ECLI:NL:PHR:2018:1262

ECLI:NL:PHR:2018:1262, Parket bij de Hoge Raad, 13-11-2018, 17/02394

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 13-11-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 17/02394
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2019:21
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
5 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0003270 BWBR0007333 BWBR0015703

Samenvatting

Conclusie PG. Veroordeling wegens opzettelijk voordeel trekken uit uitkering. 1. Klacht dat hof niet heeft gerespondeerd op UOS dat de opzet ontbreekt; 2. Klacht dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat opzettelijk voordeel is getrokken uit de uitkering. PG adviseert tot vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

Waarnemingen:Bij de uitgevoerde waarnemingen rond 08.00 uur ‘s morgens, is regelmatig gezien dat verdachte [betrokkene 1] met haar kinderen uit het portiek kwam van de [a-straat 1] Almere.Bij de waarnemingen uitgevoerd op de adressen [b-straat 1] Almere en de [a-straat 1] Almere is de groene Opel Astra kenteken [AA-00-BB] , die in gebruik was bij verdachte [betrokkene 1] , regelmatig geparkeerd aangetroffen in de [a-straat 1] en nooit aangetroffen op de [b-straat 1] .

Getuigen verhoren:uit getuigen verhoren is gebleken dat verdachte [betrokkene 1] in ieder geval vanaf het jaar 2009 haar hoofdverblijf heeft bij verdachte [verdachte] op het adres [a-straat 1] te Almere.

Vitens:Bij de Vitens contractgegevens van het verbruiksadres [a-straat 1] te Almere welke op naam staat van verdachte [verdachte] , is het email adres van verdachte [betrokkene 1] bekend: [betrokkene 1] @upcmail.nl. Ook de bankrekening [001] welke op naam van verdachte [betrokkene 1] staat, is bekend bij de Vitens in verband met gedane betalingen voor het adres [a-straat 1] te Almere.

UPC:Het UPC abonnement van telefoonnummer 036- [002] op het adres [a-straat 1] te Almere staat op naam van verdachte [betrokkene 1] (= sedert zesde maand van 2009).

Huisbezoek:Bij een huisbezoek op 9-4-2013 op het adres [a-straat 1] te Almere stond rechts naast de voordeur een doos van het bedrijf Zalando en de doos was geadresseerd aan [betrokkene 1] , [a-straat 1] te Almere.

Waterverbruik:Het waterverbruik op het adres [a-straat 1] te Almere over de periodes van 27-8-2009 tot en met 30-8-2010 (=170 m3) en van 30-8-2010 tot en met 6-9-2011 (=175 m3), komt overeen met het waterverbruik van 2 volwassenen en 2 kinderen, terwijl alleen [verdachte] op dit adres staat ingeschreven. De periodes na september 2011 is het verbruik geschat en gebaseerd op het verbruik in voorgaande jaren. Het waterverbruik op liet adres [b-straat 1] te Almere over de periode van 1-9-07 tot en met 31-8-12 bedroeg 90 m3 per jaar en dat komt overeen met het waterverbruik van 2 personen (Nibudnorm), terwijl op dit adres tot en met 2-12-11, 4 personen stonden ingeschreven en per 3-12-11 een 5e persoon ingeschreven (kind).

Ymere:Uit bankafschriften van bankrekening [001] blijkt dat verdachte [betrokkene 1] sedert 26-3-2009 regelmatig de huur betaalt voor het adres [a-straat 1] Almere (woning [verdachte] ).

Nuon:Uit bankafschriften van bankrekening [001] blijkt dat verdachte [betrokkene 1] sedert de maand juli 2009 regelmatig de Nuon rekening betaalt voor het adres [a-straat 1] Almere (woning [verdachte] ).

Uit het ingestelde onderzoek is gebleken dat de verdachte [betrokkene 1] in de periode van 26-3-2009 tot en met 11-12-2013 in de gemeente Almere, in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, kennelijk opzettelijk nagelaten heeft tijdig de benodigde gegevens (inlichtingen) te verstrekken (woonsituatie) aan de Sociale Zaken van de gemeente Almere, waarvan verdachte [betrokkene 1] wist dan wel redelijkerwijs moest weten dat de gegevens van belang waren voor de vaststelling van het recht, hoogte en/of duur van haar uitkering. Hierdoor ontving verdachte [betrokkene 1] een uitkering, waarop zij geen recht had, althans niet volledig. Zij deed immers voorkomen alsof zij alleenstaande was, terwijl gebleken is dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met de verdachte [verdachte] op het adres [a-straat 1] te Almere in de periode 26-3-2009 tot en met 11-12-2013.

2. Het proces-verbaal van de terechtzitting van de politierechter d.d. 7 november 2014. voor zover inhoudende als verklaring van verdachte - zakelijk weergegeven:

Het tenlastegelegde klopt ongeveer. Het begon met de weekenden dat [betrokkene 1] bij mij verbleef. Langzaam aan is zij toen bij mij ingetrokken. Ik had geen inkomsten en veel schulden. Het klopt dat zij geregeld de huur betaalde en boodschappen deed. Zij heeft mij geholpen.

3. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof d.d. 5 januari 2017. voor zover inhoudende als verklaring van verdachte - zakelijk weergegeven:

Ik wist dat [betrokkene 1] een uitkering had. [betrokkene 1] en ik heb nooit overwogen om onze situatie met de sociale dienst te overleggen.

In de tenlastegelegde periode stond alleen ik op het adres [a-straat 1] ingeschreven. Ik had altijd in mijn achterhoofd dat [betrokkene 1] forse schulden had uit een vorige relatie. Ik wilde geen schuldeisers aan de deur.”

11. Uit de bewijsmiddelen kan volgens mij inderdaad niet volgen dat verdachte wist, in de zin van (voorwaardelijk) opzet, dat [betrokkene 1] niet had voldaan aan de inlichtingenverplichting die zij op grond van de Wet werk en bijstand had, dat zij aldus op grond van dat nalaten ten onrechte een uitkering had genoten en dat derhalve sprake was van geld dat door misdrijf was verkregen. Zoals ik hierboven bij middel 1 al schreef valt dit in ieder geval niet af te leiden uit de onder 2 respectievelijk 3 tot het bewijs gebruikte verklaringen van verdachte – al dan niet in samenhang met elkaar - voor zover inhoudende “Het tenlastegelegde klopt ongeveer” en “Ik wist dat [betrokkene 1] een uitkering had. [betrokkene 1] en ik hebben nooit overwogen om onze situatie met de sociale dienst te overleggen”. De overige bewijsmiddelen houden niets in omtrent mogelijke wetenschap van verdachte omtrent het niet voldoen door [betrokkene 1] aan de inlichtingenverplichting, het dus ten onrechte genieten van een uitkering door [betrokkene 1] en dat derhalve sprake was van geld dat door misdrijf verkregen was.

12. De enkele opmerking in de strafmotivering dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit dit strafbare feit gepleegd door zijn partner maakt dit niet anders.

13. Het hof heeft de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

14. Ook het tweede middel slaagt derhalve.

15. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

16. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?