ECLI:NL:PHR:2018:59

ECLI:NL:PHR:2018:59, Parket bij de Hoge Raad, 30-01-2018, 16/01483

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 30-01-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/01483
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2018:374
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 4 zaken
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854

Samenvatting

Conclusie AG over het mindering brengen van de in voorarrest doorgebrachte tijd op een opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf.

Uitspraak

5. In art. 27 Sr is bepaald dat de rechter bij het opleggen van een tijdelijke gevangenisstraf, hechtenis of taakstraf beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van de uitspraak (onder meer) in verzekering of voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf geheel in mindering zal worden gebracht. Art. 27 Sr betekent voor een geheel voorwaardelijke vrijheidsstraf dat de in die bepaling bedoelde detentietijd in mindering wordt gebracht op de vrijheidsstraf, voor zover die wordt ten uitvoer gelegd. De civiele kamer van de Hoge Raad heeft daarover in een recent arrest klare wijn geschonken:

“Ingevolge art. 27 lid 1 Sr heeft de rechter bij het opleggen van tijdelijke vrijheidsstraffen de verplichting te bevelen dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de vrijheidsstraf geheel in mindering zal worden gebracht. Dit bevel tot aftrek van voorarrest ziet ook op de gevangenisstraf ten aanzien waarvan de rechter met toepassing van art. 14a Sr heeft bepaald dat die straf of een gedeelte daarvan onder voorwaarden niet zal worden tenuitvoergelegd.”

6. Het hof, dat de verdachte heeft veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf, heeft verzuimd toepassing te geven aan art. 27, eerste lid, Sr. Daarover klaagt het middel terecht.

7. Tot cassatie behoeft het voorafgaande evenwel niet te leiden. Ik zie geen grond af te wijken van de lijn in de rechtspraak van de Hoge Raad, die inhoudt dat ingeval is verzuimd toepassing te geven aan art. 27 Sr onvoldoende in rechte te respecteren belang bestaat bij vernietiging van de bestreden uitspraak. Er bestaat immers de mogelijkheid tot het wijzen van een herstelarrest, terwijl in geval van het achterwege blijven van een herstelbeslissing, gelet op het hiervoor genoemde arrest van maart 2017, sprake is van een voor een ieder evidente vergissing op grond waarvan de uitspraak in die zin verbeterd moet worden gelezen, dat de bedoelde aftrek wel is bevolen. Bij de (eventuele) tenuitvoerlegging van de straf kan een redelijk handelend openbaar ministerie zich dan ook niet op het standpunt stellen dat de straf zonder die aftrek moet worden ten uitvoer gelegd.

8. In het licht van het voorafgaande, meen ik dat het middel strandt op het ontbreken van voldoende in rechte te respecteren belang.

9. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep in cassatie op de voet van art. 80a RO.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Ik wijs op p. 4 van het uittreksel uit de justitiële documentatie van de verdachte van 16 februari 2016, een proces-verbaal verhoor verdachte van 25 mei 2010, waarin de rechter-commissaris de verdachte en diens raadsvrouwe meedeelt dat hij de inverzekeringstelling niet onrechtmatig acht en de vordering tot inbewaringstelling toewijst ten aanzien van feit 1 en een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarbij de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte is bevolen met ingang van 28 mei 2010 om 17.00. In al deze stukken, die aan de Hoge Raad zijn toegezonden, wordt als parketnummer het nummer 10-710091-10 vermeld. F.W. Bleichrodt, Onder voorwaarde, Arnhem: Gouda Quint 1996, p. 54-56. HR 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:462, NJ 2017/407 m.nt. Keulen, rov. 4.2. Vgl. in dit verband ook HR 18 april 1989, NJ 1990/62, waarin het ging om een onvoorwaardelijke geldboete en een voorwaardelijke gevangenisstraf. De Hoge Raad oordeelde dat “de tijd door de veroordeelde in (o.m.) verzekering doorgebracht in mindering dient te worden gebracht op de vrijheidsstraf, voor het geval deze wordt ten uitvoer gelegd”. HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005, NJ 2016/430 m.nt. Van Kempen, rov. 2.2 onder c.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?