ECLI:NL:PHR:2017:635

ECLI:NL:PHR:2017:635, Parket bij de Hoge Raad, 20-06-2017, 15/05791

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 20-06-2017
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 15/05791
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2017:1315
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 3 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854

Samenvatting

Opzetheling telefoon, art. 416.1.a Sr. Bewijsklacht dat verdachte t.t.v. verwerving en voorhanden hebben van telefoon niet wist dat deze van misdrijf afkomstig was. HR: Art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft vastgesteld dat verdachte vaag heeft verklaard over de locatie van de koop van de telefoon en degene van wie hij de telefoon heeft gekocht, dat de aankoopprijs van de telefoon aanzienlijk onder de dagwaarde lag en dat verdachte geen openheid van zaken heeft willen geven over de verkrijging van de telefoon. Oordeel Hof dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen en verwerven van de telefoon willens en wetens de aanmerkelijk kans heeft aanvaard dat de telefoon uit misdrijf afkomstig was, is niet onbegrijpelijk.

Uitspraak

4. Het eerste middel

Het eerste middel richt zich tegen de bewezenverklaring, daar deze niet zou steunen op de inhoud van de in het arrest opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden.

Art. 359 lid 3 Sv, dat ingevolge 415 Sv ook in hoger beroep toepasselijk is, houdt in dat de beslissing dat het feit door de verdachte is begaan, moet steunen op de inhoud van de in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Bij feiten of omstandigheden die redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich aldus – al dan niet in reactie op een bewijsverweer – beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging: a. die feiten of omstandigheden aan te duiden en; b. het wettig bewijsmiddel aan te duiden waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend.

Uit de toelichting op het middel blijkt dat in het bijzonder wordt geklaagd over het tweede gedeelte van de bewijsoverweging van het hof, naar ik begrijp vanaf de zin “voor de beoordeling van het tenlastegelegde neemt het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking”. Met de steller van het middel meen ik dat het hof de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden in het eerste (dus voorafgaand aan de geciteerde zin) gedeelte van de bewijsoverweging voldoende nauwkeurig heeft weergegeven. Anders dan de steller van het middel meent, vallen de in het tweede gedeelte van de bewijsoverweging gebruikte redengevende feiten en omstandigheden af te leiden uit de in het eerste gedeelte aangeduide redengevende feiten en omstandigheden. Voorts wordt in de toelichting op het middel geklaagd dat het hof de vastgestelde dagwaarde van de (gestolen) telefoon niet laat steunen op enig in het dossier aanwezig bewijsmiddel. Deze dagwaarde kan echter zonder noemenswaardige moeite uit algemeen toegankelijke bronnen worden achterhaald en valt (aldus) aan te merken als een feit van algemene bekendheid. Bij dergelijke feiten of omstandigheden gaat het immers in de regel om gegevens die geen specialistische kennis veronderstellen en waarvan de juistheid redelijkerwijs niet voor betwisting vatbaar is. Dat lijkt mij hier ook het geval te zijn. Mocht men dat anders zien, dan is er nog steeds geen goede grond voor cassatie aanwezig: de andere bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverweging kunnen ook zonder het gebruik van de dagwaarde zelfstandig de bewezenverklaring dragen. De bewezenverklaring is derhalve toereikend gemotiveerd.

Het middel is tevergeefs voorgesteld.

5. Het tweede middel

Het tweede middel richt zich tegen de bewezenverklaring van opzetheling. In het bijzonder volgt niet uit de bewijsmiddelen dat de verdachte ten tijde van de verwerving en het voorhanden krijgen van het in de bewezenverklaring genoemde goed wist dat die door misdrijf verkregen was.

Bij de beoordeling van het middel kan het volgende worden vooropgesteld. De bewezenverklaring is toegespitst op art. 416 lid 1 aanhef onder a Sr, oftewel opzetheling. De Hoge Raad heeft in een recent arrest een voorafgaande beschouwing gewijd aan het bewijs en de kwalificatie van verschillende vermogensdelicten, waaronder (opzet)heling. Deze beschouwing, voor zover voor de bespreking van dit middel relevant, houdt in:

“2.1.

Bij een vermogensdelict als diefstal kan de rechter door de in de tenlastelegging aangebrachte keuzes voor de vraag worden gesteld of de verdachte zelf dat vermogensdelict heeft gepleegd dan wel of hij nadien daarbij (ook) op een strafbare wijze betrokken is geweest. Die vraag rijst in het bijzonder in die gevallen waarin de bewijsmiddelen vooral duiden op het voorhanden hebben van een voorwerp (kort) nadat met betrekking tot dit voorwerp een vermogensdelict is gepleegd.

(…)

2.3.1.

In geval van betrokkenheid van de verdachte na het vermogensdelict kan heling in beeld komen. Daarbij geldt wel dat krachtens het begrip van heling - een begunstigingsmisdrijf - moet worden aangenomen dat de omstandigheid dat iemand een helingshandeling als genoemd in art. 416 of art. 417bis Sr verricht ten aanzien van een voorwerp dat hij zelf als pleger of als medepleger door enig misdrijf heeft verkregen, aan de kwalificatie heling in de weg staat. Indien dit laatste met voldoende concretisering ten verwere is aangevoerd en uit het onderzoek ter terechtzitting aannemelijk wordt, is kwalificatie als heling uitgesloten.

Kwalificatie als heling is tevens uitgesloten indien de in de bestreden uitspraak gebezigde bewijsvoering dwingt tot de gevolgtrekking dat het de verdachte zelf is geweest die als pleger of als medepleger het desbetreffende voorwerp door misdrijf heeft verkregen. Indien zij niet dwingt tot die gevolgtrekking - ook al laat zij die mogelijkheid wel open -, heeft de rechter de mogelijkheid dat het de verdachte zelf is geweest die als pleger of als medepleger het desbetreffende voorwerp door misdrijf heeft verkregen, kennelijk niet aannemelijk geoordeeld. Dat is een feitelijk oordeel dat in cassatie niet snel onbegrijpelijk zal worden geoordeeld. In dat verband kan van belang zijn of door of namens de verdachte in feitelijke aanleg op die - aan een veroordeling ter zake van heling in de weg staande - omstandigheid een voldoende geconcretiseerd beroep is gedaan. (Vgl. bijvoorbeeld HR 1 november 2005, ECLI:NL:HR: 2005:AT8800, NJ 2006/424.)

Van belang is ook dat voor een bewezenverklaring van opzet- of schuldheling dient te worden vastgesteld dat de verdachte "ten tijde van" bijvoorbeeld het voorhanden "krijgen" wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een "door misdrijf verkregen goed" betrof. Daarbij kan onder omstandigheden een rol spelen of de verdachte een aannemelijke verklaring heeft gegeven met betrekking tot het voorhanden hebben van het voorwerp.”

In mijn conclusie voorafgaand aan het voornoemde arrest wees ik erop dat het bewijs dat de verdachte ten tijde van het moment van voorhanden krijgen wist dat het goed uit misdrijf afkomstig was niet altijd makkelijk te leveren is, zeker als de verdachte er het zwijgen toedoet en er geen aanvullende bewijsmiddelen zijn. In dergelijke gevallen komt het aan op de vaststelling van de feiten en omstandigheden van het geval. Daarbij kunnen twee factoren van belang zijn, te weten: i) een kort tijdsverloop na de diefstal en ii) het ontbreken van een (aannemelijke) verklaring voor het aantreffen van het gestolen goed. Bij die laatste factor speelt de procesopstelling van de verdachte een rol. Indien de verdachte geen helderheid verschaft over de aangetroffen goederen, kunnen daaraan bewijsrechtelijke gevolgen worden verbonden.

In het onderhavige geval heeft het hof de bewezenverklaring onderbouwd met drie bewijsmiddelen en een (nadere) bewijsoverweging. In de bewijsoverweging heeft het hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat de verdachte vaag heeft verklaard over de locatie van de koop van de telefoon, degene van wie hij de telefoon heeft gekocht en dat de aankoopprijs van de telefoon aanzienlijk onder de dagwaarde lag. Uit deze omstandigheden stelt het hof vast dat de verdachte geen openheid van zaken heeft willen geven over de verkrijging van de telefoon. Hieruit concludeert het hof dat de verdachte willen en wetens het geenszins te verwaarlozen risico heeft willen lopen dat de telefoon uit misdrijf afkomstig was. Gezien hetgeen dat onder 5.2 vooropgesteld is, heeft het hof met deze vaststellingen kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat de verdachte ten tijde van het voorhanden krijgen en verwerven van de telefoon willens en wetens de aanmerkelijk kans heeft aanvaard dat de telefoon uit misdrijf afkomstig was. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, noch ontoereikend gemotiveerd. De bewezenverklaring is derhalve naar de eis der wet met redenen omkleed. Ten overvloede merk ik op dat het dossier zich mogelijk had geleend voor de tenlastelegging van diefstal, onder meer gezien het tijdstip waarop de telefoon is ontvreemd en het tijdstip waarop deze bij de verdachte is aangetroffen. Tegelijkertijd dienen zich niet zulke feiten en omstandigheden aan, die zozeer wijzen op het door eigen misdrijf verkregen zijn van de telefoon dat een kwalificatie wegens heling is uitgesloten. In het bijzonder dwingt de procesopstelling van de verdachte, die zich immers niet op die kwalificatie-uitsluitingsgrond heeft beroepen, daartoe evenmin.

Het middel is tevergeefs voorgesteld.

6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

7. De middelen falen en kunnen met de aan art. 81 lid 1 Wet RO ontleende motivering worden afgedaan.

8. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?