ECLI:NL:PHR:2017:1357

ECLI:NL:PHR:2017:1357, Parket bij de Hoge Raad, 10-10-2017, 16/00354

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 10-10-2017
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/00354
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2018:163
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854

Samenvatting

ISD-maatregel opgelegd aan ongewenst verklaarde vreemdeling t.z.v. opzetheling, gekwalificeerde diefstal en poging tot diefstal. Voldaan aan voor oplegging van ISD-maatregel noodzakelijke voorwaarden a.b.i. art. 38m.1 onder 2 Sr (eerdere veroordelingen onherroepelijk en straffen ten uitvoer gelegd)? Gelet op inhoud uittreksel JD is ’s Hofs oordeel dat veroordelingen tot vrijheidsbenemende straf die het bij oplegging ISD-maatregel heeft betrokken, onherroepelijk waren voorafgaand aan bewezenverklaarde feiten niet onbegrijpelijk. De enkele omstandigheid dat zo'n veroordeling in de rubriek "openstaande zaken betreffende misdrijven" is opgenomen, maakt dat niet anders. Evenmin is onbegrijpelijk ’s Hofs oordeel dat straffen die bij die veroordelingen zijn opgelegd voorafgaand aan bewezenverklaarde feiten ten uitvoer zijn gelegd. Immers, voormeld uittreksel houdt t.a.v. vonnis van 5 december 2011 in dat verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven maanden en dat voorlopige hechtenis is gestart op 30 november 2011 en is beëindigd op 22 augustus 2012. Het houdt voorts t.a.v. vonnis van 10 januari 2013 in dat aan verdachte een gevangenisstraf is opgelegd van tien maanden en dat voorlopige hechtenis is gestart op 31 oktober 2012 en is beëindigd op 27 augustus 2013. Het houdt tot slot t.a.v. vonnis van 11 januari 2010 in dat aan verdachte een gevangenisstraf is opgelegd van 4 maanden en dat voorlopige hechtenis is gestart op 29 oktober 2009 en is beëindigd op 26 februari 2010. Bewezenverklaarde feiten zijn gepleegd in 2014 onderscheidenlijk 2015. CAG: anders.

Uitspraak

ABN AMRO

Bij- en Afschrijvingen

Tenaamstelling

[betrokkene 1]

Boekdatum omschrijving bedrag af* bedrag bij*

27-07-2014* BEA NR:5G927 -10,00 EUR

27-07-14/09.38

R.E.T. N.V.

ROTTERDAM, PAS190

BEA BINNENLAND (mut.

Code: 426)

27-07-2014* BEA NR: 5G0927 -20,00 EUR

27-07-14/01.40

R.E.T N.V.

ROTTERDAM, PAS190

BEA BINNENLAND (mut.

code: 426)

27-07-2014* BEA NR: 5G0927 -80,00 EUR

27-07-14/01.38

R.E.T N.V.

ROTTERDAM, PAS190

BEA BINNENLAND (mut.

code: 426)

27-07-2014* BEA NR: 5G0927 -100,00 EUR

27-07-14/01.37

R.E.T N.V.

ROTTERDAM, PAS190

BEA BINNENLAND (mut.

code: 426)

27-07-2014* GEA NR:S1P414 -750,00 EUR

27-07-14/00.53

POOLSTERPLEIN 125-135

(F, PAS190

GELDAUTOMAAT OPNAME

(mut. code:361)

27-07-2014* GEA NR:002047 -250,00 EUR

27-07-14/00.46

ING R’DAM GWK, PAS190

GEA ACTIEF GASTGEBRUIK

BINNENL. (mut.

code: 445)

27-07-2014* BEA NR: 5G0926 -20,00 EUR

27-07-14/00.42

R.E.T N.V.

ROTTERDAM, PAS190

BEA BINNENLAND (mut.

code: 426)

3.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 november 2014 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700- 2014311970-5. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 16 van dossier met registratienummer PL1700-2015021176):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Naar aanleiding van aangifte van diefstal, van een portemonnee met daarin persoonlijke bescheiden, gepleegd bij café Sijf aan de Nieuwe Binnenweg te Rotterdam, in de nacht van 26 juli 2014 te 23:00 uur en 27 juli 2014 te 01:00 uur, heb ik een onderzoek ingesteld.

Bij deze diefstal is ook een bankpas weggenomen. Met deze bankpas is door een persoon in die nacht bij een pinautomaat van de ABN AMRO bank aan het Poolsterplein te Rotterdam een geldbedrag gepind.

Van deze pintransactie op 27 juli 2014 te 00:53 zijn camerabeelden veiliggesteld. Deze camerabeelden zijn door mij bekeken en daarop is te zien dat een man voor de pinautomaat met camera 12 staat en daar handelingen verricht. Van deze man heb ik een printshot gemaakt.

Ik kan deze man als volgt omschrijven:

- man

- getinte -huidskleur

- Noord Afrikaans uiterlijk

- donker haar

- wit T-shirt met merkteken "Puma" en groene bies om de armen en hals

- om zijn rechter schouder een tas met twee hengels en schuin van rechts naar links nog een hengsel van een tas hangend.

Tevens heb ik deze printshot getoond aan collega S. [verbalisant 3]. Hij herkende de verdachte en zal hiervan afzonderlijk proces-verbaal opmaken.

4 .

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 november 2014 met bijlage van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2014311970-4. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 14-15 van dossier met registratienummer PL1700-2015021176):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar.

Naar aanleiding van een op 26 juli 2014 gepleegde diefstal van een tas in een café genaamd "Sijf" gevestigd aan de Oude Binnenweg 115 te Rotterdam en een daarop gepleegde pintransactie middels de weggenomen bankpas heb ik, verbalisant, een onderzoek ingesteld.

Op 27 juli 2014 omstreeks 00.53 uur werd, zoals hierboven vernoemd, middels de in de weggenomen tas aanwezige bankpas, een pintransactie gedaan bij een betaalautomaat van de ABN-AMRO bank gevestigd aan het Poolsterplein te Rotterdam. Van deze illegale pintransactie bleken camerabeelden aanwezig te zijn van een persoon die deze pintransactie deed. Door de verbalisant [verbalisant 1] werd de herkenning van deze pinner gevraagd.

Ik verbalisant [verbalisant 3], herkende de afgebeelde persoon met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ambtshalve als :

***** [verdachte] ******

geboren [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats]

Ik, verbalisant, herkende [verdachte] aan zijn gezichtsprofiel, litteken ter hoogte van zijn rechtermondhoek, brede neus en vorm van zijn ogen.

Ik, verbalisant, heb eerder inzake de verdachte [verdachte] onderzoeken gedraaid waarbij voornoemde [verdachte] als verdachte werd aangemerkt.

Als bijlage is de voornoemde foto betreffende dé pintransactie van 27 juli 2014 aan het Poolsterplein te, Rotterdam bijgevoegd.

5.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 november 2014 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700- 2014311970-6. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 18 van dossier met registratienummer PL1700-2015021176):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Naar aanleiding van een op 26 juli 2014 gepleegde diefstal van een tas in een café genaamd "Sijf" gevestigd aan de Oude Binnenweg 115 te Rotterdam en een daarop gepleegde pintransactie middels de weggenomen bankpas heb ik, verbalisant, een onderzoek ingesteld.

Op 27 juli 2014 omstreeks 00.53 uur werd, zoals hierboven vernoemd, middels de in de weggenomen tas aanwezige bankpas, een pintransactie gedaan bij een betaalautomaat van de ABN-AMRO bank gevestigd aan het Poolsterplein te Rotterdam. Van deze illegale pintransactie bleken camerabeelden aanwezig te zijn van een persoon die deze pintransactie deed. Door de verbalisant [verbalisant 1] werd de herkenning van deze pinner gevraagd.

Ik verbalisant [verbalisant 2], herkende de afgebeelde persoon met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid als:

****** [verdachte] ******

geboren [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats]

Ik herkende [verdachte] aan de vorm van zijn gezicht, zijn gelaatsuitdrukking, het litteken ter hoogte van zijn rechtermondhoek, de vorm van zijn neus en ogen.

Ik heb [verdachte] in november 2012 diverse malen in levende lijve gehoord als verdachte van strafbare feiten gepleegd in horecagelegenheden en heb hem onlangs op 15 oktober 2014 omstreeks 16.10 uur nog gezien in de metro op het metrostation Dijkzigt te Rotterdam.

6.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 januari 2015 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700- 2015021176-9. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 11-13 van dossier met registratienummer PL1700-015021176):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Naam: [verdachte]

Voornaam: [voornamen verdachte]

Geboren op: [geboortedatum] 1968

Geboorteland : [geboorteplaats]

De vreemdeling [verdachte] heeft de volgende aliassen gebruikt:

Achternaam: [verdachte]

Voornaam: [voornamen verdachte]

Geboortedatum: [geboortedatum]/1968”

22. Met betrekking tot het onder 1 bewezenverklaarde feit klaagt het middel dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte “op het moment van voorhanden krijgen van de bankpas wist dat deze pas van misdrijf afkomstig was.”

23. Het hof heeft vastgesteld dat de bankpas van diefstal afkomstig was. De steller van het middel zij toegegeven dat de wetenschap van de verdachte omtrent de herkomst van de door hem benutte bankpas niet uitdrukkelijk onderdeel is van de redengevende feiten en omstandigheden waarvan de bewijsmiddelen blijk geven. Toch meen ik dat wat het hof heeft vastgesteld de bewezenverklaring kan dragen, te meer aangezien voor opzetheling voorwaardelijk opzet volstaat. Immers, de – niet op zijn naam gestelde – bankpas is zeer kort na de ontvreemding door de verdachte gebruikt om – in totaal 1230 euro – te pinnen. In aanmerking genomen dat de verdachte geen enkele verklaring heeft gegeven voor het gebruik van een niet op zijn naam gestelde bankpas, heeft het hof uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat de verdachte wist dat de bankpas van diefstal afkomstig was.

24. Voorts klaagt het middel met betrekking tot het onder 2 bewezenverklaarde feit (1) dat uit de bewijsmiddelen slechts kan volgen dat de verdachte één pintransactie heeft verricht, en (2) dat het hof heeft verzuimd te reageren op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, te weten dat het hof de processen-verbaal inzake de herkenning van de verdachte tijdens die pintransactie terzijde had moeten schuiven.

25. In ’s hofs oordeel ligt besloten dat, hoewel er slechts camerabeelden zijn van de verdachte tijdens één van de pintransacties, niettemin bewezen is dat hij met die pas in totaal zeven keer heeft gepind. Aangezien alle zeven pintransacties in de (vroege) ochtend van 27 juli 2014 en (dus) kort na de ontvreemding van de bankpas hebben plaatsgevonden en de verdachte tijdens één daarvan (door meer verbalisanten) is herkend, is ’s hofs – kennelijk op kettingbewijs geschoeide – bewijsoordeel niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Daarbij speelt m.i. ook mee dat de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor het feit dat hij is herkend op de camerabeelden tijdens één van die pintransacties.

26. De verdediging heeft ter terechtzitting bij het hof, voor zover in dit kader relevant, het volgende aangevoerd:

“Ik wil u vragen de processen-verbaal van bevindingen opgesteld door verbalisant [verbalisant 3] respectievelijk [verbalisant 2] naast u neer te leggen. Het zal u opvallen dat deze processen-verbaal gelijkluidend zijn van A tot Z, op iets kleins na. Het is van dezelfde datum, dezelfde eenheid en hetzelfde politiekorps. Voorts is er geen sprake van een herkenning. Ik weet niet wat ik moet begrijpen van de gebruikte waarschijnlijkheidsgraad. Het kan niet anders zijn dan dat beide verbalisanten elkaar hebben beïnvloed. Er is hier sprake van processen-verbaal die aan elkaar gelinkt zijn. Zelfs de spelfouten worden meegenomen. Dat maakt dat u nog terughoudender moet zijn.”

27. Het hof heeft de genoemde passage kennelijk niet aangemerkt als een zelfstandig uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, want een (expliciete) respons ontbreekt. Ik acht dat impliciet gebleven oordeel bepaald niet onbegrijpelijk. Ik voeg daaraan toe dat het bewijsverweer hoe dan ook zijn weerlegging vindt in de door het hof gebezigde bewijsmiddelen.

Feit 3: poging diefstal van een portemonnee/ andere roerende zaken van diens gading

28. Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde feit klaagt het middel dat het hof heeft verzuimd te reageren op een verweer van de raadsman, te weten dat er geen sprake zou zijn van een poging diefstal, maar van vrijwillige terugtred.

29. Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:

“hij op 16 januari 2015 te Rotterdam van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een portemonnee en/of andere roerende zaken van diens gading, geheel of ten dele toebehorende aan een onbekend gebleven persoon (een mevrouw)”

30. De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

“7.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 januari 2015 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700- 2015021176-4. Dit proces—verbaal houdt onder meer in zakelijk weergegeven - (blz. 8-9 van dossier met registratienummer PL1700-2015021176):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:

Op 16 januari 2014 omstreeks 15:45 uur liep ik bij de ingang van Albert Heijn gevestigd aan het Marinus Bolkplein. Ik was in mijn eigen tijd en in burger gekleed.

Ik werd aangesproken door de straatkrantverkoper. Ik ken hem als [betrokkene 2]. Kennelijk wist [betrokkene 2] dat ik bij de politie werkte, want hij sprak mij aan en zei onder ander tegen mij :

Er loopt een echte tasjesdief. Hij is lang, in het zwart gekleed en heeft een telefoon in zijn hand.

Hij loopt achter een vrouw aan met een boodschappenwagentje en ik denk dat hij haar tas gaat pikken.

Ik zag een man welke voldeed aan het signalement.

Ik zag vlak voor hem een oudere vrouw lopen met een boodschappentas op wieltjes, die zij achter zich aan trok. [betrokkene 2] liep met mij mee en zei dat dit inderdaad de man was die hij bedoelde.

Ik zag dat de eerder beschreven lange, Noord Afrikaanse, man heel kort achter de oudere vrouw liep. Ik zag dat hij schuin achter haar liep en ik zag dat hij met zijn rechterhand in de boodschappentas van de vrouw greep.

Ik rende vervolgens naar hem toe omdat de afstand tussen mij en de man toch nog vrij groot was en ik wilde niet dat hij zou ontkomen. Echter toen ik mijn pas versnelde, trok de man snel zijn hand uit de tas van de vrouw en liep haar snel voorbij.

Ik heb de man vervolgens aangesproken en ik heb hem verteld dat hij was aangehouden.

Vervolgens kwamen er politiemensen in uniform gekleed ter plaatse. Zij hebben de man vervolgens overgenomen.

8.

Een proces-verbaal aanhouding d.d. 16 januari 2015 van de politie Eenheid Rotterdam met nr. PL1700-2015021176-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - (blz. 47-48 van dossier met registratienummer PL1700-2015021176):

als relaas van de betreffende opsporingsambtenaren:

Op 16 januari 2015 te 15:55 uur, werd door Collega in privé tijd op de locatie Jan Bijloostraat 0, Rotterdam, aan ons overgedragen de door haar op 16 januari 2015, omstreeks 15:48 uur te Etienne de Bouterstraat 0, Rotterdam op heterdaad aangehouden verdachte.

Verdachte:

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [voornamen verdachte]

Geboren : [geboortedatum] 1968

Geboorteplaats : [geboorteplaats]

Ter plaatse gekomen op de Jan Bijlostraat, werden wij, verbalisanten gewenkt door [betrokkene 3].

Zij wees ons een manspersoon aan, waarvan ze had gezien dat de man gepoogd had iets weg te nemen uit een tas van een oudere dame.

Hierop hebben wij, verbalisanten de man van haar overgenomen en hem nogmaals medegedeeld dat hij was aangehouden ter zake. poging diefstal.”

31. Uit het proces-verbaal blijkt dat in hoger beroep het volgende verweer is gevoerd:

“Dan met betrekking tot feit 3, ten laste gelegde poging tot diefstal. Er wordt hier wel heel snel een pogingsvariant aangenomen. Wat mij betreft is er sprake van vrijwillige terugtred. Uit het proces-verbaal kan ik niet afleiden dat slechts is teruggetrokken door het handelen van de verbalisant. Van een poging kan dan ook geen sprake zijn. In het dossier bevindt zich geen aangifte en de betreffende oudere dame is ook niet gehoord.”

32. Ik begrijp de klacht zo dat het hof in zijn arrest niet (expliciet) is ingegaan op dit verweer. Naar mijn inzicht behoefde het hof zijn oordeel hieromtrent, mede gezien de onderbouwing van het verweer, echter niet nader te motiveren dan hij heeft gedaan. Gezien de vaststellingen van het hof had de verdachte zijn hand al in de tas van de vrouw, waarop de verbalisant (in burger) op hem af is gerend. De verdachte heeft pas daarna zijn hand uit de tas van de vrouw gehaald en is haar voorbij gelopen. Kortom, indien het hof al had moeten responderen op dit standpunt van de verdediging, ligt de verwerping ervan in de bewijsmotivering besloten.

33. Het derde middel faalt in alle onderdelen.

34. Het vierde middel klaagt over de schending van de redelijke termijn.

35. Namens de verdachte is op 13 januari 2016 cassatie ingesteld tegen het arrest van 31 december 2015. De Hoge Raad heeft de gedingstukken op 22 september 2016 ontvangen. Aangezien de verdachte zich in preventieve hechtenis bevindt bedraagt de termijn voor het inzenden van de stukken naar de Hoge Raad zes maanden. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Aangezien het eerste middel naar mijn inzicht slaagt en ik zal voorstellen om de zaak terug te wijzen naar het hof, kan (indien de Hoge Raad mij hierin volgt) het tijdsverloop bij de nieuwe behandeling van de zaak aan de orde worden gesteld. Uw Raad kan deze klacht in dat geval onbesproken laten.

36. Ambtshalve heb ik geen andere gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

37. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,

n.d.

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?