ECLI:NL:PHR:2018:1098

ECLI:NL:PHR:2018:1098, Parket bij de Hoge Raad, 19-06-2018, 17/02880

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 19-06-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 17/02880
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2018:1815
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Medeplegen van valsheid in geschrift, art. 225.1 Sr en passieve ambtelijke omkoping door werkmeester van de reclassering, art. 363.1.1 Sr. Uos dat verdachte zich t.a.v. de taakgestrafte A niet schuldig kan hebben gemaakt aan de tlgd. feiten. Hetgeen door de raadsman ttz. in h.b. naar voren is gebracht, inhoudende dat verdachte zich niet aan de tlgd. feiten heeft schuldig gemaakt omdat hij op de dagen dat taakgestrafte A volgens de urenlijst zijn taakstraf zou hebben verricht vrij was, dat hij zijn handtekening niet op de urenlijst heeft geplaatst en dat de handtekening van verdachte zonder diens medeweten door medeverdachte is vervalst, kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie t.o.v. Hof naar voren is gebracht. Hof is in zijn arrest van dit uos afgeweken door het tlgd. bewezen te verklaren, maar heeft, in strijd met art. 359.2 Sv niet in het bijzonder de redenen opgegeven die daartoe hebben geleid. Dit verzuim heeft ex art. 359.8 Sv nietigheid tot gevolg. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG (anders t.a.v. gevolg verzuim): gemotiveerde verwerping uos ligt besloten in bestreden uitspraak. Samenhang met 17/01405 (niet gepubliceerd, verdachte overleden) en 17/02881 P.

Uitspraak

4. 3.1.4 Afkopen taakstraffen

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het afkopen van taakstraffen, dat hij daarvoor geld ontving, misschien € 200,00 of € 300,00 of € 500,00, dat hij dit samen met [verdachte] heeft gedaan, en dat zij de bedragen zijn gaan delen. [medeverdachte] heeft tevens verklaard dat een Turk hen had benaderd en zijn taakstraf voor € 700,00 of € 800,00 had afgekocht, en dat [betrokkene 5] zijn taakstraf had afgekocht voor € 400,00 en dat hij dit bedrag had gedeeld met [verdachte] . Op de vraag wanneer taakgestraften wat konden regelen met zijn collega [verdachte] en hem, verklaarde [medeverdachte] dat hij dan keek naar de betrouwbaarheid van de taakgestrafte, dat de taakgestrafte niet zijn mond voorbij moest praten en naar de inlichtingendienst moest lopen om hem en [verdachte] te verraden.

Op de vraag hoe vaak hij zich heeft laten omkopen, heeft [medeverdachte] verklaard dat hij dat niet meer weet, dat het tien keer zou kunnen zijn, en dat het op een gegeven moment automatisch ging en dat het gewoon werd. De taakgestrafte [betrokkene 1] heeft volgens [medeverdachte] € 150,00 of € 200,00 betaald voor het afkopen van zijn taakstraf.”

8. Volgens de pleitnotities die zijn gevoegd bij het proces-verbaal dat is opgemaakt van ’s hofs terechtzitting van 7 februari 2017 naar aanleiding waarvan het bestreden arrest is gewezen, heeft de raadsman ten overstaan van het hof het volgende aangevoerd met betrekking tot de taakgestrafte [betrokkene 1] :

“ [betrokkene 1]

a. [betrokkene 1] heeft verklaard dat alleen [medeverdachte] zijn werkmeester was.

b. [betrokkene 1] is aanwezig gemeld op 20 september, 27 september en 4 oktober 2013, terwijl hij volgens justitie (observatie en verklaring [betrokkene 1] ) niet aanwezig was. [betrokkene 1] is aanwezig gemeld door [medeverdachte]

c. Dit zijn allemaal vrijdagen: dagen waarop [verdachte] vrij is (dat [verdachte] op vrijdagen altijd vrij was is geen punt van geschil en wordt bevestigd door onder meer de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] ).

d. De urenlijst zou door [medeverdachte] en [verdachte] zijn ondertekend. [verdachte] heeft echter van meet af aan ontkend dat dit zijn handtekening is.

i. Alle overige handtekeningen op de andere lijsten zijn door hem overigens wel erkend als zijnde van hem.

ii. [verdachte] was niet aanwezig op de vrijdagen en kon dus ook niet hebben getekend.

iii. Deze handtekening komt, indien goed wordt gekeken, niet overeen met de overige handtekeningen in het dossier van [verdachte] .

iv. De Reclassering heeft erkend in een gesprek bij de Abvakabo dat de handtekening naar alle waarschijnlijkheid niet van [verdachte] is (zie de bijlage behorend bij de pleitnota in eerste aanleg)

e. [verdachte] geeft aan dat zijn handtekening vermoedelijk door [medeverdachte] is vervalst zonder dat hij daar enige weet van had.

Gelet op het vorenstaande is het vreemd dat [verdachte] wel op dit punt is veroordeeld. De bewijzen zijn te mager, en een afweging qua overtuiging zou in het voordeel van [verdachte] moeten uitvallen. De rechtbank heeft dit in mijn ogen onvoldoende onderkend.”

9. Het in hoger beroep overeenkomstig toepasselijke art. 359, tweede lid, tweede volzin, Sv stipuleert dat indien de verdediging ter terechtzitting een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt heeft ingenomen en de rechter daarvan afwijkt, hij gehouden is om in het bijzonder de redenen op te geven die hem daartoe hebben gebracht. Een ter terechtzitting ingenomen standpunt heeft slechts dan als uitdrukkelijk en onderbouwd te gelden, indien het duidelijk, door argumenten geschraagd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie naar voren is gebracht. Bij de niet-aanvaarding van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt gaat de plicht tot motivering echter niet zo ver dat op ieder detail van de argumentatie moet worden ingegaan. Omtrent de aan de motivering te stellen eisen komt onder meer betekenis toe aan de inhoud en indringendheid van de aangevoerde argumenten.

10. Indien de rechter in strijd met art. 359, tweede lid, tweede volzin, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven die hebben geleid tot afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt, heeft dat verzuim ingevolge art. 359, achtste lid, Sv nietigheid van de bestreden uitspraak tot gevolg. Dat is alleen anders indien een gemotiveerde weerlegging van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt reeds in de uitspraak besloten ligt, dan wel indien het verzuim om te responderen – in het licht van het verhandelde ter terechtzitting – geen afbreuk doet aan de toereikendheid en begrijpelijkheid van de motivering van de uitspraak c.q. dat verzuim van ondergeschikte betekenis is.

11. Het door de verdediging ter terechtzitting ingenomen standpunt waarvan de pleitnotities hierboven onder 8 zijn weergegeven houdt in essentie in dat de verdachte geen bemoeienis had met het frauderen van de urenlijsten van [betrokkene 1] en dat hij, verdachte, dat ook niet kon hebben omdat hij op de genoemde drie vrijdagen (onbetwist) niet heeft gewerkt. De handtekeningen van de verdachte (moeten) zijn vervalst, aldus de verdediging, en dat is zichtbaar doordat de betwiste handtekeningen niet overeenkomen met de handtekeningen die door de verdachte als de zijne zijn geïdentificeerd. Het hof is van dit standpunt afgeweken door de verdachte ter zake te veroordelen, doch men zoekt in het bestreden arrest, alsook in het door het hof bevestigde vonnis tevergeefs naar enige verwijzing naar dit door de verdediging ingenomen standpunt. Mocht hieruit kunnen worden afgeleid dat het hof dit standpunt niet heeft aangemerkt als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, dan acht ik dit oordeel niet begrijpelijk. Dit standpunt kan m.i. bezwaarlijk anders worden gezien dan als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat van de zijde van het hof tot een respons noopte. Het standpunt wordt immers gedragen door verscheidene argumenten en behelst een ondubbelzinnige conclusie tot vrijspraak.

12. De vraag rijst of dit gebrek in de bestreden uitspraak als een verzuim moet worden aangemerkt hetwelk de nietigheid daarvan tot gevolg heeft.

13. Met enige aarzelingen meen ik dat de bewijsmotivering voldoende informatie bevat om aan te nemen dat een gemotiveerde verwerping van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt reeds in de bestreden uitspraak besloten ligt.

Of de verdachte op de drie genoemde vrijdagen aanwezig was op de werkplek van de taakgestrafte [betrokkene 1] heeft het hof kennelijk niet doorslaggevend geacht, – naar ik begrijp – op de grond dat de verdachte ook op een andere dag dan 20 september 2013, 27 september 2013 en 4 oktober 2013 op een urenlijst zijn handtekening kan hebben geplaatst. Het hof heeft met die mogelijkheid kennelijk ook rekening gehouden ten aanzien van [betrokkene 1] zelf, wiens paraaf volgens de bewijsvoering prijkt op de urenlijsten, ofschoon niet blijkt dat hij de desbetreffende dagen op het werkproject aanwezig was. Bovendien behelst de bewezenverklaring niet het verwijt dat de verdachte zijn handtekeningen heeft geplaatst, doch dat de verdachte “en/of” zijn mededader zulks heeft gedaan. Dat de verdachte als mededader opgaat kan dan weer worden afgeleid uit andere onderdelen van de bewijsvoering.

14. Kortom, de bewijsmotivering geeft m.i. voldoende onderbouwing van ’s hofs oordeel dat – ook indien de verdachte de urenlijsten niet zou hebben getekend en/of op de desbetreffende drie vrijdagen niet op het werkproject aanwezig was – kan worden bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift aangaande de urenlijsten van [betrokkene 1] . Als gevolg daarvan kan de nietigheid van het bestreden arrest m.i. achterwege blijven.

15. Voor zover in het middel wordt geklaagd dat ook het tweede feit (de omkoping) niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, faalt het eveneens omdat uit de tot het bewijs gebezigde verklaring van medeverdachte [medeverdachte] volgt dat hij samen met de verdachte taakgestraften hun taakstraf heeft laten afkopen, terwijl de medeverdachte [medeverdachte] in dit verband tevens meldt dat [betrokkene 1] € 150,- of € 200,- heeft betaald, waarbij mag worden aangenomen dat dit bedrag is gedeeld door de twee omkoopbaar gebleken werkmeesters.

16. Het eerste middel faalt.

17. Het tweede middel klaagt over het bewijs van het opzet op beide bewezenverklaarde feiten meer in het bijzonder daar waar de valsheid in geschrift de urenlijst van de taakgestrafte [betrokkene 2] betreft.

18. Zoals gezegd heeft de rechtbank in het door het hof bevestigde vonnis de bewijsmotivering neergelegd in Promis-overwegingen. Die luiden, voor zover relevant en onder weglating van de voetnoten met verwijzingen, als volgt:

Aan [betrokkene 2] is bij vonnis van 2 mei 2013 een taakstraf van 50 uren opgelegd. Volgens de overeenkomst werkstraf diende de taakgestrafte deze werkstraf op 28 oktober 2013 tot en met 5 november 2013 te vervullen op het groepsproject VV Maarssen , waarbij [medeverdachte] de contactpersoon was. [verdachte] heeft verklaard dat de middelste handtekening op deze overeenkomst (Rechtbank: de handtekening bij de naam [medeverdachte] ) van hem afkomstig is.

Op maandag 28 oktober 2013 zijn er rond de woning van taakgestrafte [betrokkene 2] en ter plaatse van het groepsproject geen relevante waarnemingen gedaan. Op 4 november 2013 werd taakgestrafte [betrokkene 2] niet gesignaleerd op het groepsproject te Maarsen bij een observatie tussen 07:45 en 11:00 uur. Ook bij een observatie op 5 november 2013 tussen 07:50 en 09:15 werd de betreffende taakgestrafte niet gesignaleerd op het groepsproject. Op alle dagen waarop [betrokkene 2] was ingepland voor het uitvoeren van zijn taakstraf, werd hij door de werkmeester [verdachte] als aanwezig gemeld. Alleen op 5 november 2013 werd hij, nadat hij aanvankelijk aanwezig was gemeld, nadien toch afwezig gemeld bij de afdeling planning van de reclassering. De afdeling planning maakte vervolgens met de taakgestrafte [betrokkene 2] de afspraak dat hij de 2 gemiste uren zou inhalen op woensdag 6 november 2013.

Volgens de urenlijst werkstraf van [betrokkene 2] heeft deze taakgestrafte op 28 oktober 2013, 29 oktober 2013, 30 oktober 2013, 31 oktober 2013, 1 november 2013 en 4 november 2013 steeds 8 uur per dag gewerkt, en op 6 november 2013 2 uur.

[verdachte] heeft verklaard dat de parafen achter de data waarop volgens de urenlijst is gewerkt op 28 oktober 2013, 1 november 2013 en 4 november 2013 afkomstig zijn van [medeverdachte] , en op 29 oktober 2013, 30 oktober 2013, 31 oktober 2013 en 6 november 2013 afkomstig zijn hem, [verdachte] , en dat de handtekeningen onderaan de urenlijst afkomstig zijn van [medeverdachte] en van hem, [verdachte] .

[medeverdachte] heeft verklaard dat de parafen achter de data 28 oktober 2013, 1 november 2013 en 4 november 2013 van hem, [medeverdachte] , afkomstig zijn 28 en dat de parafen achter de data 29 oktober 2013, 30 oktober 2013, 31 oktober 2013 en 6 november 2013 afkomstig zijn van [verdachte] . De handtekeningen onderaan de urenlijst zijn afkomstig van [verdachte] en van hem, [medeverdachte] .

Taakgestrafte [betrokkene 2] heeft verklaard dat de handtekeningen in de kolom ‘cliënt’ van hem afkomstig zijn.

[medeverdachte] heeft verklaard dat taakgestrafte [betrokkene 2] op 28 oktober 2013, 29 oktober 2013 en 4 november 2013 niet op het project te Maarssen aanwezig was, maar dat hij en [verdachte] wel hebben getekend voor zijn aanwezigheid.

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de urenlijst is ondertekend door de werkmeesters [medeverdachte] en [verdachte] en dat hij, getuige, de handtekening van beiden herkent.”

19. Het hof heeft aan de bewijsvoering van de rechtbank nog toegevoegd:

Ten aanzien van het afkopen van de taakstraf door [betrokkene 2] overweegt het hof in aanvulling op het vonnis van de rechtbank het volgende. Medeverdachte [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard over personen die bij hem en [verdachte] taakstraffen afkochten. Zij werden door taakgestraften benaderd met de vraag of zij iets konden regelen. Het geld dat zij van de taakgestraften ontvingen werd verdeeld tussen hem en [verdachte] . Deze werkwijze is volgens [medeverdachte] een automatisme geworden. [medeverdachte] heeft verklaard dat zij voor [betrokkene 2] ook uren hebben afgetekend terwijl hij niet had gewerkt, maar dat [betrokkene 2] hen niet heeft betaald. Gelet op de werkwijze zoals door [medeverdachte] beschreven bij de politie over het afkopen van taakstraffen in het algemeen, is naar het oordeel van het hof niet aannemelijk dat in het geval van [betrokkene 2] wel de niet gewerkte uren zouden zijn afgetekend, maar niet is betaald.

20. Het middel en de toelichting erop ontberen naar mijn inzicht de nodige precisie. Bij lezing ervan blijkt het de steller van het middel in het bijzonder te gaan om één datum, 29 oktober 2013. Op die datum zou de taakgestrafte [betrokkene 2] op het project te Maarssen aanwezig moeten zijn, maar was hij dat niet, terwijl de verdachte en zijn medeverdachte hebben getekend voor zijn aanwezigheid. Uit de bewijsvoering kan m.i. echter worden afgeleid dat de verdachte valsheid in geschift heeft medegepleegd, ook wat betreft het tekenen van de urenlijst van [betrokkene 2] met betrekking tot 29 oktober 2013.

21. Voor zover nog wordt opgemerkt dat verweer is gevoerd met betrekking tot het ontbreken van opzet bij de verdachte omdat er wellicht sprake is van een persoonsverwisseling wordt dit verder niet toegelicht in cassatie.

22. Nu naar mijn oordeel het opzet op de valsheid uit de bewijsvoering kan worden afgeleid, behoeft het middel voor zover dit ziet op het medeplegen van passieve omkoping door deze [betrokkene 2] zoals bewezenverklaard in feit 2, verder ook geen bespreking.

23. Beide middelen falen. Het tweede middel kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.

24. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

25. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?