ECLI:NL:PHR:2020:755

ECLI:NL:PHR:2020:755, Parket bij de Hoge Raad, 08-09-2020, 19/01079

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 08-09-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 19/01079
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2020:1693
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 8 zaken
19 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001830 BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0008800 BWBR0008804 CELEX:31991L0477 CELEX:32008L0051 CELEX:32014D0164 CELEX:32015R2403 CELEX:32017L0853 CELEX:32018R0337 CELEX:32021L0555 EU:31991L0477 EU:32008L0051 EU:32014D0164 EU:32015R2403 EU:32017L0853 EU:32018R0337 EU:32021L0555

Samenvatting

Conclusie AG. 1. OM cassatie. Middel over vrijspraak verdachte ter zake van beroep of gewoonte maken van handel in vuurwapens. Conclusie gaat in op het delictsbestanddeel 'in de uitoefening van een bedrijf'. AG is van oordeel dat het middel terecht is en adviseert de Hoge Raad de uitspraak op dat punt en de strafoplegging te vernietigen. 2. Middelen namens verdachte. Klachten over (a) bewezenverklaring 'voorhanden hebben', (b) bewezenverklaring witwassen ('uit enig misdrijf afkomstig') en (c) strafmotivering. AG meent dat deze klachten doel missen en adviseert de Hoge Raad het beroep van de verdachte te verwerpen.

Uitspraak

1. Kent u [verdachte] ?

Ja, ik ken hem. Ik ken hem uit mijn jeugd bij mij uit de buurt. Ik ken hem ongeveer tien jaar.

2. Kunt u bevestigen dat u betrokken bent bij de verkoop van een Audi A1?

Ja, ik heb een auto van hem gekocht: Audi A1. Ik weet niet uit welk jaar die auto komt. Ik heb de auto niet meer. Het kenteken begint met [...] . Meer weet ik niet meer. Ik heb die auto in 2015 in de wintermaanden gekocht. Ik weet niet precies meer welke maand en zeker niet welke dag. Ik heb er 14.000 euro voor de auto betaald. Ik heb dat contant betaald. Ik heb in termijnen betaald. Twee keer 4.000 euro en twee keer 3.000 euro. Tussen de betalingen zaten steeds een paar maanden. Bij aankoop heb ik 4.000 euro betaald. Ergens in 2016 was ik klaar met betalen. Ik heb de auto niet meer omdat ik gewoon een andere auto wilde. Ik heb na de Audi A1 vier andere auto’s gehad.

Sommigen waren een miskoop. De Audi A1 van [verdachte] was ook min of meer een miskoop. Ik heb er veel geld op verloren. Ik weet niet wanneer ik die Audi A1 verkocht heb. Ik heb de auto voor 10.000 euro verkocht. Ik heb de Audi A1 van [verdachte] persoonlijk gekocht. Daar zat niemand tussen.

3. Als ik als prijs noem 14.300 euro kunt u dat bevestigen als de verkoopprijs?

Dat durf ik niet te zeggen. Ik meende 14.000 euro, maar twijfel nu bij de vraag of het 14.300 euro was. Ik denk toch 14.000 euro.

4. Weet u nog in welk jaar de auto verkocht is?; Kan dat 2013/2014 zijn?

Het derde namens de verdachte voorgestelde middel
Afronding

Ik heb zojuist met de verzekeraar telefonisch gesproken, met toestemming van de raadsheer-commissaris en ik kan u het volgende zeggen. Ik heb de auto gekocht van [verdachte] op 28 september 2015 en ik heb deze verkocht op 4 december 2015. Ik kan mij dit nu ook herinneren dat ik die auto ook zo kort heb gehad. De turbo bleek defect en de reparatie daarvan zou heel veel geld kosten.

Voorts is sprake geweest van de verkoop van een Golf 6 in 2013 die meer dan 20.000,-- euro zou hebben opgebracht en er is zoals reeds naar voren gebracht een schadevergoeding betaald ex art. 89 van 7.200,--. Client had derhalve de beschikking over een startvermogen per december 2015 van 41.500,-- euro.

In aanvulling op het gestelde in voormelde pleitnotities in 1e aanleg stel ik mij derhalve op het standpunt dat vrijspraak dient te volgen voor feit 4.”

37. Blijkens voormeld proces-verbaal van de zitting van 7 februari 2019 heeft de raadsman aldaar nog (onder meer) het volgende aangevoerd:

“Met betrekking tot feit 4 verlaat de advocaat-generaal de grondslag van de tenlastelegging, omdat het nu ineens over een bedrag van € 60.000,00 gaat.”

38. De uitgangspunten voor het bewijs van het bestanddeel “afkomstig is uit enig misdrijf” zoals dat voorkomt in de witwasbepalingen (art. 420 bis e.v. Sr) zijn door de Hoge Raad in zijn arrest van 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352, NJ 2019/298, m.nt. Rozemond als volgt samengevat:

“2.3.2. Dat een voorwerp "afkomstig is uit enig misdrijf", kan, indien op grond van de beschikbare

bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin

bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet

anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Het is daarbij aan het openbaar

ministerie bewijs aan te dragen van dergelijke feiten en omstandigheden.

2.3.3. Indien de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een

vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf

afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op

voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.

De omstandigheid dat zo een verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat

het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.

Indien de verdachte voormelde verklaring geeft, ligt het op de weg van het openbaar ministerie

nader onderzoek te doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten

van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen

bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig

misdrijf afkomstig is.

Indien een dergelijke verklaring uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn

overwegingen omtrent het bewijs.”

39. Het hof heeft niet onbegrijpelijk geoordeeld dat ten aanzien van de verdachte een ernstig vermoeden bestaat dat de huur van de auto’s, de aankoop van de Mercedes en de vakantie op Ibiza zijn bekostigd met geld dat uit enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte [betrokkene 5] en [betrokkene 4] als katvangers heeft gebruikt. Daartoe heeft het hof in aanmerking genomen dat de uitgegeven bedragen niet zijn te verklaren, gelet op het legale inkomen van de verdachte en het legale inkomen van [betrokkene 5] . Overeenkomstig het op deze gevallen van witwassen toepasselijke juridisch kader, heeft het hof vervolgens geoordeeld dat het op de weg van de verdachte lag om een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring te geven dat de geldbedragen niet van misdrijf afkomstig zijn.

40. Gezien de, hiervoor in randnummer 35 weergegeven, overwegingen heeft het hof er uitdrukkelijk blijk van gegeven de verschillende verklaringen die de verdachte heeft afgelegd in ogenschouw te hebben genomen. Het hof heeft niet onbegrijpelijk overwogen dat deze verklaringen niet voldoen aan de geldende vereisten dat zij concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk moeten zijn. Het hof acht deze verklaringen niet onderbouwd en/of niet aannemelijk. Zij vormen naar het niet onbegrijpelijke oordeel van het hof onvoldoende aanknopingspunten voor verder onderzoek. Ten aanzien van de in 2012 ontvangen schadevergoeding overweegt het hof nog expliciet dat, zelfs als ervan wordt uitgegaan dat de verdachte dit geldbedrag al die tijd niet heeft uitgegeven, daarmee nog geen verklaring is gegeven voor de veel grotere geldbedragen die door de verdachte zijn uitgegeven. In weerwil van de derde klacht, is in het licht van alle feiten en omstandigheden die door het hof in aanmerking zijn genomen en in onderling verband zijn bezien, en in het licht van hetgeen door de verdediging is aangevoerd, het oordeel van het hof dat het vermoeden van witwassen onvoldoende is ontzenuwd niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

41. Voor zover het middel klaagt – de tweede klacht – dat het hof heeft nagelaten in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het, tot vrijspraak strekkende, uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging met betrekking tot de gestelde legale herkomst van de bewezenverklaarde voorwerpen, faalt het eveneens. Het hof heeft blijkens zijn bewijsvoering immers in overeenstemming met het bepaalde in art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv op dat standpunt gemotiveerd gerespondeerd.

42. Mede op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat het vermoeden van witwassen onvoldoende is ontzenuwd en dat het niet anders kan zijn dan dat de aan bovengenoemde zaken uitgegeven geldbedragen ‘uit enig misdrijf afkomstig zijn’. Gelet op hetgeen hiervoor in randnummer 38 aan de hand van de rechtspraak van de Hoge Raad is vooropgesteld, getuigt dat oordeel niet van een onjuiste rechtsopvatting. Voorts acht ik het – ook in het licht van hetgeen door en namens de verdachte is aangevoerd – niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Om die reden mist ook de eerste klacht het beoogde doel.

43. Het middel faalt in alle onderdelen.

44. Het middel klaagt dat het hof in de strafmotivering ten onrechte heeft opgenomen dat de verdachte eerder onherroepelijk ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld, zodat de strafmotivering onbegrijpelijk dan wel ontoereikend gemotiveerd is.

45. Het hof heeft de strafoplegging als volgt gemotiveerd:

“Oplegging van straffen

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van het voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van het voorarrest.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat – indien het hof tot een bewezenverklaring komt van de feiten 1, 2 en 4 – de door de rechtbank opgelegde straf, gelet op de LOVS-richtlijnen, buitenproportioneel is en een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden een passende straf is. Voor feit 2 is een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden passend.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van wapens en munitie. Dat brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich mee en vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen. Witwassen vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan, terwijl andere strafbare feiten erdoor worden vergemakkelijkt. De verdachte heeft hieraan bijgedragen. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 29 januari 2019 is hij eerder ter zake van soortgelijke feiten onherroepelijk veroordeeld.

Bovendien heeft de verdachte onderhavige feiten gepleegd terwijl hij een enkelband droeg in het kader van een voorwaardelijke invrijheidsstelling.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.”

46. Vooropgesteld moet worden dat de feitenrechter vrij is in de keuze van de straf en in de waardering van de factoren die hij voor de strafoplegging van belang acht. Deze keuze behoeft in beginsel geen motivering. Alleen als de straftoemeting op zichzelf onbegrijpelijk is of verbazing wekt en als gevolg daarvan onbegrijpelijk is, kan in cassatie worden ingegrepen.

47. Het middel keert zich tegen de overweging van het hof dat de verdachte blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 29 januari 2019 eerder ter zake van soortgelijke feiten onherroepelijk is veroordeeld. Deze overweging is volgens de steller van het middel onbegrijpelijk omdat de verdachte niet meermalen voor soortgelijke misdrijven is veroordeeld, hetgeen niet een onvolkomenheid betreft die in het geheel van de strafmotivering van ondergeschikt belang is. Ter onderbouwing wordt in de toelichting op het middel gesteld dat blijkens voornoemd uittreksel slechts sprake is van “één veroordeling ter zake van (onder meer) overtreding van art. 26 Wet wapens en munitie”.

48. Zoals in randnummer 45 is weergegeven, heeft het hof overwogen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van wapens en munitie én witwassen. Vervolgens is door het hof in aanmerking genomen dat de verdachte, blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 29 januari 2019, eerder ter zake van soortgelijke feiten onherroepelijk is veroordeeld. Uit dit uittreksel blijkt niet enkel dat de verdachte één keer onherroepelijk is veroordeeld ter zake van overtreding van art. 26 WWM, maar ook dat de verdachte diverse malen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van verschillende vermogensdelicten. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het hof ook daarop het oog gehad. Daarmee mist deze klacht feitelijke grondslag.

49. Het middel faalt.

50. Het namens het Openbaar Ministerie voorgestelde middel slaagt.

51. De namens de verdachte voorgestelde middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende verkorte motivering.

52. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

53. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van de beroepen voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?