ECLI:NL:PHR:2019:459

ECLI:NL:PHR:2019:459, Parket bij de Hoge Raad, 14-05-2019, 17/04039

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 14-05-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 17/04039
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2019:1081
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0004825 BWBR0006622

Samenvatting

Conclusie AG over het nalaten te bevelen dat de tijd van invordering van het rijbewijs in mindering wordt gebracht op de voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid (als voorgeschreven door art. 179.6 WVW 1994). Omdat het verzuim zich leent voor een herstelarrest, adviseert de AG gezien art. 80a RO het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren.

Uitspraak

Vordering overgifte rijbewijs

Ik, [verbalisant 1] (RNM00560), heb op donderdag 14 juli 2016 te 21:01 uur, op grond van artikel 164 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994, van de verdachte overgifte van zijn rijbewijs gevorderd.

De verdachte gaf een op zijn naam staand geldig rijbewijs over.

[...]

Het rijbewijs is met een proces-verbaal van invordering op vrijdag 15 juli 2016, gezonden naar het CVOM te Utrecht.

[...]”

6. Onder de aan de Hoge Raad toegezonden gedingstukken bevindt zich tevens een “Kennisgeving beslissing inhouding rijbewijs” van 26 juli 2016, inhoudende de beslissing van de officier van justitie het rijbewijs van de verdachte in te houden voor de duur van acht maanden. Onder de stukken trof ik verder aan een “Kennisgeving teruggave rijbewijs” d.d. 10 november 2016, waarin aan de verdachte kenbaar wordt gemaakt dat het rijbewijs onverwijld zal worden teruggegeven.

7. Voor de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, treft art. 179, zesde lid, WVW 1994 een voorziening die vergelijkbaar is met hetgeen in art. 27, eerste lid, Sr is bepaald over het in mindering brengen van een eerder in de procedure ondergane vrijheidsbeneming bij het opleggen van een tijdelijke hoofdstraf, dat wil zeggen een tijdelijke gevangenisstraf, hechtenisstraf en taakstraf. In vergelijkbare zin verplicht art. 179, zesde lid, WVW 1994 de rechter ertoe te bevelen dat de tijd dat het rijbewijs van de verdachte ingevorderd en ingehouden is geweest op de duur van de bijkomende straf van ontzegging van de rijbevoegdheid geheel in mindering wordt gebracht. Ik denk dat moet worden aangenomen dat het voorschrift van art. 179, zesde lid, WVW 1994 zich niet beperkt tot aftrek in geval van een onvoorwaardelijke rij-ontzegging, maar dat ook als de rechter met toepassing van art. 14a, derde lid, Sr heeft bepaald dat deze bijkomende straf of een gedeelte daarvan onder voorwaarden niet zal worden tenuitvoergelegd, aftrek dient te worden bevolen. Dat is analoog aan de aftrek van voorarrest bij een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Tot een dergelijke analogie geeft de memorie van toelichting bij het oorspronkelijke wetsvoorstel voor wat thans is art. 179, zesde lid, WVW 1994, alle aanleiding: “De verplichte aftrek sluit aan bij de [in] artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht gegeven regeling voor het geheel in mindering brengen van de voorlopige hechtenis.”

8. Wat betreft de onderhavige zaak dient op grond van de hiervoor in randnummers 5. en 6. aangehaalde gedingstukken ervan te worden uitgegaan dat het rijbewijs van de verdachte enige tijd ingehouden en/of ingevorderd is geweest, zodat het hof had moeten bevelen dat deze tijd op de voorwaardelijk opgelegde rij-ontzegging in mindering zou worden gebracht. Het hof heeft verzuimd dat te doen.

9. Het middel is in zoverre terecht voorgesteld.

10. Of dit verzuim tot cassatie dient te leiden, is echter de vraag. Als reeds opgemerkt ligt het voor de hand de aftrek omschreven in art. 179, zesde lid, WVW 1994 te vergelijken met het in art. 27 Sr voorgeschreven in mindering brengen op de op te leggen hoofdstraf. De Hoge Raad heeft in zijn sinds de invoering van art. 80a RO ontwikkelde rechtspraak over de toepassing van deze bepaling, herhaaldelijk beslist dat het verzuim van de rechter om gevolg te geven aan het bepaalde in art. 27 Sr voortaan in de regel niet meer tot cassatie behoeft te leiden omdat bij vernietiging niet voldoende rechtens te respecteren belang bestaat. Het gaat immers, ik parafraseer de Hoge Raad, om een onmiddellijk kenbare fout die zich leent voor eenvoudig herstel door middel van een herstelbeslissing van de rechters die op de zaak hebben gezeten, terwijl daarnaast gezien de evidentie van de vergissing een redelijk handelend openbaar ministerie zich niet op het standpunt kan stellen dat de straf zonder aftrek ten uitvoer dient te worden gelegd.

11. Van het verzuim aan art. 179, zesde lid, WVW 1994 toepassing te geven, kan mijns inziens hetzelfde worden gezegd. Over de vraag of het rijbewijs van een verdachte ingevorderd of ingehouden is (geweest), zal doorgaans geen wezenlijke onduidelijkheid kunnen bestaan, althans niet frequenter of in meerdere mate dan over de vraag of door middel van een van de in art. 27 Sr genoemde maatregelen aan de verdachte zijn vrijheid ontnomen is (geweest). Het bepaalde in art. 179, zesde lid, WVW 1994 betreft tevens – evenals mutatis mutandis art. 27 Sr – een verplichting die in beginsel steeds bestaat wanneer een rij-ontzegging wordt opgelegd, zodat ook het verzuim art. 179, zesde lid, WVW 1994 toe te passen doorgaans een voor eenieder kenbare, evidente misslag behelst.

12. Dat – zoals de stellers van het middel ter onderbouwing van het belang bij cassatie aanvoeren – “in de praktijk bijvoorbeeld onduidelijkheid blijkt te bestaan over de vraag of over kan worden gegaan tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf indien de betrokkene in de betreffende zaak eerder voorlopig gehecht is geweest en de duur van die hechtenis gelijk is aan de opgelegde voorwaardelijke straf”, en/of dat het openbaar ministerie incidenteel kan menen dat een invordering of inhouding in een andere zaak zal worden verdisconteerd, behoeft mijns inziens niet tot een ander oordeel te leiden. De rechtspraak van de Hoge Raad sluit niet uit dat in een voorkomend geval bij cassatie wél belang bestaat omdat dan géén sprake is van een voor eenieder kenbare fout. Zo een geval deed zich mijns inziens voor in HR 30 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX3863. De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak partieel vanwege het verzuim toepassing te geven aan art. 179, zesde lid, WVW 1994. Anders dan de stellers van het middel beschouw ik die uitspraak niet als een bevestiging van de juistheid van hun standpunt dat de ten aanzien van art. 27 Sr door de Hoge Raad gevolgde belang-redenering niet dienovereenkomstig zal worden toegepast in het kader van art. 179, zesde lid, WVW 1994. Het hof had toen vastgesteld dat de verdachte zijn rijbewijs op 21 september 2009 had ingeleverd in een zaak die was geëindigd met een transactie en dat hij op 8 december 2009 zijn rijbewijs nog niet had teruggekregen. Die verdachte had op 8 december 2009 geen feitelijk gevolg gegeven aan de “vordering tot overgifte” van zijn rijbewijs omdat dit rijbewijs op dat moment nog bij de politie lag. Aangezien het rijbewijs in de toen voorliggende zaak niet daadwerkelijk was ingeleverd, kwam deze periode – mede gelet op het bepaalde in art. 180, zesde lid, WVW 1994 – niet voor aftrek in aanmerking, zo luidde het oordeel van het hof. Dit expliciete oordeel van het hof achtte de Hoge Raad niet begrijpelijk. Dat de Hoge Raad onder de bijzondere omstandigheden van het toen voorliggende geval om die reden de bestreden uitspraak voor zover daarbij was verzuimd toepassing te geven aan art. 179, zesde lid, WVW 1994 casseerde, verbaast niet. Waar, zoals in die zaak, uit de bestreden uitspraak nadrukkelijk blijkt dat de rechter zich niet heeft vergist, maar hij welbewust en expliciet heeft beslist de aftrek niet te zullen toepassen, kan bezwaarlijk worden verwacht dat de justitiabele desondanks bij diezelfde rechter aanklopt met een verzoek tot herstel van diens ‘kennelijke fout’. In zo een geval kan men zich met klachten over de juistheid en/of begrijpelijkheid van de genomen beslissing ook thans nog zonder meer wenden tot de cassatierechter en ligt – ook na de invoering van art. 80a RO – bij het slagen van zo een klacht vernietiging van de bestreden uitspraak in het verschiet.

13. Zo een geval doet zich in de onderhavige zaak echter niet voor. Uit niets blijkt dat het hof welbewust ervan heeft afgezien art. 179, zesde lid, WVW 1994 toe te passen, zodat het ervoor moet worden gehouden dat die toepassing achterwege is gebleven ten gevolge van een (evidente) vergissing. Deze fout leent zich bij uitstek voor herstel door de rechter die over de zaak heeft geoordeeld, terwijl een redelijk handelend openbaar ministerie zich niet op het standpunt kan stellen dat de bijkomende straf onverkort dient te worden tenuitvoergelegd. Bij vernietiging van de bestreden uitspraak bestaat derhalve klaarblijkelijk onvoldoende belang.

14. Deze conclusie strekt gezien art. 80a RO tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Aldus (ook) HR 30 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX3863. Het aannemen van een verplichting tot aftrek stemt overeen met de bedoeling van de wetgever. Zie Kamerstukken II 1990/91, 22 030, nr. 3, p. 150. Vgl. HR (civiele kamer) 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:462, NJ 2017/407, m.nt. Keulen en HR (strafkamer) 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:374. Kamerstukken II 1990/91, 22 030, nr. 3, p. 150. Zie o.a.: HR 19 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4478, NJ 2013/246, m.nt. Bleichrodt; HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005, NJ 2016/430 (rov. 2.2 onder c), m.nt. Van Kempen; HR 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:374. Vgl. dienovereenkomstig aangaande het verzuim om met betrekking tot in een uitleveringsdetentie doorgebrachte tijd toepassing te geven aan art. 1:62, eerste lid, SrC: HR 27 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1165, NJ 2017/293. Vgl. HR 7 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005, NJ 2016/430 m.nt. Van Kempen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?