“Uit het dossier blijkt dat de personenauto inmiddels is geretourneerd aan de rechtmatige eigenaar, [A] B.V. Nu op deze goederen, gelet op artikel 134, tweede lid, aanhef en onder a Sv, geen beslag meer rust, is klager met betrekking tot dit voorwerp niet-ontvankelijk in zijn beklag. Het beslag is reeds geëindigd.”
5. In zijn arrest van 24 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP9397 overwoog de Hoge Raad:
“2.2. De Rechtbank heeft de klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift. De bestreden uitspraak houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:
"Vast staat dat bedoelde personenauto van het merk:
Opel Corsa met kenteken [AA-00-BB] op 4 april 2009 onder klager in beslag is genomen.
Gebleken is dat de inbeslaggenomen personenauto inmiddels aan een ander dan klager is geretourneerd. Derhalve rust er geen beslag in de zin van artikel 552a Sv meer op de personenauto en dient de rechtbank klager wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk te verklaren in zijn klaagschrift."
2.3. In cassatie moet ervan worden uitgegaan dat geen toepassing is gegeven aan art. 116, derde lid, Sv. Onder deze omstandigheden moet het ervoor worden gehouden dat het beklag het rechtskarakter heeft van een beklag omtrent het voornemen van de Officier van Justitie om in afwijking van de hoofdregel van art. 116 Sv het inbeslaggenomen voorwerp aan een ander dan de beslagene (klager) te doen teruggeven, alsof deze teruggave nog niet had plaatsgevonden (vgl. HR 30 januari 1996, NJ 1996/526).”
6. Ook in het onderhavige geval moet er in cassatie van worden uitgegaan dat geen toepassing is gegeven aan art. 116, derde lid, Sv. Onder deze omstandigheden moet het - overeenkomstig het hiervoor aangehaalde arrest - ervoor worden gehouden dat het beklag het rechtskarakter heeft van een beklag omtrent het voornemen van de officier van justitie om in afwijking van de hoofdregel van art. 116 Sv het inbeslaggenomen voorwerp aan een ander dan de beslagene (klager) te doen teruggeven, alsof deze teruggave nog niet had plaatsgevonden. Dit heeft de rechtbank blijkens de motivering van haar beschikking miskend.
7. Het middel slaagt.
8. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.
9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank Amsterdam teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG