Tevens worden geen extra toeslagen in rekening gebracht.
(bijlage Zl-2, p.011)
In dit bericht wordt [betrokkene 2] verzocht zijn kamernummer of telefoonnummer door te geven, zodat telefonisch contact met hem gezocht kan worden.
(bijlage ZI-2, p.013) In dit bericht wordt [betrokkene 2] naast het overleggen van enkele kopieën van documenten tijdens de vergadering verzocht € 15.850,- aan ‘Handling Charges’ mee te brengen.
(bijlage Zl-2, p.017) In dit bericht bevestigt [betrokkene 2] dat hij op 12 oktober 2006 in de ochtend in Amsterdam zal arriveren. Hij zal verblijven in het Radison Sas Hotel [betrokkene 2] (p. 4) doet een verzoek om opgehaald te, worden. [betrokkene 2] zal vertrekken op 13 oktober 2006 te 16:25 uur.
(bijlage Zl-2, p.38) In dit bericht deelt [betrokkene 2] aan [verdachte] mede dat hij geen geld meer heeft en als de zaken onsuccesvol blijken, zijn leven geruïneerd is. [betrokkene 2] heeft geld geleend van een vriend van hem en deze vriend 15% in het vooruitzicht gesteld van het totale geldbedrag. [betrokkene 2] stelt voor om de eerste helft schoon te maken om zodoende de andere helft van de fles chemicaliën te financieren.
In dit bericht verzoekt [verdachte] aan [betrokkene 2] 30.000 (valuta niet genoemd) te betalen en [verdachte] zal de rest aanvullen.
Dit bericht handelt over valse beschuldigingen en aantijgingen jegens [verdachte] door [betrokkene 2] . Tevens wordt [betrokkene 2] medegedeeld dat de ‘Security Company’ [betrokkene 2] verzocht heeft 90.000 te betalen voor de aankoop van een ‘kleine’. Hiermee kan genoeg geld schoongemaakt worden om eventueel een grote fles aan te kopen. Tevens wordt medegedeeld dat [betrokkene 2] tweemaal bij de ‘Security Company’ in 89ioAmsterdam geweest is. [betrokkene 2] wordt medegedeeld dat hij na ontvangst van een ‘termination letter’ tot uitbetaling van geld aan [betrokkene 2] zal overgaan.
(Uit onderzoek op het internet bleek, dat [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1954 een Liberiaanse politicus betreft van de Liberian Destiny Party (LDP). [verdachte] was van 1999-2001 minister van financiën onder de regering van president Charles TAYLOR.)
- Een schriftelijk stuk, e-mailbericht van [betrokkene 2] , (bijlage behorende bij het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 november 2008, Z-l-3), onder meer inhoudende:
A guy called [verdachte] sent me an email in year 2006. He said he wanted tot find a guy to do a favour for me. He searched the Alibaba websitie which my company is registered. He said he has a big sum of money UX $ 25.5m. He promised to give me a handling fee of 25% for channeling the money to other country and sent him periodical payment on request.
I met this guy in a secret office and I was driven by a rental car to this place. The washing liquid requires money to be paid off and he was out of money. Out of greed and need at that time, I paid US$ 30,000' by T/T/ to a chemical company with details:
Nova Bank
30-32 Patriarchou ioakem
10675 Athens, Greece ;
SWIFT: NOVA GRAA
FAVOR: [E] Inc”
In een e-mail aan de Dienst Nederlandse Recherche Informatie heeft [betrokkene 2] bericht dat hij € 15.850 heeft betaald aan een zogenaamd beveiligingsbedrijf ' [A] BV', naar blijkt een van de dekmantels waaronder verdachte opereerde. Uit de details [betrokkene 2] heeft verstrekt is af te leiden dat hij dit geld heeft betaald om over in het vooruitzicht gestelde grote geldbedragen te kunnen beschikken. Aan [betrokkene 2] is voorgehouden dat hij dat geld moest betalen om allerlei hindernissen die in de weg stonden aan de uitbetaling van het grote geldbedrag weg te nemen. De voorgestelde hindernissen bestonden onder meer uit noodzakelijke zuiveringen van embargo's die valselijk werden voorgesteld. Uit de bewijsvoering ten aan zien van het onder 1 bewezen verklaarde is het bewijs van het bewogen zijn tot afgifte van € 15.850 af te leiden zodat het middel feitelijke grondslag mist.
Het zevende middel klaagt dat het onder 4 bewezen verklaarde niet uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen kan volgen, meer in het bijzonder vinden een aantal bewezen verklaarde feitelijke handelingen geen steun in de bewijsmiddelen.
Ten laste van de verdachte is onder 4 bewezen verklaard dat:
“hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2006 tot en met 17 juni 2006 te Amsterdam en/of elders in Nederland en in Australië telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,
telkens [betrokkene 5] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer) 4.804,00 AUD [omgerekend (ongeveer) 2.641,00 euro], bestaande uit 3.200,00 AUD, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid onder meer [betrokkene 5] per email benaderd en zich (daarbij) (onder meer) voorgedaan als zijnde [betrokkene 10] , werkzaam bij de Citi Trust Banking Corporation en in die valse hoedanigheid en gebruik makend van die valse bedrijfsnaam:
* [betrokkene 5] medegedeeld dat hij de begunstigde was van een erfenis (van US dollar 7.550.000,00) en
* [betrokkene 5] medegedeeld dat hij ter verkrijging van deze erfenis:
- een of meer documenten moest opsturen (waaronder een identificatiebewijs en adresgegevens en bankgegevens) en
- de hem gegeven instructies op moest volgen en
- een of meer betalingen moest doen ten behoeve van (onder meer) overboekingskosten en kosten voor Exchange Equalizaton Difference (EED),
waardoor [betrokkene 5] telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgiften.”
De bewezenverklaring van het onder 4 ten laste gelegde steunt, onder meer, op de (passages van de) volgende (ongenummerde) bewijsmiddelen:
- Algemeen proces-verbaal van relaas, d.d. 23 januari 2007, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
(…)
[betrokkene 5] ,
geboren op te
[geboorteplaats]
Op 09 januari 2008 ontving ik, verbalisant van Leent, een emailbericht afkomstig van [betrokkene 5] waarin hij aangaf opgelicht te zijn en geld betaald te hebben. Ik heb hierna ook telefonisch contact gehad met [betrokkene 5] waarbij hij aangaf ongeveer $ 23.000,- Australische Dollars betaald te hebben. [betrokkene 5] gaf tevens aan aangifte te willen doen en zijn documenten op te sturen.
- Proces-verbaal van bevindingen, [betrokkene 5] , d.d. 7 februari 2008 (bijlage Z- 7), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
p.6
[betrokkene 5] verklaarde telefonisch dat:
• hij slachtoffer was van fraude,
• hij op 19 april 2006 een e-mail had ontvangen,
• in deze mail stond dat hij een erfenis zou krijgen van $ 7.550.000,00 USD van een overleden familielid ook genaamd [betrokkene 5] .
• hij om dit bedrag te ontvangen, totaal ongeveer $ 23.000,- AUD had betaald.
• hij $ 5.000,- AUD, via money transfers, had betaald aan [betrokkene 10] in Nederland.
• hij $ 17.000,- a $ 18.000,- AUD, via money tranfers, betaald had aan [betrokkene 21] in Ghana.
Aangifte [betrokkene 5]
Uit de aangifte van [betrokkene 5] , en de daaraan gekoppelde money transfer formulieren en documenten van [betrokkene 5] blijkt dat:
• [betrokkene 5] een erfenis in het vooruitzicht was gesteld
• hij hierover contact heeft gehad met een persoon genaamd ‘ [betrokkene 10] ’,
• deze ‘ [betrokkene 10] ’ de tweede persoon was die hem benaderd had inzake de erfenis.
• [betrokkene 5] diverse betalingen heeft verricht aan ‘ [betrokkene 12] ’ om het geld vrij te krijgen.
• hij op 1 juni 2006 op naam van deze persoon, zo blijkt uit bijgevoegde money transfer formulier (bijlage Z-7-5), $ 3200,- AUD betaald (€ 1766,-) geld heeft overgemaakt.
• hij op 17 juni 2006 op naam van deze persoon, zo blijkt uit bijgevoegde money transfer formulier (bijlage Z-7-6), $ 1604,- AUD betaald (€ 875,-) geld heeft overgemaakt.
• [betrokkene 5] vernam dat zijn ‘funds’ doorgestuurd was naar Ghana.
• hij daarna contact had met ‘ [betrokkene 21] ’;
• hij naar Ghana de meeste betalingen heeft gedaan om de meest uiteenlopende redenen zoals certificaten, belastingen etc.
• al deze betalingen gericht waren aan [betrokkene 21] .
• hij, gezien zijn familieverleden, werkelijk geloofde dat hij een erfenis zou gaan
krijgen.
Bevindingen aangetroffen I-pod: |
In de I-pod van verdachte [verdachte] bevonden zich onder meer een map met de naam [betrokkene 5] (betreft [betrokkene 5] ) en diverse zogenaamde 419 documenten en email berichten.
Deze documenten en e-mail berichten konden overduidelijk gerelateerd worden aan zogenaamde ‘advance fee’ fraude ten aanzien van [betrokkene 5] . Deze documenten waren opgeslagen in de I-pod : [verdachte] (F:)
Hoofdbestandsmap : ‘mo’
submap : ‘2006’
submap : ‘citi’
submap : ‘ [betrokkene 5] ’
p.7
Hieronder volgt een overzicht van de aangetróffen documenten in de iPod van de verdachte [verdachte] die betrekking hebben op de oplichting van [betrokkene 5] .
- emailbericht (d.d. 19.04.06) tussen [betrokkene 5] (gebruikmakend van e-mail adres [e-mail adres] .com hetgeen hij ook gebruikt heeft in zijn correspondentie met de politie op bijlage Z-7-1) en [betrokkene 10] gebruik makend van het e-mail adres cititrust_netherlands @mail.com (Z-7-7-1). In deze mail vraagt [betrokkene 5] of [betrokkene 10] hem terug kan bellen.
• brief (d.d. 20.04.06) van de Citi Trust Banking Corporation gericht aan [betrokkene 5] . In de brief staat dat de Citibank een betalingsopdracht heeft gekregen ten gunste van [betrokkene 5] . Gevraagd wordt om een copy van een legitimatiebewijs en een ‘bewijs’ van adres (Z-7-7-2).
• e-mailbericht (20.04.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij vraagt of zijn identiteit niet in andere zaken gebruikt zal gaan worden (Z-7-7-3).
• e-mail bericht (28.04.06) van [betrokkene 5] aan Cititrust. Hij geeft aan een bewijs van zijn adres te sturen alsmede zijn rijbewijs. Op de iPod is tevens aangetroffen een afrekening van de telefoonmaatschappij met daarop de adresgegevens van [betrokkene 5] (Z-7-7-4), :
• e-mail bericht (28.04.06) van [betrokkene 5] aan Cititrust waarin hij tevens aangeeft wat zijn bankrekening is (Z-7-7-5).
• e-mailbericht (01.05.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij vraagt wie de erflater is en wat de hoogte is van de erfenis Z-7-7-6)
• e-mailbericht (02.05.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij vraagt welke instructies hij moet opvolgen.
• e-mailbericht (04.05.06) aan [betrokkene 10] yan [betrokkene 5] waarin hij zich af vraagt welke keuze hij moet maken. De mail is namelijk een reactie op een eerdere mail waarop hem een keuze is gesteld op welke wijze hij zijn erfenis uitbetaald wil gaan krijgen (Z-7-7-7).
• e-mailbericht (07.05.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij aangeeft gekozen te hebben tot uitbetaling op zijn eigen bankrekening (Z-7-7-8).
• e-mailbericht (09.05.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij vraagt waarom nooit verteld is dat er een geldbedrag betaald moet worden ter verkrijging van zijn nalatenschap. In de mail staat overigens vermeld dat er 3,775.00 betaald dient te worden via Western Union op naam van [betrokkene 11] . De betaling kan niet in mindering gebracht worden op de nalatenschap en een deadline wordt aangegeven. [betrokkene 5] vraagt uitstel en verzoekt om een eventuele lening (Z-7-7-9),
• e-mailbericht (10.05.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] als reactie op een van [betrokkene 10] ontvangen mail. Deze geeft aan geen lening te kunnen verstrekken maar biedt aan dat [betrokkene 5] dan maar de helft betaalt. [betrokkene 5] geeft dat hij dit geld gaat lenen (Z-7-7-10)
• e-mailbericht (29.05.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij aangeeft de dinsdag of woensdag daar het geld te zullen gaan sturen. De mail was een reactie op een eerdere mail van [betrokkene 10] aan [betrokkene 5] waarin hij aangeeft dat deze moet betalen via Western Union op naam van [betrokkene 12] , Adress, Amsterdam, the Netherlands (Z-7-7-1 5).
• emailbericht (1.06.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij aangeeft betaald te hebben en voegt een kopie bij van het Western Union Money transfer formulier bij waaruit blijkt dat hij $ 3200 - AUD heeft betaald (Z-7-7-17). Dit betreft hetzelfde formulier als wat [betrokkene 5] eerder had toegezonden! (Z- 7-5)
p.8
-e-mailberichten (30.06.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij aangeeft wederom betaald te hebben en voegt een kopie bij van het Western Union Money transfer formulier bij waaruit blijkt dat hij $1604,- AUD heeft betaald (Z-7-7- 25126/27) Dit betreft hetzelfde formulier als wat [betrokkene 5] eerder had toegezonden! (Z-7-6)
• e-mailbericht (3.07.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij zich afvraagt waarom [betrokkene 10] niet meer reageert. Hij vraagt om een bevestiging van zijn erfenis van $7.550.000 (Z-7-7-30)
• meerdere e-mail berichten waaruit blijkt dat het geld van de erfenis pas uitbetaald kan worden nadat [betrokkene 5] in het bezit is gekomen van een anti terroristen certificate wat is ingesteld na 11 september. Voor de verkrijging van dit certificaat wordt [betrokkene 5] verwezen naar [betrokkene 13] van de International Corporate Bank.
• Anti Terrorist Certificate op naam van [betrokkene 5] afgegeven door het ‘Ministery of defence’ van de Republiek of Ghana (Z-7-7-40).
• Clearance Certificate op naam van [betrokkene 5] afgegeven door het ‘United Nations Monetary Clearance’ (Z-7-7-42).
• e-mailbericht (15.08.06) aan [betrokkene 10] van [betrokkene 5] waarin hij vraagt of [betrokkene 10] ‘the funds al heeft want ‘the L.C. bank’, met wie hij kennelijk in verbinding staat, vraagt wederom $ 1000,- dollar. Hij vraagt zich af waarom want hij heeft immers al het ‘transfer’geld betaald en hem de certificaten toegezonden (Z-7-7-46)
• diverse e-mails waarin [betrokkene 5] verzoekt om [teruggave van de bedragen die hij reeds heeft betaald namelijk $ 4800,- AUD.
Bevindingen aangetroffen GSM: |
Tijdens de doorzoeking werd een GSM, merk Nokia, type 6210 onder [verdachte] aangetroffen en inbeslaggenomen onder beslagnummerA3558ol7. [verdachte] heeft in eerste instantie in de woning verklaard dat deze telefoon zijn eigendom is (bijl X- 3). Tijdens verhoor (VI-4) werd iedere telefoon afzonderlijk benoemd. Over de Nokia 6210 (beslagnummer A3558017) verklaarde hij plots dat deze niet van hem was maar van een vriend van hem genaamd [betrokkene 20] . Hij verklaarde echter wel dat hij hem daags ervoor had gebruikt om er mee te bellen.
Aan deze mobiele telefoon en SIM-kaart heeft een onderzoek plaatsgevonden. In het geheugen van deze telefoon werd onder andere het volgende tekstberichten aangetroffen:
+ [012]
[Will]
[betrokkene 12]
17-03-2007 12:18
Gelezen
Opgemerkt wordt dat de naam ‘ [betrokkene 12] gebruikt is als begunstigde bij de money transfers door slachtoffer [betrokkene 5] .
[betrokkene 12] : !
Opgemerkt wordt dat in de I-pod een e-mail is aangetroffen met daarin vermeld:
[betrokkene 12]
[adres]
Amsterdam the Netherland
Dit betreft een mail (X-8, blz. 60) van [betrokkene 13] (slachtoffer) aan ‘ [verdachte] ’ (fraudeur) van [A] BV. In deze mail krijgt [betrokkene 13] de (p.9) instructie om via Western Union Money Transfergeld over te maken ten gunste van [betrokkene 12] .
Genoemde ‘ [verdachte] kan weer gekoppeld wórden aan enkele telefoonnummers die zijn aangetroffen in het rode Vodafone blikje in perceel [adres] .
Deze nummers (kaarten) waren gevouwen in een papiertje waarop stond geschreven [A]. In de I-pod zijn documenten aangetroffen met daarop genoemde telefoonnummers die behoorden bij [A] .
Gebruikte namen, bedrijven en organisaties, uit de ontvangen en in de I-pod aangetroffen documenten, bescheiden en email correspondentie:
1. Citi Trust Banking Corporation:
Inzake de oplichting van [betrokkene 5] is gebruik gemaakt van een zogenaamde ‘bankinstelling’ die gebruik heeft gemaakt van de naam Citi Trust banking Corporation. Onderzoek heeft uitgewezen dat een dergelijke instelling niet bestaat. Na een zoekslag op internet wordt meerdere malen aangegeven dat deze ‘bankinstelling’ niet bestaat en betrokken is bij ‘Nigeriaanse fraude’. De ‘bankinstelling’ heeft zich voorgedaan als een instelling die heeft gehandeld in opdracht van de TCB bank in Ghana. Citi Trust banking Corporation fungeerde zogenaamd als ‘transit bank’ voor de door [betrokkene 5] te verkrijgen nalatenschap prijs.
De Citi Trust banking Corporation zou gevestigd zijn op [adres] in Nederland. De bank bediende zich van de volgende telefoonnummers en e-mail adres:
1. + [013]
2. + [014]
3. + [015] (fax)
4. cititrust_netherlands@mail.com
2. [betrokkene 10] :
Deze persoon deed zich voor als medewerker! van de niet bestaande Citi Trust banking Corporation. Hij was, zo blijkt uit e-mail correspondentie, werkzaam op de afdeling ‘International Remittance Department. [betrokkene 10] was de contactpersoon van [betrokkene 5] . Hij ‘begeleidde’ [betrokkene 5] in het verkrijgen van diens erfenis. Hij heeft hiertoe diverse e-mails verzonden met daarin richtlijnen ter verkrijging van deze erfenis. De betreffende richtlijnen hadden slechts één doel en dat was het slachtoffer [betrokkene 5] bewegen tot het doen van allerlei betalingen voor zogenaamde belasting, certificaten en dergelijke.
3. ICB Bank in Ghana:
Inzake de oplichting van [betrokkene 5] is gebruik gemaakt van een zogenaamde ‘bankinstelling’ die gebruik heeft gemaakt van de naam ICB Banking Corporation. Na een zoekslag op internet wordt meerdere malen aangegeven dat deze ‘bankinstelling’ niet bestaat en betrokken is bij ‘Nigeriaanse fraude’.
Uit e-mail correspondentie blijkt dat deze ‘bankinstelling’ de erfenis van US $7,550,000.000 heeft overgemaakt ten gunste Citi Trust banking Corporation.
4. [betrokkene 12] :
Deze persoon wordt genoemd als begunstigde voor betalingen [betrokkene 5] in opdracht van [betrokkene 10] moest verrichten ter verkrijging van diens erfenis. [betrokkene 5] heeft, in ieder geval, twee maal een geldbedrag overgemaakt via een money transfer (Western Union) waarbij deze [betrokkene 12] de begunstigde was. Uit ervaring is bekend dat dergelijke personen alleen maar de taak hebben om geld op te halen. Deze personen lopen immers het grootste risico en maken vaak gebruik van valse/vervalste identiteitsdocumenten.
5. Western Union:
Dit (legale) bedrijf biedt diensten aan voor de transfer van geldbedragen over de gehele wereld. Hierbij wordt gebruik gemaakt van bankinstellingen zoals de Postbank. Money transfers is een snelle manier’voor de verzending van geld tegen een bepaald tarief. Bij het overmaken van een geldbedrag ontvangt de verzender en code. Alleen de begunstigde die in het bezit is van deze code kan het geld opnemen.
6. Anti terrorist certificate
Dit betreft een certificaat wat door de fraudeurs gebruikt is ter verkrijging van een geldbetaling door het slachtoffer (Z-7-7-40). De indruk wordt gewekt dat certificaat noodzakelijk is ter verkrijging van de erfenis. Uiteraard dient er betaald te worden voor dit certificaat. Het in deze zaak aangehaalde certificaat is zogenaamd afgegeven door het ministerie van defensie van de republiek Ghana.
7. Clearance Certificate:
Dit betreft een certificaat wat door de fraudeurs gebruikt is ter verkrijging van een geldbetaling door het slachtoffer (Z-7-7-42). De indruk wordt gewekt dat dit certificaat noodzakelijk is ter verkrijging van de erfenis. Uiteraard dient er betaald te worden voor dit certificaat. Het in deze zaak aangehaalde certificaat is zogenaamd afgegeven door een bij de Verenigde Naties aangesloten rechtspersoon.
8. [betrokkene 21] :
[betrokkene 5] heeft in zijn verklaring aangegeven dat zijn funds op een bepaald moment teruggestuurd is naar Ghana. Hij onderhield verder contact met [betrokkene 21] die medewerker was bij de ICB bank.
Uit de gebezigde bewijsvoering van het hof kan niet worden afgeleid dat [betrokkene 5] is medegedeeld door de verdachte, in zijn hoedanigheid als [betrokkene 10] , dat hij ter verkrijging van de erfenis bankgegevens moest opsturen, de hem gegeven instructies moest opvolgen en een of meer betalingen moest doen ten behoeve van overboekingskosten en kosten voor Exchange Equalization Difference (EED).
In het even hiervoor geciteerde bewijsmiddel, proces-verbaal van bevindingen [betrokkene 5] , relateert de verbalisant op pagina 7 over een brief van Citi Trust Banking aan [betrokkene 5] waarin wordt gevraagd om een kopie van een legitimatiebewijs en een ‘bewijs’ van adres. Voorts relateert de verbalisant over e-mailberichten van [betrokkene 5] aan [betrokkene 10] waarin (i) eerstgenoemde vraagt welke instructies hij moet opvolgen en (ii) hij zich afvraagt welke keuze hij moet maken. Gerelateerd wordt dat laatstgenoemde mail een reactie is op een eerdere mail waarin hem (ik begrijp: [betrokkene 5] ) een keuze wordt voorgehouden op welke wijze hij zijn erfenis uitbetaald wil gaan krijgen en daarbij wordt verwezen naar bijlage Z-7-7-7. Een blik achter de papieren muur leert dat die eerdere mail is opgenomen in bijlage Z-7-7-7 en dat ook de andere mail van [betrokkene 5] een reactie op een mail van [betrokkene 10] is. Blijkens bijlage Z-7-7-7 schrijft [betrokkene 10] daarin onder meer (i) “you are therefore required to follow instruction form this time on if you want this transaction to come to a successful conclusion” en (ii) “you are to choose an option and then follow instruction 1) opening a Domiciliary account with our bank to enable us credit the amount into the new account for your subsequent transactions. 2) Paying for courier and insurance charges to enable us send to you certified bank cheque or draft. 3) Regularizing the Exchange Equalization Difference to enable us debit our escrow account and transfer to any bank of your choice in any part of the world.” Zo bezien kon het hof het bewijs voor het onder 4 bewezen verklaarde dat [betrokkene 5] de hem gegeven instructies moest opvolgen en een of meer betalingen moest doen ten behoeve van overboekingskosten en kosten voor Exchange Equalization Difference (EED), afleiden uit de in het door het hof voor het bewijs gebezigde proces-verbaal van bevindingen, Geoff [betrokkene 5] , d.d. 7 februari 2008 (bijlage Z- 7), genoemde bijlage Z-7-7-7. Dat het hof deze bijlage niet aan de bewijsmiddelen heeft toegevoegd is een kennelijke omissie, getuige de duidelijke verwijzingen naar de inhoud van deze bijlage in de documenten die op verdachtes iPod zijn aangetroffen en die voor het bewijs zijn gebruikt. De Hoge Raad kan deze kennelijke omissie zelf corrigeren.
Mocht uw Raad evenwel van oordeel zijn dat voor een dergelijke vaststelling van feitelijke aard geen plaats is in de cassatieprocedure, dan nog behoeft het geconstateerde gebrek naar mijn inzicht niet tot cassatie te leiden. Immers als uit de bewezenverklaring wordt weggelaten dat [betrokkene 5] is medegedeeld dat hij ter verkrijging van de erfenis bankgegevens moest opsturen, de hem gegeven instructies moest opvolgen en een of meer betalingen moest doen ten behoeve van overboekingskosten en kosten voor Exchange Equalization Difference (EED), wordt
naar mijn mening de ernst en aard van de bewezenverklaring niet aangetast. In dat geval houdt de bewezenverklaring in dat de verdachte, met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen, in een valse hoedanigheid [betrokkene 5] heeft benaderd en laatstgenoemde heeft medegedeeld dat hij begunstigde was van een erfenis en ter verkrijging van deze erfenis een identificatiebewijs en adresgegevens moest opsturen en een of meer betalingen moest doen, waardoor [betrokkene 5] werd bewogen tot afgifte van 4.804,00 AUD. Aldus houdt de bewezenverklaring nog immer de op art. 326 Sr toegesneden oplichting in. Hoewel uit de gebezigde bewijsvoering van het hof niet kan worden afgeleid dat [betrokkene 5] een of meer betalingen moest doen ten behoeve van overboekingskosten en kosten voor Exchange Equalization Difference (EED), heeft het hof hieruit wel kunnen afleiden dat [betrokkene 5] betalingen moest verrichten ter verkrijging van die erfenis. Gelet op voorgaande moet worden geoordeeld dat verdachte geen rechtens te respecteren belang heeft bij vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing dan wel verwijzing van de zaak, voor een nieuwe behandeling.
Het achtste middel klaagt dat het hof passages tot het bewijs heeft gebezigd die strijdig zijn met de door het hof gegeven deelvrijspraak van medeplegen van alle ten laste gelegde feiten.
In het bestreden arrest heeft het hof ten aan zien van de in het middel bedoelde deelvrijspraak het volgende overwogen:
“Het hof is evenwel op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting van oordeel dat er onvoldoende is komen vast te staan dat de verdachte de feiten heeft gepleegd tezamen en in vereniging met een ander of anderen i.d.z.v. artikel 47, van het Wetboek van Strafrecht (Sr). In het dossier figureert weliswaar een groot aantal namen, maar tevens volgt uit de bewijsmiddelen dat het steeds de verdachte is geweest die zich heeft bediend van diverse namen en hoedanigheden. In die zin komt het hof dan ook tot vrijspraak van het bij alle feiten tenlastegelegde medeplegen. Dat er mogelijk anderen zijn geweest die hand- en spandiensten hebben verricht doet aan het voorgaande niet af.”
Dit alles leidt ertoe dat het hof niet bewezen acht dat de verdachte zodanig bewust en nauw heeft samengewerkt dat sprake is van medeplegen van het tenlastegelegde zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.”
Blijkens de toelichting op het middel, meent de steller van het middel dat nu het hof de samenvatting van de verklaring van [betrokkene 4] tot het bewijs heeft gebezigd, waaruit kan worden afgeleid dat [betrokkene 4] met twee verschillende personen telefonisch contact heeft gehad en op verzoek van zowel [betrokkene 15] als de ‘onbekende man’ betalingen heeft gedaan, er sprake is van strijdigheid met ’s hofs vaststelling dat het steeds de verdachte is geweest die zich heeft bediend van diverse namen en hoedanigheden die in het dossier figureren. Aldus richt de klacht zich tegen een motivering van de bewezenverklaring, welke niet te verenigen zou zijn met de motivering van een gegeven vrijspraak. De vrijspraak en de daaraan gegeven motivering zijn echter niet aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen. Dat brengt mee dat de vraag of de motivering van de bewezenverklaring zich verdraagt met die aan de vrijspraak gegeven motivering, in cassatie niet ten toets kan komen.
Het middel faalt.
Het negende middel bevat de klacht dat de verbeurdverklaring van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, ontoereikend is gemotiveerd.
Het hof heeft ten aanzien van de verbeurdverklaring enkel onder de kop “Beslissing” het volgende overwogen:
“Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
(…)
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1,00 STK SIM-kaart kl:rood Vodafone A.3.2.80.4
1,00 STK computer kl:grijs Siemens KNB602018070 B.2.8.24.1
1,00 STK iPod kl:zwart Appel B.2.8.24.1
2,00 STK SlM-kaart Telfort en Lyca A.35.5.80.12
2,.00 STK SIM-kaart Telfort en Lebr A.35.5.80.13
1,00 STK Telefoontoestel kl:zwart Nokia A.35.5.25.16
1,00 STK Telefoontoestel kl:onbekend Nokia A.35.80.17
1,00 STK Telefoontoestel kl:zwart Nokia A.35.25.18
1,00 STK Telefoontoestel kl:zwart Nokia A.35.5.25.19
1,00 DS Doos kl:rood A.35.5.80.6
1,00 STK Computer HP CNF7210PI A.35.5.25.3.
Voor het overige is door het hof - anders dan door de rechtbank - niets omtrent de verbeurdverklaring overwogen. Nu het hof niet heeft aangegeven aan wie de verbeurdverklaarde voorwerpen toebehoren en wat de relatie is met (één van) de bewezenverklaarde feiten heeft het hof er geen blijk van gegeven te hebben vastgesteld dat aan de voorwaarden voor verbeurdverklaring ex art. 33a Sr is voldaan. De verbeurdverklaring is mitsdien niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
Het middel slaagt.
12. Het negende middel slaagt. De overige middelen kunnen niet tot cassatie leiden en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende overweging.
13. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
14. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG