(i) een appelakte van 17 november 2014, waarin als adres van de verdachte is opgegeven: [a-straat 1] te Dordrecht;
(ii) een dubbel van de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op de terechtzitting in hoger beroep van 18 januari 2016;
(iii) een akte van uitreiking inhoudende dat die dagvaarding, nadat deze op 1 december 2015 tevergeefs is aangeboden op het adres [b-straat 1] te Dordrecht omdat volgens mededeling van degene die zich op dat adres bevond, "de geadresseerde daar niet woont noch verblijft", na verificatie van het BRP-adres, op 10 december 2015 is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de rechtbank, die op 10 december 2015 een afschrift heeft verzonden naar het voornoemde adres;
(iv) een akte van uitreiking inhoudende dat die dagvaarding, nadat de dagvaarding op 22 december 2015 tevergeefs is aangeboden op het adres [a-straat 1] te Dordrecht, een bericht van aankomst is achtergelaten en de appeldagvaarding, nadat de appeldagvaarding op het postkantoor niet is afgehaald, is retour gezonden naar de afzender, alwaar de dagvaarding op 5 januari 2016 is uitgereikt aan de (waarnemend) griffier van de rechtbank, die op 5 januari 2016 [overeenkomstig art. 588a Sv] een afschrift heeft verzonden naar het voornoemde adres.
(v) een drietal ID-staten SKDB van onderscheidenlijk 23 november 2015, 10 december 2015 en 5 januari 2016, inhoudende dat de verdachte met ingang van 1 september 2015 in de BRP staat ingeschreven op het adres [b-straat 1] te Dordrecht;
(vi) een ID-staat SKDB van 29 april 2016 inhoudende dat de verdachte van 21 november 2015 tot 25 februari 2016 stond ingeschreven op het adres Vredehof 9 te Dordrecht.
5. Het bestreden arrest is bij verstek gewezen. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 18 januari 2016 houdt in dat de verdachte aldaar niet is verschenen en dat als raadsman van de verdachte is verschenen mr. T.F.B. Veerman, advocaat te Rotterdam, die door de verdachte niet uitdrukkelijk is gemachtigd de verdediging te voeren. Voorts blijkt uit het proces-verbaal van sde terechtzitting dat het hof heeft geoordeeld dat de dagvaarding van de verdachte om te verschijnen op die terechtzitting is betekend overeenkomstig het bepaalde in art. 588, derde lid onder c, Sv en dat voorts ingevolge art. 588a Sv een afschrift van de dagvaarding is verzonden aan het adres [a-straat 1] te Dordrecht. Het hof heeft dit oordeel en de daaraan ten grondslag gelegde vaststelling dat van de verdachte ten tijde van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep was ingeschreven op het adres [b-straat 1] te Dordrecht kennelijk gebaseerd op de vermelding daarvan in de hiervoor onder 4 (v) genoemde ID-staten SKDB.
6. Gelet op de inhoud van de - hiervoor onder 4 (vi) genoemde - ID-staten SKDB, rijst het ernstige vermoeden dat het oordeel van het hof dat de oproeping in hoger beroep rechtsgeldig is betekend op een onjuiste feitelijke grondslag berust. De Hoge Raad kan de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep om doelmatigheidsredenen zelf nietig verklaren.
7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG