Nr. 17/02924
Mr. A.J. Machielse
Zitting: 18 september 2018 (bij vervroeging)
Conclusie inzake:
[verdachte]
1. Het gerechtshof Den Haag heeft verdachte op 2 juni 2017 voor: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van twintig uur. Voorts heeft het hof de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van twee maanden afgewezen.
2. Verdachte heeft cassatie doen instellen en mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden houdende een middel van cassatie. Het middel klaagt dat het hof ten onrechte heeft nagelaten naar aanleiding van een mededeling van de advocaat van verdachte aan de griffier van het hof, erop neerkomende dat het hoger beroep daags voor de behandeling in hoger beroep is ingetrokken, een onderzoek in te stellen maar ten onrechte verstek heeft verleend en arrest gewezen. Aan de schriftuur is gehecht een bijzondere op 18 mei 2017 gedateerde volmacht van de advocaat van verdachte aan de griffie van de rechtbank om het op 1 juli 2016 ingestelde hoger beroep in te trekken. Tevens is aan de schriftuur gehecht een akte rechtsmiddel inhoudende dat op (donderdag) 18 mei 2017 het hoger beroep tegen het eindvonnis van de rechtbank van 21 juni 2016 is ingetrokken.
3. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van maandag 22 mei 2017 is aangevangen zonder dat verdachte of een advocaat is verschenen. Vervolgens houdt het proces-verbaal van het onderzoek het volgende in:
“Desgevraagd door de voorzitter neemt de griffier telefonisch contact op met de raadsman van de verdachte om te vragen of hij en/of zijn cliënt nog ter terechtzitting zullen verschijnen. De raadsman deelt de griffier mede dat hij op 18 mei jl. bij de rechtbank de zaak heeft ingetrokken en dat het belang van zijn cliënt bij een intrekking is gelegen in het feit dat hij dan een schadevergoeding kan verzoeken. De griffier deelt de raadsman mede dat het hof en de advocaat-generaal geen akte intrekking hebben ontvangen en dat de zaak reeds is uitgeroepen.
Het gerechtshof verleent verstek tegen de niet-verschenen verdachte.
De advocaat-generaal voert hierna het woord en draagt de schriftelijke vordering voor.
De advocaat-generaal vordert dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep wegens gebrek aan grieven en legt de vordering aan het gerechtshof over.
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat over 11 dagen uitspraak zal worden gedaan ter openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 juni te 09.00 uur.”
4. De parketnummers van eerste aanleg die in de kop van het arrest van het hof zijn genoemd komen overeen met de nummers die het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 21 juni 2016 vermeldt en die ook zijn genoemd in de volmacht tot intrekking van het hoger beroep. Er dient dan ook van te worden uitgegaan dat het appel voor de aanvang van de behandeling van het hoger beroep rechtsgeldig is ingetrokken. Het in het arrest van het hof besloten liggende oordeel dat verdachte ontvankelijk is in het door hem ingestelde hoger beroep is dan ook onbegrijpelijk.
Het middel is terecht voorgesteld.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen en zal verstaan dat het ingestelde hoger beroep is ingetrokken.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG