als verklaring van [betrokkene 3] :
Op 13 juni 2014 kwam ik aan bij het bedrijf [A] aan de [a-straat 1] te Harlingen. Ik heb een ronde over het bedrijfsterrein gemaakt en ik zag dat er 45 koperen kabels en 4 koperen plaatjes uit kasten verwijderd en weggenomen waren.
Op 11 juni 2014 is de eigenaar van het terrein nog op het terrein geweest. Alles was toen nog in orde en onaangetast.
3. [kennelijk is bedoeld: 2., AG]
Een proces-verbaal relaas, op ambtsbelofte opgemaakt op 14 augustus 2014 door [verbalisant 2] , brigadier van de politie eenheid Noord Nederland, opgenomen in de pagina’s 8 t/m 10 van het hierboven onder 1 genoemde dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisant:
Op 15 juni 2014 werden aangehouden [betrokkene 2] , [verdachte] en [betrokkene 1] .
3
Een proces-verbaal van verhoor verdachte, op ambtsbelofte opgemaakt op 15 juni 2014 door [verbalisant 2] voornoemd en [verbalisant 3] , hoofdagent van de politie eenheid Noord Nederland, opgenomen in de pagina’s 78 t/m 81 van het hierboven onder 1 genoemde dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als vraag van de verbalisanten:
Jullie zijn aangehouden. Hoe heten degenen die samen met jou zijn aangehouden?
als verklaring van [betrokkene 2] :
De ene heet [betrokkene 1] en de andere heet [verdachte] .
als vraag van de verbalisanten:
[betrokkene 1] heeft ons al verteld dat jullie al eerder in Harlingen zijn geweest. Van 12 op 13 juni 2014 zijn jullie op het terrein van de windturbines (het gerechtshof begrijpt: het terrein van [A] ) geweest. Jullie hebben toen koper gestolen. Vertel daar eens over.
als verklaring van [betrokkene 2] :
Het klopt inderdaad dat wij in de nacht van 12 juni en 13 juni in Harlingen zijn geweest.
We hebben vier van die ophangpunten en wat kabels weggenomen.
4
Een proces-verbaal van verhoor verdachte, op ambtsbelofte opgemaakt op 15 juni 2014 door [verbalisant 2] voornoemd en [verbalisant 3] voornoemd, opgenomen in de pagina’s 92 t/m 94 van het hierboven onder 1 genoemde dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als vraag van de verbalisanten:
Op vrijdagochtend 13 juni, 01.00 uur, zijn jullie, jij, [verdachte] en [betrokkene 2] , in Harlingen geweest op het windturbine park.
als verklaring van [betrokkene 1] :
Ja, dat klopt.
We hebben 4 stuks van die ophangplaatjes meegenomen en wat kabelstrengen.
We draaiden de moeren los en trokken de kabels los.
Toen we daar vrijdag waren heb ik een windturbine open gesneden. Ik zag toen heel veel koperen kabels liggen. Dus ik dacht: als we dat één keer doen ben ik uit de brand.”
10. In het licht van enerzijds hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd en anderzijds de gronden waarop het is afgewezen, acht ik het oordeel van het hof niet begrijpelijk.
11. Het middel slaagt.
12. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde op het bestaande hoger beroep te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG