ECLI:NL:PHR:2017:215

ECLI:NL:PHR:2017:215, Parket bij de Hoge Raad, 14-02-2017, 15/00940

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 14-02-2017
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/00940
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2017:590
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854

Samenvatting

Beroep op noodweer(exces). Openlijke geweldpleging in Veghel nadat verdachte een persoon heeft aangesproken op wildplassen. Hof: Verdachte had zich aan een verdere escalatie dienen te onttrekken. HR: art. 81.1 RO.

Uitspraak

"B.

De raadsman heeft gesteld dat de verdachte een beroep op noodweer toekomt en dat hij derhalve dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Daartoe is aangevoerd dat verdachte zich heeft verdedigd tegen de wederrechtelijke aanval door [slachtoffer 1] , waardoor beiden op de grond terecht zijn gekomen en over en weer is geslagen.

Ad B.

Voor een geslaagd beroep op noodweer in de zin van artikel 41, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht dient het gepleegde feit te zijn geboden door de noodzakelijke verdediging van een eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding waaronder onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo een aanranding.

Uit de onder ad A. vastgestelde feiten en omstandigheden volgt dat verdachte weliswaar eerst is geslagen door [slachtoffer 1] alvorens verdachte in een gevecht met [slachtoffer 1] verwikkeld is geraakt, echter uit die vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt dat verdachte een dreigende situatie voor [betrokkene 1] heeft doen ontstaan. Immers na opmerkingen van [betrokkene 1] dat verdachte en medeverdachten haar vader verder met rust moesten laten, is verdachte naar [betrokkene 1] toegegaan, waarop [slachtoffer 1] eerst door vastpakken heeft trachten te interveniëren en vervolgens toen verdachte dat (kennelijk) niet accepteerde, door [slachtoffer 1] is geslagen.

Onder deze omstandigheden kan niet gezegd worden dat het door verdachte toegepaste geweld geboden was ter noodzakelijke verdediging tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Verdachte had zich onder deze omstandigheden op het moment dat hij door [slachtoffer 1] werd afgehouden van zijn verdere benadering van [betrokkene 1] , aan een verdere escalatie dienen te onttrekken van de door hem uitgelokte situatie. Verdachte had zich ook kunnen onttrekken, in ieder geval meteen op het moment dat [slachtoffer 1] hem van verdere benadering van [betrokkene 1] afhield.

Het hof verwerpt het verweer en acht het bewezen verklaarde strafbaar, nu ook anderszins geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten."

Voorts heeft het hof met betrekking tot de strafbaarheid van de verdachte het volgende overwogen:

"C.

Voorts is door de verdediging een beroep gedaan op noodweerexces als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Daartoe is aangevoerd - zakelijk weergegeven - dat bij verdachte als gevolg van de aanranding van verdachte door [slachtoffer 1] een hevige gemoedsbeweging is ontstaan. Verdachte heeft de situatie als bedreigend ervaren en is voor dit incident eerder en meerdere malen mishandeld. Vanwege deze gemoedsbeweging heeft hij de grenzen van de noodzakelijke verdediging overschreden door [slachtoffer 1] te schoppen terwijl hij op de grond lag, aldus de raadsman.

Ad. C.

Zoals uit het hiervoor onder ad B overwogene volgt is het hof van oordeel dat verdachte niet heeft gehandeld ter noodzakelijke verdediging. Om die reden kan er ook geen sprake zijn van de verontschuldigbare overschrijding van de grenzen van zulk een verdediging."

Kennelijk heeft het hof aangenomen dat de verdachte wederrechtelijk werd aangerand toen hij door [slachtoffer 1] in het gezicht werd geslagen, maar dat verdediging niet noodzakelijk was omdat die klap, gelet op de dronkenschap van [slachtoffer 1] , niet hard aankwam en verdachte ook geen vrees hoefde te koesteren voor verdere agressie, nu hij eenvoudigweg de situatie, die hij zelf heeft doen escaleren, ook had kunnen dempen door afstand te nemen. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk.

Het middel faalt.

4. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.

5. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?