ECLI:NL:PHR:2020:836

ECLI:NL:PHR:2020:836, Parket bij de Hoge Raad, 07-07-2020, 19/04044

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 07-07-2020
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 19/04044
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2020:1454
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 3 zaken
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0023746

Samenvatting

Beklag, beslag door douane ex art. art. 1:37.1 Algemene Douanewet (Adw) op auto van klager met verborgen ruimte. Rb heeft klaagschrift ongegrond verklaard. De bestreden beschikking houdt geen beslissing in op verzoek tot geldelijke tegemoetkoming. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2020:403 inhoudende dat ex art. 1:37.1 en 1:37.4 Adw inbeslaggenomen vervoermiddelen zonder rechtsvervolging aan Staat vervallen tenzij bij rechterlijke beslissing a.b.i. art. 1:37.6 Adw inbeslagneming niet wordt gehandhaafd, dat o.g.v. art. 1:37.8 Adw de minister van Financiën de aan de Staat vervallen vervoermiddelen onder door hem te stellen voorwaarden aan eigenaar kan teruggeven, dat o.g.v. art. 1:37.6 Adw jo. art. 552b.5 Sv de rechter ex art. 33c.2 Sr een geldelijke tegemoetkoming toekent wanneer degene aan wie aan Staat vervallen vervoermiddelen toebehoren daardoor onevenredig zou worden getroffen en dat aan de hand van omstandigheden van het geval moet worden beoordeeld of eigenaar van vervoermiddelen door vervallen van zijn eigendom aan Staat onevenredig wordt getroffen wanneer hem geen geldelijke tegemoetkoming wordt toegekend. Gelet op bij klaagschrift gedane verzoek om toekenning van een geldelijke tegemoetkoming, alsmede op wat door raadsman van klager in raadkamer is aangevoerd, diende de Rb te motiveren waarom het niet toepassing heeft gegeven aan - het o.g.v. art. 1:37.6 Adw jo. art. 552b.5 Sv toepasselijke – art. 33c.2 Sr. In zoverre is bestreden beschikking niet toereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging (t.a.v. beslissing op verzoek om geldelijke tegemoetkoming) en terugwijzing.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 19/04044 B

Zitting 7 juli 2020

CONCLUSIE

B.F. Keulen

In de zaak

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de betrokkene.

‘1. Vervoermiddelen, kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken of om tot het nakomen van de op grond van artikel 1:27, eerste lid, genomen dwangmaatregelen te verijdelen, zomede alle andere voorwerpen, kennelijk bestemd om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken of om een vervoermiddel tot een van de hiervoor omschreven doeleinden in te richten of toe te rusten, worden in beslag genomen.

2. Tot inbeslagneming krachtens het eerste lid zijn, behalve de inspecteur, bevoegd de bij of ingevolge artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen personen.

3. Van de inbeslagneming en van de gronden daartoe doet de inspecteur zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan degene op wie de inbeslagneming heeft plaatsgehad. In geval van inbeslagneming op onbekende personen geschiedt die mededeling in het openbaar volgens bij regeling van Onze Minister van Financiën te stellen regels.

4. Krachtens het eerste lid in beslag genomen vervoermiddelen en voorwerpen vervallen zonder rechtsvervolging aan de staat, tenzij bij een rechterlijke beslissing als bedoeld in het zesde lid de inbeslagneming niet wordt gehandhaafd.

5. De belanghebbende bij het in beslag genomen vervoermiddel of voorwerp kan binnen een maand na de mededeling omtrent de inbeslagneming bij de rechtbank van het arrondissement binnen hetwelk de inbeslagneming heeft plaatsgehad, daartegen hetzij in persoon, hetzij door een gemachtigde een met redenen omkleed klaagschrift indienen.

6. De rechtbank behandelt het klaagschrift op de voet van het bepaalde in artikel 552b van het Wetboek van Strafvordering, met dien verstande, dat ook de inspecteur in de gelegenheid wordt gesteld tijdens de behandeling te worden gehoord en hem, zo hij voor de behandeling is verschenen, tijdig tevoren door de griffier schriftelijk mededeling van de dag der uitspraak wordt gedaan.

7. Artikel 552d van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

8. Onze Minister van Financiën is bevoegd in bijzondere gevallen de aan de staat vervallen vervoermiddelen en voorwerpen onder door hem te stellen voorwaarden aan de eigenaar terug te geven.’

7. Art. 552b Sv, voor het laatst gewijzigd op 1 december 2016, luidt voor zover van belang, als volgt:

‘1. De belanghebbenden, andere dan de verdachte of veroordeelde, kunnen schriftelijk zich beklagen over de verbeurdverklaring van hun toekomende voorwerpen of over de onttrekking van zodanige voorwerpen aan het verkeer. Geen beklag staat open, indien het bedrag, waarop de verbeurdverklaarde voorwerpen bij de uitspraak zijn geschat, is betaald of ingevorderd, dan wel vervangende vrijheidsstraf is toegepast.

(…)

4. Acht het gerecht het beklag gegrond, dan herroept het de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer en geeft een last als bedoeld in artikel 353, tweede lid, onderdeel a of b.

5. Bij de herroeping van een verbeurdverklaring kan het gerecht de voorwerpen aan het verkeer onttrokken verklaren, indien zij daarvoor vatbaar zijn. De artikelen 33b, 33c en 35, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht zijn van overeenkomstige toepassing.’

8. De beschikking van de rechtbank houdt onder meer in dat in de onder klager inbeslaggenomen auto een verborgen ruimte als omschreven in art. 1:37 Algemene Douanewet (Adw) is aangetroffen, dat het beslag op grond van art. 94 Sv is opgeheven, waarna op grond van de Adw beslag is gelegd op de auto, die is overgedragen aan de Douane. Daarmee deed zich ten tijde van de beoordeling van het beklag niet een situatie voor waarin sprake was van samenloop van beide vormen van beslag.

9. Voor de beoordeling van het middel zijn de overwegingen van belang die Uw Raad in HR 17 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:403, NJ 2020/239 m.nt. De Bont heeft geformuleerd. Deze overwegingen luiden als volgt:

‘3.5.1 Voor de beoordeling van het middel is het volgende van belang. Krachtens art. 1:37, eerste en vierde lid, Adw (douanebeslag) vervallen de inbeslaggenomen vervoermiddelen of voorwerpen zonder rechtsvervolging - dus van rechtswege - aan de Staat tenzij bij een rechterlijke beslissing als bedoeld in art. 1:37, zesde lid, Adw, de inbeslagneming niet wordt gehandhaafd. Dat betekent dat bij een onherroepelijke ongegrondverklaring van een op de voet van art. 1:37, eerste en vijfde lid, Adw ingediend klaagschrift het eigendom van de inbeslaggenomen vervoermiddelen en voorwerpen overgaat op de Staat. Op grond van art. 1:37, achtste lid, Adw kan de minister van Financiën de aan de Staat vervallen vervoermiddelen en voorwerpen onder door hem te stellen voorwaarden aan de eigenaar teruggeven. Indien die voorwaarden worden nageleefd en de teruggave plaatsvindt, beschikt de Staat niet meer over het eigendom van de betreffende vervoermiddelen en voorwerpen.

3.5.2 Op grond van art. 1:37, zesde lid, Adw, in samenhang met art. 552b, vijfde lid, Sv, kent de rechter op de voet van art. 33c, tweede lid, Sr, een geldelijke tegemoetkoming toe wanneer degene aan wie de aan de Staat vervallen vervoermiddelen of voorwerpen toebehoren, daardoor onevenredig zou worden getroffen (vgl. HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3632). Of de eigenaar van de vervoermiddelen of de voorwerpen door het vervallen van zijn eigendom aan de Staat onevenredig wordt getroffen wanneer hem geen geldelijke tegemoetkoming wordt toegekend, moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij kan worden betrokken hoe de eigenaar van de vervoermiddelen of de voorwerpen zich in relatie daartoe heeft gedragen, de waarde van de onttrokken vervoermiddelen of voorwerpen, alsmede eventueel voordeel dat de Staat na het vervallen aan de Staat met betrekking tot die vervoermiddelen of voorwerpen verkrijgt, bijvoorbeeld door de verkoop van (onderdelen) daarvan. (Vgl. HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1156.)’

10. De rechter kent op grond van (overeenkomstige toepassing van) art. 33c, tweede lid, Sr een geldelijke tegemoetkoming toe wanneer dit nodig is om te voorkomen dat degene aan wie de aan de Staat vervallen vervoermiddelen of voorwerpen toebehoren, daardoor ‘onevenredig zou worden getroffen’. Uw Raad wijst op enkele omstandigheden die bij deze beslissing kunnen worden betrokken. Indien een gemotiveerd verzoek is gedaan tot toekenning van een geldelijke tegemoetkoming maar door de rechter geen toepassing wordt gegeven aan art. 33c, tweede lid, Sr, moet de rechter die beslissing motiveren.

11. Aan het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer van 19 april 2019 waar het onderhavige klaagschrift is behandeld ontleen ik het volgende:

‘Tevens zijn namens de belastingdienst/douane in raadkamer verschenen [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. (…)

[betrokkene 2] deelt mee dat het beslag wordt opgeheven indien de auto in originele staat wordt teruggebracht en dat dit herstel in de oorspronkelijke toestand moet gebeuren door een erkend dealer van het betreffende automerk.

De raadsman merkt op:

Omdat niet duidelijk was wat klager moest doen, gelet op standaardbrief van de Douane met een standaard tekst, heb ik contact gehad met [betrokkene 2] van de Douane. Met het herstel is een bedrag van € 2.800,- genoemd. Het juridisch vraagstuk moet zijn gericht op de vraag of de auto is ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. Dat moet zonder meer duidelijk en boven enige twijfel verheven zijn. In casu zijn enkel de airbags niet gemonteerd. In de brief van de douane staan die voorwaarden wel, maar dan kost het wel erg veel geld om de auto terug te krijgen. Bij teruggave van de auto kan klager de airbags zelf monteren. Als de douane weigert de auto terug te geven vraag ik een vergoeding voor de auto.

De rechter houdt voor dat uit het proces-verbaal lijkt te volgen dat je via de zijkant van het dashboard bij een ruimte komt die normaal niet toegankelijk is. Verder merkt hij op dat, indien de auto in deze toestand zou zijn aangeschaft, klager de kosten voor herstel in beginsel zou moeten kunnen verhalen op diegene van wie deze auto is gekocht.

(…)

De officier van justitie deelt zijn standpunt mee:

Er is geen strafvorderlijk belang voor het beslag, maar de politie schrijft in het proces-verbaal de bevindingen op. De Douane legt op basis van de resultaten van dit onderzoek beslag op de auto op grond van art. 1:37 van de ADW. De auto mag in de staat waarin deze is aangetroffen, dus met een heimelijke bergruimte, niet meer aan het verkeer deelnemen. De raadsman vraagt een geldelijke vergoeding voor het beslag, maar dat is niet mogelijk. Hiervoor moet klager zich, wat de Douane betreft, wenden tot diegene van wie hij de auto heeft gekocht. Bovendien is een geldelijk vergoeding enkele mogelijk indien sprake is van ter goeder trouw en op grond van mijn bevindingen ga ik er van uit dat in 2017 de verborgen ruimte nog niet in deze auto zat.’

12. Dat de raadsman bij de behandeling van het klaagschrift om een vergoeding verzoekt, sluit aan op de inhoud van het klaagschrift. Daarin is subsidiair verzocht om een geldelijke tegemoetkoming. De bestreden beschikking houdt ook als weergave van het standpunt van de klager in dat de auto ‘een aanzienlijke marktwaarde [heeft] en mocht het beslag worden gehandhaafd, dan wordt verzocht een geldelijke tegemoetkoming toe te kennen aan klager om schending van artikel 1 Eerste protocol bij het EVRM te voorkomen. Klager wordt onevenredig zwaar getroffen door het beslag op zijn auto’.

13. Anders dan de stellers van het middel, lees ik in de beschikking niet dat de rechtbank klaarblijkelijk van oordeel zou zijn dat de bevoegdheid van de Minister van Financiën om een vervoermiddel onder door hem te stellen voorwaarden aan de eigenaar terug te geven in de weg staat aan het toekennen van een geldelijke vergoeding als bedoeld in art. 33c, tweede lid, Sr. Wel had de rechtbank, gelet op de inhoud van het klaagschrift en hetgeen door de raadsman van de klager in raadkamer is aangevoerd dienen te motiveren waarom het beklag ongegrond is verklaard zonder toekenning van een geldelijke tegemoetkoming op de voet van art. 1:37, zesde lid, Adw, in samenhang met art. 552b, vijfde lid, Sv, jo. art. 33c, tweede lid, Sr. In zoverre is de beschikking van de rechtbank dus niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Ik vat het middel, dat onder meer klaagt over het onvoldoende met redenen omkleed zijn van de beschikking, aldus op dat het (ook) klaagt over dit motiveringsgebrek.

14. Ik merk nog op dat blijkens door de strafgriffie van de Hoge Raad bij het parket Rotterdam ingewonnen informatie de in beslag genomen personenauto (merk/type Volvo V40 met kenteken [kenteken]) op 16 december 2019 is gesloopt. Dat brengt mee dat bij de vraag of de klager door het vervallen van zijn eigendom aan de Staat onevenredig wordt getroffen wanneer hem geen geldelijke tegemoetkoming wordt toegekend, mede zal kunnen worden betrokken of de Staat na het vervallen aan de Staat van die auto eventueel voordeel heeft verkregen, bijvoorbeeld door de verkoop van (onderdelen) daarvan.

15. Het middel slaagt.

16. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.

17. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking, maar uitsluitend voor zover daarin niet is beslist op het verzoek tot toekenning van een geldelijke tegemoetkoming, tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank Rotterdam, opdat het klaagschrift in zoverre opnieuw wordt behandeld en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?