Nr. 14/04781
Mr. Machielse
Zitting 26 februari 2016
Vervangende conclusie inzake:
[verdachte]
1. Op 8 september 2015 heb ik in deze zaak geconcludeerd.
2. Op 29 september 2015 heeft de Hoge Raad in een tussenarrest de advocaat van verdachte de gelegenheid geboden om zijn stelling dat sprake is van een dubbele vervolging in die zin dat de verdachte ter zake van hetzelfde feit de verplichting is opgelegd tot deelname aan het asp, alsnog te staven door de overlegging van bescheiden aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld.
3. Blijkens een door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Amsterdam gewaarmerkt afschrift van een akte van de burgerlijke stand van die gemeente, is de verdachte op 1 maart 2015 aldaar overleden. Daarom is volgens art. 69 Sr in deze zaak het recht tot strafvordering vervallen.
4. Uit het voorgaande vloeit voort dat de bestreden uitspraak van het Hof Amsterdam van 28 maart 2014 niet in stand kan blijven, behalve voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter Amsterdam van 21 augustus 2013 is vernietigd, en dat de Officier van Justitie alsnog niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.
5. Deze conclusie strekt tot vervanging van mijn eerder genomen conclusie, tot vernietiging van de bestreden uitspraak, behalve voor zover daarbij het vonnis van de Politierechter is vernietigd en tot niet-ontvankelijkverklaring van de Officier van Justitie in de vervolging.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden