ECLI:NL:PHR:2018:1062

ECLI:NL:PHR:2018:1062, Parket bij de Hoge Raad, 02-10-2018, 17/01409

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 02-10-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 17/01409
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2018:2429
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854

Samenvatting

Concl. plv. AG. Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Ruzie in uitgaansgelegenheid. Hof heeft niet uitgesloten dat aangever verdachte voorafgaande aan de bewezenverklaarde stomp een kopstoot heeft gegeven. Middelen over noodweer en motivering toewijzing vordering benadeelde partij (o.m. verwerping verweer dat aangever eigen schuld had). AG adviseert de Hoge Raad met toepassing van art. 81.1 RO het cassatieberoep te verwerpen.

Uitspraak

3. Het eerste middel

Het middel klaagt dat het hof het ‘uitdrukkelijk onderbouwde standpunt’ dat er sprake was van een noodweersituatie niet-begrijpelijk, althans onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen.

Ten laste van de verdachte heeft het hof bewezenverklaard dat:

“hij op 1 januari 2016 te Hilversum [betrokkene 1] heeft mishandeld door hem tegen het gezicht te stompen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken tand, ten gevolge heeft gehad.”

Deze bewezenverklaring berust op de navolgende bewijsmiddelen:

“1. Een in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar opgemaakt proces-verbaal aangifte, d.d. 1 januari 2016 (pagina 4 en verder van een dossier met nummer PL0900-2016000696) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van aangever [betrokkene 1]:

Ik doe aangifte van mishandeling, gepleegd op 1 januari 2016 tussen 04.10 en 04.20 uur in Hilversum. Ik bevond mij met mijn vrienden op de dansvloer in de Let’s Get Down. Uit het niets voelde ik twee vuistslagen op mijn mond. Uw collega’s hebben twee jongens aangehouden. Deze herkende ik als zijnde de daders die mij geslagen hebben.

Ik mis een voortand, de andere tand zit helemaal los.

2. Een in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever, d.d. 1 januari 2016 (pagina 10 en verder van het onder 1. genoemde dossier) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van aangever [betrokkene 1]:

Ik was in de Let’s Get Down aan het dansen met vier vrienden. Ik zag dat er een groepje van zo'n 3 a 4 jongens van buitenlandse afkomst op zo'n twee meter van mij en mijn vrienden stonden.

Ik zag dat een van deze jongens zich naar mij omdraaide. Direct daarop zag ik dat de jongen zijn rechterhand tot een vuist balde. Ik zag en voelde dat de jongen met grote kracht mij een harde stomp op de linker zijkant van mijn gezicht gaf. De vuist raakte mij net naast mijn linker oog. Ik voelde dat er bloed langs de linkerkant van mijn gezicht liep. Ik voelde met mijn hand aan mijn gezicht ik zag dat mijn hand vol met bloed zat. Direct na deze harde stomp voelde ik dat ik met een tot vuist gebalde hand, met grote kracht vol op mijn mond geslagen werd. Ik voelde een stekende pijn in mijn mond, ik voelde dat er iets loskwam in mijn mond. Ik weet dat de stomp van onder naar boven geslagen werd, ik voelde dat mijn hoofd door de harde stomp naar achteren geslagen werd.

Op het moment dat ik door de beveiliger vastgehouden werd, voelde ik dat ik weer geslagen werd door een andere jongen van het groepje van vier.

Hierna ben ik en de twee jongens die mij gestompt hadden door de beveiligers naar buiten gebracht. Ik zag dat de twee jongens die mij gestompt hadden in een politiebusje werden afgevoerd naar het politiebureau.

Op 1 januari 2016 ben ik naar een noodtandarts op de Beethovenlaan gegaan om naar mijn tanden te laten kijken. Uit het onderzoek van de tandarts is gebleken dat ik een voortand mis, ook zitten er twee voortanden los. De tandarts heeft een spalkje moeten maken om te voorkomen dat deze twee tanden verder los zouden komen en uit mijn mond zouden vallen. Ik voeg het medische rapport van de tandarts geheel vrijwillig aan dit proces-verbaal toe. Ik ben nu nog verdoofd door de verdoving die de tandarts gegeven heeft, maar ik voel de pijn al komen.

3. Een geschrift, zijnde een medische verklaring d.d. 1 januari 2016 opgemaakt door J.J.F.A.M. Ruijgrok, tandarts (pagina 14 van het onder 1. genoemde dossier) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van J.J.F.A.M. Ruijgrok:

Tijdens de spoedgevallendienst zag ik [betrokkene 1].

Diagnose: avulsie II (element is weg) en luxatie 21 en 22.

De behandeling heeft bestaan uit: anesthesie, spalken 21 en 22 en uitleg over implantaat.

4. Een in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 1 januari 2016 (pagina 34 en verder van het onder 1. genoemde dossier) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van getuige [getuige 1]:

Ik was op vrijdag 1 januari 2016 omstreeks 01.30 uur in nachtclub Let's Get Down gevestigd aan de Emmastraat te Hilversum. Ik zag dat er een ruzie ontstond tussen een aantal jongens die daar op de dansvloer stonden.

Ik zag dat een van die jongens, die gekleed was in een wit T-shirt met aan de voorkant een zwarte print, helemaal uit zijn plaat ging. Ik noem deze jongen in mijn verklaring jongen 1.

Ik zag dat een van die andere jongens werd vastgepakt door omstanders. Ik zag dat die jongen gekleed was in donkere kleding, een donkere blouse en bijpassende broek en dat hij een slank postuur had. Die jongen was licht getint en had kort donker haar. Deze jongen noem ik in mijn verklaring jongen 2.

Ik zag dat die jongen 1 een harde stomp vol in zijn gezicht kreeg van jongen 2. Ik zag dat jongen 1 daardoor achteruit wankelde en dat hij door de aanwezige beveiligers werd opgevangen. Ik zag dat jongen 1 iets uitspuugde, ik zag dat het bloed was en ik zag dat hij een tand uitspuugde. Ik sprong er tussen om jongen 2 verder tegen te houden. Toen ik dat deed kwam er een derde jongen zich mee bemoeien. Ik zag dat die jongen ook door omstanders werd vast/tegengehouden. Die derde jongen was gekleed in een wit overhemd, een donkere broek en had een slank postuur en had kort aan de zijkant opgeschoren donker haar. Ik noem deze jongen, jongen 3. Jongen 3 werd vastgehouden en ik hoorde hem hard schreeuwen.

Ik zag dat er ook beveiligers naar jongen 2 en 3 liepen. Ik ben toen met een beveiliger en met jongen 1 weggelopen naar de kassa van Let's Get Down. Ik zag kort daarop dat jongen 2 en jongen 3 door de beveiligers naar de garderobe van Let's Get Down werden gebracht.

5. Een in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 1 januari 2016 (pagina 44 en verder van het onder 1. genoemde dossier) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

als verklaring van verdachte

A: We waren vannacht (het hof begrijpt: op 1 januari 2016) in de Let’s Get Down. Die jongen (het hof begrijpt: aangever [betrokkene 1]) stond voor mij. Ja, toen heb ik hem er een gegeven.

V: Wat droeg je aan kleding die avond?

A: Wat ik nu aan heb en daarover een colbert.

Ik droeg zwarte schoenen en een grijs colbert.

O: Wij zien dat verdachte is gekleed in een zwart overhemd, grijze spijkerbroek.

O: Wij zien dat verdachte licht getint is en kort zwart haar heeft.

V: Je sloeg die jongen, hoe deed je dat?

A: Gewoon met vuist in zijn gezicht.

6. Een geschrift, zijnde een schadeonderbouwingsformulier van benadeelde partij [betrokkene 1] d.d. 6 mei 2016 (bevindt zich in het hofdossier, bij de stukken van de benadeelde partij) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Benadeelde is voor zijn tanden behandeld door de kaakchirurg. De wortelresten van de losgeslagen tand zijn chirurgisch verwijderd (radix relicta 11 verwijderd). Er zijn röntgenfoto’s gemaakt en een spalkje met een composiet erin geplaatst als een tijdelijke oplossing. Benadeelde zal in de toekomst een implantaat krijgen. Benadeelde heeft gedurende ongeveer 1,5 maand met een gat in zijn gebit rondgelopen. Hij heeft ook verschillende wortelkanaalbehandelingen moeten ondergaan.

Benadeelde heeft nu als tijdelijke oplossing een spalk, omdat hij pas na zijn 21e implantaten mag laten zetten volgens de implantoloog.”

Blijkens de aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep gehechte pleitnotities heeft de raadsman van de verdachte aldaar, voor zover van belang, het volgende aangevoerd:

“2. Cliënt verklaart dat hij aangever inderdaad een klap heeft gegeven. De politie houdt hem ook voor dat ze vinden dat hij eerlijk is en dat het hem siert. Cliënt verklaart verder dat hij eerst een kopstoot kreeg en dat zijn reactie voortkomt uit die kopstoot en het provocerend gedrag ervoor. Cliënt zegt dus eigenlijk: noodweer.

(…)

Begin van de ruzie

11. Wat getuige [getuige 1] ook niet heeft verklaard is hoe het opstootje is begonnen, wellicht omdat hij hier geen goed zicht op had. Niet duidelijk is dus wie er als eerste heeft geslagen. [betrokkene 1] verklaart hierover verschillend ('U vraagt mij of er een conflict aan vooraf is geweest. Dit is echter niet het geval', p. 4. 'Op een gegeven moment heb ik denk ik, een van deze jongens aangestoten, niet met opzet. Het kan gebeuren dat je op de dansvloer aan het dansen ben je iemand per ongelijk aanstoot', p. 10).

12. Het begin van het opstootje blijft een vraagteken. Het verhaal van cliënt dat aangever eerst zou hebben geslagen/een kopstoot zou hebben gegeven en cliënt daarop alleen terug sloeg is aannemelijker. Ook omdat hij direct openheid geeft: "We waren gewoon in Lets Get Down, we liepen het rook hok uit. Die jongen stond voor me en was me aan het uitdagen. Hij ging echt heel dicht op me staan, je kent dat wel. Ineens geduw en dan die kopstoot" (p. 46).

13. Zeker gelet op de verklaringen van anderen blijkt dit verhaal van cliënt juist te zijn. Zo verklaart getuige [getuige 1]: 'Ik hoorde dat jongen 1 buiten op straat discriminerende taal uitsprak. Ik hoorde dat hij onder ander zei “kanker buitenlanders, kanker Marokkanen ik sla ze allemaal kapot”' (p. 36). [betrokkene 1] is in de verklaring jongen 1.

14. Ook verklaart hij: 'Ik liep in de richting van de DJ die ik kende en onderweg naar hem toe viel mij een persoon op die zich nogal wild gedroeg. Qua dansen en gek doen op de dansvloer ik zag dat die jongen onder andere gekleed was in een wit T-shirt met aan de voorzijde een zwarte print (...) Ik zag dat een van die jongens, die gekleed was in een wit T-shirt met aan de voorkant een zwarte print, helemaal uit zijn plaat ging. Ik zag dat die jongen werd vastgehouden door een aantal mensen en dat hij zich daarvan lostrok' (p. 34). Deze jongen is [betrokkene 1].

15. Ook de verbalisanten die vervolgens te plaatse kwamen viel op dat [betrokkene 1] zeer onrustig was: 'Ik, verbalisant [verbalisant 1], hoorde en zag dat [betrokkene 1] zeer onrustig was. Ik hoorde hem ook steeds twijfelen over het feit of hij aangifte wilde doen' (p. 17). Waarom zou [betrokkene 1] zo twijfelen of hij aangifte wilde doen als hij zelf niet eens geslagen heeft?

16. We kunnen dus uitgaan van de verklaring van cliënt dat hij inderdaad is geslagen.

17. Op het moment dat wij uitgaan van de verklaring van cliënt kan zijn handelen zowel als proportioneel als subsidiair worden aangemerkt. Cliënt heeft naar aanleiding van een kopstoot een klap (of misschien wel een vuist) uitgedeeld. Dat deze klap of vuist harder aangekomen is dan verwacht, bleek pas achteraf. Op dat moment is het handelen van cliënt derhalve ook proportioneel geweest. Overigens kon cliënt niet weglopen omdat e.e.a. plots escaleerde en er een groep omheen stond. Dit blijkt overigens uit alle verklaringen (zie ook de verklaring van [getuige 1]).”

Het hof heeft dit verweer als volgt samengevat en verworpen:

“De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting van het hof geopperd dat er mogelijk sprake is geweest van noodweer. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte naar aanleiding van een kopstoot als reactie een stomp heeft uitgedeeld.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Op grond van het bepaalde in artikel 41 van het Wetboek van Strafrecht is niet strafbaar hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.

Uit het dossier volgt dat verdachte en aangever op enig moment zijn vastgepakt/tegengehouden door omstanders. Verdachte heeft zich losgerukt en heeft vervolgens aangever in zijn gezicht gestompt. Het hof acht niet aannemelijk geworden dat op dat moment (nog) sprake is geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de zijde van aangever waartegen verdachte zich moest verdedigen. Reeds hierom wordt het beroep op noodweer verworpen. Ook indien wordt uitgegaan van een kopstoot in de voorfase, zoals is verklaard door verdachte, was verdachtes handelen niet geboden.

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.”

Het oordeel van het hof dat het niet aannemelijk is geworden dat op het moment waarop de verdachte de aangever in zijn gezicht heeft gestompt (nog) sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de zijde van de aangever waartegen de verdachte zich moest verdedigen, is gelet op hetgeen het hof daaraan als feitelijke vaststellingen ten grondslag heeft gelegd, in het geheel niet onbegrijpelijk. Daarmee heeft het hof het noodweerverweer toereikend gemotiveerd verworpen.

Met zijn oordeel “Ook indien wordt uitgegaan van een kopstoot in de voorfase, zoals is verklaard door verdachte, was verdachtes handelen niet geboden” heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat de namens de verdachte aan het verweer ten grondslag gelegde feitelijke toedracht het beroep op noodweer evenmin kan doen slagen, omdat de gestelde aanranding (bestaande uit een kopstoot van de aangever), ten tijde van het handelen van de verdachte reeds was geëindigd. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat het hof heeft vastgesteld dat de verdachte en de aangever op enig moment zijn vastgepakt/tegengehouden door omstanders, dat de verdachte zich heeft losgerukt en dat hij de aangever vervolgens in zijn gezicht heeft gestompt. Dat oordeel is, anders dan de steller van het middel meent, voorts toereikend gemotiveerd. Voor zover de steller van het middel meent dat het hof “volledig voorbij is gegaan aan de verklaring van de verdachte dat de aangever met het opstootje is begonnen en de verdachte enkel in reactie daarop de aangever heeft geslagen” mist het feitelijke grondslag, nu het hof juist bij zijn oordeel de mogelijke juistheid van de lezing van de verdachte inhoudende dat de aangever een kopstoot gaf voordat de verdachte hem sloeg, heeft betrokken. Voor zover de steller van het middel meent dat de verwerping van het noodweerverweer gelet op de uitgebreidheid van dat verweer overigens ontoereikend is gemotiveerd, faalt het eveneens, nu het door de raadsman ter zitting gevoerde ‘noodweerverweer’ niet meer inhoudt dan dat “Cliënt verklaart dat hij eerst een kopstoot kreeg en dat zijn reactie voortkomt uit die kopstoot en het provocerend gedrag ervoor” en dat “cliënt naar aanleiding van een kopstoot een klap (of misschien wel een vuist) heeft uitgedeeld”.

Voor zover in de toelichting op het middel er zijdelings over wordt geklaagd dat het hof het noodweer-verweer enkel heeft besproken bij de strafbaarheid van de verdachte, terwijl een beroep op noodweer in het geval van enige vorm van mishandeling toeziet op de bewezenverklaring en niet op de strafbaarheid van de verdachte na een bewezenverklaring, ben ik van oordeel dat deze klacht op zichzelf terecht is. Onder mishandeling in de zin van de art. 300 Sr moet immers worden verstaan het aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. Een geslaagd beroep op noodweer zou in dit geval daarom dienen te leiden tot vrijspraak en niet tot ontslag van rechtsvervolging. Dit verzuim behoeft bij gebrek aan belang echter niet tot cassatie te leiden.

Het middel is tevergeefs voorgesteld.

4. Het tweede middel

Het middel klaagt dat het hof de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, “ondanks het betoog van de verdediging dat niet is vast te stellen door wie de schade aan de tanden van de aangever is toegebracht en dat er eigen schuld bij de benadeelde is”, onbegrijpelijk dan wel onjuist/onvoldoende heeft gemotiveerd.

Blijkens de aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep gehechte pleitnotities heeft de raadsman van de verdachte aldaar, voor zover van belang, het volgende aangevoerd:

Vordering benadeelde partij

21. In deze zaak heeft de [betrokkene 1] een aanzienlijke vordering benadeelde partij ingediend. Nu cliënt dient te worden vrijgesproken verzoek ik u over te gaan tot afwijzing van de vordering.

22. Mocht u tot een bewezenverklaring komen, dan verzoek ik u de vordering benadeelde partij, net zoals de rechtbank heeft gedaan, te matigen. Zowel de kosten voor de implantaten als voor de tandartsverzekering betreffen toekomstige kosten. Deze dienen derhalve afgewezen te worden. Over beschadiging van een horloge wordt in het gehele dossier niet gesproken. Er wordt zelfs niet gesproken over of aangever een horloge om had of niet. Ook blijkt uit de bon van Seiko (bijlage 13) dat het onder andere gaat om een nieuwe batterij.

23. Als u al tot een bewezenverklaring komt vindt de verdediging het van belang om vast te stellen dat een ander ook heeft geslagen 'man 1'. Dat is niet cliënt. Het staat niet vast door wie het letsel is ontstaan. Het gaat niet om openlijke geweldpleging of een medeplegen constructie, dus als niet vaststaat welk letsel door wie is ontstaan dan kan het letsel (in schadevergoedingszin) ook cliënt niet worden aangerekend.  pagina 11 van het dossier.

24. Verder is van belang dat uit het dossier ook blijkt dat aangever schuld heeft gehad. Hij hoeft uiteindelijk niet de initiator te zijn om in civielrechtelijke zin te spreken van 'eigen schuld'. Ook bedrag eerste aanleg matigen.”

Het bestreden arrest houdt, voor zover van belang, het volgende in:

Vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 6.621,42, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.188,70, vermeerderd met de wettelijke rente. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering. Daarbij heeft de benadeelde partij tevens een bedrag van € 83,- aan proceskosten hoger beroep gevorderd.

In hoger beroep is de vordering (deels) inhoudelijk betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag.

Materiële schade

- Kleding en tandartskosten tot op heden

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte schade aan zijn kleding heeft gehad ad € 179,90,- en tandartskosten ad € 9,70 heeft moeten betalen. De vordering is op deze punten ook niet inhoudelijk betwist. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, zal worden toegewezen.

- Horloge, kosten implantaten en tandartsverzekering

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 180,50 wegens reparatiekosten van een horloge, een bedrag van € 4.180,32 wegens de kosten voor twee toekomstige implantaten en een bedrag van € 621,- voor de (toekomstige) kosten van een tandartsverzekering.

Door de verdediging is aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat aangever een horloge droeg, dat de kosten toekomstige kosten betreffen en de vordering bovendien onvoldoende onderbouwd is.

Evenals de advocaat-generaal - en met de verdediging - is het hof van oordeel dat behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Voor zover de vordering betrekking heeft op toekomstige schade overweegt het hof dat daarvan ongewis is of en, zo ja, in welke omvang deze zich zal voordoen. Tevens staat niet vast dat alle toekomstige tandheelkundige kosten uitsluitend te wijten zijn aan verdachtes handelen. Gezien het voorgaande kan de benadeelde partij daarom in zoverre niet in haar vordering worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Immateriële schade

Verder vordert de benadeelde partij onder verwijzing naar de ANWB Smartengeldgids een bedrag van € 1.450,- voor geleden immateriële schade.

De vordering is van de zijde van verdachte weersproken. Aangevoerd is dat eigen schuld dient te leiden tot matiging.

Gezien de omstandigheden waaronder het feit is begaan, mede gelet op de leeftijd van de benadeelde partij en de gevolgen, acht het hof - met de advocaat-generaal - toewijzing tot het bedrag van € 1000,- redelijk. Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Proceskosten

Het hof acht in dit geval een toekenning van een bedrag van € 47,20 voor de reiskosten in hoger beroep redelijk en billijk. Voor het overige wijst het hof de vordering af.”

Uit de reeds hiervoor onder 3.3 weergegeven bewijsmiddelen, in het bijzonder de als bewijsmiddel 4 gebezigde verklaring van de getuige [getuige 1] en de als bewijsmiddel 5 gebezigde verklaring van de verdachte, blijkt dat het de verdachte was die de stomp toebracht waardoor de tandschade bij de aangever is ontstaan. Mede gelet daarop heeft het hof door te oordelen “dat uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden”, het – overigens nauwelijks onderbouwde - verweer van de verdediging dat niet is vast te stellen door wie de schade aan de tanden van de aangever is toegebracht, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd verworpen.

Klaarblijkelijk en niet onbegrijpelijk heeft het hof het door de raadsman gedane, niet nader gefundeerde, beroep op eigen schuld van de aangever met betrekking tot de door de benadeelde partij ingestelde vordering aldus opgevat dat de verdediging zich op het standpunt stelt dat het ontstaan van de schade geheel of ten dele aan de aangever zelf te wijten is geweest omdat de aangever de verdachte een kopstoot heeft gegeven. Aldus opgevat, vindt het beroep op eigen schuld zijn weerlegging in het door het hof in de verwerping van het beroep op noodweer gegeven oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat op het moment dat de verdachte de bewezenverklaarde slag toebracht (nog) sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van de zijde van de aangever waartegen de verdachte zich moest verdedigen, terwijl ook indien wordt uitgegaan van een kopstoot in de voorfase, het handelen van de verdachte niet geboden was. Anders dan de steller van het middel meent, was het hof derhalve niet tot een nadere motivering gehouden.

Het middel faalt.

5. Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering.

6. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

plv. AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl PS-Updates.nl 2018-0809
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?