“BESLISSING
(…)
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 17 april 2013, parketnummer 22-004598-12, te weten van hechtenis voor de duur van vier weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, te vervangen door: taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.”
5. Op grond van artikel 14g, tweede lid, Sr kan de rechter een taakstraf gelasten in plaats van een last te geven tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf. De duur van die taakstraf bedraagt ten hoogste 240 uur. Het hof heeft de tenuitvoerlegging gelast van de door het hof Den Haag bij arrest van 17 april 2013, parketnummer 22-004598-12, voorwaardelijk opgelegde hechtenis voor de duur van vier weken en deze vervangen door een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. Een redelijke wetsuitleg brengt evenwel mee dat het de rechter niet vrij staat om voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, op de voet van art. 22d Sr vervangende hechtenis op te leggen die de duur van de niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt.
6. Het middel is terecht voorgesteld. De Hoge Raad kan de zaak zelf afdoen door te bevelen dat de vervangende hechtenis achtentwintig dagen beloopt.
7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
8. Deze conclusie strekt ertoe dat de bestreden uitspraak zal worden vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de duur van de bij de aan de verdachte opgelegde taakstraf bevolen vervangende hechtenis ten aanzien van de zaak met parketnummer 22-004598-12, dat de Hoge Raad zal bepalen dat de vervangende hechtenis achtentwintig dagen beloopt, en dat het beroep voor het overige zal worden verworpen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG