ECLI:NL:PHR:2018:507

ECLI:NL:PHR:2018:507, Parket bij de Hoge Raad, 03-04-2018, 17/01650

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 03-04-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 17/01650
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2018:793
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Gewoontewitwassen, art. 420ter jo. 420bis Sr. In woning waar verdachte en zijn partner in Curaçao verbleven en bij verdachtes aanhouding inbeslaggenomen horloges, die met geleend geld zouden zijn gekocht, afkomstig uit enig misdrijf? Hof heeft t.a.v. de vraag of m.b.t. drie horloges sprake is van witwassen, geoordeeld dat niet relevant is of die horloges zijn gekocht met geleend geld reeds omdat de terugbetaling van die gestelde lening "alleen maar (kan) plaatsvinden uit crimineel vermogen of inkomen", zodat deze horloges "dan feitelijk (worden) betaald met geld van misdrijf afkomstig, waarmee aan het vereiste van witwassen is voldaan". Aldus heeft Hof kennelijk geoordeeld dat, ook indien horloges zijn gekocht met geleend geld dat niet afkomstig is uit enig misdrijf, deze horloges t.t.v. de verwerving niettemin (middellijk) afkomstig zijn uit misdrijf a.b.i. art. 420bis Sr. Dat oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. De enkele omstandigheid dat een lening t.z.t. zal worden afgelost met geld dat uit misdrijf afkomstig is, brengt immers niet met zich dat het voorwerp dat is verworven met dat geleende geld, kan worden aangemerkt als een voorwerp dat "uit enig misdrijf afkomstig" is a.b.i. art. 420bis Sr (vgl. ECLI:NL:HR:2014:3046). HR spreekt om redenen van doelmatigheid verdachte alsnog vrij van de in de tll. vermelde horloges. Voor terugwijzing of verwijzing van de zaak voor een nieuwe behandeling bestaat onvoldoende grond, aangezien door deze vrijspraak de aard en de ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet worden aangetast. CAG: anders. Samenhang met 17/03415 en 17/03416.

Uitspraak

Tabel 1 Onderzoeksmateriaal en conclusie

KenmerkOmschrijvingConclusie

SVO A 01 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO A 02 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO A 03 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO A 04 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO A 05 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO B 01 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO B 02 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO B 03 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO B 04 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO B 05 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO C 01 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO C 02 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO D 01 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO D 02 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO D 03 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO D 04 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO D 05 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO E 01 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO E 02 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO E 03 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO E 04 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO E 05 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO F 01 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO F 02 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO F 03 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO F 04 monster crèmekleurige substantie bevat amfetamine

SVO F 05 bruto 1031,1 gram crèmekleurige bevat amfetamine

substantie in een sealzak

Wettelijke aspecten

Amfetamine is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.”

Het als bewijsmiddel 9 gebruikte proces-verbaal van bevindingen houdt in (i) dat op 18 maart 2008 zes plastic zakken met meerdere transparante verpakkingen gevuld met een witte poederachtige tot pastavormige substantie in beslag zijn genomen en (ii) dat de inhoud van de genoemde plastic zakken na de inbeslagneming opnieuw is verpakt en van de markeringscodes A-1 tot en met F-1 is voorzien. Daarnaast houdt het als bewijsmiddel 12 gebruikte deskundigenrapport in dat door het NFI verschillende monsters met markeringscodes SVO A 01 tot en met SVO F 05 zijn onderzocht op de aanwezigheid van verboden stoffen. In de toelichting op het middel wordt nu gewezen op de omstandigheid dat de in bewijsmiddel 9 en bewijsmiddel 12 genoemde markeringscodes niet met elkaar overeenstemmen en wordt betoogd dat uit de bewijsvoering van het hof als geheel daarom niet kan volgen dat de door het NFI geteste monsters daadwerkelijk afkomstig zijn uit de op 18 maart 2008 in beslag genomen plastic zakken.

Het hof heeft echter kennelijk geoordeeld dat de letters A, B, C, D, E en F in de markeringscodes SVO A 01 tot en met SVO F 05 uit bewijsmiddel 12 rechtstreeks verwijzen naar de letters A, B, C, D, E en F in de markeringscodes A-1 tot en met F-1 uit bewijsmiddel 9. Bij gebreke van enige aanwijzing voor het tegendeel, is dit – anders dan de steller van het middel meent – niet onbegrijpelijk.

Het vijfde middel faalt.

9. Ook het zesde middel betreft een bewijsklacht ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 02-984829-06 onder 1 primair bewezenverklaarde medeplegen van het opzettelijk verkopen, afleveren en vervoeren van honderddertien kilogram amfetamine. De steller van het middel wijst erop dat het hof in zijn motivering van dit deel van de bewezenverklaring onder meer heeft verwezen naar de inhoud van een gesprek van medeverdachte [medeverdachte 2] van 20 mei 2008. Aangezien het betreffende gesprek door het hof niet is opgenomen bij de bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 primair van de zaak met parketnummer 02-984829-06, is de bewezenverklaring van dit feit volgens de steller niet toereikend gemotiveerd.

Het hof heeft met betrekking tot de hierboven onder 8.1 reeds aangehaalde bewezenverklaring van feit 1 primair van de zaak met parketnummer 02-984829-06, heeft het volgende overwogen:

“Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

III.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep, op gronden als in de pleitnota verwoord, betoogd dat de verdachte van het bij parketnummer 02-984820-06 onder 1. ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij -zakelijk weergegeven- aangevoerd dat de constateringen van 18 maart 2008 en het aantreffen van de ten laste gelegde 113 kg amfetamine niet met elkaar in verband staan, laat staan dat zij een uitvloeisel zijn van de gemaakte afspraken op 7 maart 2008. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de verdachte medepleger is van verkopen, verstrekken vervoeren, aanwezig hebben van de onderhavige amfetamine.

Het hof overweegt als volgt.

Op grond van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, in samenhang bezien, is het hof van oordeel dat het gesprek tussen de verdachten [verdachte] , [betrokkene 1] , [betrokkene 3] en een NN-man dat plaatsvond op 7 maart 2008, mede gelet het versluierd taalgebruik en de context waarin de uitlatingen worden gedaan, gaat over een partij drugs, in het bijzonder over een transport c.q. de levering daarvan. Gelet op de door [betrokkene 3] gebezigde woorden "zonder tegenbericht", wordt daarbij de mogelijkheid open gelaten dat het betreffende transport op een andere datum dan de afgesproken datum 11 maart 2008 zal plaatsvinden. Op 10 maart 2008 wordt de afspraak door [verdachte] telefonisch bij [betrokkene 1] afgezegd en verplaatst. Op 17 maart 2008 ontmoeten [verdachte] en [medeverdachte 2] (en een aantal anderen) elkaar op het vliegveld Seppe te Bosschenhoofd. Bij het telefoongesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 2] op 18 maart 2008, zegt [verdachte] tegen [medeverdachte 2] dat ‘die man’ ‘om 12 u daar is’, waarop [medeverdachte 2] zegt dat hij met de ‘Vito’ komt. Blijkens dit telefoongesprek heeft [medeverdachte 2] weinig informatie nodig om te weten wat van hem wordt verlangd. Even later belt [verdachte] met [betrokkene 1] , uit welk gesprek blijkt dat [verdachte] zelf niet ter plaatse zal gaan in verband met de omstandigheid dat zijn moeder op sterven ligt.

Op 18 maart 2008 vindt een ontmoeting plaats waarbij kennelijk buiten zicht van het observatieteam de onderhavige partij amfetamine in de Volkswagen Golf is geplaatst. De gesprekken die na 18 maart 2008 worden gevoerd zijn naar het oordeel van het hof zodanig van inhoud dat daaruit niet anders geconcludeerd kan worden dan dat de betrokkenen ervan op de hoogte waren wat er op 18 maart 2008 heeft plaatsgevonden en welk risico zij daarbij hebben gelopen. Met name het gesprek van 20 mei 2008, waarin [medeverdachte 2] met zoveel woorden zegt dat hij bij een lab is geweest, duidt erop dat tijdens de rit die [medeverdachte 2] met de auto heeft gemaakt, de partij amfetamine bij een laboratorium is opgehaald. Gelet op de bevindingen van het NFI was er sprake van hoogwaardige amfetamine.

Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat uit bovengenoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien en bezien in samenhang met hetgeen overigens uit de bewijsmiddelen naar voren komt, volgt dat de op 18 maart 2008 waargenomen gang van zaken een uitvloeisel is van het gesprek van 7 maart 2008. Verdachte was blijkens de wijze waarop door hem werd gereageerd in telefoongesprekken, volledig op de hoogte van de onderhavige levering. Het hof is dan ook van oordeel dat hij wist dat er amfetamine zou worden vervoerd en overgedragen, mede nu een dergelijke vervoer past in hetgeen het hof overigens in dit arrest ten aanzien van verdachte bewezen heeft verklaard.”

Inderdaad bevatten de ten aanzien van het bewezen verklaarde verkopen, afleveren en vervoeren van amfetamine gebezigde bewijsmiddelen geen bewijsmiddel met een weergave van de inhoud van het door het hof in zijn nadere bewijsmiddelen genoemde gesprek van medeverdachte [medeverdachte 2] van 20 mei 2008. In de bijlage bewijsmiddelen heeft het hof kennelijk voor de ordening van de grote hoeveelheid bewijsmiddelen gebruikgemaakt van tussenkopjes, waarbij de bewijsmiddelen met betrekking tot feit 1 primair in de zaak met parketnummer 02-984820-06 onder nrs. 1 tot en met 13 op p. 1 tot en met 31 van de bijlage zijn opgenomen.

Het kost echter niet veel moeite om te achterhalen op welk wettig bewijsmiddel het hof met zijn overweging over het gesprek van medeverdachte [medeverdachte 2] van 20 mei 2008 het oog heeft gehad. Bij de bewijsmiddelen met betrekking tot feit 2 en feit 4 van de zaak met parketnummer 02-984820-06 bevindt zich onder nr. 72 immers een proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie van een OVC gesprek van 20 mei 2008 dat onder meer een weergave van de inhoud van een gesprek tussen medeverdachte [medeverdachte 2] , medeverdachte [betrokkene 1] en de verdachte zelf bevat. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat in het genoemde gesprek tussen medeverdachte [medeverdachte 2] , medeverdachte [betrokkene 1] en de verdachte in versluierde taal over de productie van amfetamine en de contacten van medeverdachte [medeverdachte 2] met een drugslaboratorium wordt gesproken. Dit oordeel is op zichzelf niet onbegrijpelijk en wordt overigens ook door geen van de in cassatie voorgestelde middelen bestreden.

Als eerste kan hierover worden opgemerkt dat het hof op p. 24 van het bestreden arrest onder IX in zijn algemeenheid heeft opgenomen dat elk bewijsmiddel - ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt wordt tot het bewijs van het bewezenverklaarde feit, of die bewezen verklaarde feiten, waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft. Het hof had het door het middel aangeroerde punt natuurlijk kunnen voorkomen door in de bijlage bewijsmiddelen in het geheel geen tussenkopjes te gebruiken. De verschillende bewezenverklaarde feiten in de zaak met parketnummer 02-984820-06 vertonen immers een zodanige samenhang, dat een dergelijke werkwijze zeker verdedigbaar was geweest. Het hof heeft echter een andere keuze gemaakt, waarbij de grote omvang van het totale bewijs de reden zal hebben gevormd om toch een bepaalde (nadere) ordening aan te brengen. Nu het door het hof gehanteerde onderscheid tussen de bewijsmiddelen met betrekking tot feit 1 van de zaak met parketnummer 02-984820-06 en de bewijsmiddelen met betrekking tot feit 2 en feit 4 van de zaak met parketnummer 02-984820-06 een zekere kunstmatigheid heeft en het als bewijsmiddel 72 gebezigde proces-verbaal opname vertrouwelijke communicatie wel deel uitmaakt van de bewijsvoering van het hof als geheel, kan de omissie van het hof om bewijsmiddel 72 tevens bij de bewijsmiddelen met betrekking tot feit 1 van de zaak met parketnummer 02-984820-06 op te nemen hier als een (herstelbare) kennelijke misslag worden opgevat.

Het middel vormt geen aanleiding voor cassatie.

10. Over de laatste drie middelen kan ik betrekkelijk kort zijn. Het zevende middel klaagt erover dat het hof voor zijn bewijsoordeel ten aanzien van het medeplegen van het verkopen, afleveren en vervoeren van amfetamine (feit 1 primair in de zaak met parketnummer 02-984820-06) mede is afgegaan op de als bewijsmiddel 2 gebezigde inhoud van een gesprek van 7 maart 2008, waarin wordt gesproken over een te vervoeren lading van honderd kilo. Nu de uiteindelijk in beslag genomen en bewezen verklaarde hoeveelheid amfetamine geen honderd maar honderddertien kilo bedraagt, zou het onbegrijpelijk zijn dat de laatstgenoemde hoeveelheid van honderddertien kilo met de in het gesprek van 7 maart 2008 genoemd hoeveelheid van honderd kilo in verband heeft gebracht. Van onbegrijpelijkheid is hier echter in het geheel geen sprake, alleen al niet omdat in het gesprek van 7 maart 2008 in weinig nauwkeurige bewoordingen over de te vervoeren lading amfetamine wordt gesproken en dit gesprek bovendien alleen de voorbereiding van het vervoer van de amfetamine betreft zodat niet valt uit te sluiten dat op enig later moment nog een bepaalde hoeveelheid aan de te vervoeren hoeveelheid amfetamine is toegevoegd.

Het middel faalt.

11. Het achtste middel bevat een klacht over een bewijsoordeel van het hof met betrekking tot het in de zaak met parketnummer 02-984816-10 onder 1 primair bewezen verklaarde gewoontewitwassen en meermaals medeplegen van witwassen. Het betreffende oordeel houdt in dat een drietal onder de verdachte c.q. de partner van de verdachte in beslag genomen horloges van het merk Guess is gefinancierd met van misdrijf afkomstig geld. Volgens de steller van het middel is dit oordeel onbegrijpelijk, met name omdat het hof tevens (op onbegrijpelijke wijze) heeft geoordeeld dat niet relevant is of de genoemde horloges door de verdachte en zijn partner – zoals door de verdediging is gesteld – zijn betaald met van medeverdachte [medeverdachte 1] geleend geld.

12. Het hof heeft in zijn nadere bewijsoverwegingen met betrekking tot het witwassen van de drie horloges van het merk Guess onder meer het volgende overwogen (zie p. 20 van het arrest):

“Het verweer dat de horloges zouden zijn betaald uit door [medeverdachte 1] aan verdachte en zijn partner geleend geld, wordt als niet relevant verworpen. In het dossier bevinden zich stukken waaruit kan worden opgemaakt dat er is geleend. Als er van uit moet worden gegaan dat [medeverdachte 1] eigen geld heeft geleend, dan dient dat bedrag op enig moment door verdachte en zijn partner te worden terugbetaald. Gelet op hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen omtrent de inkomsten van verdachte en zijn partner, kan een dergelijke terugbetaling alleen maar plaatsvinden uit crimineel vermogen of inkomen. Op die wijze worden de horloges dan feitelijk betaald met geld van misdrijf afkomstig, waarmee aan het vereiste voor witwassen is voldaan.”

Het hof heeft op p. 15-16 van zijn arrest uitvoerig uiteengezet dat niet gebleken is dat de verdachte of zijn partner in de tenlastegelegde periode enig legaal inkomen heeft gehad en voor zover daarvan al sprake zou zijn geweest, niet gebleken is dat dit apart is gehouden zodat het zich heeft vermengd met grote sommen crimineel geld die de verdachte ter beschikking stonden. Op grond hiervan is het oordeel van het hof gezien de algehele context van criminele activiteiten waarbinnen zowel de verdachte en zijn partner als [medeverdachte 1] opereerden, welk oordeel erop neerkomt dat linksom of rechtsom de horloges feitelijk alleen maar konden worden betaald uit van misdrijf verkregen geld niet onbegrijpelijk.

Het achtste middel faalt eveneens.

13. In het negende middel wordt gesteld dat het hof het bewijs voor het in de zaak met parketnummer 02-984816-10 onder 1 primair bewezen verklaarde witwassen van meerdere waterscooters in strijd met het bepaalde in art. 342, tweede lid, Sv enkel heeft doen steunen op de verklaring van één enkele getuige. Zowel uit de gebezigde bewijsmiddelen zelf als uit de nadere bewijsoverwegingen van het hof op p. 20 van het arrest blijkt echter, dat het hof voor het bewijs van het witwassen van de waterscooters onder meer nog gebruikgemaakt heeft van twee processen-verbaal van bevindingen met betrekking tot de doorzoeking van het bedrijf van medeverdachte [medeverdachte 1] (bewijsmiddelen 173 en 174) en van een – volgens het hof aan de verdachte gericht – briefje over de waterscooters van medeverdachte [medeverdachte 1] en [betrokkene 4] . Reeds hierom kan niet worden gezegd dat het hof bij zijn bewezenverklaring van het witwassen van de waterscooters heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in art. 342, tweede lid, Sv, dat immers betrekking heeft op bewezenverklaringen in hun geheel en niet op afzonderlijke onderdelen daarvan.

Ook het negende middel faalt.

14. Alle voorgestelde middelen falen en kunnen naar mijn mening met de aan art. 81 RO ontleende motivering worden afgedaan. Ambtshalve heb ik geen gronden voor vernietiging van het bestreden arrest aangetroffen.

15. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?