11. Het eerste middel faalt.
12. Het tweede middel klaagt dat het hof de duur van de vervangende hechtenis heeft verzuimd te bepalen.
13. Het arrest van het hof houdt – voor zover van belang – in:
“BESLISSING
Het hof:
(…)
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door hechtenis.”
14. Ingevolge art. 22d Sr dient de rechter bij het oplegging van een taakstraf de duur van de vervangende hechtenis vast te stellen. Het hof heeft dat per abuis verzuimd. Het komt mij voor dat de Hoge Raad dit verzuim kan herstellen.
15. . Het tweede middel slaagt.
16. Het eerste middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering. Het tweede middel slaagt. De Hoge Raad zal kunnen voorzien in herstel van het verzuim door zelf – met inachtneming van het in art. 22d Sr gestelde – de vervangende hechtenis te bepalen die is verbonden aan de taakstraf. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
17. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de vervangende hechtenis voor de taakstraf bepaalt en het beroep voor het overige zal verwerpen.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG