“De politierechter in de rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft gedurende een langere periode (en met een zekere professionaliteit) een hennep(stekken)kwekerij gedreven. De aangetroffen hoeveelheid hennepstekken kwam uit op een totaal van 9880: een hoeveelheid die slechts bedoeld kan zijn voor de handel. Van hennep is algemeen bekend dat het de gezondheid van de gebruikers kan schaden. Door zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van het criminele circuit waarin deze softdrugs in illegale kwekerijen worden geproduceerd en waar winst wordt gemaakt met de handel daarin.
Het hof heeft de landelijke oriëntatiepunten in de straftoemeting betrokken, voor zover deze voor het onderhavige feit zijn vastgesteld. Deze geven, ten aanzien van de moederplanten en wanneer sprake is van 500 tot 1000 planten, als uitgangspunt voor het min of meer bedrijfsmatig of met een zekere mate van professionaliteit kweken van hennepplanten in ruimtes zoals een woonhuis, loods of andere soortgelijke ruimte met als kennelijk doel de verkoop van de (geoogste) planten, een taakstraf voor de duur van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden. Voor de specifieke overtreding van de Opiumwet met de hennepstekken, zoals ook is bewezenverklaard, zijn geen afzonderlijke oriëntatiepunten voor straftoemeting vastgesteld. Het hof zal hierbij acht slaan op de grote hoeveelheid aangetroffen hennepstekken.
Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 30 juni 2015 is de verdachte eerder voor hennepteelt onherroepelijk veroordeeld. Het hof houdt bij de strafmaat rekening met het feit dat een eerdere veroordeling de verdachte niet heeft weerhouden van het wederom opzetten van een hennep(stekken)kwekerij.
Het hof acht, alles afwegende, alsook gelet op het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.”
7. Bij de stukken van het geding bevindt zich een elf pagina’s tellend uittreksel justitiële documentatie van 30 juni 2015 betreffende de verdachte. Dit uittreksel houdt onder “volledige afgedane zaken betreffende misdrijven” in dat de verdachte bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 januari 2010 ter zake van hennepteelt (gepleegd in de periode van 1 december 2008 tot en met 12 februari 2009) is veroordeeld tot een geldboete van € 3.600,-, subsidiair 46 dagen hechtenis, en dat dit vonnis op 11 februari 2010 onherroepelijk is geworden. Voor het overige vermeldt het uittreksel geen onherroepelijke veroordelingen ter zake van hennepteelt.
8. In zijn hiervoor onder 6 weergegeven strafmotivering heeft het hof overwogen dat uit het uittreksel justitiële documentatie blijkt dat de verdachte eerder voor hennepteelt onherroepelijk is veroordeeld en dat die eerdere veroordeling de verdachte niet heeft weerhouden van het wederom opzetten van een hennepkwekerij. Daarmee heeft het hof kennelijk als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat de verdachte vóór de pleegdatum van de bewezen verklaarde hennepteelt onherroepelijk is veroordeeld voor een andere hennepteelt en dat het hof deze omstandigheid als strafverzwarend heeft aangemerkt. Gelet op de hiervoor onder 7 weergegeven inhoud van het uittreksel justitiële documentatie betreffende de verdachte, zijn deze feitelijke vaststelling en het daarop gebaseerde oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk, aangezien het voornoemde uittreksel daarvoor geen steun biedt. Dit uittreksel vermeldt immers slechts één onherroepelijke veroordeling ter zake van hennepteelt, terwijl het desbetreffende vonnis eerst op 11 februari 2010 onherroepelijk is geworden. Ten tijde van het bewezen verklaarde feit, te weten op 9 februari 2010, was deze veroordeling nog niet onherroepelijk. De omstandigheden dat het veroordelende vonnis wel dateert van vóór die datum en dat het vonnis kort na de pleegdatum van het bewezen verklaarde feit onherroepelijk is geworden, doen niet af aan de onbegrijpelijkheid van het oordeel van het hof. Met de verwijzing naar “een eerdere veroordeling” heeft het hof immers onmiskenbaar het oog gehad op de in de voorafgaande zin opgenomen vaststelling dat de verdachte eerder voor hennepteelt onherroepelijk is veroordeeld. Nu het uittreksel geen steun biedt aan deze vaststelling, is de strafoplegging ontoereikend gemotiveerd.
9. Voor zover het middel klaagt over de overweging van het hof dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor hennepteelt, is het middel terecht voorgesteld. Dit brengt mee dat de andere in het middel vervatte strafmotiveringsklacht buiten bespreking kan blijven.
10. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG