ECLI:NL:PHR:2017:1489

ECLI:NL:PHR:2017:1489, Parket bij de Hoge Raad, 07-11-2017, 16/01093

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 07-11-2017
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/01093
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2018:79
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Oplegging vrijheidsbeperkende maatregel, art. 1.1 en 38v Sr. Hof heeft verdachte t.z.v. medeplegen van belaging in de periode van 26 juni 2009 tot en met 18 juni 2014 een contactverbod voor 2 jaar opgelegd. Art. 38v Sr is ingevoerd bij de Wet rechterlijk gebieds- of contactverbod (Stb. 2011, 546), die op 1 april 2012 in werking is getreden. Art. 38v Sr voorziet in de mogelijkheid een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. De invoering van deze bepaling houdt een wijziging in van de toepasselijke regels van sanctierecht. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat het bewezenverklaarde feit dat door het Hof als één misdrijf is gekwalificeerd mede vóór 1 april 2012 is begaan, heeft het Hof miskend dat art. 38v Sr buiten toepassing dient te blijven. Volgt vernietiging t.a.v. het contactverbod en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan. CAG: Hof kon de maatregel opleggen voor de belaging zoals deze heeft plaatsgevonden na de inwerkingtreding van art. 38v Sr. Samenhang met 16/01094.

Uitspraak

20. Het eerste middel faalt in alle onderdelen.

21. Het tweede middel houdt in dat het oordeel van het hof dat sprake is van voorwaardelijke opzet op het maken van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster, als bedoeld in art. 285b Sr, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans ontoereikend is gemotiveerd.

22. Voor het bewezen verklaren van (voorwaardelijk) opzet op belaging, geldt het volgende. Voor het opzettelijk inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer is vereist dat de verdachte opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, heeft op het feit dat de desbetreffende persoon niet van zijn gedrag gediend is.

23. Het hof heeft bij diens oordeel dat sprake is van voorwaardelijk opzet op de belaging blijkens de bewijsoverweging mede in aanmerking genomen dat “de verdachte en haar echtgenoot zijn doorgegaan met het zoeken van contact, ondanks meerdere verzoeken dit contact te beëindigen, omdat (…) zij antwoorden wensten en om zodoende tóch een reactie te krijgen.” Hieruit heeft het hof kunnen opmaken dat het niet anders kan dan dat de verdachte willens en wetens bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zij een inbreuk zou maken op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Dit oordeel getuigt niet van een onjuist rechtsopvatting en is evenmin ontoereikend gemotiveerd.

24. Het tweede middel faalt.

25. Het derde middel klaagt dat het hof in strijd met art. 1, tweede lid, Sr heeft geoordeeld dat ter zake van de bewezen verklaarde feiten, begaan in de periode van 26 juni 2009 tot en met 18 juni 2014, de tussentijds in werking getreden vrijheidsbeperkende maatregel van art. 38v Sr kon worden opgelegd. Subsidiair klaagt het middel over de motivering van de oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan.

26. Art. 38v Sr luidt thans:

1. Ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten kan een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid worden opgelegd bij de rechterlijke uitspraak:

1°. waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld;

2°. waarbij overeenkomstig artikel 9a wordt bepaald dat geen straf zal worden opgelegd.

2. De maatregel kan inhouden dat de verdachte wordt bevolen:

a. zich niet op te houden in een bepaald gebied,

b. zich te onthouden van contact met een bepaalde persoon of bepaalde personen,

c. op bepaalde tijdstippen of gedurende een bepaalde periode op een bepaalde locatie aanwezig te zijn,

d. zich op bepaalde tijdstippen te melden bij de daartoe aangewezen opsporingsambtenaar.

3. De maatregel kan voor een periode van ten hoogste vijf jaren worden opgelegd.

4. De rechter kan bij zijn uitspraak, ambtshalve of op vordering van de officier van justitie, bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen.

5. Het bevel, bedoeld in het vierde lid, kan door de rechter die kennisneemt van het hoger beroep, ambtshalve, op verzoek van de veroordeelde of op vordering van het openbaar ministerie, worden opgeheven.

6. De maatregel kan tezamen met straffen en andere maatregelen worden opgelegd.”

27. Het dictum van het hof houdt, voor zover van belang, het volgende in:

“Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde voor de duur van 2 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [betrokkene 1] (geboren op [geboortedatum] 1963);

Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 7 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op.

Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is.”

28. Onder ‘Motivering van de straf en maatregel’ heeft het hof de volgende overwegingen opgenomen:

“Motivering van de straf en maatregel

Het hof heeft de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met haar echtgenoot schuldig gemaakt aan belaging. Hiertoe hebben zij gedurende een periode van circa vijf jaren vele email-berichten - veelal beschuldigend en/of dwingend van aard - naar het slachtoffer, dat duidelijk had aangegeven geen contact te wensen, gestuurd.

Tevens zijn derden bij deze e-mailwisselingen betrokken of werd aangeefsters naam in negatieve zin in aan hen verzonden e-mailberichten genoemd.

De verdachte heeft door aldus te handelen op indringende wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijk levenssfeer van het slachtoffer. Een dergelijk feit levert doorgaans gevoelens van angst, onveiligheid en overlast bij het slachtoffer op.

Daarnaast acht het hof het passend en geboden om aan de verdachte, ter voorkoming van de strafbare feiten, een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid op te leggen, zoals bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van het Strafrecht, voor de duur van twee jaren.

Daarbij zal het hof bevelen dat het de verdachte gedurende die periode verboden is -direct, of indirect- contact te leggen met de aangeefster [betrokkene 1] (geboren op [geboortedatum] 1963.

Voorts zal het hof bevelen dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Het hof acht dit aangewezen, nu het hof gelet op het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep onvoldoende de overtuiging heeft bekomen dat de verdachte het verwijtbare van haar handelen in volle omvang heeft ingezien. Gelet hierop, alsmede gezien de emotionele lading die het onderliggende conflict voor de verdachte met zich mee heeft gebracht, het feit dat het onderliggende conflict niet is opgelost en gezien de aard van het delict, is het hof van oordeel dat ernstig rekening mee moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen dan wel zich belastend zal gedragen jegens het slachtoffer.

Ten voordele van de verdachte weegt het hof bij de strafbepaling mee dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.”

29. Voor zover het middel klaagt dat het hof in strijd met het legaliteitsbeginsel zoals verankerd in art. 1, tweede lid, Sr een vrijheidsbeperkende maatregel heeft opgelegd ter zake van strafbare feiten die hebben plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van die maatregel, merk ik het volgende op. De vrijheidsbeperkende maatregel van art. 38v Sr is van kracht sinds 1 april 2012. Er is hierbij niet voorzien in (relevant) overgangsrecht. Er is hier onmiskenbaar sprake van een verandering van de regels van sanctierecht en tevens staat vast dat de invoering van de mogelijkheid tot oplegging van een vrijheidsbenemende maatregel een verzwaring van het sanctiepakket oplevert zodat voor de feiten gepleegd voor 1 april 2012 de oude regeling gunstiger is.

30. Het hof heeft deze maatregel opgelegd ter zake van de bewezen verklaarde feiten die dateren van juni 2009 tot en met juni 2014. Met de steller van het middel kan worden geconstateerd dat het hof art. 1, tweede lid, Sr heeft miskend door de verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen voor zover deze ziet op de bewezen verklaarde feiten in de periode van 26 juni 2009 tot 1 april 2012.

31. Een en ander behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden nu de verdachte daarbij geen belang heeft. Het hof kon de maatregel opleggen voor de belaging zoals deze heeft plaatsgevonden na de inwerkingtreding van art. 38v Sr, te weten in de periode van 1 april 2012 tot en met 18 juni 2014. Ook in die periode van ongeveer twee jaar is het gedrag van de verdachte zonder meer aan te merken als belaging, omdat de rechter daarbij de incidenten van voor 1 april 2012 die belaging opleveren in aanmerking mag nemen. Voor de ernst en de aard van het bewezen verklaarde maakt het daarmee geen verschil dat de maatregel wordt opgelegd voor belaging met een kortere periode dan in de bewezenverklaring. In zoverre is het middel aldus tevergeefs voorgesteld.

32. Voor zover het middel opkomt tegen de motivering van de oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan, geldt het volgende. De rechter kan een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen in alle gevallen waarin iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld. De enige beperking die hierbij geldt is het doel waartoe de maatregel wordt opgelegd. De maatregel kan slechts worden opgelegd ter bescherming van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten. Indien aan deze doelstelling tegemoet wordt gekomen, kan blijkens het vierde lid van art. 38v Sr worden besloten tot dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel. De bescherming van de veiligheid van anderen rechtvaardigt volgens de wetgever dat in individuele gevallen wordt afgeweken van het uitgangspunt dat tenuitvoerlegging pas kan aanvangen na het onherroepelijk worden van de veroordeling. Een bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid is slechts mogelijk indien er ofwel ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen dan wel zich belastend naar personen toe zal gedragen.

33. De steller van het middel meent dat, gezien de omstandigheid dat de verdachte en haar echtgenoot sinds de aangifte van de belaging (op 5 september 2014) geen contact meer hebben gezocht met het slachtoffer, de motivering van de oplegging van het contactverbod en de dadelijke uitvoerbaarheid daarvan van het hof onbegrijpelijk is. Natuurlijk kan er verschillend worden gedacht over nut en noodzaak van een dadelijk uitvoerbaar contactverbod in het onderhavige geval, maar in het licht van alle door het hof bij de oplegging van de sanctie in aanmerking genomen omstandigheden kan ik de steller van het middel niet volgen in het oordeel dat de motivering onbegrijpelijk is. Het middel treft geen doel.

34. Het derde middel is tevergeefs voorgesteld.

35. De middelen falen en in ieder geval kunnen het eerste en tweede middel met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering worden afgedaan. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

36. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?