PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 20/00053
Zitting 15 december 2020
CONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
a. dat uit bewijsmiddel 5 [PF: bedoeld zal zijn het 5e bewijsmiddel van feit 1] blijkt dat op een Toshiba computer Skype gesprekken zijn aangetroffen tussen de verdachte en zijn (begunstigde) vriend, maar dat niet blijkt wanneer die gesprekken zijn gevoerd en wat de inhoud daarvan was. Daardoor kan geen relatie worden gelegd tussen ‘die gesprekken en de bewezen verklaarde feiten’;
b. dat uit bewijsmiddel 6 [PF: bedoeld zal zijn het 6e bewijsmiddel van feit 1] blijkt dat op een Toshiba harde schijf Skype gesprekken zijn aangetroffen over de verzending van geld, maar dat ‘strikt genomen (…) noch de harde schijf, noch de computer dienstig (zijn) geweest voor het overmaken en verzenden van de (geld)bedragen’;
c. dat het hof niet ‘de computer (…), maar een laptop’ zou hebben verbeurd verklaard en dat een vergelijking ‘van de IBN-nummers op de beslaglijst en de uitgewerkte bewijsmiddelen bij het arrest leert dat het niet om dezelfde goederen gaat.’
8. Het betoog onder a treft geen doel. Het berust op een onjuiste lezing van het arrest van het hof. In onderlinge samenhang bezien, vormt bewijsmiddel 5 van feit 1 de opmaat naar het daaropvolgende 6e bewijsmiddel. Bewijsmiddel 5 bevat inderdaad niet de data waarop Skype gesprekken zijn gevoerd en wat de inhoud van die gesprekken was. Dit bewijsmiddel gaat over de in de woning van de verdachte in beslaggenomen Samsung telefoon die is voorzien van een Skype applicatie en waarin de naam van de begunstigde vriend van de verdachte in de Skype-contacten staat. Verder maakt bewijsmiddel 5 er melding van dat op een Toshiba computer IBN-code [001] Skype conversaties tussen de verdachte en die vriend zijn aangetroffen. Uit bewijsmiddel 6 van feit 1 blijkt dat ook deze computer in de woning van de verdachte is inbeslaggenomen. In dit 6e bewijsmiddel staan de data en de inhoud van de - op de harde schijf van deze computer aangetroffen - Skype chatgesprekken wel vermeld. Het gaat om gesprekken (berichten) van de verdachte met zijn vriend op 26 en 27 december 2013 en op 11 maart 2014 en om gesprekken van de verdachte met zijn zwager op 24 december 2013, op 2 en 5 januari 2014 en op 28 juli 2014. Uit die gesprekken kan onder meer worden afgeleid dat verdachtes vriend en verdachtes zwager zich in Syrië bevinden, dat zij bij ‘jahbat nusra’ zijn aangesloten en dat de verdachte geld aan deze personen zal gaan verzenden en heeft verzonden. Uit deze omstandigheden heeft het hof niet onbegrijpelijk kunnen afleiden dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan met behulp van de inbeslaggenomen Toshiba computer (voorwerp 3) en de Samsung telefoon (voorwerp 1). Deze zienswijze behoeft geen nadere motivering. Daar kan voor wat betreft de Samsung telefoon nog aan worden toegevoegd dat de verdachte op de terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij niet alleen met zijn vriend heeft gechat maar ook gebeld. De klacht faalt in zoverre.
9. Wat betreft het betoog onder b kan ik kort zijn. Zoals uit het voorgaande blijkt gaat het in bewijsmiddel 6 over Skype gesprekken die stonden op de harde schijf uit de Toshiba computer. Dat geheel is vatbaar voor verbeurdverklaring. Voor zover met de zinssnede dat ‘strikt genomen noch de computer, noch de harde schijf dienstig (is) geweest voor het overmaken en verzenden van de bedragen’ wordt bedoeld te klagen dat de laptop en harde schijf enkel verbeurd zouden kunnen worden verklaard als daarmee de daadwerkelijke handeling tot het overmaken of verzenden van het geld zou zijn verricht, berust het op een opvatting die het recht niet kent.
10. Onder c is betoogd dat het hof niet een computer maar een laptop zou hebben verbeurd verklaard. Mogelijk baseert de steller van het middel dit op hetgeen onder bewijsmiddel 6 inzake feit 1 is vermeld, te weten dat ‘er kennelijk Skype berichten aanwezig waren op de harde schijf van de Toshiba computer’. Uit de beslaglijst bij ’s hofs arrest blijkt dat voorwerp 3 een ‘Zwaar beschadigde Toshiba Laptop [002] ’ is en dat het deponeringsnummer van die laptop ‘ [003] ’ betreft. Uit de bewijsmiddelen, in het bijzonder het onder bewijsmiddel 5 inzake feit 2 bedoelde proces-verbaal, kan volgen dat de (zwaar beschadigde) Toshiba laptop het inbeslagname-nummer […] is toegekend en dat dit dezelfde ‘computer’ betreft als die waarvan de harde schijf met IBN [001] op Skype gesprekken is onderzocht. Uit de beslaglijst kan bovendien eenduidig volgen dat het nummer ‘ […] ’ een (onderdeel van) het deponeringsnummer betreft. Gelet daarop faalt dit deel van de klacht. De door het hof verbeurd verklaarde computer is de (zwaar beschadigde) Toshiba laptop.
11. In de toelichting op het cassatiemiddel wordt geen bijzondere aandacht besteed aan de Toshiba harde schijf (voorwerp 4) en de Iphone met oplader (voorwerp 2). Uit de beslaglijst blijkt dat voorwerp 4 een harde schijf met het nummer ‘ [004] ’ betreft met deponeringsnummer ‘ [005] ’. Uit het proces-verbaal waarnaar het hof onder bewijsmiddel 5 inzake feit 2 heeft verwezen blijkt dat een Toshiba harde schijf in beslag is genomen en dat dit voorwerp nummer IBN [006] heeft toegekend gekregen. Dat is een ander nummer dan het nummer dat is toegekend aan de harde schijf die behoorde bij de in beslag genomen Toshiba laptop, te weten nummer [001] . Op deze laatste schijf stonden de voor het bewijs gebezigde Skype gesprekken. Kortom, er is sprake van twee verschillende harde schijven. Noch uit de bewijsmiddelen, noch uit het verhandelde ter terechtzitting in beide feitelijke instanties blijkt welke rol de harde schijf met het nummer IBN [006] in relatie tot de bewezen verklaarde feiten heeft gespeeld. Daarmee is het oordeel van het hof dat het bewezenverklaarde is begaan met behulp van de harde schijf met nummer [006] , zonder nadere, doch ontbrekende, motivering niet begrijpelijk. Hetzelfde geldt voor voorwerp 2 op de beslaglijst, de iPhone met oplader. Enkel de verklaring van de verdachte dat hij ook heeft gebeld met de zich in Syrië bevindende personen is daarvoor onvoldoende. Ik neem daarbij in aanmerking dat niet blijkt dat het hof de inbeslaggenomen laptop, harde schijf en telefoons als een gezamenlijkheid van voorwerpen heeft beschouwd. Daarmee slaagt de klacht voor zover het de Toshiba harde schijf en de iPhone met oplader betreft.
12. Het lijkt niet noodzakelijk deze zaak terug te wijzen naar het hof. De Hoge Raad kan het bestreden arrest om doelmatigheidsredenen vernietigen voor zover het de verbeurdverklaring van de Toshiba harde schijf en de iPhone met oplader betreft en bevelen dat deze voorwerpen aan de verdachte worden teruggegeven.
13. Het middel slaagt ten aanzien van twee van de vier verbeurd verklaarde voorwerpen.
14. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
15. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de verbeurdverklaring van de onder de verdachte inbeslaggenomen Toshiba harde schijf en iPhone met oplader, tot teruggave van deze voorwerpen aan de verdachte en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG