ECLI:NL:PHR:2021:1221

ECLI:NL:PHR:2021:1221, Parket bij de Hoge Raad, 09-11-2021, 20/02730

Instantie Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak 09-11-2021
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 20/02730
Rechtsgebied Strafrecht
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2021:1929
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0006622

Samenvatting

Rijden zonder rijbewijs, art. 107.1 WVW 1994. Geen afschrift van oproeping in hoger beroep verzonden aan raadsvrouw van verdachte, art. 48 Sv. HR: Op redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Bij de stukken bevindt zich een aanhoudingsverzoek aan strafgriffie hof, waarin raadsvrouw bericht dat zij zich heeft gesteld als raadsvrouw namens verdachte. Volgens p-v van tz. in h.b. was raadsvrouw verdachte niet aanwezig en heeft hof reeds voorafgaand aan tz. op verzoek en in overleg met verdediging beslist dat zaak wordt aangehouden tot een latere datum. Afschrift van die oproeping in h.b. is voorafgaand aan tz. aan raadsvrouw gezonden. I.v.m. toen geldende COVID-maatregelen heeft tz. geen doorgang gevonden. Bij de stukken bevindt zich oproeping in h.b. voor tz. van nog latere datum. Noch uit mededelingen gesteld op dubbel van oproeping in h.b. noch uit enig ander stuk dat aan HR is toegezonden, kan blijken dat afschrift van die oproeping aan raadsvrouw is gezonden. Volgens p-v van tz. in h.b. is daar noch verdachte noch diens raadsvrouw verschenen. Uit wat hiervoor is vermeld vloeit ernstig vermoeden voort dat t.a.v. oproeping in h.b. voorschrift van art. 48 Sv niet is nageleefd. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Uitspraak

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer 20/02730

Zitting 9 november 2021

CONCLUSIE

D.J.C. Aben

In de zaak

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1. De verdachte is bij vonnis van 6 juli 2018 door de rechtbank Limburg wegens “overtreding van artikel 107 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994”, veroordeeld tot twee weken hechtenis. Het gerechtshof Den Bosch heeft de verdachte bij arrest van 31 augustus 2020 met toepassing van artikel 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, heeft een middel van cassatie voorgesteld.

3. Het middel behelst de klacht dat artikel 48 (51 oud) en 415 Sv in hoger beroep niet zijn nageleefd aangezien is verzuimd een afschrift van de oproeping voor de zitting van het gerechtshof Den Bosch van 31 augustus 2020 aan de raadsvrouw van de verdachte te zenden.

4. Bij de op de voet van artikel 434 lid 1 Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding bevindt zich een aanhoudingsverzoek van 21 januari 2020 van mr. P. Figge, gericht aan de strafgriffie van het gerechtshof Den Bosch, waarin zij onder meer bericht dat zij zich in januari 2019 heeft gesteld als raadsvrouw namens de verdachte in de zaak met het parketnummer 20/000223-19. Bij de stukken bevindt zich tevens een verzendcontrolerapport waaruit kan worden afgeleid dat het faxbericht op 21 januari 2020 door de strafgriffie van het gerechtshof Den Bosch is ontvangen. In het proces-verbaal van de zitting van het hof van 17 februari 2020 staat vermeld dat de raadsvrouw van de verdachte, mr. Figge, niet ter zitting aanwezig was en dat het hof reeds voorafgaand aan de zitting op verzoek en in overleg met de verdediging heeft beslist dat de zaak zal worden aangehouden tot 23 april 2020. Voorafgaand aan deze zitting is een afschrift van de oproeping in hoger beroep aan de raadsvrouw gezonden. De steller van het middel deelt overigens mee dat deze terechtzitting geen doorgang heeft gevonden in verband met de toen geldende COVID-maatregelen.

5. Bij de stukken van het geding bevindt zich de oproeping in hoger beroep voor de zitting op 31 augustus 2020. Noch uit mededelingen daarop gesteld, noch uit enig ander aan de Hoge Raad toegezonden stuk kan blijken dat een afschrift van de oproeping aan mr. Figge is gezonden. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep op 31 augustus 2020 is aldaar noch de verdachte noch diens raadsvrouw verschenen.

6. Uit hetgeen hiervoor is overwogen, in onderlinge samenhang beschouwd, vloeit het ernstige vermoeden voort dat ten aanzien van de oproeping in hoger beroep het voorschrift vervat in de tweede volzin van artikel 48 Sv niet is nageleefd. Dit in het belang van de verdachte gegeven voorschrift is van zo grote betekenis dat, al is dit niet uitdrukkelijk in de wet bepaald, de niet-nakoming ervan moet worden geacht in de weg te staan aan een geldige behandeling van de zaak ter terechtzitting buiten tegenwoordigheid van de verdachte en diens raadsvrouw.

7. Het middel slaagt.

8. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.

9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Bosch teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?