ECLI:NL:PHR:2018:993

ECLI:NL:PHR:2018:993, Parket bij de Hoge Raad, 18-09-2018, 16/06204

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 18-09-2018
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 16/06204
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2019:9
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 7 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0023746

Samenvatting

Conclusie AG. Beklag, beslag auto ex art. 1:37 Algemene Douanewet. Onvankelijkheid cassatieberoep ingevolge art. 1:37 lid 4 Algemene Douanewet, ondanks dat auto is vernietigd, omdat de strafvorderlijke beslagregels (art. 116 – 119a en 134 Sv) in casu niet van toepassing zijn. Klaagster en raadsvrouw niet overeenkomstig art. 23 Sv en 48 Sv opgeroepen voor de behandeling in raadkamer. De AG geeft de Hoge Raad het advies de beschikking te vernietigen.

Uitspraak

4. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

Uit namens mij bij het openbaar ministerie ingewonnen inlichtingen blijkt dat de inbeslaggenomen personenauto op 19 april 2017 is vernietigd. De vraag die dan rijst is of op deze auto nog beslag rust en daarmee samenhangend of de klaagster wel ontvankelijk is in het namens haar ingestelde cassatieberoep.

In dat verband stel ik voorop dat in cassatie niet ter discussie staat dat de personenauto in beslag is genomen op grond van art. 1:37 Adw. Het gaat hierbij om een vorm van bijzondere – niet strafvorderlijke – inbeslagneming, die plaatsvindt zonder strafvorderlijk doel. Dat betekent dat de regels met betrekking tot strafvorderlijke inbeslagneming zoals neergelegd in het Wetboek van Strafvordering (zoals de art. 116 – 119a en 134 Sv) niet van toepassing zijn, tenzij anders bepaald in de van toepassing zijnde bijzondere regelgeving.

De hier van belang zijnde wettelijke bepalingen luiden als volgt:

- Art. 1:37 Adw:

“1. Vervoermiddelen, kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken (…), worden in beslag genomen.

(…)

4. Krachtens het eerste lid in beslag genomen vervoermiddelen en voorwerpen vervallen zonder rechtsvervolging aan de staat, tenzij bij een rechterlijke beslissing als bedoeld in het zesde lid de inbeslagneming niet wordt gehandhaafd.

5. De belanghebbende bij het in beslag genomen vervoermiddel of voorwerp kan binnen een maand na de mededeling omtrent de inbeslagneming bij de rechtbank van het arrondissement binnen hetwelk de inbeslagneming heeft plaatsgehad, daartegen hetzij in persoon, hetzij door een gemachtigde een met redenen omkleed klaagschrift indienen.

6. De rechtbank behandelt het klaagschrift op de voet van het bepaalde in art. 552b van het Wetboek van Strafvordering (…).

7. Artikel 552d van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

8. Onze Minister van Financiën is bevoegd in bijzondere gevallen de aan de staat vervallen vervoermiddelen en voorwerpen onder door hem te stellen voorwaarden aan de eigenaar terug te geven.”

- Art. 11:13 Adw:

“1. Goederen die in beslag zijn genomen ter zake van het begaan van strafbare feiten als bedoeld in deze wet of de daarop berustende bepalingen kunnen, voorzover de eisen van het onderzoek of het algemeen belang bij hun vernietiging of onbruikbaarmaking zich niet daartegen verzetten, zo nodig na monsterneming, overeenkomstig bij regeling van Onze Minister van Financiën te stellen regels, tegen zekerheidstelling worden vrijgegeven.

(…)

3. De overeenkomstig het eerste lid gestelde zekerheid treedt voor de toepassing van bepalingen betreffende verbeurdverklaring en inbeslagneming, alsmede voor de uitoefening van het recht van verhaal, in de plaats van de in beslag genomen goederen.”

Uit de namens mij bij het openbaar ministerie ingewonnen inlichtingen blijkt niet expliciet op welke grond de inbeslaggenomen personenauto is vernietigd; onderliggende stukken ontbreken. Uit de hiervoor weergegeven bepalingen en in het bijzonder het vierde lid van art. 1:37 Adw leid ik echter af dat het beslag voortduurt zolang door een rechter geen (onherroepelijke) beslissing is genomen op het klaagschrift als bedoeld in art. 1:37 lid 5 Adw. Nu de beslissing van de rechtbank tot ongegrondverklaring van het klaagschrift nog niet onherroepelijk is, duurt het beslag – ondanks vernietiging van de auto – voort en dient de klaagster te worden ontvangen in het namens haar ingestelde cassatieberoep.

5. Bespreking van het middel

Het middel klaagt erover dat de klaagster en haar raadsvrouw niet (behoorlijk) zijn opgeroepen voor de behandeling in raadkamer van 7 november 2016, zodat het onderzoek in raadkamer nietig is.

Voor de beoordeling van het middel is het volgende van belang. Art. 1:37 lid 6 Adw bepaalt dat de rechtbank het klaagschrift als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel behandelt op de voet van het bepaalde in artikel 552b Sv. Op de procedure van art. 552b Sv zijn de algemene bepalingen voor de raadkamerbehandeling van art. 21 – 25 Sv van toepassing. Volgens art. 23 lid 2 Sv moet de belanghebbende voor de raadkamerbehandeling worden opgeroepen. Een verzuim hiervan raakt een wezenlijke grondslag van de raadkamerprocedure en brengt nietigheid van het onderzoek mee, ook al is dat gevolg niet met zoveel woorden in de wet opgenomen. Verder geldt de tweede volzin van art. 48 Sv (ten tijde van de behandeling in de onderhavige zaak art. 51, tweede volzin, (oud) Sv) ook voor de beklagprocedure. Dat betekent dat aan de advocaat van de klager een afschrift van de oproeping van de klager moet worden verschaft zodat hij op de hoogte is van de tijd en plaats van de behandeling. Ook het niet naleven van dit voorschrift wordt geacht – al wordt zulks evenmin uitdrukkelijk in de wet bepaald – aan een geldige behandeling van het klaagschrift in raadkamer buiten tegenwoordigheid van de klager en diens advocaat in de weg te staan.

Het proces-verbaal van de raadkamerbehandeling van 7 november 2016 door de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem houdt onder meer het volgende in:

“De rechter doet de zaak uitroepen.

Klaagster (…), domicilie kiezende te (3111 AX) Schiedam, Tuinlaan 120, ten kantore van mr. K.C. Wijngaart, advocaat, en haar voornoemde advocaat zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

(…)

De rechter deelt mee dat er op 18 oktober 2016 een oproep voor de raadkamer is verstuurd naar het kantooradres van de raadsvrouw van klaagster.”

In tegenstelling tot bovenstaande mededeling van de rechter blijkt uit het dossier niet dat op 18 oktober 2016 – of enige andere datum – een oproep voor de raadkamerbehandeling van 7 november 2016 aan het kantooradres van de raadsvrouw is gezonden. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat enkel op 17 november 2016 een oproeping aan de klaagster is verzonden, zij het een oproeping om op 13 januari 2017 te verschijnen in de raadkamer van de rechtbank Amsterdam “teneinde te worden gehoord naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (inbeslagname van diverse goederen)”. Aan de cassatieschriftuur is een kopie van die oproeping gehecht. Het dossier bevat tevens een kopie van diezelfde oproeping.

Voorts wordt in de toelichting op het middel gesteld dat uit correspondentie tussen mr. K.C. van de Wijngaart en de strafgriffie van de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem blijkt dat zowel de klaagster als haar raadsvrouw op geen enkele manier zijn ingelicht over de raadkamerbehandeling op 7 november 2016 te Haarlem. Aan de cassatieschriftuur is een kopie van die correspondentie gehecht, onder meer inhoudende:

“Spoed! Inzake RK 16/006240

Strafgriffie Haarlem (Rechtbank Noord-Holland) (…)

Aan: Silvis Strafzaken

9 december 2016 12:00

Goedemorgen,

Naar aanleiding van uw telefonisch contact en uw mail heb ik contact gezocht met het rekestenbureau OM te Haarlem en zij hebben contact gehad met het OM in Amsterdam.

Het blijkt dat uw zaak ten onrechte naar de rechtbank in Amsterdam is gezonden voor behandeling. Zij zullen de zaak voor 13 januari a.s. gaan intrekken en naar de advocaat sturen. Mocht de advocaat het niet eens zijn met de uitspraak van de strafrechter te Haarlem dan verzoeken wij u in cassatie te gaan bij de Hoge Raad te Amsterdam. U kunt de hoger beroep binnen 14 dagen na de dagtekening van de beschikking naar ons toesturen en wij sturen het dossier door naar de Hoge Raad.

(…)

Met vriendelijke groet,

(…)

Senior administratief medewerkster

(…)

Van: Silvis Strafzaken

Verzonden: (…) 9 december 2016 9:23 uur

Aan: Strafgriffie Haarlem (Rechtbank Noord-Holland) (…)

Onderwerp: Spoed! Inzake RK 16/006240

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij vraag ik uw aandacht voor het volgende.

In opgemelde zaak heb ik op 31 augustus 2016 een klaagschrift ingediend bij de Rechtbank Amsterdam. Omstreeks 17 november 2016 heb ik een oproeping ontvangen voor de raadkamerzitting 13 januari 2017 in Amsterdam. Tot mijn verbazing ontving ik een beschikking per post van Rechtbank Noord-Holland dat het klaagschrift van [klaagster] op 7 november 2016 is behandeld en ongegrond is verklaard. Ik heb echter tot op heden geen enkele correspondentie hierover ontvangen. Rechtbank Amsterdam heeft aangegeven het klaagschrift niet doorgestuurd te hebben.

(…)

Zou u mij kunnen informeren hoe het klaagschrift bij u is terechtgekomen en waarom ik geen enkel correspondentie dan wel oproeping voor de raadkamer hierover heb ontvangen?

(…)

Met vriendelijke groet,

K.C. van de Wijngaart

Silvis Strafzaken”

Uit deze stukken – aan de herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet behoeft te worden getwijfeld – volgt dat in cassatie ervan moet worden uitgegaan dat de klaagster en haar raadsvrouw niet zijn opgeroepen voor de raadkamerbehandeling bij de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem op 7 november 2016. Dit brengt mee dat de voorschriften van art. 23 en 48 Sv (ten tijde van de behandeling in de onderhavige zaak art. 51, tweede volzin, (oud) Sv) niet zijn nageleefd. Gelet op hetgeen ik hiervoor onder 5.2 uiteen heb gezet, dient het vorengaande ertoe te leiden dat de raadkamerbehandeling nietig is.

Het middel slaagt.

6. Ambtshalve opmerking

Art. 1:37 lid 5 Adw bepaalt dat de belanghebbende binnen een maand na de mededeling omtrent de inbeslagneming bij de rechtbank van het arrondissement binnen hetwelk de inbeslagname heeft plaatsgehad een klaagschrift in kan dienen. In dit geval heeft de inbeslagname plaatsgevonden in Amsterdam. Het klaagschrift moest op grond van art. 1.37 lid 5 Adw dan ook worden ingediend ter griffie van de rechtbank Amsterdam. De rechtbank Amsterdam was vervolgens de bevoegde rechtbank om het klaagschrift in raadkamer te behandelen. Uit hetgeen hiervoor onder 3. en 5.5. is weergegeven blijkt dat het klaagschrift bij de juiste rechtbank is ingediend, maar om mij raadselachtig gebleven redenen door de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem is behandeld en afgedaan. Dit lijkt mij een onjuiste gang van zaken. De rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem heeft zich naar ik meen ten onrechte bevoegd geacht.

Indien de Hoge Raad met mij tot het oordeel komt dat het middel slaagt en de bestreden beschikking dient te worden vernietigd, geef ik de Hoge Raad in overweging de zaak niet terug te wijzen naar de rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, maar te verwijzen naar de rechtbank Amsterdam, opdat de zaak door de bevoegde rechtbank opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.

8. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank Amsterdam teneinde op het bestaande beklag te worden behandeld en afgedaan.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?