1. Bij deze wend ik mij tot de Hoge Raad der Nederlanden met een vordering tot herziening van de onherroepelijke uitspraak van de politierechter in de rechtbank te ’s-Hertogenbosch van 28 juli 2016, waarbij [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats], is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, waarvan een week voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en dit wegens overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, kort gezegd: rijden met een ongeldig (verklaard) rijbewijs, begaan op 8 december 2015 te Mierlo.
2. Het ‘ZSM artikel 9 WVW proces-verbaal’ met een pv-nummer dat overeenkomt met het nummer waarnaar wordt verwezen in het uittreksel van de justitiële documentatie van [verdachte], te weten: PL2200 Politie Brabant Zuid-Oost – 081220151030081722, wijst uit dat dit proces-verbaal géén betrekking heeft op [verdachte]. Volgens dit proces-verbaal is op 8 december 2015 te Mierlo zijn tweelingbroer, [betrokkene 1], staande gehouden ter zake van rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs, hetgeen door deze ook schriftelijk is erkend. Bij proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 oktober 2018 heeft mr. A.I. Sarantoudis, plaatsvervangend officier van justitie bij het parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM), meegedeeld dat de onherroepelijke veroordeling van [verdachte] het gevolg is van een persoonsverwisseling die abusievelijk plaatsvond op het CVOM. “Aan de hand van achternaam en geboortedatum werd per abuis niet [betrokkene 1] geregistreerd, maar diens tweelingbroer [verdachte]. Laatstgenoemde werd gedagvaard te verschijnen voor de politierechter te ’s-Hertogenbosch op 28 juli 2016, …” aldus mr. Sarantoudis.
3. Met dit gegeven was de politierechter niet bekend, terwijl het ernstige vermoeden ontstaat dat het onderzoek van de zaak tegen [verdachte] bij bekendheid met dit gegeven zou zijn geëindigd in vrijspraak ter zake van overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994, begaan op 8 december 2015 te Mierlo.
4. De hoofdofficier van justitie van het CVOM, mr. R. Appels, heeft het initiatief genomen om in zaken als deze, waarin een dergelijk verzuim van de zijde van de overheid niet door een eenvoudige verbetering van de registratie kan worden hersteld, de procureur-generaal bij de Hoge Raad in overweging te geven om bij de Hoge Raad de herziening aan te vragen van de betreffende onherroepelijke veroordeling op naam van een veroordeelde die (door medewerkers van zijn parket) ter zake met een ander persoon is verwisseld.
5. Het CVOM heeft zorggedragen voor het informeren van de veroordeelde [verdachte] over deze gang van zaken, met inbegrip van het voorstel om herziening aan te vragen. Bij schriftelijke verklaring van 27 november 2018 heeft [verdachte] laten weten dat hij deze vordering tot herziening ondersteunt.
6. Hierbij vraag ik op de gronden als vermeld in het proces-verbaal van mr. Sarantoudis d.d. 8 oktober 2018 de herziening aan van de uitspraak van de politierechter te ’s-Hertogenbosch van 28 juli 2016, onder parketnummer 96-077954-16 gewezen ten laste van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats]. Tevens geef ik Uw Raad in overweging om – bij wijze van hoge uitzondering in herzieningszaken – het bestreden vonnis te vernietigen en [verdachte] terstond vrij te spreken.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden,
AG