ECLI:NL:PHR:2019:930

ECLI:NL:PHR:2019:930, Parket bij de Hoge Raad, 08-10-2019, 18/02580

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 08-10-2019
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 18/02580
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2019:1848
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Conclusie AG. KOT-fraude. Klachten over de werkwijze van het hof om één proces-verbaal van de terechtzitting op te maken in de zaak van verdachte en de gelijktijdig maar niet gevoegde zaken van andere verdachten ("verzamel-proces-verbaal") en het acht slaan op stukken die niet in de zaak tegen deze verdachte zijn ingebracht of voorgehouden. De AG adviseert de Hoge Raad het beroep te verwerpen.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 18/02580

Zitting 8 oktober 2019

CONCLUSIE

E.J. Hofstee

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte.

4. Het gaat in deze zaak om het volgende. Gedurende (afgerond) drie jaar is sprake geweest van kinderopvangtoeslag-fraude (ook wel KOT-fraude genoemd), in welk verband een soort backoffice is gerund. Aanvragen werden valselijk opgemaakt of gewijzigd en bij de Belastingdienst ingediend. De aanvragers werden voor dat doel aangezocht. De in de aanvragen vermelde kinderen gingen in werkelijkheid niet naar de genoemde kinderdagverblijven en in sommige gevallen bestond het kinderdagverblijf niet. De Belastingdienst is daardoor benadeeld voor een bedrag van in totaal 354.000 euro. Ieder van de verdachten – de verdachte zou hebben gehandeld tezamen met een aantal medeverdachten, onder wie [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 7] – had daarbij (min of meer) een eigen rol. Zo zou de verdachte aanvragers hebben geworven, hun gegevens hebben opgevraagd en genoteerd, gelden hebben geïncasseerd en deze gegevens en gelden aan de backoffice hebben doorgegeven. Medeverdachten hebben – aldus de verdenking – onderscheidenlijk aanvragers geworven, formulieren geregeld, gegevens opgevraagd, genoteerd en doorgegeven aan de backoffice, zodat deze daar verwerkt konden worden, de (wijzigings)aanvragen bij de Belastingdienst ingediend, het toeslaggeld van de aanvragers ontvangen en voor de geldelijke beloning aan de aanvragers zorggedragen. Een van de medeverdachten zou de aanvraag op eigen naam hebben gesteld en de toeslagen rechtstreeks op een eigen bankrekening hebben ontvangen.

5. Het eerste middel klaagt dat “in het proces-verbaal van 's hofs terechtzittingen van 16 februari 2018, 19 februari 2018 en 20 februari 2018 naast dat aantekening is geschied van de in acht genomen vormen en al hetgeen met betrekking tot de zaak van verzoekster op de terechtzitting is voorgevallen, ook aantekening is geschied van de in acht genomen vormen en al hetgeen in de zaken van zes medeverdachten, die gelijktijdig doch niet gevoegd met de zaak van verzoekster door het gerechtshof werden behandeld”, zodat, nu “de wet de mogelijkheid van een dergelijk (verzamel) proces-verbaal niet kent, het proces-verbaal van de hiervoor genoemde zittingen en het arrest dat mede aan de hand daarvan is gewezen aan nietigheid [lijden]”.

6. Ik meen dat het middel reeds faalt omdat noch het middel, noch de toelichting op het middel, waarin uitvoerig wordt geciteerd uit voormeld proces-verbaal, aangeeft welke delen van dit proces-verbaal (of citaat) door het hof ten onrechte zouden zijn gebruikt in de zaak tegen de verdachte en, in samenhang daarmee, welk rechtens te respecteren belang de verdachte in dit verband bij het middel zou hebben.

7. Voorts zij opgemerkt dat de stelling, waarop het middel is gebaseerd, te weten dat al hetgeen in het proces-verbaal van de terechtzitting op 16, 19 en 20 februari 2018 is opgenomen, mede van toepassing is op het onderzoek op de terechtzitting in de onderhavige zaak, op een onjuiste lezing van dat proces-verbaal berust. Sprake is, zoals de voorzitter blijkens het proces-verbaal op de terechtzitting terstond heeft meegedeeld, dat de zaak van de verdachte “gelijktijdig, maar niet gevoegd, wordt behandeld met de strafzaak tegen de medeverdachten […]”. In plaats van telkens aparte processen-verbaal van de terechtzitting op te maken, is er (op praktische gronden, naar ik aanneem) voor gekozen om al hetgeen met betrekking tot die zaken op de terechtzitting is voorgevallen (zie art. 326, eerste en tweede lid, Sv) in één proces-verbaal te vatten. Gezien de inhoud van het proces-verbaal is steeds nauwkeurig aangegeven wat in welke zaak heeft plaatsgevonden.

8. De stelling in de toelichting op het middel, dat een dergelijk verzamelproces-verbaal niet de bedoeling van de wetgever lijkt te zijn geweest en “dan ook” in strijd met een behoorlijke procesorde moet worden geacht, en het in die vorm opgemaakte zittingsproces-verbaal “als gevolg daarvan” aan (substantiële) nietigheid lijdt, stuit, wat daarvan verder ook zij, af op HR 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1155 (art. 81 RO).

9. Het tweede middel klaagt dat het hof bij de beraadslaging heeft acht geslagen op geschriften – te weten schriftelijke verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 2] – “zonder dat deze stukken deel uit maken van het dossier in de zaak tegen verzoekster en zonder dat inhoud van deze stukken ter zitting zijn voorgelezen, dan wel de korte inhoud ervan is medegedeeld”.

10. De steller van het middel heeft hier een punt. In de onderhavige zaak zijn in Bewijsmiddelenbijlage 3 twaalf schriftelijke verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 2] gebezigd tot het bewijs van feit 4 (deelneming aan, kort gezegd, de criminele organisatie). Deze schriftelijke verklaringen zijn op de terechtzitting van 21 september 2016 door medeverdachte [medeverdachte 2] aan het hof overgelegd, zij het enkel in haar eigen zaak.

11. Blijkens de in de onderhavige zaak opgemaakte processen-verbaal van de terechtzitting op 19, 21, 22 en 27 september 2016 respectievelijk op 16, 19, 20, 23 en 26 februari 2018 en 13 maart 2018 zijn op geen van deze zittingsdagen de bedoelde twaalf schriftelijke verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 2] in het dossier van de verdachte gevoegd. Ook in de door de raadsvrouw van de verdachte overgelegde pleitnota (op zittingsdag 23 februari 2018) wordt aan die schriftelijke verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 2] geen aandacht besteed, zodat het er in cassatie voor kan worden gehouden dat de voor het bewijs van feit 4 gebezigde schriftelijke verklaringen van [medeverdachte 2] geen deel uitmaken van het strafdossier tegen de verdachte en dat deze verklaringen in de onderhavige zaak kennelijk niet bekend waren bij de verdediging.

12. Toch hoeft het onjuiste gebruik van de schriftelijke verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 2] voor het bewijs van feit 4 naar mijn inzicht niet tot cassatie te leiden. Ik leg uit waarom. De schriftelijke verklaringen van [medeverdachte 2] gaan alle over haar eigen rol in deze zaak en zijn niet direct relevant voor de strafrechtelijke positie die de verdachte, gelet op het onder feit 4 bewezenverklaarde, in het kader van de criminele organisatie (art. 140 Sr) heeft ingenomen. Voor die positie van de verdachte zijn van belang de bewijsmiddelen uit Bewijsmiddelenbijlage 1, die blijkens het opschrift “Ten aanzien van de feiten 1, 3 en 4” mede ten aanzien van feit 4 hebben te gelden. Ook als de schriftelijke verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 2] worden weggedacht, kan naar mijn inzicht uit die bewijsmiddelen in samenhang met de overige in Bewijsmiddelenbijlage 3 opgenomen bewijsmiddelen zonder meer het bewijs voor feit 4 (zoals door het hof bewezenverklaard) volgen.

13. Daarnaast merk ik het volgende op. Op de zitting van 16 februari 2018 – de raadsvrouw van de verdachte was toen ter terechtzitting aanwezig – heeft de medeverdachte [medeverdachte 2] als verdachte in haar eigen zaak een verklaring afgelegd. Daarna heeft zij, in de gelijktijdig doch niet gevoegde zaken van de medeverdachten, waaronder die van de verdachte, een verklaring als (beëdigd) getuige afgelegd, in het bijzijn van onder meer de raadsvrouw van de verdachte. Deze verklaring houdt in: “Ik heb zojuist als verdachte alles eerlijk verteld, ik blijf daar ook als getuige bij” (proces-verbaal, p. 10). De raadsvrouw van de verdachte kreeg vervolgens de gelegenheid vragen aan getuige [medeverdachte 2] te stellen, maar verklaarde geen vragen voor deze getuige te hebben. De verklaring die [medeverdachte 2] als verdachte heeft afgelegd en waarbij zij als getuige is gebleven, komt materieel overeen met haar schriftelijke verklaringen, die als bewijsmiddel voor het bewijs van feit 4 zijn gebezigd en bevestiging vinden in de andere, in de bewijsmiddelenbijlagen 1 en 3, gebezigde bewijsmiddelen. Ook in dat opzicht kan, lijkt mij, worden gezegd dat de verdachte geen rechtens te respecteren belang heeft bij het alsnog weergeven van de ter terechtzitting afgelegde verklaring van de getuige [medeverdachte 2] (en het enkel op die grond vernietigen van het bestreden arrest en terugwijzen dan wel verwijzen van de zaak).

14. Het tweede middel is tevergeefs voorgesteld.

15. Beide middelen falen en kunnen mijns inziens worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.

16. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

17. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?