ECLI:NL:PHR:2019:1291

ECLI:NL:PHR:2019:1291, Parket bij de Hoge Raad, 29-10-2019, 19/00302

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 29-10-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 19/00302
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2019:1923
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001903

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv en 94a Sv op sloep onder ander t.z.v. verdenking van hennepteelt. 1. Heeft Rb ten onrechte niet beslist op beklag, v.zv. gericht tegen ex art. 94 Sv gelegd beslag? 2. Heeft Rb juiste maatstaf aangelegd bij beoordeling klaagschrift, v.zv. gericht tegen ex art. 94a Sv gelegd beslag? 3. Motivering oordeel Rb dat klager niet buiten redelijke twijfel als eigenaar van sloep is aan te merken. Is inbeslaggenomen sloep registergoed? 4. Ontbreken p-v betreffende uitspreken van bestreden beschikking. HR: art. 81.1 RO.

Uitspraak

3. De bestreden beschikking

De bestreden beschikking houdt het volgende in:

“De rechtbank gaat bij de beoordeling van het onderhavige beklag uit van de navolgende feiten en omstandigheden:

1. op 28 juni 2018 is in de strafzaak tegen [betrokkene 1] , op grond van artikel 94 en 94a Sv in beslag genomen:

- een sloep, met de naam [A] , registratienummer [0001] , merk Oudhuijzer 750 Tender, inclusief motor van het merk Yamaha met motornur. [0002] ;

2. [betrokkene 1] heeft geen afstand gedaan van hetgeen in beslag is genomen;

3. klager stelt eigenaar van genoemde sloep te zijn;

4. op 6 augustus 2018 heeft de rechter-commissaris de vordering van de officier van justitie tot machtiging conservatoir beslag verleend.

(…)

Overwegingen

De rechtbank stelt voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt.

In geval van beklag tegen een op de voet van artikel 94a Sv gelegd beslag dient de rechter te beoordelen of sprake is van een verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en of niet het geval zich voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.

In het geval het klaagschrift is ingediend door een derde - een ander dan degene tegen wie het strafrechtelijk onderzoek is gericht - die stelt eigenaar te zijn, dient de rechter te onderzoeken of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de klager als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt. Het gaat daarbij om een voorlopig oordeel omtrent de eigendoms- en bezitsrechten. Indien de klager als eigenaar wordt aangemerkt, zal de rechter tevens moeten onderzoeken of zich de situatie van artikel 94a, derde of vierde lid, Sv voordoet.

De raadsman van klager heeft in raadkamer ter aanvulling op het klaagschrift aangevoerd dat [klager] de eigenaar van de sloep is en ook als zodanig staat geregistreerd. De registratie is leidend bij de eigendomsvraag, zoals volgt uit HR:2018:1952. Verder heeft [klager] een op zijn naam gestelde factuur van 1 april 2017 van de sloep (van € 21.000) overgelegd en bewijs van betaling van 4 juli 2017 (€ 5.000) en 12 juli 2017 (3.000). Ook is een bewijs van betaling van 27 juli 2017 (€ 11.460) door [B] BV overgelegd. De berichten en foto’s van [betrokkene 1] betreffen slechts grootspraak/stoerdoenerij.

De officier van justitie heeft zich verzet tegen teruggave en daartoe aangevoerd dat er voldoende aanwijzingen zijn dat niet klager maar [betrokkene 1] de eigenaar is van de sloep en dat de sloep op naam van [klager] is gezet om deze buiten het wederrechtelijk verkregen voordeel te houden. In de strafzaak tegen [betrokkene 1] is een wederrechtelijk verkregen voordeel berekend van € 153.000,-. Verdachte [betrokkene 1] heeft de sloep sinds augustus 2017 in gebruik zoals blijkt uit berichten en foto’s via Facebook en whatsapp. De sleutels van de sloep zijn bij [betrokkene 1] aangetroffen tijdens de insluitingsfouillering.

De rechtbank overweegt dat op basis van de informatie die nu voorhanden is niet buiten redelijke twijfel is dat [klager] de eigenaar van de sloep is. Hoewel de sloep op naam van [klager] staat geregistreerd, is een aanzienlijk deel van het aankoopbedrag door een ander voldaan. Ten slotte neemt de rechtbank de berichten en foto’s van [betrokkene 1] met betrekking tot de sloep in aanmerking.

Met betrekking tot [betrokkene 1] is sprake van een verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Er is geen sprake van het geval dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beklag ongegrond”

4. Het eerste middel

Het middel komt op tegen de ongegrondverklaring van klagers klaagschrift en valt uiteen in drie klachten.

De eerste klacht houdt in dat de rechtbank ten onrechte niet heeft beslist op het beklag, voor zover het zag op het beslag dat op de voet van art. 94 Sv is gelegd op de sloep. De tweede klacht houdt in dat de rechtbank een te strenge en daarom onjuiste maatstaf heeft aangelegd bij de beoordeling van het klaagschrift, voor zover het zich richt tegen het op de voet van art. 94a Sv gelegde beslag. De derde klacht houdt in dat de rechtbank haar oordeel dat de klager niet buiten redelijke twijfel als eigenaar van de sloep is aan te merken, ontoereikend dan wel onbegrijpelijk heeft gemotiveerd. Dit omdat de rechtbank voorbij zou zij gegaan aan de stelling van de klager dat de inbeslaggenomen sloep een registergoed is.

De stukken die op de voet van art. 447 lid 2 Sv zijn toegezonden aan de Hoge Raad, houden met betrekking tot de beslaglegging op de sloep het volgende in:

(i) Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , gesloten en getekend op 12 juli 2018:

“Op 28 juni 2018, was ik, verbalisant [verbalisant 1] , belast met de afhandeling van hennepzakken. Aan de hand van proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door collega [verbalisant 2] , geregistreerd onder nummer 2018152431-21, deed ik onderzoek naar de mogelijke ligplaats van een boot. Uit het hierboven genoemde proces-verbaal van bevindingen blijkt onder andere uit whatsapp gesprekken en foto’s dat verdachte [betrokkene 1] veelvuldig gebruik maakt van een boot. Verdachte [betrokkene 1] spreekt regelmatig over ‘me’ boot en in een gesprek naar [...] geeft hij aan ‘heb een 6 meter sloep’. Tijdens de insluitingsfouillering werd bij verdachte [betrokkene 1] een sleutel aangetroffen van een boot. Aan de sleutelbos van de boot hing een label met de tekst:

[klager]

Oud Huijzer STO

[A]

In een van de whatsapp gesprekken stuurt verdachte [betrokkene 1] een afbeelding met de ligplaats van de boot. Op de afbeelding is te zien dat de boot bij [C] gelegen aan de [a-straat 1] te [plaats] ligt.

(…)

Op 28 juni 2018, omstreeks 13.00 uur bevond ik mij samen met collega [verbalisant 2] bij het jachthavenbedrijf [C] gelegen aan de [b-straat 1] te [plaats] . Samen met een personeelslid liepen wij naar de ligplaats van de boot. Aangekomen bij de ligplaats zag ik dat de boot overeenkwam met de foto’s die waren aangetroffen op de telefoon van [betrokkene 1] . Ik zag en voelde dat de sleutel die bij [betrokkene 1] was aangetroffen paste op het contactslot en dat ik de motor met de sleutel kon starten. Ik zag dat de boot was voorzien van een snelvaartkenteken te weten [0001] . In de voor mij beschikbaar gestelde politiesystemen zag ik dat het kenteken op naam stond van [klager] geboren op [...] - [...] -1988 (…).

Omdat er veelvuldig van de boot gebruik wordt gemaakt door verdachte [betrokkene 1] , en hij de sleutels tijdens zijn aanhouding in zijn bezit had, hebben wij deze boot na overleg met Officier van Justitie C. Goedegebuure ter ontneming in beslag genomen. Het bewijs van inbeslagname en ontvangst van de boot is achtergelaten bij het jachtbedrijf en tevens per post verzonden naar eigenaar [klager] .”

(ii) Een “kennisgeving van inbeslagneming artikelen 94 en 94a Wetboek van Strafvordering”:

“Rapporteur : [verbalisant 1] , hoofdagent van politie Eenheid Midden Nederland

Inbeslagneming

Plaats : [a-straat 1] [plaats]

Datum en tijd : 28 juni 2018 te 13:38 uur

Reden : Vervaardigen softdrugs (lijst ii)

Grondslag 94 Sv : Wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen

Grondslag 94a Sv : 94e lid 1 Sv - Ter verhaal op te leggen boete + 94a lid

2 Sv - Ter ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

Omstandigheden : Bij een aangehouden verdachte van een hennepkwekerij werden de sleutels van de inbeslaggenomen motorsloep aangetroffen. Uit onderzoek op de telefoon van de verdachte bleek dat hij zeer regelmatig beschikte over de motorsloep en deze ook daadwerkelijk gebruikte.

Beslagene

De motorsloep werd uit het water getakeld bij jachthaven [C] te [plaats] .

Volgnummer 1

Goednummer : PLO900-2018152431-2835

Naam schip : [A]

Vaartuig : Sloep

Registratienummer : [0001]

Nationaliteit : Nederland

Merk/type : Oudhuijzer 570 Tender

Romp nummer : [0003]

Lengte : 5,70 m

Breedte : 2,40 m

Diepgang : 1,00 m

Motor : Yamaha, 70 pk

Motornummer : [0002]

Eigenaar : [klager] , [d-straat 1] , [plaats]

Labeling beslag door ovj art. 94a SV (en art. 94 SV): Waardebeslag

Beslissing over beslag door ovj bij beslaggrondslag art 94a (en art 94) Sv

Beslissing ovj: Overdragen aan KBH ter voorlegging aan OM

Beslissende ovj

Naam ovj : C. Goedegebuure

Parket : Parket OvJ Midden-Nederland

Datum beslissing ovj : 27 juni 2018

Betrokken hovj : [verbalisant 3] , inspecteur van politie Eenheid

Midden-Nederland

Datum registratie KVI : 12 juli 2018”

(iii) Een “Bewijs van ontvangst ex art. 94 WvSv”:

“Ondergetekende, [verbalisant 1] , hoofdagent van politie Eenheid

Midden-Nederland, verklaart op donderdag 28 juni 2018:

Bij jachthaven [C] , [a-straat 1] , [plaats] te hebben in beslag genomen

Vaartuig

Goednummer : PL0900-2018152431-2835

Naam schip : [A]

Vaartuig : Sloep

Registratienummer : [0001]

Nationaliteit : Nederland

Merk/type : Oudhuijzer 570 Tender

Rompnummer : [0003]

Lengte : 5,70m

Breedte : 2,40m

Diepgang : 1,00m

Motor : Yamaha, 70 pk

Motornummer : [0002]

Eigenaar : [klager] , [geboortedatum] 1988

Ten bewijze hiervan is dit bewijs verzonden aan [klager] voornoemd.”

(iv) Een “Vordering machtiging conservatoir beslag (art. 103 Sv), handhaven” ..

“gelet op de gerezen verdenking tegen

terzake de hierna te noemen strafbare feiten, te weten:

(…)

waarvoor (mede) een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd;

overwegende dat conservatoir beslag gelegd dient te worden tot bewaring van het recht van verhaal voor

(…)

[X] een naar aanleiding van dat misdrijf door de rechter op te leggen verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van het door de verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel;

overwegende dat de verdachte beschikt over voorwerpen, waarop verhaal als voornoemd kan worden genomen en die vatbaar zijn voor conservatoir beslag, terwijl op die voorwerpen, als blijkt uit bijgaande lijst, beslag rust op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, welk beslag niet dient ter bewaring van het recht tot verhaal;

overwegende dat het bedrag tot welk verhaal het beslag wordt verlangd EUR 153.071,01 bedraagt, dit bedrag is gelijk aan de (maximale) geldboete en/of het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel thans wordt geschat;

gezien de artikelen 33a en 36e van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 94a en 103 van het Wetboek van Strafvordering;

vordert, dat de Rechter-Commissaris, belast met de behandeling van strafzaken van het ARRONDISSEMENTSPARKET Midden-Nederland, machtiging verleent tot handhaving van het reeds gelegde beslag als conservatoir beslag.

Utrecht, 27 juli 2018

De officier van justitie”

(v) Een “Machtiging inhoudende conservatoir beslag” als bedoeld in art. 103 Sv, getekend door de RC op 6 augustus 2018:

“De Rechter-Commissaris voornoemd,

[x] verleent hierbij op de gronden als opgemeld, de machtiging tot het handhaven van conservatoir beslag als hiervoor bedoeld tot een maximum van EUR 153.071,01”

(vi) Een “Kennisgeving handhaving beslag (handhaving ex art.103 Sv)”, getekend door de officier van justitie op 7 augustus 2018:

“Aan: Politie Utrecht

Kroonstraat 25

3511 RC Utrecht

proces-verbaalnr. 2018152431

datum 07 augustus 2018

verdachte [betrokkene 1]

parketnr 16/652542-18

Op de in bovengenoemde zaak ten laste van de genoemde verdachte op grond van artikel 94 Sv inbeslaggenomen voorwerpen, die bij u in bewaring zijn, te weten

De eerste klacht houdt als gezegd in dat de rechtbank heeft nagelaten te beslissen op het beklag voor zover dat zich richtte tegen het op de voet van art. 94 Sv gelegde beslag. Uit de stukken weergegeven onder (i) tot en met (iii) kan, gelijk de rechtbank heeft gedaan, worden afgeleid dat op 28 juni 2018 ook conservatoir beslag is gelegd op de sloep, zij het zonder de daarvoor vereiste machtiging van de RC als bedoeld in art. 103 Sv. Uit de stukken weergegeven onder (iv) en (v) blijkt dat deze fout is hersteld doordat de RC op 6 augustus 2018, op een vordering van de OvJ van 27 juli 2018, een machtiging heeft verleend voor “handhaving” van het reeds op de sloep gelegde beslag als beslag op de voet van art. 94a Sv. Gelet op de kennisgeving weergegeven onder (vi) moet worden geconcludeerd dat in elk geval met ingang van 6 augustus 2018 rechtmatig conservatoir beslag op de sloep was gelegd.

De rechtbank is er kennelijk en niet onbegrijpelijk van uitgegaan dat de handhaving van het beslag als conservatoir beslag impliceerde dat het op de voet van art. 94 Sv gelegde beslag kwam te vervallen. Dat betekent dat de klager bij deze klacht geen belang heeft. Ik merk nog op dat de rechtbank er vanaf zal hebben gezien om de klager niet-ontvankelijk te verklaren in zijn klaagschrift voor zover dat tegen het op de voet van art. 94 Sv gelegde beslag was gericht, omdat zij ervan uitging dat de klager zijn beklag in zoverre had laten vervallen. Onbegrijpelijk is dat niet, omdat het bij de raadkamerbehandeling van 4 december 2018 nog uitsluitend om het ex art. 94a Sv gelegde beslag is gegaan. Ik citeer ter illustratie de eerste alinea van de op 4 december 2018 overgelegde pleitnota: “Op de vorige zitting heeft het OM gesteld dat het klaagschrift ongegrond moet worden verklaard vanuit de stelling dat niet cliënt maar [betrokkene 1] de eigenaar was en de situatie van art. 94a lid 4 zich voordoet. In de optiek van de verdediging kan die stelling volstrekt niet slagen.”

Met de tweede klacht wordt gepoogd stro te dorsen. Ik zal daarover dan ook kort zijn. In het oordeel van de rechter dat de klager niet buiten redelijke twijfel eigenaar is, ligt besloten dat hij niet als zodanig moet worden aangemerkt. En bij de klacht dat de rechtbank zich, zonder dat dit ter zake doet, heeft uitgelaten over de vraag of aan de voorwaarden voor het leggen van conservatoir beslag is voldaan, heeft de klager geen belang.

De derde klacht verdient meer aandacht. De stellers van het middel hebben in zoverre gelijk dat de inschrijving in het register bepalend is voor de vraag wie als eigenaar van een registergoed moet worden aangemerkt en dat, als degene tegen wie het strafrechtelijk onderzoek zich richt volgens het register niet de eigenaar is, conservatoir beslag op het registergoed alleen kan worden gelegd in de gevallen genoemd in de leden 4 en 5 van art. 94a Sv.

Namens de klager is in het klaagschrift en in raadkamer gesteld dat de inbeslaggenomen sloep een registergoed is en dat de klager in het register staat ingeschreven als de eigenaar van de sloep. Aan die stelling is de rechtbank voorbij gegaan zonder dit te motiveren. Tot cassatie behoeft dat naar mijn mening niet te leiden omdat, kort gezegd, de stelling op drijfzand is gebaseerd. Ik licht dat toe.

Anders dan de stellers van het middel lijken te veronderstellen, maakt niet elke vorm van registratie van een boot dat die roerende zaak een registergoed is. Een schip dan wel boot wordt een registergoed door teboekstelling ervan in de openbare registers van het Kadaster. Het eigendom van de boot wordt daarmee in de openbare registers vastgelegd. Bij kadasterregistratie krijgt een boot een uniek identificatienummer dat ook op de boot wordt gebrandmerkt.

De klager heeft zijn stelling dat zijn boot een registergoed betreft, niet onderbouwd door overlegging van een bij het Kadaster aan te vragen ‘uittreksel eigendom schip’ dat voor elke boot dat bij het Kadaster staat ingeschreven, is te verkrijgen. In plaats daarvan heeft hij volstaan met een verwijzing naar de gedingstukken, in het bijzonder het onder (iii) weergegeven “bewijs van ontvangst ex art. 94 Sv” dat als bijlage aan het klaagschrift is gehecht. Dit geschrift vermeldt een registratienummer ( [0001] ) en noemt de klager als eigenaar van de sloep. Het een en ander is kennelijk gebaseerd op het onder (i) weergegeven proces-verbaal, dat onder meer inhoudt: “Ik zag dat de boot was voorzien van een snelvaartkenteken te weten [0001] . In de voor mij beschikbaar gestelde politiesystemen zag ik dat het kenteken op naam stond van [klager] geboren op [...] - [...] -1988”.

In Nederland is het voor bepaalde motorboten waarmee gebruik wordt gemaakt van de Nederlandse binnenwateren voorgeschreven dat zij moeten worden geregistreerd bij de Rijksdienst Wegverkeer (RDW). Het gaat hier om alle motorvaartuigen die korter zijn dan 20 meter en die bij gebruik van een motor sneller kunnen varen dan 20 kilometer per uur. Deze zogenoemde snelle motorboten die geregistreerd staan bij de RDW hebben een registratieteken bestaande uit 6 tekens waarvan 2 letters en 4 cijfers. Het registratieteken kenmerkt zich door de letter Y in het teken.

De afmetingen van de sloep die in de kennisgevingen van inbeslagneming staan genoteerd doen, in samenhang met de onder 4.10 weergegeven passage uit het onder (i) weergegeven proces-verbaal, sterk vermoeden dat de sloep een snelle motorboot is die bij de RDW staat geregistreerd. Het kenteken [0001] dat volgens de politiesystemen op naam van de klager staat, toont wat de samenstelling ervan betreft al de bovengenoemde kenmerken van een RDW-registratieteken. De stelling van de klager dat de sloep een registergoed is, kan daarop dus niet worden gebaseerd. De verplichte RDW-registratie van een motorboot heeft namelijk met de teboekstelling ervan in de openbare registers van het Kadaster niet van doen.

Opmerking verdient nog dat het kadastrale identificatienummer door middel van een brandmerk op het schip op een zichtbare en bereikbare plek wordt aangebracht. De onder (ii) weergegeven kennisgeving van inbeslagneming vermeldt naast het genoemde registratieteken nog een rompnummer en een motornummer, maar van een brandmerk als hiervoor bedoeld wordt geen melding gemaakt. Dat maakt het hoogst onwaarschijnlijk dat een dergelijk brandmerk op het schip aanwezig was.

Dat brengt mij bij de slotsom dat de rechtbank de stelling dat de inbeslaggenomen sloep een registergoed is, slechts als volstrekt onaannemelijk had kunnen verwerpen. Daarom faalt ook de derde klacht.

Het middel faalt.

5. Het tweede middel

Het middel klaagt over het ontbreken van een proces-verbaal betreffende het uitspreken van de bestreden beschikking – om welk proces-verbaal de raadslieden overeenkomstig het procesreglement van de Hoge Raad hebben verzocht –, met als gevolg dat in cassatie niet kan worden nagegaan of de bestreden beschikking in het openbaar is uitgesproken.

De bestreden beschikking vermeldt dat zij is “uitgesproken ter openbare zitting van de enkelvoudige raadkamer in deze rechtbank van 18 december 2018”. Dat brengt mee dat het verzuim waarover wordt geklaagd, niet tot cassatie kan leiden.

Het tweede middel faalt eveneens.

6. De middelen falen en kunnen met toepassing van art. 81 lid 1 RO worden afgedaan.

7. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.

8. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?