“Omschrijving wapenHet is een voor be- en afdreiging geschikt CO2 pistool, merk Walther, model PPQ.
Categorie wapenHet wapen vertoont voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis met een pistool van het merk Walther, model P99Q, zijnde het dienstwapen van de Nederlandse Politie.
Derhalve is dit voorwerp een wapen in de zin van artikel 2 lid 1, categorie I sub 7 van de Wet wapens en munitie, gelet op artikel 3 onder a van de Regeling wapens en munitie.”
33. Behalve de door de politie geconstateerde “sprekende gelijkenis” viel mij ook de gelijkenis in benaming van het luchtdrukwapen en het vuurwapen op, maar de naam van het wapen wordt naast “vorm en afmetingen” in artikel 3, aanhef en onder a, RWM niet genoemd.
34. Ten tweede wijs ik met een blik over de papieren muur op de foto’s die van het bij de verdachte in beslag genomen luchtdrukwapen zijn gemaakt. Die maken duidelijk dat en waarom de verdachte niet heeft aangevoerd dat het luchtdrukwapen geen sprekende gelijkenis met een vuurwapen vertoont.
35. Verder wijs ik in verband op de door het hof onder 1, 2 en 3 gebruikte bewijsmiddelen waaruit blijkt dat het wapen is aangetroffen in het nachtkastje in de ouderlijke slaapkamer. Uit de plaats waar de verdachte het wapen voorhanden heeft gehad, heeft het hof in combinatie met de “sprekende gelijkenis” die het wapen vertoonde met een vuurwapen, kunnen opmaken – en heeft het hof ook kennelijk opgemaakt – dat de verdachte dat wapen voorhanden heeft gehad juist vanwege de sprekende gelijkenis omdat het daarom voor bedreiging of afdreiging geschikt was.
36. Het middel faalt.
37. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
38. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG