ECLI:NL:PHR:2017:498

ECLI:NL:PHR:2017:498, Parket bij de Hoge Raad, 09-05-2017, 16/02896

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 09-05-2017
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/02896
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2017:1121
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830

Samenvatting

Ontbrekende pleitnota. Middel over verwerping uos’en t.a.v. voorbereidingshandelingen plofkraak pinautomaat. Op grond van de bij het Hof ingewonnen nadere informatie alsmede het p-v van de tz. in h.b. waarin de pleitnota wordt vermeld, moet worden aangenomen dat de raadsman van verdachte op de tz. in h.b. het woord heeft gevoerd overeenkomstig de inhoud van een door hem overgelegde pleitnota en dat die pleitnota nadien in het ongerede is geraakt en niet meer ter beschikking zal komen. Gelet daarop gaat de HR veronderstellenderwijs ervan uit dat de raadsman ttz. van het Hof heeft aangevoerd hetgeen in de toelichting op het middel is vermeld. Middel faalt echter op de gronden als vermeld in de CAG. CAG: Hof heeft niet onbegrijpelijk geoordeeld dat verdachte de in de Audi aangetroffen voorwerpen met zijn mededaders voorhanden heeft gehad. In bewijsvoering van Hof ligt besloten dat betrokkenheid van verdachte heeft plaatsgevonden i.h.k.v. gezamenlijke uitvoering van voorbereidingshandelingen. Samenhang met 16/02316 (niet gepubliceerde zaak die is afgedaan met art. 81.1 RO).

Uitspraak

DNA

De verdediging heeft gesteld dat met de resultaten van het DNA onderzoek behoedzaam dient te worden omgegaan, nu uit onderzoek is gebleken dat DNA, onder omstandigheden, makkelijk overdraagbaar is en biologische contactsporen kunnen ontstaan door zowel direct of indirect contact.

De rechtbank overweegt dat de verdediging, alsook de verdachte, geen enkel alternatief scenario heeft geschetst voor de mogelijkheid van het aantreffen van het DNA van verdachte op twee plaatsen op het stuurwiel van de Audi.

Verdachte heeft verklaard dat hij de sleutel midden in de nacht - kort voor zijn aanhouding - van iemand had gekregen. Hij wil niet zeggen van wie hij de sleutel had gekregen en wist ook niet waarom hij deze moest bewaren. Hij was niet in de Audi geweest.

De rechtbank acht voornoemde verklaring, mede gelet op het in de Audi aangetroffen DNA van verdachte, volstrekt onaannemelijk.

De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsman.

Medeplegen

Verbalisant [verbalisant] heeft verdachte [verdachte] herkend als inzittende van de Renault Clio. [verdachte] was in bezit van een autosleutel behorende bij de in de parkeergarage aangetroffen Audi RS6. Bovendien is het DNA van [verdachte] aangetroffen op twee plaatsen op het stuurwiel van deze Audi.

Verbalisant [verbalisant] heeft de persoon die op de plaats van de bijrijder in de Renault Clio zat, herkend als [medeverdachte]. In het portiervak van de bijrijder van de Renault Clio, is een autosleutel aangetroffen waarmee de in de parkeergarage aangetroffen Volkswagen Transporter geopend kon worden. Op die autosleutel is het DNA van [medeverdachte] gevonden. Ook op verschillende goederen in de Volkswagen Transporter is het DNA van [medeverdachte] aangetroffen. Voorts stond er in de parkeergarage een Volkswagen Jetta met kenteken [GG-00-HH] geparkeerd. Het kentekenbewijs van deze auto stond op naam van [medeverdachte].

De rechtbank stelt vast dat zowel [verdachte] als [medeverdachte] op 12 februari 2015 rond 02.00 uur in de Renault Clio hebben gezeten. Voorts is door middel van het bezit van de autosleutel en het aangetroffen DNA komen vast te staan dat de Audi RS6 in gebruik is geweest door (in ieder geval) [verdachte]. Op grond van de in de Renault Clio aangetroffen autosleutel alsmede de DNA-sporen op die sleutel en op andere goederen in de Volkswagen Transporter, stelt de rechtbank vast dat de Volkswagen Transporter in gebruik is geweest door (in ieder geval) [medeverdachte].

In de Renault Clio, Audi RS6, Volkswagen Transporter en Volkswagen Jetta lagen diverse goederen die onderling een grote overeenkomst vertoonden.

- In zowel de Audi en VW Transporter zijn (op dezelfde wijze) aan elkaar getapete gasflessen van het merk Westfalen aangetroffen.

- De diverse big shopper tassen, aangetroffen in de Renault Clio, VW Transporter en VW Jetta, waren van dezelfde soort en kleur.

- Het is veel waarschijnlijker dat de glasdeeltjes uit de Renault Clio en de Audi dezelfde bron van herkomst hebben, dan dat zij verschillende bronnen van herkomst hebben.

- Het is waarschijnlijker dat de motorbenzine uit de jerrycan, aangetroffen in de VW Jetta en die uit de jerrycan aangetroffen in de Audi RS6 dezelfde herkomst hebben, dan dat zij een verschillende herkomst hebben.

- Zowel bij de jerrycan uit de Audi RS6 als bij die uit de VW Jetta treft de politie een transparante handschoen aan tussen de dop en de jerrycan.

Gelet op bovenstaande omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] en [medeverdachte] een nauwe en bewuste samenwerking hadden ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen met het oog op het plegen van één of meerdere plofkraken.

De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat er sprake is van medeplegen van een strafbare voorbereiding, zoals ten laste gelegd onder 1. Dat de verdachten mogelijk nog niet concreet besloten hadden wanneer en waar zij het strafbare feit zouden plegen, maakt dat niet anders.”

12. In het bestreden arrest heeft het hof voorts het volgende overwogen:

“In aanvulling op de bewijsoverweging van de rechtbank overweegt het hof dat uit de bewijsmiddelen, zoals deze door de rechtbank zijn aangehaald, volgt dat verdachte en zijn medeverdachte(n) de bewezenverklaarde vervoersmiddelen en voorwerpen voorhanden hebben gehad en dat sprake is geweest van beschikkingsmacht.”

13. Uit de door het hof bevestigde feitelijke vaststellingen van de rechtbank – die in cassatie niet worden bestreden – blijkt het volgende. Naar aanleiding van een melding bij de politie van iemand die om 02:00 ’s nachts een aantal personen de parkeergarage op de Koldijksterraklaan te Utrecht in en uit zag lopen, kwamen twee verbalisanten ter plaatse. Zij zagen daar dat drie personen zich achter een auto (een Renault Clio) verscholen en dat vier personen in deze auto stapten. Toen één van de verbalisanten de inzittenden aansprak, herkende hij de persoon rechts achterin als de verdachte. De inzittenden van de Renault Clio stapten uit en renden weg. De persoon die op de stoel van de bijrijder zat, werd herkend als de medeverdachte [medeverdachte]. Kort daarna werden de verdachte en de genoemde medeverdachte aangehouden. In het portiervak op de plaats van de bijrijder in de Renault Clio lag een autosleutel met daarop het DNA van de medeverdachte, [medeverdachte]. De sleutel hoorde bij de in de parkeergarage aangetroffen Volkswagen Transporter. In deze Volkswagen Transporter werden verschillende voorwerpen aangetroffen waarbij uit DNA-onderzoek een match werd gevonden met het DNA-profiel van de medeverdachte [medeverdachte]. In dezelfde parkeergarage stond een Volkswagen Jetta, die op naam stond van deze medeverdachte. In een eveneens aangetroffen Audi RS6, waarvan de motor nog warm was, werd op het stuur een mengprofiel aangetroffen, waarbij een match werd gevonden met het DNA-profiel van de verdachte. De verdachte was ten tijde van zijn aanhouding in het bezit van een autosleutel behorende bij deze Audi. In de vier auto’s lagen verschillende voorwerpen die onderling grote overeenkomsten vertoonden, te weten aan elkaar getapete gasflessen (Audi en Volkswagen Transporter) en “big shopper tassen” (Renault Clio, Volkswagen Transporter en Volkswagen Jetta). Voorts werden glasdeeltjes aangetroffen in de Renault Clio en de Audi, waarvan veel waarschijnlijker is dat zij dezelfde bron van herkomst hebben dan dat zij verschillende bronnen van herkomst hebben. In de Volkswagen Jetta en Audi werd motorbenzine in jerrycans gevonden, waarbij elk van beide jerrycans een transparante handschoen bevatte tussen de dop en de jerrycan. Het is waarschijnlijker dat de motorbenzine in beide jerrycans dezelfde herkomst heeft dan dat de benzine uit verschillende bronnen afkomstig is. Uit onderzoek aan het in de Renault Clio aangetroffen navigatiesysteem kwam naar voren dat daarin een drietal namen van straten was ingevoerd waar in de afgelopen periode plofkraken waren gepleegd en diverse locaties die tussen 190 en 500 meter zijn gelegen van locaties waar plofkraken waren gepleegd.

14. Voorts is een uitgebreide overweging gewijd aan de modus operandi bij plofkraken. In dat verband is in aanmerking genomen dat bij plofkraken veelal gebruik wordt gemaakt van onder meer twee aan elkaar getapete gasflessen, een lans voor het inbrengen van het gasmengsel, een ontstekingsmechanisme om het gasmengsel tot ontploffing te brengen, een schroevendraaier, koevoet en/of hamer om de uitgiftelade van de geldautomaat te forceren, een stopwatch, voertuigen om personen te vervoeren, een “ramvoertuig” om na de ontploffing de toegangsdeur te rammen, dure en snelle voertuigen voor de vlucht, zware breekvoorwerpen, tassen om de benodigde goederen en de buit in te vervoeren, brandbare stoffen, bivakmutsen, tape en regenpakken. Het hof heeft vastgesteld dat in de Volkswagen Transporter onder andere ammoniak is aangetroffen, alsmede een motorscooter, een bigshopper met daarin een stopwatch, een rol plakband, twee sleutels van een gasfles, drie pijpjes elektriciteitsdraad en een ontsteker en twee sets gasflessen bestaande uit twee aan elkaar getapete gasflessen. In de Volkswagen Jetta zijn jerrycans en een bigshopper aangetroffen in de kofferbak. In de Audi zijn valse kentekenplaten aangetroffen, twee schroevendraaiers, een rol Duck tape, een fles brandspiritus, twee aan elkaar getapete gasflessen, een losse lans met ontsteker en kabel, bestemd voor gasflessen, een halve jerrycan/gieter, witte transparante handschoenen, een jerrycan, een moker en glassplinters. In de Renault Clio bevonden zich een autosleutel die hoorde bij de Volkswagen Transporter, kleding, twee Jumbo boodschappentassen en acht bigshoppers, glassplinters en een Tomtom navigatiesysteem.

15. Het middel bevat in de eerste plaats de klacht dat de bewezenverklaring van het (opzet op het) voorhanden hebben van voor een plofkraak geschikte voorwerpen in de Audi onbegrijpelijk is, dan wel ontoereikend is gemotiveerd, althans dat de verwerping van het verweer, inhoudende dat – kort gezegd – geen bewijs bestaat voor het (opzet op het) voorhanden hebben van voor een plofkraak geschikte voorwerpen in de Audi, onvoldoende met redenen is omkleed.

16. In de toelichting op het middel wordt in dit verband gesteld dat de overwegingen mogelijk op gespannen voet staan met de vrijspraak van de ten laste gelegde heling. De rechtbank overwoog in dit verband dat zij niet kon vaststellen op welk moment verdachte de autosleutel die paste op de in de parkeergarage geparkeerd staande Audi RS6 en die personenauto voorhanden heeft gekregen. Daarom kan de rechtbank evenmin vaststellen of verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van deze sleutel dan wel de auto al dan niet wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. De vrijspraak is niet aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen. Reeds daarop stuit het aangevoerde af.

17. Het oordeel dat de verdachte – tezamen en in vereniging met anderen – voor plofkraken geschikte voorwerpen voorhanden heeft gehad acht ik niet onbegrijpelijk, terwijl het, gelet op hetgeen door de verdediging is aangevoerd over het (opzet op het) voorhanden hebben van de voorwerpen in de Audi, toereikend is gemotiveerd. Ik wijs daartoe op het volgende. Vastgesteld is dat de verdachte in het bezit was van de autosleutel toen hij werd aangehouden en dat een mengprofiel aan het stuur van de Audi een match met het DNA-profiel van de verdachte opleverde, waarbij het ten aanzien van één van de bemonsteringen extreem veel waarschijnlijker werd bevonden dat deze DNA bevat van de verdachte en twee onbekende personen dan dat van drie onbekende personen. Daarbij is overwogen dat de verdachte voor de aanwezigheid van dit DNA geen alternatief scenario heeft geschetst en zijn verklaring dat hij de sleutel kort voor middernacht heeft gekregen onaannemelijk is bevonden. Uit de bewijsvoering blijkt bovendien dat een groot deel van de in de Audi aangetroffen voorwerpen zich bevond op de achterbank (een losse lans met ontsteker en een kabel, bestemd voor gasflessen), tussen de achterbank en de stoel van de bijrijder (aan elkaar getapete gasflessen) en op de mat van de bijrijder (rol Duck tape). Ten slotte is vastgesteld dat de motorkap en de banden van de Audi nog warm waren op het moment van de aanhouding van de verdachte, terwijl de verdachte zich in de buurt van de parkeergarage bevond waarin de Audi stond geparkeerd en deze auto als gestolen stond geregistreerd. De verdachte werd samen met zijn medeverdachte gezien in een Renault Clio, in welke auto voorwerpen werden aangetroffen waarvan het hof heeft vastgesteld dat deze een “grote overeenkomst” vertoonden en die het hof met het voorbereiden van een plofkraak in verband heeft gebracht. In het licht van deze feitelijke vaststellingen, in onderlinge samenhang bezien, heeft het hof niet onbegrijpelijk geoordeeld dat de verdachte de in de Audi aangetroffen voorwerpen – met zijn mededaders – voorhanden heeft gehad. In deze vaststellingen ligt voorts als het niet onbegrijpelijke oordeel van het hof besloten dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van deze voorwerpen in de Audi. Daarbij merk ik nog op dat bij de beoordeling van de begrijpelijkheid van het oordeel van het hof juist het onderling verband en de samenhang van de door het hof vastgestelde omstandigheden in aanmerking moeten worden genomen. De klacht faalt.

18. Het middel behelst in de tweede plaats de klacht dat het ten laste gelegde medeplegen niet uit de bewijsvoering kan volgen, althans dat de verwerping van het verweer ten aanzien van het medeplegen ontoereikend is gemotiveerd.

19. Voor het bewijs van medeplegen is een bewuste en nauwe samenwerking vereist. Dit criterium veronderstelt dat de verdachte opzet had op de samenwerking en op het grondfeit. In de bewijsvoering van het hof in de onderhavige zaak ligt besloten dat de betrokkenheid van de verdachte heeft plaatsgevonden in het kader van een gezamenlijke uitvoering van de voorbereidingshandelingen. Dat oordeel acht ik in het licht van de hiervoor onder 13 weergegeven feitelijke vaststellingen niet onbegrijpelijk. Ik neem daarbij in aanmerking dat de bewezenverklaring betrekking heeft op voorbereidingshandelingen en niet op een voltooide plofkraak. Het hof heeft acht geslagen op de specifieke combinatie van voertuigen en (andere) voorwerpen en deze in hun onderlinge samenhang bezien. De verdachte en de medeverdachte zijn ieder aan bepaalde van deze auto’s en de daarin aangetroffen voorwerpen gekoppeld. In het kennelijke oordeel dat de nauwe en bewuste samenwerking plaatsvond in het kader van een gezamenlijke uitvoering, ligt de verwerping besloten van het door de verdediging gevoerde verweer dat geen sprake is van medeplegen. Deze verwerping behoefde, gelet op hetgeen het hof in dit verband heeft overwogen en in het licht van het door de raadsman aangevoerde, geen nadere motivering. Daarbij neem ik in aanmerking dat het hof zijn oordeel ten aanzien van medeplegen nader heeft gemotiveerd en dat zich in dezen niet de situatie voordoet waarin het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht.

20. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende overweging.

21. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

22. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?