“B. Betekenis verhullende termen en overzicht van de verkoopprijzen
(…)
Overige verdovende middelen
Koffie: uit de tapgesprekken kan niet eenduidig worden afgeleid welk verdovend middel specifiek wordt bedoeld. De verkoopprijs is € 10,- per gram. Deze verkoopprijs volgt uit het volgende tapgesprek.
Tapgesprek 1 april 2008
Gsm tijdstip met nummer beller gebelde
NNGSM1 23:23:59 [06-001] [betrokkene 2] NN
[betrokkene 3] zegt: die koffie van 10, heb je nog of moet ik brengen. [betrokkene 4] zegt: breng 200.
Hieruit kan worden afgeleid dat er koffie verkocht wordt met een verkoopprijs van € 10,- per gram.
Pillen, paracetamols: uit de tapgesprekken kan niet worden afgeleid welk verdovend middel specifiek wordt bedoeld. Evident is dat het niet daadwerkelijk om paracetamol gaat. Uit de volgende twee tapgesprekken van 26 maart 2008 kan worden opgemaakt dat het woord paracetamol synoniem is voor pil, nu [verdachte] kort na de bestelling van de onbekende beller van paracetamols navraag doet naar pillen voor eenzelfde hoeveelheid. Een gesprek op 6 maart levert een verkoopprijs op van € 1,20 per pil.
Tapgesprekken 26 maart 2008 14:51:13 en 14:56:13 uur
Gsm tijdstip met nummer beller gebelde
ABGSM1 14:51:13 [06-002]
Sms: HE mattie wou je vragen of je 50 paracetamols voor me hebt of kan regelen heb ze vanavond nodig ja of nee mattie?
Gsm tijdstip met nummer beller gebelde
ABGSM1 14:56:12 [06-001] [verdachte] NN
[verdachte]: luister heb je nog pillen? NN-man: wat? [verdachte]: pillen. NN-man: ja die zijn er ja. [verdachte]: wat? NN-man: ja die zijner, hoeveel wil je? [verdachte]: ik heb 50 nodig. NN-man: hoeveel 50? [verdachte]: ja 50. NN-man: ja het is er. [verdachte]: die heb ik dadelijk nodig, doe die apart. NN-man: hoelang? [verdachte]: ’s avonds. NN-man: ja is goed.
Tapgesprek 6 maart 2008 20:28:00 uur
Gsm tijdstip met nummer beller gebelde
ABGSM1 20:28:00 [06-001] NN [verdachte]
NN-man zegt: die ene heb 300 pillen verkocht voor een euro twintig toch? NN-man [verdachte] zegt: ja. NN-man 2662 zegt: ik heb hem 320 euro gegeven, maar hij moet me 360 euro geven, ik heb een fout gemaakt. NN-man [verdachte] zegt: geeft niet. NN-man 2662 verontschuldigt zich hiervoor dat hij nog 40 euro tekort komt. NN-man [verdachte] zegt dat het niet erg is.
Brood: uit de tapgesprekken kan niet worden afgeleid welk verdovende middel specifiek wordt bedoeld. De verkoopprijs kan ook niet worden afgeleid. De inkoopprijs bedraagt € 1.000,- per kilo. Dit blijkt uit het volgende tapgesprek van 13 april 2008. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de organisatie van [medeverdachte] de ingekochte hoeveelheden in elk geval voor minstens dezelfde prijs heeft doorverkocht.
Tapgesprek 13 april 2008
Gsm tijdstip met nummer beller gebelde
MZGSM2 20:54:52 [06-003] [medeverdachte] [...]
[medeverdachte] zegt: luister die ronde brood, wat is daar de prijs van? [betrokkene 4] zegt: hij heeft gezegd 1100. [medeverdachte] zegt: wat? [betrokkene 4] zegt: 1100. [medeverdachte] zegt: mogelijk doet hij er wat van af, ik weet niet. [medeverdachte] zegt: die mensen zoeken zo’n 30 kilo nu, en als het hun bevalt, je weet, zij komen elke week terug, begrijp je. [betrokkene 4] zegt: ja. [betrokkene 4] zegt: wat denk je? [medeverdachte] zegt: mogelijk kunnen wij daar 100 er vanaf doen, dan laat hij het voor 1000. [betrokkene 4] zegt: ik zal hem bellen, hebben zij het hier nodig of daar onder? [medeverdachte] zegt: mogelijk hebben zij het daar onder nodig, in de hoofdstad. [betrokkene 4] zegt: oké, is goed.
C. De tapgesprekken en daarbij berekende omzet
(…)
13. april 2008 totaal € 30.000,-
Gesprek 94
Gsm tijdstip met nummer beller gebelde
MZGSM2 20:54:52 [06-003] [medeverdachte] [...]
[medeverdachte] zegt: luister die ronde brood, wat is daar de prijs van? [betrokkene 4] zegt: hij heeft gezegd 1100. [medeverdachte] zegt: wat? [betrokkene 4] zegt: 1100. [medeverdachte] zegt: mogelijk doet hij er wat van af, ik weet niet. [medeverdachte] zegt: die mensen zoeken zo’n 30 kilo nu, en als het hun bevalt, je weet, zij komen elke week terug, begrijp je. [betrokkene 4] zegt: ja. [betrokkene 4] zegt: wat denk je? [medeverdachte] zegt: mogelijk kunnen wij daar 100 er vanaf doen, dan laat hij het voor 1000. [betrokkene 4] zegt: ik zal hem bellen, hebben zij het hier nodig of daar onder? [medeverdachte] zegt: mogelijk hebben zij het daar onder nodig, in de hoofdstad. [betrokkene 4] zegt: oké, is goed.
Hoeveelheden prijs omzet
30 kilo “ronde brood” € 1000,- per kilo € 30.000,-
Dit betreft een transactie van [medeverdachte] die kennelijk via [betrokkene 4] 30 kilo brood wil leveren aan “mensen”. De prijs is € 1.100,- De rechtbank interpreteert dit als: € 1.100,-per kilo. Niet te achterhalen is wat er met “brood” wordt bedoeld, maar de rechtbank gaat ervan uit dat de organisatie van [medeverdachte] een hoeveelheid van 30 kilo in elk geval voor minimaal € 1.000,- per kilo weer heeft doorverkocht.”
16. Het hof heeft gemotiveerd waarom het van een winstpercentage van 50% uitgaat. Bij de vaststelling van dit percentage heeft het in aanmerking genomen dat de organisatie de winstmarges verhoogde door drugs te vermengen met versnijdingsmiddelen alsook dat het gebruikte percentage een minimumpositie betreft gelet op de inkoopprijs van € 15 en de verkoopprijs van € 36 per gram heroïne (een winstmarge van ruim 58%).
17. Dat het hof ook voor het overige een winstpercentage van 50% heeft toegepast, acht ik niet onbegrijpelijk. Het betreft immers een gemiddeld percentage, dat, zoals het hof ten aanzien van de heroïne heeft aangetoond, voor de betrokkene nog in gunstige zin is vastgesteld. Dat het hof niet van alle verkochte drugs(soorten) het winstpercentage exact heeft kunnen vaststellen, doet aan de begrijpelijkheid van dat oordeel niet af. Daarbij heb ik in aanmerking genomen dat in cassatie niet wordt betwist dat de bedoelde verdovende middelen wederrechtelijk verkregen voordeel hebben opgeleverd. Ook de door het hof overgenomen overweging van de rechtbank ten aanzien van een “rond brood” doet niet af aan de begrijpelijkheid van ’s hofs oordeel. Uit de desbetreffende (door het hof overgenomen) overweging van de rechtbank valt niet af te leiden dat de rechtbank heeft uitgesloten dat dit “rond brood” voor een hogere prijs is verkocht, waarbij komt dat de geschatte winst van € 15.000 die dit heeft opgeleverd slechts een fractie vormt van het totale ontnemingsbedrag. Het oordeel van het hof dat het winstpercentage 50% betreft, is dan ook toereikend gemotiveerd.
18. Het lijkt mij dat ook dit middel evident kansloos is en met toepassing van art. 80a RO kan worden afgedaan.
19. Het derde middel – dat erover klaagt dat de inzendtermijn in cassatie met vier maanden is overschreden – deelt nu hetzelfde lot. Aangezien de andere middelen met toepassing van art. 80a RO kunnen worden afgedaan, rechtvaardigt ingevolge vaste rechtspraak van de Hoge Raad de aangevoerde klacht geen behandeling in cassatie omdat de betrokkene dan gezegd kan worden klaarblijkelijk onvoldoende belang te hebben bij het cassatieberoep.
20. Op grond van het voorgaande stel ik mij op het standpunt dat het beroep in cassatie met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG