ECLI:NL:PHR:2020:515

ECLI:NL:PHR:2020:515, Parket bij de Hoge Raad, 02-06-2020, 18/05504

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 02-06-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 18/05504
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2020:1201
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903

Samenvatting

Conclusie AG. 1. Strafmotivering a.b.i. art. 359.6 Sv. 2. Schending art. 14b.2 Sr door de proeftijd op vijf jaren te bepalen? 3. Falende klacht redelijke termijnoverschrijding. De AG adviseert de Hoge Raad het beroep te verwerpen.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 18/05504

Zitting 2 juni 2020

CONCLUSIE

E.J. Hofstee

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

8. In de rechtspraak van de Hoge Raad wordt het vereiste van art. 359, zesde lid eerste volzin, Sv, welke bepaling ingevolge art. 315 Sv eveneens in hoger beroep van toepassing is, aldus ingevuld “dat uit de strafmotivering expliciet moet blijken dat de rechter onder ogen heeft gezien dat hij een straf of maatregel oplegt die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt door in de strafmotivering tot uitdrukking te brengen dat zo’n sanctie wordt opgelegd en die sanctieoplegging te verbinden met in de strafmotivering opgegeven redenen”. Aan dit vereiste is niet voldaan als de rechter in zijn strafmotivering slechts verwijst naar een “na te melden straf” of naar “de volgende straf” die hij passend en geboden acht. Daarmee wordt immers in de strafmotivering niet expliciet tot uitdrukking gebracht dat de opgelegde straf onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

9. Voor zover het middel, bezien in samenhang met de toelichting, klaagt dat het hof met zijn oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een geheel onvoorwaardelijke taakstraf een passende en geboden reactie vormt onvoldoende expliciet heeft benoemd dat de op te leggen straf een deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt, stuit het af op HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2852.

10. Voor zover de toelichting op het middel klaagt dat de motivering van de opgelegde gevangenisstraf tekortschiet in het licht van de in hoger beroep door de advocaat-generaal gevorderde straf en hetgeen door de raadsman aldaar is aangevoerd, faalt het eveneens. Ook als ter terechtzitting een strafmaatverweer is gevoerd, leidt een zuinige motivering van de verwerping van zo een verweer niet snel tot vernietiging van de bestreden beslissing vanwege een motiveringsgebrek. Het weinige dat blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep aldaar door de verdediging is aangevoerd, noopte het hof niet tot een nadere motivering. De omstandigheid dat de advocaat-generaal een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden vorderde, maakt het andersluidend oordeel van het hof evenmin onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd.

11. Het eerste middel faalt.

12. Het tweede middel, bezien in samenhang met de toelichting, klaagt dat het hof art. 14b, tweede lid, Sr heeft geschonden doordat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de proeftijd op vijf jaren heeft bepaald.

13. Art. 14b, tweede lid, Sr luidt:

“De proeftijd bedraagt ten hoogste drie jaren. De proeftijd kan ten hoogste tien jaren bedragen indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.”

14. Zoals reeds uit randnummer 4 blijkt, heeft het hof ten aanzien van de proeftijd overwogen:

“Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat de proeftijd dient te worden bepaald op vijf jaren, aangezien de kans dat de verdachte zich opnieuw aan soortgelijke misdrijven zal schuldig maken nog niet geweken is en het geduld en de zelfbeheersing van de verdachte - zeker in de pubertijd van de kinderen - naar aannemelijk is nog danig op de proef zullen worden gesteld.”

15. Voor de toepassing van art. 14b, tweede lid tweede volzin, Sv en dus voor afwijking van de hoofdregel die een proeftijd voorschrijft van maximaal drie jaren, heeft mijn ambtgenoot Vegter in zijn conclusie voor HR 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:894 gewezen op twee voorwaarden die in dit verband gelden. Vereist is (i) dat het voorliggende delict – gelet op het bijwoord “wederom” – een misdrijf betreft dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en (ii) er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw zo een geweldsmisdrijf zal begaan (het gevaar voor recidive).

16. Het hof heeft ten aanzien van de te bepalen proeftijd overwogen dat “de kans dat de verdachte zich opnieuw aan soortgelijke misdrijven zal schuldig maken nog niet geweken is en het geduld en de zelfbeheersing van de verdachte – zeker in de pubertijd van de kinderen – naar aannemelijk is nog danig op de proef zullen worden gesteld”. Het hof heeft met deze motivering niet geheel in de bewoordingen van art. 14b, tweede lid, Sr geoordeeld dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

17. Dat hoeft echter niet tot cassatie te leiden. Tot adstructie haal ik het arrest van HR 14 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:910, NJ 2015/235, m.nt. Vellinga-Schootstra aan. Dat arrest had betrekking op de motivering van het hof betreffende de dadelijke uitvoerbaarheid van bijzondere voorwaarden als bedoeld in art. 14e, eerste lid, Sr. Deze motivering hield evenmin expliciet in hetgeen dat eerste lid bepaalt, te weten “dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen”. De Hoge Raad overwoog: “De strafmotivering van het Hof houdt [...] in dat de verdachte samen met anderen tijdens de nieuwjaarsnacht vuurwerk heeft afgestoken en/of gegooid in de richting van twee wijkagenten, die zich zeer onveilig en bedreigd hebben gevoeld en vreesden dat zij door het vuurwerk dat in hun richting werd geschoten/gegooid, gewond zouden raken en dat het handelen van de verdachte en zijn mededaders ook bij omstanders gevoelens van angst en onveiligheid heeft veroorzaakt, en de verdachte aldus ervan blijk heeft gegeven niet op de daartoe geëigende manier met vuurwerk om te kunnen gaan. Daarin ligt besloten dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte “wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen”, zoals bedoeld in art. 14e, eerste lid, Sr zodat het Hof de beslissing in dit opzicht toereikend heeft gemotiveerd.”

18. In de onderhavige zaak houdt de strafmotivering van het hof in (i) dat de verdachte zijn twee minderjarige zoons stelselmatig – blijkens de bewezenverklaring in de periode van 1 juni 2010 tot 7 juli 2014 en 24 juli tot 1 juli 2017 – met (onder meer) een riem, de hand, zijn vuist en slippers heeft mishandeld waardoor zij letsel hebben ondervonden, (ii) dat de verdachte met zijn handelen op grove wijze inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn zoons, (iii) dat dit bovendien gebeurde op een plek waar zeker een minderjarig kind zich veilig moet voelen, namelijk thuis, (iv) dat het een feit van algemene bekendheid is dat kinderen die het slachtoffer worden van stelselmatige kindermishandeling, hun hele leven de gevolgen daarvan ondervinden en (v) dat de verdachte een huisverbod en een gedragsaanwijzing – beide met juist de strekking om de verdachte enige tijd uit de buurt van zijn kinderen te houden – heeft overtreden. Voorts heeft het hof ten aanzien van het stellen van de proeftijd op vijf jaren overwogen dat de kans dat de verdachte zich opnieuw aan soortgelijke misdrijven – te weten geweldsmisdrijven zoals bedoeld in art. 14b, tweede lid, Sr – zal schuldig maken nog niet is geweken en het aannemelijk is dat het geduld en de zelfbeheersing van de verdachte, zeker in de pubertijd van de kinderen, nog danig op de proef zullen worden gesteld. In dit een en ander ligt besloten dat het hof met zijn formulering tot uitdrukking heeft willen brengen dat “er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen” als bedoeld in art. 14b, tweede lid, Sr. Het hof heeft de bestreden beslissing inzake de proeftijd derhalve toereikend gemotiveerd.

19. Het tweede middel faalt.

20. Het derde middel klaagt dat het hof bij het bepalen van de strafmaat geen rekening heeft gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn met betrekking tot de bewezenverklaarde feiten in de periode van 1 juni 2010 tot en met 7 juli 2014 en (deels) in de periode van 24 juli 2014 tot en met 1 juli 2017.

21. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 28 november 2018 blijkt niet dat namens de verdachte verweer is gevoerd omtrent de schending van de redelijke termijn. De steller van het middel miskent aldus dat in cassatie niet met vrucht kan worden geklaagd over de overschrijding van de redelijke termijn als gevolg van het tijdsverloop vóór de bestreden uitspraak, wanneer de zaak in laatste feitelijke aanleg in tegenwoordigheid van de verdachte en/of diens raadsman is behandeld en ter terechtzitting een dergelijk verweer niet is gevoerd.

22. Het derde middel faalt eveneens.

23. Alle middelen falen en lenen zich voor afdoening met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.

24. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

25. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?