1. De enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft verdachte op 29 december 2016 voor: diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken.
2. Verdachte heeft cassatie doen instellen en mr. M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingezonden, houdende een middel van cassatie.
Het middel klaagt dat het proces-verbaal van de terechtzitting van de enkelvoudige kamer van 29 december 2016 niet is vastgesteld en ondertekend door de raadsheer die het mondeling arrest heeft gewezen. Aldus zou in strijd gehandeld zijn met artikel 327 Sv.
Blijkens het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 29 december 2016 werd de enkelvoudige kamer gevormd door mr. R. van den Heuvel.
Het proces-verbaal vermeldt dat de voorzitter het onderzoek gesloten verklaart en meedeelt dat volgens de beslissing van het gerechtshof de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van dezelfde dag. Bij ontstentenis van mr. van den Heuvel zijn het proces-verbaal en de daaraan gehechte aantekening van het mondeling arrest ondertekend door mr. R.C.C. van Leest, sectorvoorzitter van de sector Straf van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en de griffier.
Ingevolge het eerste lid van artikel 415 Sv is artikel 327 Sv op het rechtsgeding voor het gerechtshof van overeenkomstige toepassing. Artikel 327 Sv voorziet in vaststelling en ondertekening van het proces-verbaal door de voorzitter of door een der rechters die over de zaak heeft geoordeeld en de griffier. Het voorziet enkel in een buitenstaatverklaring ten aanzien van de griffier.
Het proces-verbaal is dus niet vastgesteld en ondertekend overeenkomstig artikel 327 Sv, zodat het rechtskracht mist. Het is mij bekend dat het lid van het hof dat zitting had in de enkelvoudige kamer op 11 maart 2017 bij een roeiongeval op de Rijn bij Huissen het leven heeft gelaten. Volgens de vaste jurisprudentie leidt een niet voor herstel vatbaar gebrek in vaststelling en ondertekening van het proces-verbaal tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en van de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak.
Het middel slaagt.
4. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak om opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
https://www.gelderlander.nl/binnenland/verdriet-om-overleden-roeiers-rob-en-kees~a758a550/. HR 2 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH9945; HR 15 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL9047; HR 29 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP9478; HR 27 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP0761 en HR 29 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:516. In artikel 4.2.5.2 lid 3 van het Wetsvoorstel tot vaststelling van Boek 4 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering is het huidige artikel 327 Sv geïncorporeerd. In dat voorstel is weer alleen een voorziening getroffen als de griffier tot vaststelling en ondertekening niet in staat is. Het zou wellicht overweging verdienen om in een geval waarin vaststelling en ondertekening van het proces-verbaal door de voorzitter/rechter niet meer mogelijk is te volstaan met de vaststelling en ondertekening door de griffier met vermelding van de ontstentenis van de voorzitter/rechter. Dat geldt mijns inziens zeker voor de gevallen waarin, zoals het onderhavige, een aantekening mondeling arrest beschikbaar is, dat wel door de griffier en voorzitter is ondertekend.