ECLI:NL:PHR:2019:854

ECLI:NL:PHR:2019:854, Parket bij de Hoge Raad, 03-09-2019, 18/02417

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 03-09-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 18/02417
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2019:1585
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Conclusie plv. AG. Verstek en aanwezigheidsrecht. Mocht het hof zonder nader onderzoek op de terechtzitting verstek verlenen tegen de niet verschenen verdachte, terwijl zijn niet-gemachtigde raadsman om een "VIP-controle" heeft verzocht? De plv. AG gaat in op de beperkte betekenis van SKDB (Strafrechtsketendatabank) voor de beantwoording van de vraag of de verdachte ten tijde van de terechtzitting rechtens van zijn vrijheid is beroofd. Strekt tot verwerping.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 18/02417

Zitting 3 september 2019

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

6. Bij de beoordeling van het middel dient het volgende te worden vooropgesteld. Uitgangspunt is dat indien de dagvaarding van een verdachte die is ingeschreven in de Basisregistratie Personen, rechtsgeldig is betekend en de verdachte noch zijn (gemachtigde) raadsman op de terechtzitting is verschenen, de rechter – behoudens duidelijke aanwijzingen van het tegendeel – kan uitgaan van het vermoeden dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht. Nochtans bestaat de mogelijkheid dat achteraf moet worden vastgesteld dat aan het recht van de verdachte om in zijn tegenwoordigheid te worden berecht, is tekortgedaan. Dit kan zich onder meer voordoen indien de verdachte kort voor en tijdens de behandeling van zijn zaak was ingesloten op het politiebureau zonder dat dit de rechter bekend was. In dat geval is de beslissing van het hof om tegen de verdachte verstek te verlenen en het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, achteraf bezien onjuist en dient de verdachte de mogelijkheid te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen.

7. In de voorliggende zaak is de verdachte niet verschenen, maar wel zijn niet-gemachtigde raadsman. De raadsman lijkt min of meer te zijn overvallen door de afwezigheid van de verdachte ter terechtzitting en verzoekt, nadat hij tijdens een door hem verzochte onderbreking van de zitting telefonisch geen contact met de verdachte heeft kunnen krijgen, niet om aanhouding van de zaak ten behoeve van het alsnog verkrijgen van de in artikel 279, eerste lid, Sv, bedoelde machtiging, maar om een “VIPS-controle”, kennelijk met de bedoeling om na te gaan of de verdachte inmiddels uit andere hoofde is gedetineerd nu hij − anders dan onderling was afgesproken − niet ter terechtzitting is verschenen. Indien de verdachte op dat moment uit andere hoofde was gedetineerd, zou het onderzoek ter terechtzitting immers in beginsel dienen te worden geschorst teneinde de verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek ter terechtzitting aanwezig te zijn.

8. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich zowel een informatiestaat SKDB d.d. 22 januari 2018, die is vervaardigd ten tijde van het dagvaarden van de verdachte in hoger beroep, alsmede een uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende de verdachte d.d. 7 februari 2018. Uit beide stukken valt af te leiden dat de verdachte op de betreffende data, en dus betrekkelijk kort voor de terechtzitting van 23 februari 2018, niet was gedetineerd. Bij gebrek aan duidelijke aanwijzingen van vrijheidsbeneming van de verdachte ten tijde van de behandeling ter terechtzitting heeft het hof het verzoek van de raadsman om een “VIP-controle” niet toegestaan. Deze beslissing geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk gemotiveerd. In zoverre faalt het middel.

9. Voorts wijs ik erop dat in de schriftuur niet is aangevoerd dat de beslissing van het hof tot verstekverlening tegen de verdachte achteraf bezien onjuist was omdat de verdachte zich ten tijde van de behandeling van zijn zaak ter terechtzitting daadwerkelijk in detentie zou hebben bevonden. Ambtshalve heb ik desalniettemin de detentiegegevens van de verdachte opgevraagd, waaruit blijkt dat de verdachte ten tijde van de terechtzitting in hoger beroep niet gedetineerd was. Er zijn daarmee ook thans geen aanwijzingen dat de beslissing van het hof om verstek te verlenen en de zaak buiten aanwezigheid van de verdachte te behandelen, achteraf bezien onjuist is.

10. Het middel faalt en kan worden afgedaan met een aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.

11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

12. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

plv. AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?