3.1. Aan de bespreking van het middel kom ik gelet op het volgende niet toe.
3.2. In het klaagschrift wordt gesteld dat de auto in eigendom toebehoort aan de moeder van klager. Blijkens het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer heeft de advocaat van de klager aangevoerd dat de moeder van de klager instemt met teruggave van de auto aan de klager en heeft de moeder van de klager als belanghebbende verklaard: “Ik wil mijn auto terug hebben.”
3.3. Kennelijk strekt het klaagschrift tot teruggave van de inbeslaggenomen auto via de klager aan zijn moeder. Art. 552a Sv biedt echter niet de mogelijkheid dat op verzoek van een belanghebbende teruggave van het inbeslaggenomene aan een ander wordt gelast. De rechtbank had de klager daarom niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn beklag ten aanzien van de inbeslaggenomen auto.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de bestreden beschikking zal vernietigen, maar uitsluitend voor wat betreft de beslissing op de inbeslaggenomen auto, en de klager alsnog niet-ontvankelijk zal verklaren in het beklag voor zover dat betrekking heeft op de inbeslaggenomen auto.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG