3.Het als bijlage bij het stamproces-verbaal van 10 april 2017 gevoegde, door [verbalisant 2] , adjudant-onderoffïcier van de Koninklijke Marechaussee, Staf commandant Koninklijke Marechaussee, Cluster Integriteit, Sectie Interne Onderzoeken, opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 20 februari 2017 (dossierpagina 24 e.v.), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:
Wachtmeester 1e klasse [betrokkene 1] is werkzaam op de afdeling OPSCENT van de Koninklijke Marechaussee. [betrokkene 1] was op 9 juni 2016 de afhandelaar van de telefonische bevraging die op verzoek van [functie] [verdachte] werd uitgevoerd.
Ten aanzien van feit 1:
Het opvragen van het telefoonnummer van [betrokkene 4] is een domme beslissing van mij geweest.
Ten aanzien van feit 2:
We hadden een nieuw systeem Blueview. Ik heb [betrokkene 4] opgezocht in het systeem.
Het is mijn fout dat ik om het telefoonnummer heb gevraagd. [betrokkene 1] twijfelde, maar hij heeft mij wel het telefoonnummer gegeven.
Ik heb geen opdracht gehad om informatie over beide personen op te zoeken.
7.De ter terechtzitting van de militaire kamer van het hof van 12 juli 2018 afgelegde verklaring van verdachte, voor zover inhoudende:
''Ik erken dat ik een telefoonnummer heb doen opvragen en dat ik in de systemen heb gezocht op de naam van die mevrouw (hof: [betrokkene 4] ).
Het is niet de bedoeling om privé-bevragingen te doen. Ik deed het voorkomen dat het zakelijk was.
Ik heb haar man in BPS bevraagd. Ik keek in het systeem of er al een klacht tegen mij was ingediend, zoals aangekondigd.
Het is niet de bedoeling dat je informatie over anderen opvraagt als je die niet nodig hebt voor je werk. Dat wist ik.”