ECLI:NL:PHR:2020:1092

ECLI:NL:PHR:2020:1092, Parket bij de Hoge Raad, 17-11-2020, 19/04024

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 17-11-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 19/04024
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2021:69
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Conclusie AG. Noodweer. Art. 41 Sr. Heeft de verdachte een nieuwe confrontatie gezocht door het verlaten van de woning, waarin zij met het slachtoffer had gevochten? Strekt tot vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/04024

Zitting 17 november 2020

CONCLUSIE

D.J.M.W. Paridaens

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de verdachte.

“zij op 21 april 2016 te Doetinchem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen (met voormeld oogmerk) die [slachtoffer] in het bovenlichaam en het oor heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.”

De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen (vet als in origineel):

"1.

Het als bijlage bij het stamproces-verbaal van 5 augustus 2016 gevoegde, door [verbalisant 1] , brigadier Van politie, Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van aangifte van 21 april 2016 (dossierpagina 23 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer], zakelijk weergegeven:

Toen ik op 20 april 2016 binnenkwam in de woning van mijn vader aan de [a-straat 1] te Doetinchem, zag ik dat buiten mijn vader nog twee andere mensen binnen waren. Dat waren de mij bekende [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . Hier weet ik de achternaam niet van.

Ongeveer een uur later werd er aangebeld aan de voordeur van het huis van mijn vader. [betrokkene 1] deed de deur open en ik zag dat [verdachte] binnenkwam. Zij kwam onmiddellijk naar mij toe en begon mij de huid vol te schelden. Ik kreeg woorden met haar en wij stonden in het midden van de kamer tegenover elkaar. Op het moment dat ik langs haar wilde lopen zag ik dat zij een mes trok. Dit mes was en soort aardappelschilmesje dat gekarteld was. Zij hield het mes in haar rechter hand en probeerde mij met het mes te steken. Zij maakte stekende bewegingen naar mijn lichaam.

Ik zag dat [verdachte] voorover leunde en vervolgens het mes met kracht in mijn linkerzij stak. Ik voelde gelijk een hevige pijn in mijn zij.

[verdachte] probeerde mij te steken en raakte daarbij met het mes mijn linker oor! Er zit een kras achterop mijn oor. Ik ben de woning van mijn vader uitgegaan.

Toen ik naar beneden liep, zag en hoorde ik dat [verdachte] de woning uitkwam en achter mij aan kwam. Ik ben naar mijn scootmobiel gelopen en heb daar een ketting gepakt om mij tegen [verdachte] en haar mes te verdedigen.

2.

Het als bijlage bij het stamproces-verbaal van 5 augustus 2016 gevoegde, door [verbalisant 2] , hoofdagent van politie, Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal van aangifte van 21 april 2016 (dossierpagina 4 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van [de verdachte], zakelijk weergegeven:

In de nacht van 20 op 21 april 2016 arriveerde ik om 00.00 uur in de woning van mijn vriend [betrokkene 4] . [betrokkene 4] woont aan de [a-straat 1] te Doetinchem in een flat. Ik ging naar [betrokkene 4] toe omdat ik eerder die avond telefonisch contact had gehad met hem (...). Ik hoorde op een gegeven moment dat zijn zoon, [slachtoffer] , tussen ons gesprek kwam. Op het moment dat ik bij de woning van [betrokkene 4] was gekomen (...) zag ik dat er meerdere mensen in de woning waren. Ik herkende [slachtoffer] (...). Ik raakte in een handgemeen met [slachtoffer] (...).

3.

Het als bijlage bij het stamproces-verbaal van 5 augustus 2016 gevoegde, door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , respectievelijk agent en brigadier van politie, Eenheid Oost- Nederland, opgemaakte proces-verbaal van 22 april 2016 (dossierpagina 52 e.v.), voor zover inhoudende als verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

A: Het aardappelschilmesje heb ik uit de keukenla gepakt toen [slachtoffer] al buiten was.

V: Waarom had jij dat aardappelschilmesje gepakt?

A: Om mijzelf te verweren. [slachtoffer] was toen al onderweg naar buiten.

V: Waarom ben je daarna naar buiten gelopen met dat mes in je handen?

A: Ik ben met [betrokkene 4] achter [slachtoffer] aan gelopen. Om te kijken wat [slachtoffer] ging doen.

A: [slachtoffer] kwam op mij en [betrokkene 4] aflopen met een ketting van een slot. [slachtoffer] liep op mij af. Ik heb toen in de richting van [slachtoffer] gestoken. Ik weet wel op zijn bovenlichaam.

A: Ik heb drie keer met het mesje in zijn richting gestoken. Waar precies dat weet ik niet. Dat was buiten toen [slachtoffer] naar mij toe kwam lopen met de ketting.

4.

De als bijlage bij het stamproces-verbaal van 5 augustus 2016 gevoegde foto’s van het letsel van het slachtoffer (dossierpagina 56).

5.

De op 28 november 2016 bij de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, afgelegde verklaring van [betrokkene 5], voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik heb gezien dat [slachtoffer] gebloed heeft. Ik zag dat hij bloedde. Hij was op dat moment buiten en ik zag hem naar een scooter lopen. Ik was naar buiten gelopen en even later kwam [slachtoffer] naar buiten. Hij bloedde in zijn zij ergens.”

7. Het door de verdediging gedane beroep op noodweer is blijkens de ter terechtzitting overgelegde pleitnota als volgt verwoord:

“9. De verdediging is dan ook van oordeel dat er sprake is van een noodweersituatie. [slachtoffer] , die onder invloed was van alcohol en cocaïne, viel cliënte aan in de woning van [betrokkene 4] en cliënte werd hierbij meermaals gestoken. Van een wederrechtelijke aanranding van het lijf van cliënte was dus absoluut sprake. En daar was verdediging tegen geboden en daartegen heeft zij zich dus ook verdedigd, door met een aardappelschilmesje afwerende bewegingen te maken in de richting van [slachtoffer] die ook nog een hangslot had gepakt. Gelet op de verwondingen die aan cliënte waren toegebracht, en het feit dat [slachtoffer] ook nog terug kwam en daarbij een hangslot voorhanden had om als wapen te gebruiken, is de verdediging van oordeel dat cliënte door een aardappelschilmesje te gebruiken binnen de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit is gebleven. De verdediging is dan ook van oordeel dat cliënte een geslaagd beroep kan doen op noodweer. De verdediging verzoekt u dan ook om haar te ontslaan van alle rechtsvervolging.”

8. In aanvulling hierop heeft de raadsman ter terechtzitting nog het volgende aangevoerd:

“ [slachtoffer] geeft consequent aan dat er binnen is gestoken. Er werd ook met een stoel/krukje naar mijn cliënte gegooid. Hiertegen was verdediging geboden.”

9. In verband met de beoordeling van de verwerping van het beroep op noodweer door het hof is ook de verklaring van de verdachte van belang die zij ter terechtzitting van het hof van 12 augustus 2019 heeft afgelegd en die als volgt is weergegeven in het proces-verbaal:

“Op 21 april 2016 waren [betrokkene 4] en zijn zoon, [slachtoffer] in de woning aanwezig. Ik had een relatie met [betrokkene 4] , maar die was telkens aan en uit. Ik belde met [betrokkene 4] en ik hoorde toen [slachtoffer] op de achtergrond schelden en schreeuwen. Ik heb contact gehad met de moeder van [betrokkene 4] , dus de oma van [slachtoffer] . Zij zei: ‘Ga er maar naartoe’. Achteraf had ik beter de politie kunnen bellen. [betrokkene 4] deed de deur open en liet mij binnen. Ik zat met [betrokkene 4] en [betrokkene 1] op een bank. Op een andere bank zaten [slachtoffer] en nog een persoon.

Ik maakte een opmerking waardoor de hel losbrak. [slachtoffer] pakte een stofzuigerslang en begon mij te slaan. Ik kon mij daar alleen maar tegen verdedigen.Ik kreeg van alles naar mij toe gegooid. Ik kon niet weg komen, ik kon alleen de spullen met mijn benen van mij afhouden. [slachtoffer] stak me met een mes in mijn scheenbeen en in mijn kuit. Ik had een grijze joggingbroek aan. Ik ben in beide benen gestoken. [betrokkene 4] werkte [slachtoffer] tegen de grond. Nadat [betrokkene 4] hem losliet kreeg hij ook klappen. [betrokkene 4] ging achter [slachtoffer] aan naar buiten.

Ik heb zonder bedoeling een aardappelschilmesje van het aanrecht gepakt. [betrokkene 4] stond op de galerij en [slachtoffer] was beneden bij zijn scootmobiel. [slachtoffer] pakte een kettingslot van zijn scootmobiel en kwam weer naar boven naar [betrokkene 4] en mij. Ik hield het mesje voor mij. [betrokkene 4] wilde een gasfles naar [slachtoffer] gooien maar deed dat niet. [slachtoffer] kwam met het kettingslot op ons af. Ik heb hem dat slot afgepakt en ik heb hem 2 à 3 keer met het mesje gestoken. Achteraf gezien was het niet nodig geweest om hem te steken.

Er is geen foto van de verwonding van [slachtoffer] . Ik heb zelf aangifte gedaan tegen [slachtoffer] .

Ik wilde mijzelf niet laten slaan met dat kettingslot. Ik had wel andere opties, zoals er niet naar toe gaan of naar binnen gaan.

[…]

Ik ben in mijn benen gestoken door [slachtoffer] . Ik heb een zware antibioticakuur gehad van mijn huisarts. Ik kon wel lopen nadat ik in mijn benen was gestoken. Bij mij komt de klap altijd later.”

10. Het beroep op noodweer heeft het hof als volgt samengevat en gemotiveerd verworpen:

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde[…]

Noodweer

Door de verdediging is een beroep op noodweer gedaan. Daartoe is aangevoerd dat slachtoffer [slachtoffer] de verdachte in de woning had gestoken en buiten met een kettingslot op de verdachte is afgekomen. De verdachte heeft ter verdediging een aardappelschilmesje gepakt en zich daarmee verdedigd.

De advocaat-generaal heeft aangevoerd dat een noodweersituatie niet aannemelijk is geworden. Verdachte had, toen [slachtoffer] eenmaal de woning had verlaten, in de woning kunnen blijven en de politie kunnen bellen.

Het hof oordeelt als volgt.

Uit verschillende verklaringen in het dossier en de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van het hof is komen vast te staan dat er op 21 april 2016 in de woning van [betrokkene 4] te Doetinchem, een gevecht heeft plaatsgevonden tussen de verdachte en aangever, waarbij de verdachte (steek)verwondingen heeft opgelopen. De verdachte heeft ter terechtzitting van het hof verklaard dat zij een aardappelschilmesje heeft gepakt toen aangever de woning had verlaten en dat zij vervolgens ook met dat mesje naar buiten is gegaan, de galerij op. De verdachte heeft verder verklaard dat aangever naar beneden is gelopen naar zijn scooter/scootmobiel, daar een kettingslot heeft gepakt en weer naar boven kwam en met dat kettingslot op de verdachte en [betrokkene 4] afkwam. De verdachte heeft het kettingslot toen van aangever afgepakt en aangever vervolgens met het mesje gestoken.

Het hof is van oordeel dat de verdachte door de woning te verlaten zelf een nieuwe confrontatie met aangever heeft opgezocht, waardoor haar geen geslaagd beroep op noodweer toekomt. Het beroep op noodweer wordt verworpen.”

11. Het eerste middel klaagt dat het hof het door en namens de verdachte gevoerde verweer dat sprake was van noodweer onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen.

12. Voor de beoordeling van het middel zijn van belang de feitelijke gang van zaken, zoals het hof deze heeft vastgesteld in de aanvulling met de bewijsmiddelen als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv, alsmede de overwegingen waarmee het hof het beroep op noodweer heeft verworpen.

13. Met de gebezigde bewijsmiddelen heeft het hof de volgende feiten en omstandigheden vastgesteld. De verdachte is rond middernacht naar het huis van haar vriend gegaan. Vrijwel direct na binnenkomst is de verdachte afgelopen op [slachtoffer] , de zoon van haar vriend en heeft zij hem de huid vol gescholden. De zoon had zich gemengd in een telefoongesprek dat de verdachte voerde met haar vriend kort voordat ze bij hem op bezoek ging. Toen de zoon langs haar liep, heeft de verdachte hem met een aardappelmesje in zijn zij gestoken en daarna met dit mesje het linker oor van de zoon geraakt waardoor daarop een kras is ontstaan. De zoon is vervolgens de woning uitgelopen, de galerij op en naar beneden, naar zijn scootmobiel om daar een kettingslot te pakken waarmee hij zich tegen de verdachte en haar mes wilde verdedigen. Op dat moment bloedde hij ergens in zijn zij. De verdachte is ook naar buiten gegaan, de galerij op. Toen de zoon, weer terug op de galerij, op de verdachte en haar vriend kwam aflopen met het kettingslot in zijn handen, heeft de verdachte drie keer met het aardappelmesje in de richting van de zoon gestoken.

14. Hieruit volgt dat de verdachte de zoon van haar vriend, te weten [slachtoffer] , in de woning in zijn zij en zijn oor heeft gestoken en dat zij buiten die woning, op de galerij, toen [slachtoffer] op haar afliep met een kettingslot dat hij van zijn scootmobiel had gehaald, in de richting van [slachtoffer] heeft gestoken. Dit sluit aan bij de door het hof voor het bewijs gebruikte foto’s die zijn gemaakt van [slachtoffer] . Een blik over de papieren muur wijst uit dat daarop een snee/steekwond aan het linkeroor is te zien en dat een verband is aangebracht aan de linkerzijde van het bovenlichaam, schuin onder de oksel.

15. Door het hof is bewezenverklaard dat de verdachte [slachtoffer] in het bovenlichaam en het oor heeft gestoken. Uit de bewijsvoering volgt vervolgens dat de bewezenverklaring kennelijk uitsluitend ziet op het door de verdachte steken van [slachtoffer] in de woning. In het bijzonder wijs ik op de voor het bewijs gebruikte verklaring van [slachtoffer] die inhoudt dat de verdachte met een soort aardappelmesje dat gekarteld was met kracht in zijn linkerzij stak, dat zij bij een nadere steekpoging het linker oor van [slachtoffer] heeft geraakt, waardoor een kras achterop zijn oor is ontstaan en dat [slachtoffer] vervolgens de woning is uitgegaan, naar zijn scootmobiel is gelopen en daaruit een ketting heeft gepakt. Verder wijs ik op de voor het bewijs gebruikte verklaring de verdachte die slechts inhoudt dat zij buiten de woning, op de galerij, in de richting van [slachtoffer] heeft gestoken. Het hof heeft geen bewijsmiddel gebruikt waaruit direct volgt dat de verdachte buiten de woning, op de galerij, [slachtoffer] daadwerkelijk met een mes heeft gestoken.

16. Door de steller van het middel wordt aangevoerd dat het hof heeft overwogen dat er geen sprake was van een noodweersituatie omdat de verdachte “een tweede confrontatie heeft opgezocht”, terwijl uit het door het hof gebezigde derde bewijsmiddel, inhoudende de verklaring van de verdachte, blijkt dat de verdachte “niet wist of kon weten of er sprake zou zijn van een nieuwe confrontatie”. Nu het hof “niet nader heeft gemotiveerd in hoeverre een nieuwe confrontatie voorzienbaar was, en niet heeft gemotiveerd waarom het verlaten van de woning door rekwirant relevant was in het doen ontstaan van deze confrontatie”, is de verwerping van het beroep op noodweer onbegrijpelijk.

17. De motivering door het hof van de verwerping van het beroep op noodweer is in mijn optiek reeds tegen de achtergrond van de bewijsvoering onbegrijpelijk. Deze motivering ziet immers op de situatie vanaf het moment van het verlaten van de woning door de verdachte, terwijl het bewezenverklaarde, gelet op de bewijsvoering, betrekking heeft op de situatie die zich daaraan voorafgaand en in de woning heeft voorgedaan. Hierover wordt evenwel in cassatie niet geklaagd. Ook wordt in cassatie niet geklaagd dat de door het hof voor het bewijs gebruikte verklaring van de verdachte, dat zij in de richting van [slachtoffer] heeft gestoken toen [slachtoffer] met een kettingslot op haar kwam aflopen, eerder wijst op een door [slachtoffer] met de verdachte gezochte confrontatie, net als de vaststelling door het hof dat reeds in de woning een gevecht had plaatsgevonden tussen de verdachte en [slachtoffer] “waarbij de verdachte (steek)verwondingen had opgelopen”.

18. Bij de verdere beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. Een beroep op noodweer kan niet worden aanvaard ingeval de gedraging van degene die zich op deze exceptie beroept, noch op grond van diens bedoeling, noch op grond van de uiterlijke verschijningsvorm van zijn gedraging kan worden aangemerkt als "verdediging", maar – naar de kern bezien – als aanvallend moet worden gezien, bijvoorbeeld gericht op een confrontatie of deelneming aan een gevecht.

19. Het oordeel van het hof komt erop neer dat de verdachte een nieuwe confrontatie heeft opgezocht “door de woning te verlaten” en dat dit in de weg staat aan het slagen van een beroep op noodweer. Zonder nadere motivering, die ontbreekt, acht ik dit oordeel niet begrijpelijk. Uit de overweging van het hof blijkt niet waarom de verdachte “door de woning te verlaten” de confrontatie heeft gezocht omdat het hof niets heeft vastgesteld waaruit kan volgen dat toen de verdachte de woning verliet, een confrontatie met [slachtoffer] zou volgen. Het hof heeft, anders gezegd, geen verband gelegd tussen het door de verdachte verlaten van de woning, wat als zodanig een neutrale, alledaagse gang van zaken is, en de daaropvolgende steekpartij buiten de woning, op de galerij. Een en ander wordt niet wezenlijk anders door het feit dat het hof ook heeft overwogen dat de verdachte de woning heeft verlaten met in haar hand een aardappelschilmesje. Ten eerste heeft het hof dit verband niet zelf gelegd bij de verwerping van het beroep op noodweer. Het hof heeft niet vastgesteld en daarmee in het midden gelaten of de verdachte het aardappelschilmesje heeft gepakt om [slachtoffer] aan te vallen of zichzelf tegen een mogelijke aanval van [slachtoffer] te verdedigen. Ten tweede staat het enkele zich bewapenen door de verdachte als voorzorgsmaatregel in verband met een mogelijke aanval van [slachtoffer] , niet in de weg aan het slagen van een beroep op noodweer.

20. Het hof heeft niet vastgesteld dat [slachtoffer] bij het verlaten van de woning aan de verdachte heeft laten weten dat hij terug zou komen, al of niet gewapend met een kettingslot. Ook heeft het hof niet vastgesteld waarom de verdachte de woning heeft verlaten terwijl uit de bewijsmiddelen ook niet kan volgen dat de verdachte achter [slachtoffer] is aangelopen met de “bedoeling” om hem opnieuw te steken. Ook naar “de uiterlijke verschijningsvorm” van de gedraging, kan het verlaten van de woning met in de hand een aardappelschilmesje niet zonder meer als aanvallend worden gezien. Samengevat kan het verlaten van de woning door de verdachte, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet als provocatie worden aangemerkt.

21. Ook uit de overige feiten die het heeft vastgesteld, kan ik niet opmaken dat de verdachte buiten de woning de confrontatie heeft gezocht.

22. Het middel is terecht voorgesteld.

23. De vraag is of de gegrondheid van het middel, tot cassatie moet leiden. De geconstateerde tekortkoming in de motivering van het hof van de verwerping van het beroep op noodweer lijkt namelijk geen betrekking te hebben op het bewezenverklaarde feit. Het middel heeft immers geen betrekking op de verwerping van het beroep op noodweer ten aanzien van het door de verdachte binnen in de woning met een mes steken van [slachtoffer] , waarop de bewezenverklaring ziet. Om deze reden sta ik stil bij de vraag of de verdachte een in rechte te respecteren belang heeft bij vernietiging van de bestreden uitspraak. Ik beantwoord deze vraag bevestigend omdat uit de verwerping door het hof van het beroep op noodweer blijkt dat het hof daarbij is uitgegaan van feiten en omstandigheden die op essentiële onderdelen afwijken van de feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring berust. Ik licht dit toe.

24. Uit de motivering waarmee het hof het beroep op noodweer heeft verworpen blijkt dat het hof bij de verwerping van dat beroep ervan is uitgegaan dat de bewezenverklaring betrekking heeft op het door de verdachte buiten de woning met een mes steken van [slachtoffer] . Naast de overweging waarmee het hof het beroep heeft verworpen, blijkt dat ook uit de strafmotivering waarbij het hof erop wijst dat het “een feit met een zeer agressief karakter” is dat “zich in het openbaar heeft afgespeeld”. De feiten en omstandigheden die het hof door middel van de bewijsmiddelen heeft vastgesteld, hebben echter betrekking op het door de verdachte in de woning steken van [slachtoffer] met een mes.

25. Indien de bestreden uitspraak na de gegrondverklaring van het middel niet zou worden vernietigd, dan zou een arrest in stand blijven dat innerlijk tegenstrijdig is doordat het arrest met daarin de verwerping van het beroep op noodweer, zou berusten op feiten en omstandigheden die op essentiële onderdelen afwijken van de feiten en omstandigheden die het hof heeft vastgesteld in de aanvulling met de bewijsmiddelen terwijl die feiten en omstandigheden op hun beurt doorslaggevend zijn voor de beoordeling door het hof van het beroep op noodweer. De verwerping door het hof van het beroep op noodweer, raakt daarmee ook de bewezenverklaring, zodat de terechte klacht die betrekking heeft op de verwerping van het beroep op noodweer er in mijn optiek niet toe mag leiden dat de bewezenverklaring in stand blijft. De verwerping van het beroep op noodweer is te zeer verweven met de begrijpelijkheid van de bewezenverklaring die met de aanvulling met de bewijsmiddelen als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv impliciet een andere betekenis heeft gekregen dan deze had ten tijde van het arrest en de daarin opgenomen verwerping van het beroep op noodweer.

26. Het middel is terecht voorgesteld.

27. Gelet op het voorgaande kan een bespreking van het tweede middel naar mijn oordeel achterwege blijven.

28. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, zodat deze op het bestaande hoger beroep opnieuw kan worden berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?