6. In zijn arrest van 8 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC8667 overwoog de Hoge Raad:
“3.4. Het wettelijk systeem brengt mee dat op het gerecht de plicht rust om, alvorens op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv te beslissen, aan de hand van de hem ter beschikking staande gegevens na te gaan of een of meer anderen dan de klager als belanghebbenden moet(en) worden aangemerkt, in welk geval het gerecht niet de teruggave van het in beslag genomen voorwerp aan de beslagene mag gelasten zonder dat die belanghebbende(n) - indien zijn/hun adres(sen) bekend is/zijn - in de gelegenheid is/zijn gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen.
3.5. In aanmerking genomen dat, naar de Rechtbank heeft vastgesteld, de onderhavige auto ten tijde van de inbeslagneming eigendom was van [B] N.V., is onbegrijpelijk waarom [B] N.V. niet als belanghebbende is aangemerkt en waarom - zo nodig met aanhouding van de behandeling van het door de klaagster ingediende klaagschrift - zij niet in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen (vgl. HR 15 februari 1994, LJN ZC9634, NJ 1994, 689).”
7. Zoals volgt uit dit arrest kan de officier van justitie, die voornemens is het inbeslaggenomen voorwerp terug te geven aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, opkomen tegen het verzuim die rechthebbende op te roepen voor de behandeling van een klaagschrift als het onderhavige, ook al kan die rechthebbende als belanghebbende zelf in cassatie klagen over het verzuim hem op te roepen.
8. Daarvoor is kennelijk niet vereist dat in cassatie (enigszins) aannemelijk wordt gemaakt dat de belanghebbende ook inderdaad van de mogelijkheid te worden gehoord gebruik wil maken. Dat zou bijvoorbeeld kunnen doordat de officier van justitie een briefje van de belanghebbende overlegt waarin deze naar aanleiding van een vraag van de officier van justitie meedeelt dat hij op het klaagschrift wil worden gehoord. Doordat deze eis niet wordt gesteld, wordt op de koop toegenomen dat de mogelijkheid bestaat dat de beslissing van de rechtbank wordt vernietigd, ook al is niet een rechtens te respecteren belang van de belanghebbende in het geding. Daarom zou ik mij kunnen voorstellen dat die eis voortaan wel geldt.
9. In aanmerking genomen dat de officier van justitie voornemens was de opslagtanks terug te geven aan [A], is onbegrijpelijk waarom de rechtbank [A] niet als belanghebbende heeft aangemerkt en waarom - zo nodig met aanhouding van de behandeling van het door de klager ingediende klaagschrift - zij niet in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen.
10. Het middel slaagt.
11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG