ECLI:NL:PHR:2016:947

ECLI:NL:PHR:2016:947, Parket bij de Hoge Raad, 23-08-2016, 15/03411

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 23-08-2016
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/03411
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2016:2241
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 5 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Toegewezen vordering b.p. (stiefzoon van verdachte) t.z.v. shockschade n.a.v. doodslag op moeder van b.p. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2002:AD5356 m.b.t. vereisten voor vergoeding van shockschade. Het oordeel van het Hof dat de geleden immateriële schade toewijsbaar is, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het oordeel dat het waarnemen van het uitgeoefende dodelijke geweld heeft geleid tot geestelijk letsel in de vorm van een medisch vastgesteld, in de psychiatrie erkend ziektebeeld, is niet onbegrijpelijk en voldoende gemotiveerd. Het Hof is voorbij gegaan aan verdachtes betwisting van de hoogte van de vordering. Het Hof heeft zijn beslissing, mede gelet op hetgeen namens verdachte ter betwisting is aangevoerd en het ontbreken van concrete vaststellingen van het Hof t.a.v. bijv. de duur en de intensiteit van het letsel en de verwachtingen t.a.v. het herstel, niet toereikend gemotiveerd. In zoverre slaagt het middel. Cag: anders t.z.v. de motivering van de vaststelling van de hoogte van de shockschade.

Uitspraak

Beschrijvende diagnose:

Een jongen van Surinaamse afkomst, die groot is voor zijn leeftijd. [betrokkene 1] is stil in het contact. Op moederdag 2014 is zijn moeder door zijn stiefvader met diverse messteken om het leven gebracht. [betrokkene 1] was gedeeltelijk bij de ruzie aanwezig. Hij is nog steeds boos over deze gebeurtenis en voelt zich ook schuldig, omdat hij niet heeft ingegrepen. [betrokkene 1] heeft last van herbelevingen en lichte angstklachten. Deze herbelevingen nemen wel iets af. Zijn alertheid is er nog steeds.

Bijvoorbeeld als hij rustig op de bank een film aan het kijken is (eenzelfde situatie als het moment van de moord).

[betrokkene 1] mist zijn broer enorm en ook zijn moeder. Als hij hier aan denkt wordt hij boos.

Op school probeert hij zijn best te doen, maar wordt snel afgeleid door allerlei probleemjongeren. Zijn gedrag en cijfers zouden redelijk zijn.

In het gezin bij tante zou hij het goed hebben. Volgens hem gaat het met de andere kinderen ook redelijk goed.

Wij hebben de volgende DSM IV classificatie vastgesteld

As I:309.81 Posttraumatische stress-stoornis Hoofd

As II: V71.09 Geen diagnose op As II

As III: V20.1 Gezonde zuigeling of kind die zorg ontvangt

As IV: 30 Problemen met school en opleiding

GAF-score: 52

Behandelbeleid:

[betrokkene 1] krijgt de therapie Eye Movement Desensitization and Reprocessing, afgekort tot EMDR. De belangrijkste insteek van EMDR is te helpen de herinneringen aan een schokkende gebeurtenis te verwerken, met de bedoeling dat daarmee zijn klachten zoals hyperalertheid en herbelevingen (nachtmerries) te verminderen of te laten verdwijnen.

Tijdens de EMDR zal aan [betrokkene 1] gevraagd worden om aan een gebeurtenis terug te denken inclusief de bijbehorende beelden, gedachten en gevoelens. Eerst gebeurt dit om meer informatie over de traumatische beleving te verzamelen. Daarna wordt het verwerkingsproces gestart. Er zal worden gevraagd de gebeurtenis opnieuw voor de geest te halen. Maar nu gebeurt dit in combinatie met een afleidend gebaar.

Gedurende de EMDR-behandeling kunnen gedragsproblemen en/of somberheidsklachten toenemen, maar dat hoeft niet.”

26. Voor vergoeding van immateriële schade als hier gevorderd – zogenoemde shockschade – is vereist dat het bestaan van geestelijk letsel waardoor iemand in zijn persoon is aangetast in rechte kan worden vastgesteld, hetgeen in het algemeen slechts het geval zal zijn indien sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.

27. Het hof heeft geoordeeld dat aannemelijk is dat de omstandigheid dat [betrokkene 1] getuige is geweest van het door de verdachte jegens de moeder van [betrokkene 1] uitgeoefende geweld als gevolg waarvan die moeder is overleden, bij [betrokkene 1] een zodanige emotionele schok heeft veroorzaakt dat psychisch letsel als gevolg daarvan bij hem is opgetreden. Het hof heeft voorts geoordeeld dat dit letsel genoegzaam is onderbouwd en aannemelijk gemaakt met de door de benadeelde partij overgelegde en hiervoor aangehaalde brief van drs. Van Rijnsoever van 3 april 2015 en dat de vordering van [betrokkene 1] derhalve kan worden toegewezen.

28. In de toelichting op het middel worden, voor daadwerkelijk klachten tegen het bestreden arrest worden geformuleerd, enkele uitgangspunten vooropgesteld. Opgemerkt wordt dat uit de gedingstukken niet kan worden afgeleid dat door of namens de benadeelde partij de gevorderde shockschade is toegelicht alsook dat niet kan blijken dat de namens de benadeelde partij overgelegde brief van drs. Van Rijnsoever van 3 april 2015 met oog op dit onderdeel van de vordering werd overgelegd. Ik stel voorop dat het proces-verbaal van de zitting van het hof inhoudt dat de vordering is toegelicht zodat in zoverre de stelling in de cassatieschriftuur feitelijke grondslag mist. Die (inhoud van de) toelichting is niet in dat proces-verbaal opgenomen, maar dat is niet vereist. Mogelijk bevatte de toelichting in de kern niet meer dan een herhaling van wat is vastgelegd in de in het dossier aanwezige schriftelijke stukken. Voorts wijs ik erop dat uit de overwegingen van het hof kan worden afgeleid dat het hof tot uitgangspunt heeft genomen dat bedoelde brief (wel) op de gevorderde shockschade betrekking had, alsook dat in die namens de benadeelde partij overgelegde brief de toelichting op de vordering (op zijn minst mede) besloten ligt. Tegen die – gelet op de inhoud van de brief en de omstandigheid dat door de benadeelde partij naast shockschade slechts inkomstenderving is gevorderd overigens niet onbegrijpelijke – uitgangspunten richt het middel zich kennelijk niet.

29. De toelichting op het middel stelt als eerste klacht centraal dat het hof onvoldoende begrijpelijk heeft gereageerd op het verweer dat het vaststellen van shockschade een onevenredige belasting oplevert van het strafgeding (p. 10 van de schriftuur). Het oordeel van het hof dat sprake is van geestelijk letsel waardoor iemand in zijn persoon wordt aangetast wordt onbegrijpelijk geacht. Het hof zou onvoldoende blijk hebben gegeven te hebben onderzocht of in het onderhavige geval sprake is van geestelijk letsel in de vorm van een stressstoornis. Volgens de steller van het middel kan uit bedoelde brief weliswaar worden afgeleid dat sprake is van een posttraumatische stressstoornis, maar houdt de brief ten aanzien van de aard en ernst van de klachten slechts in dat sprake is van herbelevingen, lichte angstklachten en hyperalertheid.

30. Ik begrijp de klacht zo dat het zonder nader onderzoek onbegrijpelijk wordt geacht dat de geconstateerde verschijnselen een posttraumatische stressstoornis opleveren. Deze klacht heeft weinig oog voor het karakter van het bekritiseerde verslag van de psycholoog. Dat verslag bevat namelijk geen rapportage met weergave van (methoden van) onderzoek en diagnose, maar is summier van karakter met bevindingen in de voor gedragsdeskundigen gebruikelijke termen van de DSM IV. Om een nadere rapportage is in feitelijke aanleg niet verzocht en van een onvoldoende reactie op een ‘verweer’ is in zoverre dan ook geen sprake. Waarom herbeleving, lichte angstklachten en een verhoogde mate van alertheid ontoereikend zijn om PTSS (mede) op te baseren, zie ik zonder nadere toelichting die ontbreekt niet in. Anders dan de steller van het middel meent, is het in het licht van het voorgaande niet onbegrijpelijk dat het hof op grond van de in de in de toelichting aangehaalde passage heeft vastgesteld dat sprake is van geestelijk letsel waardoor iemand in zijn persoon is aangetast (herbelevingen, angstklachten en hyperalertheid) en van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld (posttraumatische stressstoornis). In zoverre kan het middel dan ook niet tot cassatie leiden.

31. Voorts bevat de toelichting op het middel nog de klacht dat onbegrijpelijk is dat het hof en bedrag van € 25.000,– heeft toegewezen. Die klacht grijpt onder meer terug op de stelling in feitelijke aanleg dat het bedrag van € 25.000,- volstrekt willekeurig lijkt te zijn bepaald en het vaststellen van een schadevergoeding ter zake van shockschade en onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

32. In de toelichting op het middel wordt gewezen op enkele factoren die in hoofdzaak van feitelijke aard zijn. Zo wordt aangestipt dat andere benadeelde partijen in deze zaak eveneens een vergoeding van €25.000,– hebben gevorderd en dat in dat licht het bedrag nogal arbitrair is. Ik wijs er op dat de vorderingen van de andere benadeelden partijen niet zijn toegewezen en dat overigens bij cumulatie van vorderingen matiging aangewezen kan zijn. Hoe dan ook wordt een toewijzing van €25.000,– niet reeds onbegrijpelijk door het indienen van meer vorderingen tot een zelfde bedrag. Dat in strafzaken doorgaans een lager bedrag dan in civiele zaken wordt toegewezen en dat in civiele zaken daartoe deskundigen worden gehoord, kan - indien al juist - op zich zelf evenmin leiden tot de conclusie dat de toewijzing van €25.000,– onbegrijpelijk is. Ik herhaal dat de verdediging nu eenmaal niet heeft aangevoerd dat nadere onderzoekshandelingen noodzakelijk waren om de omvang van de shockschade vast te stellen.

33. De principiële vraag is hier (opnieuw) of het wenselijk is dat in strafzaken zulke grote bedragen met weinig onderbouwing en onderzoek worden toegewezen. Het gaat daarbij in de onderhavige zaak niet zozeer om de onderbouwing van de onrechtmatigheid en schade zelf, maar om de onderbouwing van de omvang van de schade. Daarop wordt immers in cassatie de vinger gelegd. Moet het niet (voldoende) onderbouwen van de omvang van de schade worden aangemerkt als het ontbreken van het in art. 51g, eerste lid, Sv geformuleerde vereiste dat de voeging geschiedt door opgave van onder meer de gronden waarop de vordering berust?

34. De schade op grond van art. 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, BW geeft recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding. Daarbij lijkt mij met de steller van het middel betekenis toe te komen aan vergelijkbare gevallen. Door de benadeelde partij is in eerste aanleg de begroting van de schade toegelicht met drie argumenten: een opgave van bedragen die blijkens de Smartengeldgids in civilibus in vergelijkbare gevallen zijn toegekend (globaal variërend van € 15.000,– tot € 45.000,–), een opgave van bedragen die in Engeland (90.000 pond) en België (€ 25.0000,–) zijn toegekend en een verwijzing naar de voorgestelde forfaitaire bedragen in het wetsvoorstel over affectieschade. Er wordt gewezen op het voornemen om als forfaitair bedrag voor affectieschade bij overlijden van ouders door misdrijf voor een minderjarig kind een bedrag van € 20.000,– vast te stellen.Anders de steller van het middel meen ik dat reeds in dit licht niet zonder meer kan worden volgehouden dat een onbegrijpelijk hoge vergoeding voor de shockschade is toegekend. Ik verwijs voor een actueel beeld in de strafrechtspleging naar de in noot 7 hierboven vermelde lagere rechtspraak die laat zien dat bedragen tussen de € 10.000,– en € 20.000,– niet ongebruikelijk zijn.

35. In de onderhavige zaak is het niet onbegrijpelijk dat het hof het niet onoverkomelijk complex oordeelde gronden voor de omvang van de schade naar billijkheid (schattenderwijs) vast te stellen. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat niet wordt geklaagd over het volledig ontbreken van gronden. Dat onrechtmatigheid als grond voor schade is opgegeven wordt in cassatie niet betwist, terwijl naar ik al heb verdedigd het geestelijk letsel voldoende blijkt uit het verslag van de psycholoog. Het betreft dus alleen nog de vraag naar de omvang van de schade die naar voren komt uit het verslag van de psycholoog. Ook in dat opzicht is het niet onbegrijpelijk dat naar het oordeel van het hof sprake is geweest van een toereikende opgave van de gronden als bedoeld in art. 51g lid 1 Sv.

36. Tot slot behelst de toelichting op het middel de klacht dat het hof ten onrechte (ook) een vergoeding voor affectieschade heeft toegewezen. Daartoe wordt erop gewezen dat het hof heeft geoordeeld dat toewijzing van de gevorderde shockschade als: “een passende reactie [is] te beschouwen op het onrecht dat door [verdachte] de benadeelde partij is aangedaan” alsook dat het hof bij het bepalen van de vergoeding ook “de door de benadeelde partij ten gevolge van de dood van zijn moeder ondervonden (zeer ingrijpende) gevolgen heeft betrokken”.

37. Het huidige wettelijke stelsel voorziet niet in de mogelijkheid genoegdoening te verschaffen aan diegenen die in hun leven de ernstige gevolgen moeten ondervinden van het overlijden van een persoon tot wie zij in een affectieve relatie hebben gestaan, zogenoemde affectieschade. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaat in afwijking van het wettelijk stelsel zonder meer een dergelijke genoegdoening te bieden. Dergelijke ruimte is er ook niet wanneer dergelijke schade het gevolg is van een opzettelijk begane normschending, noch wanneer sprake is van een combinatie van shock- en affectieschade. Zeker nu deze kwestie – zoals hierboven al herhaaldelijk naar voren kwam - door de wetgever (wederom) is opgepakt en thans een wetsvoorstel “Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade mogelijk te maken en het verhaal daarvan alsmede het verhaal van verplaatste schade door derden in het strafproces te bevorderen” aanhangig is, past de rechter terughoudendheid.

38. Anders dan de steller van het middel, lees ik in de in de toelichting op het middel bedoelde formuleringen niet dat het hof bij het bepalen van de (hoogte van de) schadevergoeding (ook) affectieschade heeft betrokken en daarbij niet (slechts) het oog had op schade ten gevolge van waarneming van het door de verdachte gepleegde geweld of directe confrontatie met de gevolgen daarvan. In de overweging van het hof dat het de toegekende schadevergoeding een passende reactie acht op het aan de benadeelde partij aangedane onrecht, lees ik niet meer dan een parafrasering van de hier aan de orde zijn uitgangspunten dat sprake is van aansprakelijkheid uit hoofde van onrechtmatige daad en dat de hoogte van immateriële schadevergoeding als bedoeld in art. 6:106 BW naar billijkheid moet worden vastgesteld. Of voorts uit een overweging over ingrijpende gevolgen zoals die in de toelichting op het middel is weergegeven, moet worden afgeleid dat in strijd met deze uitgangspunten ook andere schade dan de in art. 6:106 BW bedoelde schade is toegewezen, kan in het midden blijven. In het onderhavige geval heeft het hof – anders dan die weergave inhoudt – immers overwogen dat het handelen van de verdachte “gezien de omstandigheden waaronder het feit werd gepleegd” voor de benadeelde partij zeer ingrijpende gevolgen heeft gehad. De nadruk ligt in die overweging op de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd. Blijkens zijn overwegingen doelde het hof daarmee op de omstandigheden dat [betrokkene 1] getuige is geweest van het jegens zijn moeder uitgeoefende geweld, dat hij heeft getracht zijn moeder te helpen maar uiteindelijk moest toezien hoe zijn moeder al vluchtend op straat door verdachte werd belaagd als gevolg waarvan zij is overleden. Het middel berust in zoverre, kortom, op een onjuiste lezing van het bestreden arrest.

39. Beide middelen falen. Het eerste middel kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.

40. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

41. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?